إن الجماعة حبل الله فاعتصموا             بعروته الوثقى لمن دانا

كم يدفع الله بالسلطان مظلمة                في ديننا رحمة منه و دنيانا

لو لا الخليفة لم تأمن لنا سبل               و كان أضعفنا نهبا لأقوانا

 

Voorwaar de djamaa´a is het touw van Allah dus houdt vast,
aan zijn stevige grip voor wie praktiseert

Hoe vaak verwijdert Allah onrecht met de soeltaan,
in onze dien als een genade van Hem en in onze doenja

Zonder de Khaliefa waren onze wegen niet veilig,
en waren onze zwakkeren een bron van plundering voor onze sterkeren

(Ibn oel Moebaarak [o. 181 NH], Hiljaat al ‘Awliyaa’, 8:164)

 

Introductie

Dit is een verzameling van klassieke geleerden die spreken over de Khilafah. Het is in geen geval een vermoeiend lange lijst maar een selectie van commentaar van geleerden die de verplichting en het belang van de Khilafah onderstreept. Voor elk citaat is een referentie egeven en ook is de oorspronkelijke Arabische tekst weergegeven.

Deze verzameling toont aan hoe de grootste denkers van deze oemma, de besten van haar geleerden, de Khilafah als een absoluut vitale zaak beschouwden. Een aantal van hen refereerden aan de Khilafah als zijnde: “onderdeel van de noodzakelijkheden van de sjari’a welke simpelweg niet kan worden verlaten” (Al Ghazaalie), “van het grootste belang voor de moslims en de grootste pilaren van de dien” (Al Amiedie), “een pilaar van de pilaren van de dien” (Al Qoertoebie), “een van de grootste verplichtingen van de dien” (Ibn Taymiyya), “de belangrijkste verplichting” (Al Haskaafie).

Onze geleerden herinneren ons eraan in deze citaten hoe de sahaba de kwestie van Khilafah als een dermate groot belang zagen dat ze het begraven van de beste der schepselen de Profeet (saw), uitstelden omdat zij hiermee bezig werden gehouden. Ze benadrukken tevens de enorme gevaren bij de afwezigheid van de Khilafah, hetgeen we hebben gezien, en zelf op dit moment meemaken sinds haar vernietiging in het begin van de twintigste eeuw, toen de oemma haar meest duistere dagen meemaakte.

Wij hopen dat deze verzameling zal dienen ter herinnering voor alle moslims over de belangrijkste aard van de verplichting van de Khilafah en daaropvolgend de noodzaak om ons volledig in te zetten om te werken voor haar hervestiging als een manier om de Tevredenheid van Allah (swt) te behalen, op een wijze welke aan ons getoond is door de Boodschapper van Allah (saw).

De uitspraken van klassieke geleerden omtrent de verplichting van Khilafah

الإمامة موضوعة لخلافة النبوة في حراسة الدین وسیاسة الدنیا، وعقدھا لمن یقوم بھا في الأمة واجببالإجماع…

“Het woord imaama houdt de opvolging (khilafah) van het profeetschap in het beschermen van de dien en het behartigen van de wereldse kwesties, en het aangaan van een contract (eed) met degene van de oemma die deze rol vervult, is verplicht (waadjib) door middel van consensus (idjmaa’)”

(Imam al Mawardie [o. 450 NH], al Ahkaam oes Soeltaaniyya, p.56)

وقالوا في الركن الثانى عشر المضاف الى الخلافة والامامة أن الامامة فرض واجب على الامة لأجل القضاة والامناء ویضبط ثغورھم ویغزى جیوشھم ویقسم الفىء بینھم وینتصف إقامة الامام ینصب لھم لمظلومھم من ظالمھم وقالوا بأن طریق عقدالامامة للامام فى ھذه الامة الاختیار بالاجتھاد

“Zij (de geleerden van ahl oes soenna) hebben gezegd betreffende de Khilafah en de Imaama dat de Imaama een verplichting is welke verplicht is gesteld op de oemma ten einde de Imam te vestigen die voor hen rechters en ministers zal aanstellen, hun grenzen zal veilig stellen, hun legers zal mobiliseren, de fay’ onder hen zal gaan verdelen, en gerechtigheid zal schenken aan de onderdrukten ten aanzien van de onderdrukkers. En zij zeiden dat de manier dat de Imaama van de Imam onder contract gesteld wordt in deze oemma, verloopt door (hem) te kiezen door middel van idjtihaad (totale inzet).”

