De paniek van 2008

Het nieuws op 15 september 2008 dat de grote Amerikaanse investeringsbank Lehman Brothers faillissement had aangevraagd kwam voor de meeste insiders in financiële wereld niet als een echte verrasing. Tijdens het tweede kwartaal van 2008 had de bank namelijk een verlies van $2,8 miljard gerapporteerd en aangekondigd dat het over het derde kwartaal van dat jaar meest waarschijnlijk nog een verlies van $3,9 miljard zou leiden.1

Wat de financiële wereld wel versteld deed staan, echter, was de invloed die het faillissement Lehman Brothers had op de financiële industrie wereldwijd. Banken en verzekeringsinstellingen in al de landen van de westerse wereld kwamen door het omvallen van Lehman Brothers zozeer in de problemen dat het er even op leek dat gans de wereldeconomie in zou storten. Terugkijkend op dat moment zei de Amerikaanse Treasury Secretary, oftewel minister van financiën, Hank Paulson, dat de wereld aan een “ramp” was ontsnapt.2  Zijn toenmalige collega in Groot-Brittannië, Chancellor of the Exchequer Alistair Darling, uitte eenzelfde sentiment: “We stonden aan de rand van een complete ineenstorting van het wereldwijde financiële systeem.”3

Uit het faillissement van Lehman Brothers resulteerde daarom de grootste interventie in de kapitalistische economie ooit. Sommige van ’s werelds grootste banken en verzekeringsinstellingen werden genationaliseerd terwijl anderen triljarden dollars aan staatssteun werd gegeven.4

Fundamentele oorzaken voor de crisis

Expliciet Magazine wijdde haar eerste uitgave van 2009 (jaargang 9, nummer 36) aan deze financiële crisis, de kredietcrisis, waaruit al snel een wereldwijde economische crisis resulteerde. Hierin argumenteerden wij dat de crisis twee kernoorzaken kende. Ten eerste, het fundament van schuld waarop de kapitalistische economie gebouwd is. En ten tweede de neiging van de kapitalistische economie om rijkdom te concentreren in de handen van een kleine elite.5   Anno 2015 wordt deze visie onder economen breed gedragen.

Atif Mian (links) en Amir Sufi (rechts)

De economen Atif Mian en Amir Sufi van de Universiteit van Chicago publiceerden in 2014 het boek “House of Debt” waarin zij eveneens argumenteerden dat de kredietcrisis net zoals de Grote Depressie van 1929 uit schuld was geresulteerd. In beide gevallen waren mensen en bedrijven zoveel schulden aangegaan dat zij dezen niet meer terug konden betalen, waardoor het financiële systeem in de problemen kwam.6  In de Financial Times beschreef Laurence Summers, de Amerikaanse Treasury Secretary van 1999 tot 2001, “House of Debt” als “waarschijnlijk het meest belangrijke economie boek van 2014”.7

“House of Debt” werd ook genomineerd voor Zakenboek van het Jaar in een verkiezing georganiseerd door de Financial Times en het consultancybedrijf McKinsey. Het verloor deze verkiezing echter van het boek “Capital in the 21st Century” van de Franse econoom Thomas Pikketty.8  Uitgerekend een boek dat zich bezig houdt met de concentratie van rijkdom in kapitalisme en dat stelt dat kapitalisme concentratie van rijkdom en dus inkomensongelijkheid veroorzaakt. Pikketty beargumenteerde zijn stelling op zo indrukwekkende wijze dat deze wereldwijd tot debat leidde en hem transformeerde van een obscure econoom tot een publieke persoon met popster-status.9 Verschillende economen hebben de brug gebouwd tussen schuld en inkomensongelijkheid.

