Al kort nadat de Boodschapper (saw) Islam had gevestigd in het Arabisch schiereiland bereikte het China. Chinese (moslim)bronnen spreken zelfs over het 8e jaar Hidjri (630), waarbij de metgezellen Sa’a bin Abi Waqqaas (ra), Thaabit bin Qays (ra) en Oewajs (ra) door de Boodschapper (saw) werden gestuurd om Islam te verkondigen op uitnodiging van de Chinezen. De officiële Chinese  geschiedschrijving uit die tijd spreekt over het jaar 651 (29 Hidjri), waarin een delegatie onder leiding van Sa’d bin Abi Waqqaas (ra) door de Khalifah Oetman (ra) naar de hoofdstad van China werd gestuurd.

In de geschiedschrijving van de moslims wordt het jaar 92 Hidjri (711) genoemd voor het eerste contact, en wel door de commandant (en later gouverneur) Qoetayba bin Moeslim, die door de Khaliefah van de Oemajjaden werd gestuurd om vanuit hedendaags Iran gebieden als Afghanistan, Turkmenistan, Tadzjikistan en Oezbekistan te openen. Zowel moslim als Chinese geschiedschrijving vermeld dat toen de moslims China naderden hen werd gevraagd om gezanten te sturen, de Chinezen wilden zich hetzelfde lot als de (net door de moslims verslagen) Perzen besparen. Vermeld wordt dat Qoetaiba de stad Kashgar[1] bereikte, maar na een overeenkomst met de Chinezen het nog niet toevoegde aan het domein van de Islamitische Staat. Onder de Khalifah Sulayman ibn Abd al-Malik werd nogmaals een veldslag gestreden, ditmaal om Aksu, echter deze werd verloren in 715.

Khalifah As Safaah probeerde in 751 opnieuw het gebied voor Islam te openen, ditmaal volgde een slag bij de Talas rivier. Doel hierbij was heerschappij over de Syr Darya regio. De slag werd gewonnen, voor een groot deel doordat de Karluk Turken overliepen van de Chinezen naar de Moslims. Deze Karluk stam zou vervolgens onder Khalifah Al Mahdi (775-785) moslim worden.  Door de Chinezen hier te verslaan werd hun uitbreiding naar het westen gestopt en ze zouden niet opnieuw de moslims durven aanvallen, ook al werd hen dit gevraagd en waren ze aan de top van hun kracht.

De moslims en Chinezen raakten nog in conflict omtrent de heerschappij net buiten China (Fergana), waarbij de Chinezen probeerden een vazal daar te laten regeren. De moslims lukte het dit uiteindelijk te voorkomen en de banden herstelden zich, zoals ook bij contacten van de bekende Khalifah Haaroen Ar Rasjied met de Chinezen duidelijk werd. Grote stukken van Oost-China, waaronder Tarim Basin, kwamen pas begin van de 11e  eeuw ferm onder moslim heerschappij toen de Turkse Kara Khaniden (waaronder de Karluk) de Islam omarmden en het gebied in handen kregen.

Ondertussen waren er in het centrale en oostelijke deel van China massamoorden waarbij veel moslims omkwamen in de 8e en 9e eeuw, waaronder in Canton waar in de 8e eeuw maarliefst 200.000 moslims woonden.

In de Song dynastie speelden de moslims wederom een rol van belang; zo werd de buitenlandse handel door hen gedomineerd en het werk van Ibn Sinan in de Chinese geneeskunde opgenomen.

De mongolen welke de moslimlanden in het begin van de 13e eeuw binnenvielen vielen ook China aan, hiermee kwam de  (Mongoolse) Yuan Dynastie in China. Toen deze China eenmaal onder controle hadden werden moslims op vele plaatsen in het land belangrijke verantwoordelijkheden toevertrouwd. Bijvoorbeeld de Yunnan regio (centraal-zuid) kreeg hiermee een flinke impuls van Islam, maar ook de economie, het onderwijs en algemene welvaart sprong vooruit. Daarnaast waren moslims belangrijk door heel China op het vlak van bestuur, economie, defensie, gezondheidszorg, wetenschap en techniek. Hiervoor werd moslims eveneens gevraagd om vanuit de Islamitische Staat naar China te komen vanwege hun vergevorderde kennis en kunde. Handel was verder een reden voor veel interactie met de Islamitische Staat, waardoor kustgebieden zoals Canton relatief veel moslims kenden. Gedurende deze tijd was onderdrukking helaas alsnog aanwezig, vanaf de oprichter Kublai Khan die de moslims verbood halal vlees te slachten of te besnijden.

