In aanloop naar het WK laaide de discussie weer op rondom voetballers die ervoor kiezen om voor het land van herkomst uit te komen en niet voor het Nederlands elftal. Zij zouden ondankbaar zijn omdat ze hun opleiding grotendeels in Nederland hebben genoten en niet zelden verschillende Nederlandse jeugdelftallen hebben vertegenwoordigd.
Deze kwestie gaat niet slechts om de keuze voor een nationaal elftal maar raakt de kern van een veel dieper ideologisch conflict.
Het is een klassiek mechanisme waarbij de dominante macht materiële gunsten uit het verleden misbruikt om absolute ideologische loyaliteit en zwijgzaamheid af te dwingen. Het zijn niet slechts de populistische uitingen van Johan Derksen maar Fir’awn (farao) deed hetzelfde om Moesa عليه السلام monddood te maken en absolute loyaliteit af te dwingen.
De keuze van voetballers wordt gezien als ondankbaarheid. Zij zouden een morele plicht hebben richting Nederland. Hiermee wordt een fundamentele kwestie zoals identiteit en loyaliteit gereduceerd tot een transactonale deal die niet verder reikt dan geografie. Voor de moslim geldt dat zijn loyaliteit niet bepaald wordt door kunstmatige landsgrenzen en opgeworpen natiestaten. Zijn loyaliteit is aan Allah, de Profeet صلى الله عليه وسلم en de gelovigen (oemma).
Het dankbaarheidsargument dat Fir’awn opwierp:”Hebben wij jou niet als kind onder ons opgevoed?”
Moesa عليه السلام weigerde de materiële opvoeding als losgeld te accepteren voor zijn principes en de loyaliteit aan zijn volk. Eisen van een persoon dat hij zijn identiteit vormgeeft op basis van de infrastructuur die de staat waarin hij is opgegroeid, heeft gefaciliteerd, is een vorm van totalitarisme. Bovendien heeft de belastingbetalende burger die besluit voor zijn land van herkomst uit te komen, gewoon recht op deze voorzieningen.
Spelers als Noussair Mazraoui zijn in Nederland geboren. Hun ouders hebben jarenlang belasting betaald en bijgedragen aan de economie. Hun grootvaders hebben tevens bijgedragen aan de wederopbouw van Nederland. De faciliteiten en opleidingen waar de voetballers gebruik van hebben gemaakt, zijn geen cadeautjes van de Nederlandse staat waar levenslange ideologische loyaliteit tegenover moet staan. Het zijn publieke voorzieningen die zijn gefinancierd door de gemeenschap waar zij onderdeel van uitmaken. Bovendien laat het zien dat deze spelers nog steeds als ‘gasten’ worden gezien die de gastheer dienen te bedanken (ondanks dat ze hier zijn geboren en getogen).
De relatie tussen een voetbalacademie of de KNVB en een talentvolle voetballer is puur transactioneel.
Zolang een speler in de jeugdselecties speelt, profiteert de Nederlandse sportinfrastructuur van zijn talent, zijn arbeid en zijn marktwaarde. Op het moment dat de speler de volwassen leeftijd bereikt, heeft hij het volste recht om zijn professionele en persoonlijke toekomst zelf te bepalen. De claim op zijn “loyaliteit” is een vorm van post-koloniaal eigenaarschap: de staat beschouwt het talent van het ‘migrantenkind’ als overheidseigendom.
De reden dat deze discussie juist bij voetbal wordt aangezwengeld, is omdat voetbal de mislukking van het assimilatieproces blootlegt. Het integratiediscours stelt dat wie de taal spreekt en meedoet, erbij hoort. Maar de casus van deze voetballers toont aan dat de lat telkens verlegd wordt. Er wordt gesproken van verinnerlijken (van westerse waarden) en loslaten (van islamitische waarden). Ondanks dat deze voetballers de Nederlandse taal beheersen en succesvol zijn in hun professie.
De verontwaardiging van analisten als Johan Derksen, verraadt een diepe frustratie. Het feit dat de westerse cultuur, ondanks de pracht en praal, er niet in slaagt om de harten van moslimjongeren te winnen. Men beseft dat de spirituele aantrekkingskracht van de islamitische identiteit sterker aanwezig is. Het is niet per se een afwijzing van Nederland, maar een omarming van de eigen identiteit op basis van overtuiging en het algehele verharde politieke klimaat (onomwonden anti-islambeleid) zorgt ervoor dat jongeren van Marokkaanse komaf zich steeds meer als moslim identificeren.
Dit wordt geproblematiseerd maar bij succes wil men het Nederlanderschap van dezelfde personen claimen. Identiteit is echter niet te koop met een opleidingsvergoeding. Het feit dat hun keuze niet wordt gerespecteerd en zelfs door politici wordt gesproken van een etnisch monopolie op overlast en binnen het politiekorps beledigende termen als NATOS worden gebezigd, laat zien wie daadwerkelijk onverdraagzaam is en moeite heeft om samen te leven.