Thomas Pikketty

De economen Barry Z. Cynamon en Steven M. Fazzari hebben in onderzoek voor de Amerikaanse centrale bank de Federal Reserve statistisch aangetoond dat de uitgaven van de Amerikanen die niet tot de 5% van rijkste Amerikanen behoren vanaf 1980 tot en met 2006 sneller zijn gestegen dan hun inkomen. De inkomens van deze bevolking steeg tijdens genoemde periode alsmaar langzamer terwijl hun uitgaven met constante trend bleven groeien. Dit, een klein beetje meer verdienen maar veel meer uitgeven, kan alleen door extra te lenen. De data bewijzen derhalve, zo zeggen van Cynamon en Fazzari, dat de vermindering van de groei van de inkomens van de Amerikanen die niet tot de 5% van rijkste Amerikanen behoren de oorzaak was voor de schuldgroei van 1980 tot en met 2006 waaruit in 2008 de Financiële Crisis resulteerde.10

Het Amerikaanse Economic Policy Institute heeft vervolgens data van Thomas Pikketty en Emmanuel Saez gebruikt om duidelijk te maken waarom de inkomens van de Amerikanen die niet tot de 5% van rijkste Amerikanen behoren tussen 1980 en 2006 alsmaar minder snel waren gestegen. Dit was niet omdat het totale inkomen in Amerika alsmaar minder snel was gestegen maar omdat het inkomen van de rijkste 5% van de Amerikanen alsmaar sneller was gestegen (vooral het inkomen van de rijkste 1%).11  Een toename in de inkomensongelijkheid in Amerika was dus de fundamentele oorzaak voor de Financiële Crisis van 2008. Door toenemende inkomensongelijkheid hebben de niet-rijken alsmaar meer geleend om hun consumptie toch te kunnen laten stijgen, totdat in 2008 de schuldenlast ondraaglijk werd en het systeem ineen stortte.

De economen Michael Kumhof en Romain Ranciere kwamen na een onderzoek voor het Internationaal Monetair Fonds (IMF) tot dezelfde conclusie, maar niet enkel betreffende de Financiële Crisis van 2008 maar ook betreffende de Grote Depressie van 1929. Beide crises waren voorafgegaan aan toenemende inkomensongelijkheid en tot toenemende schuld voor de niet-rijken in de samenleving.12

De huidige situatie

Inkomensongelijkheid is zo op de agenda van economen en politici gekomen, na decennia lang door hen genegeerd te zijn geweest. President Obama maakte van de concentratie van rijkdom en inkomensongelijkheid zelfs een thema maakte in zijn jaarlijkse toespraak tot het Amerikaanse Congres, de State of the Union: “Ongelijkheid is dieper geworteld. Opwaartse mobiliteit is vastgelopen. Het kille feit is dat zelfs ten tijde van de (economische) wederopleving, te veel Amerikanen (…) werken om te overleven – laat staan vooruit te komen.”13  In Europa startte de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) onderzoeken naar de invloed van inkomensongelijkheid. Het publiceerde de uitkomsten van deze onderzoeken als waarschuwingen voor de overheden van de Europese landen: een toename van inkomensongelijkheid zal economische groei hinderen.14  Het mantra van de kapitalistische economie “het maakt niet uit wie de rijkdom heeft, als er maar rijkdom is”15  lijkt dus verworpen.

Maar nu dat schuld en inkomensongelijkheid (eindelijk) gezien worden als economische problemen is de vraag, hoeveel is hieraan gedaan sinds 2008?

In het Geneefse Rapport Betreffende de Wereldeconomie nummer 16 van het Internationale Centrum voor Monetaire en Bancaire Studies (ICMB)

tonen de economen Luigi Buttiglione, Philip R. Lane, Lucrezia Reichlin en Vincent Reinhart aan dat de wereldwijde schuldberg sinds de Financiële Crisis enkel toegenomen is.16

Volgens de onderzoeker is in Amerika de totale schuldenlast, als percentage van de waarde van de economie, licht afgenomen sinds 2008. De staatschuld en de schuld van de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, zijn daarentegen sterk gestegen maar de schuldenlast van bedrijven (inclusief de financiële sector) en consumenten is meer afgenomen.