(Abd oel Qaahir oel Baghdaadie [o. 429 NH], Al Farqoe baina al Firaq, p.340)

اتفق جمیع أھل السنة، وجمیع المرجئة، وجمیع الشیعة، وجمیع الخوارج على وجوب الإمامة، وأن الأمة واجب علیھا الانقیاد لإمام عادل، یقیم فیھم أحكام لله، ویسوسھم بأحكام الشریعة التي أتى بھا رسول لله حاشا النجدات من الخوارج فإنھم قالوا: لا یلزم الناس فرض الإمامة، وإنما علیھم أن یتعاطوا الحق بینھم

“Geheel de ahl oes soenna alsmede, geheel de moerdjie’a, geheelde sjie’a, en geheel de gawaaridj, zijn het eens over de verplichting van de Iemaama, en dat het een verplichting is op de oemma zich te onderwerpen aan een rechtvaardige Imaam die de wetten van Allah bewerkstelligt tussen hen en hun belangen behartigt door middel van de sjari’a wetten waarmee de Boodschapper van Allah (saw) gekomen is, behalve de nadjdanen van de gawaaridj. Want zij hebben gezegd: ‘De Imaama is niet verplicht voor de mensen, eerder is hetgeen wat verplicht op hen is om tussen elkaar het juiste te doen.’”

(Ibn Hazm [o. 456 NH], al Fasl fie milaal wa al ahwaa’ wa al nihaal, 4:87)

الإمامة ریاسة تامة، وزعامة عامة، تتعلق بالخاصة والعامة، في مھمات الدین والدنیا. مھمتھا حفظ الحوزة، ورعایة الرعیة، وإقامة الدعوة بالحجة والسیف، وكف الخیف والحیف، والانتصاف للمظلومین من الظالمین، واستیفاء الحقوق من الممتنعین، وإیفاؤھا على المستحقین… أما أصحاب رسول لله صلى لله علیھ وسلم رأوا البدار إلى نصب الإمام حقا ; فتركوا – -لسبب التشاغل بھ تجھیز رسول لله ودفنھ، مخافة أن تتغشاھم ھاجمة محنة.

“De Imaama is een complete autoriteit en algemeen leiderschap over alle mensen in alle specifieke en algemene kwesties met betrekking tot de dien en de doenja. Zijn rol is het verdedigen van het (islamitisch) territorium, het behartigen van de belangen van de burgers, het verkondigen van da’awa door middel van bewijsvoering en het zwaard, het weerhouden van afdwaling en onrecht, het helpen en ondersteunen in rechtvaardigheid van de onderdrukten door de onderdrukkers, het verzoeken van degenen die weigeren om hun rechten te voldoen, en ervoor zorg te dragen dat degenen die een recht hebben, dezen te ontvangen…. Voor wat betreft de metgezellen van de Boodschapper van Allah (saw), zij waren van mening dat het haasten om de imaam aan te stellen, het juiste was; daarom lieten zij hun bezigheid met de voorbereiding van de Boodschapper van Allah (saw) en zijn begrafenis, vrezende dat hen een beproeving zou overvallen.”

(Imam al Haramain al Djoewainie [o. 478 NH], Ghijaath oel oemam fi tiyaath idh dhoelaam, 1:22-23)

فبان أن السلطان ضروري في نظام الدنیا، ونظام الدنیا ضروري في نظام الدین، ونظام الدین ضروري في الفوز بسعادة الآخرة وھو مقصود الأنبیاء قطعا ،ً فكان وجوب نصب الإمام من ضروریات الشرع الذي لا سبیل إلى تركھ فاعلم ذلك.

“Derhalve is het duidelijk geworden dat de soeltaan (autoriteit) noodzakelijk is voor de ordening van de doenja, en de ordening van de doenja is noodzakelijk voor de organisatie van de dien, en de organisatie van de dien is noodzakelijk om de overwinning van de vreugde van het hiernamaals te behalen en dat is de absolute bedoeling geweest van de profeten. Aldus is het aanstellen van een imaam van de noodzakelijkheden van de sjar’ waar er geen manier van bestaat om dit te verlaten, weet dit.”

فإن بطلت الإمامة بطلت التولیة وانحلت ولایة القضاة، والتحقوا بآحاد الخلق، وامتنعت التصرفات في النفوس والدماء والفروج والأموال، وانطوى بساط الشرع بالكلیة في ھذه المھمات.

“Indien de Imaama afgeschaft wordt, dan gebeurt hetzelfde met de gedelegeerden (van autoriteit). De rechters zullen worden opgeschort en zullen één van de mensen zijn. Beschikkingsrecht over leven, bloed, eer en bezit zullen worden voorkomen en het tapijt van de sjar’ (islamitische wetgeving) zal in haar geheel opgerold worden in deze belangrijke zaken.”

