De kritiek op grote technologiebedrijven zoals Meta en Alphabet neemt wereldwijd toe. Overheden, wetenschappers en ouders maken zich steeds meer zorgen over de impact van sociale media op kinderen en jongeren. Centraal staat de vraag of de algoritmes achter platforms als Instagram, TikTok en YouTube bewust verslavend zijn ontworpen en welke schade dat veroorzaakt.
Mentale impact en verslavend ontwerp
Volgens deskundigen dragen sociale media bij aan een verstoord zelfbeeld, concentratieproblemen en mentale klachten zoals angst en depressie. Jongeren worden continu blootgesteld aan gefilterde en onrealistische beelden, wat kan leiden tot onzekerheid en dwangmatig gedrag. Het fenomeen waarbij vooral jonge meisjes obsessief bezig zijn met uiterlijk en cosmetica wordt zelfs aangeduid als “cosmeticorexia”.
Dit gedrag ontstaat niet toevallig. Het is het resultaat van systemen die doelbewust zijn ontworpen om aandacht zo lang mogelijk vast te houden. Hoe langer iemand blijft scrollen, hoe meer data en advertentie-inkomsten worden gegenereerd. Verslaving is daarmee geen bijeffect, maar een logisch gevolg van het onderliggende verdienmodel.
Een systemisch probleem, geen individueel falen
De discussie wordt vaak gevoerd alsof het een kwestie is van individuele verantwoordelijkheid, van jongeren die ‘te veel op hun telefoon zitten’ of ouders die beter moeten opletten. Maar die benadering mist de kern, het probleem is namelijk structureel. De platforms zijn gebouwd op principes uit de gedragspsychologie en optimaliseren continu op engagement. Dat betekent dat gebruikers, en zeker kinderen, systematisch worden gestuurd richting langer gebruik, sterkere prikkels en meer afhankelijkheid.
Kapitalisme: winst boven welzijn
Maar zelfs dat is nog niet de diepste laag. Sociale media zijn geen los probleem, ze zijn een logisch product van het systeem waarin ze ontstaan. Binnen het kapitalistische model draait het uiteindelijk om één ding, en dat is winstmaximalisatie. Aandacht is daarin een product geworden. Hoe langer iemand blijft hangen, hoe meer er verdiend wordt. Of dat schadelijk is, is geen criterium, het wordt meestal pas na druk een punt.
De zogenaamde “vrijheid” die hierbij centraal staat, betekent in de praktijk dat bedrijven ver kunnen gaan in het sturen van gedrag, zolang het binnen de grenzen van de wet blijft. Die wet loopt structureel achter, mede door lobby van dezelfde bedrijven die er belang bij hebben. Het resultaat is dat een industrie verdient aan afhankelijkheid, terwijl de verantwoordelijkheid wordt teruggelegd bij de gebruiker.
Toenemende regelgeving en lobby
Als reactie op deze ontwikkelingen werken steeds meer landen aan wetgeving. Australië liep voorop met leeftijdsrestricties, maar ook binnen Europa wordt gewerkt aan strengere regels. Politici pleiten voor betere bescherming van jongeren, bijvoorbeeld door minimumleeftijden of beperkingen op gebruik.
Tegelijkertijd investeren techbedrijven fors in de lobby om de impact van regelgeving te beperken. Hun verdienmodel is direct gekoppeld aan schermtijd en gebruikersdata, waardoor er weinig prikkel is om het systeem fundamenteel te veranderen. In plaats daarvan verschuift de verantwoordelijkheid vaak naar ouders en gebruikers.
Verslaving is geen toeval maar beleid
De huidige discussie vertoont duidelijke overeenkomsten met de strijd tegen de tabaksindustrie. Ook daar lag de nadruk jarenlang op individuele keuze, terwijl de verslavende werking van het product systematisch werd gebagatelliseerd. Pas onder toenemende juridische en politieke druk kwam er enige vorm van regulering.
De vraag is of we nu daadwerkelijk een kantelpunt zien, of opnieuw hetzelfde patroon volgen. Dit mechanisme is niet nieuw, sectoren zoals gokken, tabak, alcohol en prostitutie laten al decennia dezelfde dynamiek zien: aantoonbare schade wordt geaccepteerd zolang het verdienmodel intact blijft en kan worden verpakt als “persoonlijke vrijheid”.
De verantwoordelijkheid verschuift daarbij consequent naar het individu, de gokker, de roker en de gebruiker, terwijl de industrieën die deze afhankelijkheid creëren en exploiteren grotendeels buiten schot blijven. Deze industrieën opereren niet in een vacuüm, maar binnen een systeem waarin winst leidend is en “vrijheid” fungeert als rechtvaardiging, ook wanneer dat ten koste gaat van welzijn.
Sociale media passen naadloos in dit patroon. Het verschil is alleen de schaal en de snelheid waarmee de schade zich ontwikkelt.
Islamitisch beleid omtrent schadelijke industrieën
De roep om regulering van sociale media wordt steeds luider, maar wat hier zichtbaar wordt is geen incident. Het is een logisch gevolg van het systeem zelf. In het kapitalistische model wordt schade pas een probleem wanneer deze zichtbaar en politiek onhoudbaar wordt, waarna het model probeert deze te reguleren. Tot die tijd geldt: als het legaal is en geld oplevert, mag het bestaan. “Vrijheid” fungeert hier niet als bescherming van de mens, maar als rechtvaardiging om schade te tolereren.
Precies daar botst dit fundamenteel met de islamitische benadering. Binnen de islam is de mens het uitgangspunt, niet de markt. Vrijheid is geen absoluut recht, maar zaken worden begrensd zodra het leidt tot aantoonbare schade. Dat geldt niet alleen voor individueel gedrag, maar ook voor de organisaties die dat gedrag sturen.
Het individu wordt aangespoord tot zelfbeheersing en het vermijden van verslaving. Maar de verantwoordelijkheid stopt daar niet, het systeem zelf wordt ingericht om schade te voorkomen in plaats van te faciliteren.
Dat is geen abstract ideaal, maar een concreet principe dat doorwerkt in wetgeving en economie:
• wat aantoonbaar schadelijk is, wordt niet alleen ontmoedigd maar actief beperkt
• niet alleen consumptie, maar ook productie en distributie worden beoordeeld en gereguleerd
• industrieën die winst maken op menselijke zwakte worden niet geaccepteerd, maar tegengegaan
Zo zien we dat binnen de Islam bijvoorbeeld niet alleen consumptie van alcohol verboden is, maar ook de hele industrie eromheen. Want als iets de mens schaadt, wordt niet alleen de gebruiker aangesproken, maar wordt ook de industrie die die schade mogelijk maakt aangepakt.
Toegepast op vandaag de dag betekent dat een industrie die gebouwd is op het maximaliseren van afhankelijkheid, geen ruimte zou krijgen om zich op deze manier te ontwikkelen.
Waar het kapitalistische model structureel achteraf probeert te corrigeren, na schade, na verslaving en na maatschappelijke druk, wordt met de islamitische benadering vooraf ingegrepen. Niet door symptomen te bestrijden, maar door de oorzaak weg te nemen.
En daar ligt het fundamentele verschil. Niet enkel hoe er wordt omgegaan met verslaving wanneer die er al is, maar of het systeem überhaupt toelaat dat verslaving een verdienmodel kan zijn.