Al met al leidde dit ertoe dat er in de 14e eeuw zo’n 4 miljoen moslims in China waren op een totaal van naar schatting 80 miljoen. In deze eeuw kwam er ook een eind aan de Yuan dynastie en kwam de Ming dynastie aan de macht. De oprichter hiervan, Keizer Hong Wu, deed enerzijds voorkomen Islam en de moslims dusdanig te eerbiedigen dat hij een gedicht met lofprijzingen over Islam en Profeet Mohammed (saw) schreef en liet door het hele land vele moskeeën bouwen. Tegelijkertijd probeerde hij echter de Moslims wel verder te integreren door hen in plaats van Arabisch onderling Chinees te laten spreken, en zelfs hun namen hieraan aan te passen. Ook klederdracht moest Chinees worden en er werd zelfs afgedwongen dat Moslimmannen en -vrouwen met (niet-moslim) Han Chinezen zouden trouwen. Admiraal Dzjeng (Moehammad) He is een bekend avonturier uit die tijd en tot op de dag van vandaag een van de grootste Chinese helden. In zijn zeetochten door het midden Oosten en het verre Oosten liet hij vele moskeeën bouwen.

In de westelijke gebieden als Tarim Basin gebeurde tijdens de Ming dynastie iets opvallends. Deze gebieden vielen niet onder het Yuan China van Kublai of daarna de Ming, maar onder een ander vierde deel van oorspronkelijke rijk van Cengiz Khan; het Chagatai Khanaat. De leider hiervan, Toeghloegh, bekeerde zich net als eerdere andere Mongoolse leiders tot de Islam. Al hadden de Mongolen ook hier de moslims verslagen, uiteindelijk viel door de kracht van Islam ook deze regio wederom onder moslimleiderschap. Op dezelfde dag bekeerden zich nog eens 160.000 mensen en islamitische leercentra werden gevestigd. Niet veel later zouden ook de laatste Oeigoeren moslim geworden zijn. Latere Chagatai leiders openden verdere regio’s als Qocho, Khitay en Khotan voor Islam.

In de 17e eeuw viel de Qing dynastie de Ming dynastie aan voor de macht in China. Moslims in verschillende regio’s kwamen in opstand, zelfs meerdere malen, aannemelijk is dat dit was om nu weer zelf te kunnen regeren zonder Chinese overheersing. De Qing-keizers waren van de Mantsjoe stam en daarmee een minderheid was in China. Zij gebruikten daarom een verdeel- en heerstactiek,  ze zetten ze de Han Chinezen, Tsang Chinezen (Tibetanen), Meng Chinezen (Mongolen) en Hui Chinezen (moslims) tegen elkaar op zodat ze zich niet zouden verzetten tegen de Mantsjoe heersers. Ze gingen nog verder en probeerden de moslims tegen elkaar op te zetten voor eigen gewin door in te spelen op verschillen in etniciteit of stroming binnen Islam. Tegelijkertijd verboden ze het ritueel slachten, het bouwen van moskeeën en het verrichten van de Hadj.

Halverwege de 17e eeuw veroverde China Oost Turkestan (Xinjiang) op de moslims en organiseerde een massamoord waarbij naar schatting 60% van de totale bevolking werd vermoord. Vervolgens werden vele Han Chinezen naar het gebied gestuurd en moslims tweede klas burgers gemaakt. De moslims accepteerden dit niet en zouden in de 19e eeuw de macht terug in handen nemen onder leiderschap van Mohammed Jaqoeb Beg bin Mohammed Latief. Deze leider gaf aan ten dienste te staan van de Ottomaanse Khalifah in Istanboel en werd aldus een van diens amiers (leiders) onder de Khalifah. Naar bekend gebruik onder moslimleiders liet hij de vrijdagpreek in naam van de Khalifah uitvoeren en de munten in zijn naam drukken. Hij deed zijn best om de Islamitische wetgeving wederom het gebied te laten verlichten, nadat de Chinese overheersing een zware stempel op de moslims in het gebied had gedrukt. Khalifah ‘Abdoel Aziez  bevoorraadde hem met wapens, kanonnen en munitie en stuurde legerofficieren om Jacoeb te helpen zijn leger te organiseren en trainen. Hij stuurde ook een boodschapper naar de Khalifah met de boodschap dat hij, Jaqoeb Beg, zwoer gehoorzaam te zullen zijn aan de Khalifah en tot het einde van zijn leven de orders van de Khalifah zou opvolgen, en dat hij hoopte dat de moslims van Centraal-Azië spoedig terug verenigd zouden zijn met de rest van de moslims in de Islamitische Staat.

