Een plek waar moslims vanuit verschillende windstreken bijeenkomen. Een plek waar de Da’awa van de Profeet صلى الله عليه وسلم (en zijn metgezellen) begon. Een plek waar de dominante opvattingen van Qoeraisj werden uitgedaagd. Een plek waar Abdullah ibn Mas’oed رضي الله عنه openlijk de Koran reciteerde, in een tijd waarin islam werd gecriminaliseerd.
Een plek waar de Khazradj naartoe kwam en waar de eerste Bay’a van Al-‘Aqabah werd afgelegd. Een cruciaal moment in de islamitische geschiedenis en de verspreiding van de boodschap. Een plek waar Hadjar عليها السلام zich tevreden stemde met de voorbeschikking en uiteindelijk werd voorzien van Zamzam. Een les in Tawakkoel en de link tussen Taqwah en Rizq.
Een plek waar Malcolm X besefte hoe oppervlakkig racisme is en naar aanleiding hiervan een brief schreef. Een plek waar we worden herinnerd aan de potentie van de oemma om zich te verenigen op basis van islam en zich te ontdoen van nationalisme en kunstmatige landsgrenzen. Een plek waar men samenkomt om aan een verplichting te voldoen en dit leert ons dat wanneer men gefocust is om gezamenlijk voor een verplichting te werken, men in staat is om samen te komen.
Een plek waarbij de essentie van islam (Tawhied en onderwerping) centraal staat bij de rituelen en wordt verwoord middels de Talbiya (Labbaik Allahoemma labbaik) en d.m.v. het verhaal van Ibrahim عليه السلام en zijn zoon Ismail عليه السلام. Dit is vooral van belang in een tijd waarin persoonlijke vrijheid als levensmotto wordt gepresenteerd.
Een plek die ons leert dat islam een Dien is van het collectief en geen individuele aangelegenheid. De afscheidspreek leert ons dat islam ook een politieke dimensie bevat en geeft ons te kennen dat islam ook antwoorden heeft wanneer het gaat om het ordenen van de samenleving.
De dag van ‘Arafah, waarop het vers inzake de vervolmaking van de Dien werd geopenbaard, leert ons dat er geen ruimte bestaat voor het hervormen van islam.
Kortom, Hadj bevestigt dat islam een alomvattende Dien is (die zowel de relatie van de mens met zichzelf, zijn medemens en zijn Schepper behelst) en dat ons leven in dienst moet staan van het dienen van Allah.
9:51

