Onlangs heeft de IslamOmroep een documentaire uitgebracht over de rol van imams in Nederland. Onder meer Ilyas El Yousfi, Azzedine Karrat, Mourad El-Issati en Nourdin El Ouali werden geïnterviewd.

Enkele onderwerpen die aan bod kwamen:

-De rol van imams
,-Het tekort aan imams
-Gebrek aan waardering voor imams
,-De hoge werkdruk van imams
-De taken van een imam
-De koloniale impact op het imamschap
-Het onderscheid tussen imaama al-koebrah (politiek leiderschap) en de huidige imams
-Hoe imams/geleerden in het verleden omgingen met heersers
-Het belang van onafhankelijkheid

In Nederland heeft er door de jaren heen een verschuiving plaatsgevonden. Voorheen kwamen imams met name uit Turkije en Marokko. Hoewel ze hoofdzakelijk als voorgangers in het gebed fungeerden, werden ze voor verschillende vraagstukken benaderd. Maatschappelijke betrokkenheid was o.a. vanwege de taalbarrière geen vanzelfsprekendheid.

Een van de imams die zich mengde in het publieke debat en in opspraak raakte, was imam El Moumni (vanwege zijn standpunten omtrent homoseksualiteit).

De imam genoot een belangrijke status maar gaandeweg ontstond er een nieuwe generatie moslims die niet meer slechts bestond uit personen die geboren en getogen waren in de moslimwereld. Hoewel er nog steeds imams uit het buitenland naar Nederland komen (met name bij Diyanet), ontstond er niet alleen een vraag onder moslims naar imams die de Nederlandse taal beheersen en de leefwereld van de moslimjongeren begrijpen, maar speelde de Nederlandse overheid hier ten tijde van Rita Verdonk op in door een imamopleiding in het kader van integratie te faciliteren.

Dit vond een jaar na de moord op Theo van Gogh plaats. Dit was geen ‘toeval’ maar beleidsmatig probeerde men hiermee zogenaamde ‘home grown imams’ op te leiden die conform de Nederlandse normen en waarden zouden opereren.

Indirect werden moskeeën hiermee als eventuele broedplaats voor (gewelddadig) ‘extremisme’ gezien. Later volgde niet geheel verrassend de komst van de Poldermoskee. Een moderne moskee die taboes zou doorbreken (er vonden o.a. debatten over homoseksualiteit plaats) en een ‘polderislam’ moest gaan uitdragen. Echter moest deze moskee al na twee jaar zijn deuren sluiten. We zien dus dat al jaren gepoogd wordt om imams en moskeeën te beïnvloeden.

Jaren later zien we dezelfde retoriek. Er wordt gesproken van zogenaamde ‘haatimams’ uit visumplichtige/onvrije landen die de toegang ontzegd moet worden.

De directeur-generaal van de AIVD stelde gedurende de parlementaire ondervraging van moskeeën dat moskeeën zich schuldig maken aan facadepolitiek. Het wantrouwen jegens de moskeeën werd hiermee nogmaals onderstreept en de heimelijke onderzoeken van onderzoeksbureau NTA waren derhalve geen incident.

In theorie klinkt het plausibel dat een imam de Nederlandse taal moet beheersen, een gedegen theologische achtergrond moet hebben en met beide benen in de Nederlandse samenleving moet staan. Echter zou vooral dat laatste goed afgebakend moeten worden. Zo zijn er talloze beleidsstukken te vinden waarin imams als sleutelfiguren worden gezien om een sociaal wenselijke islam te dienen.

Er zijn voorbeelden van personen die zich als imam opwerpen maar het uitgestippelde overheidsdiscours volgen, altijd maar de hand in eigen boezem steken en roomser dan de paus zijn. Hun mediaoptredens, samenwerkingsverbanden en toespraken getuigen hiervan.

Anderen hebben o.a. in opdracht van de NCTV en ministeries bijgedragen aan het ‘deradicaliseren’ van moslims of zelfs de moslims gemonitord op ‘radicaal’ gedrag.

Ook het CMO faciliteerde verschillende overheidsinitiatieven in moskeeën waar politici (waaronder Asscher die nota bene de term haatimams bezigde) ongegeneerd een toespraak konden houden.

We hebben daarom niet alleen eloquente imams nodig die goed onderlegd zijn op theologisch vlak, maar ook politiek bewuste imams en moskeebesturen die niet onder de politieke druk bezwijken.

Hoe vaak zien we wel niet dat imams/predikers de toegang tot moskeeën wordt ontzegd n.a.v. politieke druk (en ophef in de media) of dat moskeebesturen hun vingers niet willen branden aan een imam of zich zelfs vrijwaren van een imam wanneer de druk toeneemt.

In 2015 besloot het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap samen met het ministerie van Buitenlandse Zaken om het Nederlands Instituut Marokko (NIMAR) te voorzien van een subsidie van bijna 2,5 miljoen euro. Universiteit Leiden zou het onderzoek en het onderwijs aan een instituut in de Marokkaanse hoofdstad Rabat op zich nemen.

Het instituut dient als platform voor kennisuitwisseling. Echter rijst de vraag welk doel men precies beoogt. Het antwoord op deze vraag is niet zo moeilijk. Het instituut in Rabat dient als ‘training hub’ om ”extremisme” en ”radicalisering” tegen te gaan. Het project zou daarom toegespitst worden op maatschappelijke vraagstukken als ‘radicalisering’ en integratie.

Minister Bussemaker stelde dat het instituut kan bijdragen aan het opleiden van een gezagsvol en gematigd islamitisch kader dat een tegenwicht biedt aan ‘radicale’ geluiden. Eerder dat jaar stelde ze tijdens een EU-bijeenkomst in Parijs dat gezagdragende rolmodellen ingezet zouden moeten worden, die belangrijke democratische waarden onderschrijven en jongeren weerbaar maken voor ‘radicalisering’.

Nota bene in hetzelfde jaar waarin 45 imams vanuit Marokko zouden worden ingevlogen in de strijd tegen ‘radicalisering’, pleitte men voor het weren van zogenaamde ‘haatimams’ uit het buitenland.

Voorheen sprak men vooral over de invloed van de Turkse- en Marokkaanse overheid op moskeeën en imams, maar hoe zit het met de politieke druk vanuit de Nederlandse overheid? Weerbaarheid tegen ‘radicalisering’ wordt gescandeerd maar hoe zit het met weerbaarheid tegen assimilatie?

De minbar is een amaanah. Onze imams en moskeeën verdienen het niet om als politieke speelbal te fungeren en een politiek discours te dienen welke de moslimgemeenschap niet gunstig gestemd is.

Het is goed dat er wordt nagedacht over de hoge werkdruk van imams en het takenpakket van een imam, maar in het kader van het voortbestaan van onze islamitische identiteit is het tijd om ook goed na te denken over de rol die de imam en moskee vanuit islam dienen te vervullen en in hoeverre we bereid zijn om standvastig te blijven wanneer de druk verder toeneemt.

Uiteindelijk draait het niet om een mooi gebouw maar om het bouwen van een generatie die zich in haar manier van denken conformeert aan islam en hier geen millimeter van afwijkt.

Dit is niet slechts de taak van imams maar van de gehele gemeenschap.

Comments

comments

DELEN