De onderdrukking in de overige Chinese gebieden had ook tot grootschalige moslim-opstanden geleid, waarop de Qing de provincie Yunnan etnisch probeerden te zuiveren. Tussen 1854 en 1856 werden tientallen Hui dorpen aangevallen en omstreeks 8.000 moslims vermoord; mannen, vrouwen en kinderen.  De verschrikkelijkheden hiervan dwong de moslims tot een reactie, ze probeerden het gebied van de tirannieke leiders te ontdoen. Dit gebeurde onder leiding van Soeltaan Soelayman bin ‘Abdoerrahman (Du Wenxiu), zoon van een bekeerde Han Chinees. Gezien het niet gericht was op de (Han) bevolking, maar op de onderdrukking sloten ook vele niet-moslims zich hierbij aan. Lange tijd wisten ze stand te houden, mede door opstanden elders in China, echter na de dood van Soeltan Soelayman werden ze verslagen en werden een miljoen moslims ontheemd. Dit gebied wat sinds eeuwen door de moslims werd bewoond veranderde compleet. Een zelfde lot stond Shaanxi en Gansu te wachten, waar de moslims ook tegen onderdrukking waren opgestaan. Toen het leger ze ook hier genadeloos aanviel verdedigden ze zich en duurde het 8 jaar voor ze waren verslagen. Met het gevolg dat de moslims er bijna volledig verdwenen zijn. Hierna trokken de Qing soldaten op naar Oost-Turkestan, gesteund door de Russen. De hoofdstad Oeroemqi werd ingenomen en voor de echte strijd kon beginnen overleed Jaqoeb Beg en viel de staat van de moslims in het gebied in elkaar.

Kort daarna aan het begin van de 20e eeuw probeerde Khalifah ‘Abdoel Hamied II de banden tussen de Islamitische Staat en de moslims in China aan te halen. Zijn gezant Enver Pasja werd enthousiast ontvangen door de lokale moslims en de Islamitische Staat betaalde voor de vestiging van de Hamidiya Universiteit in Beijing en stuurde in het geheim geleerden. Dit bracht een sterke verbetering in het denken van de moslims en zij begonnen zichzelf meer te zien als “moslims in China” dan als “Chinese moslims”.

Nadat de communisten de Qing dynastie hadden laten vallen en China stevig onder hun controle hadden gebracht ging de onderdrukking verder. Meer dan een miljoen moslims zijn vermoord in 1949 toen Moa Zedong de macht nam en de Oost Turkestan annexeerde bij China. Moskeeën werden verboden en vernietigd (van 25.000 tot maar 500 teruggebracht), Hadj werd verboden, etc. De afgelopen jaren neemt de onderdrukking excessief toe; gedwongen huwelijken, gedwongen verbreken van het vasten, verbieden van het gebed, afknippen van kleding (bij vrouwen), concentratiekampen, etc. Dit speelt vooral voor de minstens 10 miljoen Oeigoeren, maar er zijn veel moslims in China welke ook de onderdrukking voelen. Zo zijn er nog zo’n 10 miljoen Hui moslims verdeeld over China, Salar moslims centraal, en verder nog Dongxiang, Bo’an, Kazach, Kirghiz, Tibetaanse, Vietnamese en Bai moslims. Al deze moslims in China en velen daarbuiten lijden onder een ongekende onderdrukking door de tirannieke regimes die Islam willen tegenhouden.

 

[1] Kashgar ligt in het Tarim Basin (Altishahr) wat samen met Dzungaria  het gebied vormt wat tegenwoordig Xingjang genoemd wordt en de thuisplaats van de Oeigoeren is geworden.

Comments

comments

DELEN