In Europa, daarentegen, lag de schuldenlast als percentage van de waarde van de economie in 2013 substantieel hoger dan in 2008. De belangrijkste reden hiervoor is dat in Europa de schuldlast van de financiële sector en consumenten in Europa grotendeels gelijk is gebleven sinds 2008, terwijl deze in Amerika juist gedaald is. Hiertegenover staat dan weer dat de schuldenlast van de overheden in Europa en de Europese Centrale Bank veel minder sterk gestegen is dan die van hun evenknieën in Amerika omdat de Europese overheden sinds 2008 vooral bezuinigd hebben terwijl de Amerika overheid juist meer uitgegeven heeft om de economie aan te wakkeren.

Voor wat betreft inkomensongelijkheid hebben de economen Thomas Pikketty en Emmanuel Saez de periode sinds de Financiële Crisis van 2008 bestudeert en opgemerkt dat tussen 2009 en 2012 85% van de inkomensgroei naar de rijkste 1% van de Amerikanen is gegaan. Over deze periode steeg het inkomen van de armste 99% van de Amerikanen met 0.4% terwijl het inkomen van de rijkste 1% Amerikanen met 31.4% steeg. De betekenis hiervan is dat tijdens de wereldwijde economische crisis de inkomensongelijkheid in Amerika verder is gegroeid – de rijken zijn absoluut en relatief rijker geworden.

De wereldwijde schuldenlast steeg van 162% van de waarde van de wereldwijde economie (het wereldwijde Bruto Binnenlands Product) in 2001, tot 180% in 2008 aan de vooravond van de Financiële Crisis. Sindsdien is deze schuldenlast verder gestegen tot 213% van de waarde van wereldwijde economie in 2013. Bron: Geneefse Rapport Betreffende de Wereldeconomie nummer 16

Niet alleen in Amerika, echter. De Zwitserse bank Credit Suisse publiceert al geruime tijd ieder jaar een Global Wealth rapport   en OXFAM heeft uit deze rapporten geconcludeerd dat alsmaar meer van de rijkdom van de wereld in handen komt van een alsmaar kleinere groep mensen. De rijkste 1% van mensen op aarde bezit op dit moment 48.0 % van alle rijkdom. Ter vergelijking, de armste 80% van de wereldbevolking bezit 5.5% van alle rijkdom. Volgens OXFAM zijn het vooral de aller-, allerrijksten in wiens handen de rijkdom zich concentreert. Tussen 2010 en 2014 is de rijkdom van de 80 rijkste mensen ter wereld met $600 miljard gestegen terwijl de rijkdom van de armste 50% op aarde met omstreeks $850 miljard is gedaald. De 80 rijkste mensen ter wereld bezitten nu evenveel als de armste 50% op aarde. Oftewel, de rijkste 80 mensen bezitten evenveel als de armste 3,5 miljard mensen.

1“Rohingya: The Forgotten People of Our Time”, Dr. Habib Siddiqui, www.theamericanmuslim.org/tam.php/features/articles/a_long_history_of_injustice_ignored_rohningya_the_forgotten_people_of_our_t/

1 http://en.wikipedia.org/wiki/Lehman_Brothers

2 “Hank Paulson: This Is What It Was Like to Face the Financial Crisis”, Bloomberg, 12 september 2013, www. bloomberg.com/bw/articles/2013-09-12/hank-paulsonthis-is-what-it-was-like-to-face-the-financial-crisis

3 Lehman Brothers collapse, five years on”, The Guardian, September 2013, www.theguardian.com/business/2013/ sep/13/lehman-brothers-collapse-five-years-later-shiver-spine

4 Voor een overzicht van de staatssteun in de Europese Unie, zie http://ec.europa.eu/competition/state_aid/ scoreboard/financial_economic_crisis_aid_en.html; voor wat betreft Amerika, meer over de steun door de Amerikaanse centrale overheid is hier http://money.cnn.com/ news/storysupplement/economy/bailouttracker/index. html en meer over de steun door de Amerikaanse centrale bank is hier www.levyinstitute.org/pubs/wp_698.pdf

5 Onze visie was en is dat de kapitalistische economie mechanismen bevat die er voor zorgen dat de schuldberg voortdurend toeneemt, en dat deze groei van de schuldberg uiteindelijk tot economische crisis leidt. Volgens ons is één van de oorzaken voor de voortdurende schuldgroei in kapitalisme de neiging van kapitalisme om rijkdom te concentreren in de handen van een economische elite, omdat hierdoor de overige mensen in de samenleving hun toevlucht moeten nemen tot leningen om hun levensstijl te kunnen continueren of uit te breiden. Andere oorzaken hiervoor zijn volgens ons het monetair systeem van kapitalisme en de financiële markten. Zie: www.expliciet.nl/ content/category/5/166/73/

6 “House of Debt”, Atif Mian en Amir Sufi, University of Chicago Press, 2014, http://press.uchicago.edu/ucp/ books/book/chicago/H/bo17241623.html

7 “Lawrence Summers on ‘House of Debt’ “, Financial

Times, juni 2014, www.ft.com/cms/s/2/3ec604c0-ec9611e3-8963-00144feabdc0.html#axzz349WChQgR

8 “Pikketty’s ‘Capital’ named Business Book of the Year”, Business Insider, November 2014, www.businessinsider. com/pikettys-capital-named-business-book-of-the-year-2014-11

9 “Lessons from a rock star economist”, Financial Times, april 2014, www.ft.com/cms/s/2/0421d04e-cb42-11e3ba95-00144feabdc0.html#axzz3V0tPHIqm

10 “Inequality, the Great Recession, and Slow Recovery”, Barry Z. Cynamon en Steven M. Fazzari, 2014, http://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=2205524

11 “Snapshot: Incomes rising fastest at the top”, Economic Policy Institute, www.epi.org/blog/snapshot-incomegains-top-bottom/

12 “Inequality, Leverage, Crisis”, Michael Kumhof en Romain Ranciere, 2010, www.imf.org/external/pubs/cat/ longres.cfm?sk=24378.0

13 “17 things we learned about income inequality in 2014”, The Atlantic, december 2014, www.theatlantic.com/business/archive/2014/12/17-things-we-learned-about-income-inequality-in-2014/383917/

14 “Trends in Income Inequality and its Impact on Economic Growth”, Frederico Cingano, OESO Working Paper, 2014, www.oecd.org/els/soc/trends-in-income-inequality-and-its-impact-on-economic-growth-SEM-WP163. pdf en “Focus on Inequality and Growth”, OESO, december 2014, www.oecd.org/els/soc/Focus-Inequality-and-Growth-2014.pdf

15 “Income Distribution Theory”, Martin Bronfenbrenner, Aldine-Atherton, 2009

16 “Deleveraging? What Deleveraging?”, Luigi Buttiglione, Philip R. Lane, Lucrezia Reichlin en Vincent Reinhart, Geneva Reports on the World Economy number 16, International Center for Monetairy and Banking Studies, www. icmb.ch/ICMB/Home_files/Geneva16.pdf

17 “Striking it Richer: The Evolution of Top Incomes in the United States”,Thomas Pikketty en Emmanuel Saez, 2013,  http://eml.berkeley.edu/~saez/saez-UStopincomes-2012.pdf; zie ook “Fed: Gap Between Rich, Poor Americans Widened During Recovery”, The Wall Street Journal, www.wsj.com/articles/fed-gap-between-rich-poor-americans-widened-during-recovery-1409853628

18 Voor het Global Wealth Report 2014 van Credit Suisse, zie hier https://publications.credit-suisse.com/tasks/ render/file/?fileID=60931FDE-A2D2-F568-B041B58C5EA591A4

19 “Wealth: Having It Al land Wanting More”, OXFAM, januari 2015, www.oxfam.org/en/research/wealth-having-itall-and-wanting-more

Comments

comments

DELEN