(Imam Al Ghazaalie [o. 505 NH], al iqtisaad fi al i’tiqaad: 199 & Fadaa’ih al baatina: 105)

والمسلمون لا بد لھم من إمام یقوم بتنفیذ أحكامھم وإقامة حدودھم وسد ثغورھم وتجھیز جیوشھم وأخذ صدقاتھم قھر المتغلبة والمتلصصة وقطاع الطریق وإقامة الجمع والأعیاد وقطع المنازعات الواقعة بین العباد وقبول الشھادات القائمة على الحقوق وتزویج الصغار والصغائر الذین لا أولیاء لھم وقسمة الغنائم.

“De moslims moeten een Imam hebben die de toepassing van hun wetten en strafwetten zal uitvoeren, hun grenzen zal bewaken, hun legers zal mobiliseren, hun sadaqaat (zakaat) zal ontvangen, degenen die rebelleren, de dieven en de rovers zal onderwerpen, de djoemoe’a en de ‘eids zal vestigen, de disputen tussen de dienaren (burgers) zal rechtzetten, de getuigenissen zal accepteren gebaseerd op de (wettelijke) rechten, de jonge mannen en vrouwen die geen voogd hebben zal laten trouwen, en de buit zal verdelen.”

(Imam an Nasaafie [o. 537 NH], al Aqa’id an Nasafiyya, p.354)

ولما قربت وفاة أبي بكر فقال: تشاوروا في ھذا الأمر. ثم وصف عمر بصفاتھ وعھد إلیھ واستقر الأمر علیھ، وما دار في قلبھ ولا في قلب أحد أنھ یجوز خلو الأرض من إمام، ولما قربت وفاة عمر جعل الأمر شورى بین ستة، وكان الاتفاق على عثمان رضي لله عنھ، وبعد ذلك الاتفاق على علي رضي لله عنھ، فدل ذلك كلھ على أن الصحابة رضوان لله علیھم، وھم الصدر الأول كانوا على بكرة أبیھم متفقین على أنھ لا بد من إمام…فلذلك الإجماع على ھذا الوجھ دلیل قاطع على وجوب الإمامة.

“Toen de dood van Aboe Bakr (ra) naderde, zei hij (tegen de sahaba): ‘Overleg onderling over deze kwestie (de Khilafah)’. Vervolgens omschreef hij de eigenschappen van ‘Oemar (hem prijzende) en koos hem als zijn opvolger. Het kwam niet op in zijn hart noch in die van iemand anders, om de aarde zonder imaam te laten. Toen de dood van ‘Oemar (ra) naderde heeft hij de kwestie overgelaten in overleg van zes man en dezen stemden overeen over ‘Othmaan (ra). Vervolgens was er een overeenstemming over ‘Alie (ra). Dit alles duidt erop dat de Sahaba, en zij waren de eersten en besten van de moslims, het erover eens waren dat het noodzakelijk was dat er een imaam zou zijn… Derhalve is er door deze idjmaa’(concensus) vanuit deze hoek een bewijs dat de Imaama verplicht is.”

(Imam asj Sjahrastaanie [o. 548 NH], Nihaayaat al Iqdaam fi ‘ilm il Kalaam, 1:268)

فإذا نصب الإمام من أھم مصالح المسلمین وأعظم عمد الدین فیكون واجبا حیث عرف بالسمع أن ذلك قصود للشرع…

“Derhalve indien het aanstellen van de imaam van de belangrijkste belangen is van de moslims en de grootste pilaar van de dien, dan is het verplicht zover het geweten is doormiddel van de tekst, dat dit een bedoeling is van de sjar’”

(Imaam Sayf oed dien al Amiedie [o. 631 NH], Ghayaat al moeraam fi ‘ilm il kalaam, p.366)

ھذه الآیة أصل في نصب إمام وخلیفة یسمع لھ ویطاع لتجتمع بھ الكلمة وتنفذ بھ أحكام الخلیفة ولا خلاف في وجوب ذلك بین الأمة ولا بین الأئمة إلا ما روي عن الأصم حیث كان عن الشریعة اصم وكذلك كل من قال بقولھ واتبعھ على رأیھ ومذھبھ.

وأجمعت الصحابة على تقدیم الصدیق بعد اختلاف وقع بین المھاجرین والأنصار في سقیفة بني ساعدة في التعیین، حتى قالت الأنصار: منا أمیر ومنكم أمیر، فدفعھم أبو بكر وعمر والمھاجرون عن ذلك، وقالوا لھم: إن العرب لا تدین إلا لھذا الحي من قریش، ورووا لھم الخبر في ذلك، فرجعوا وأطاعوا لقریش. فلو كان فرض الإمامة غیر واجب لا في قریش ولا في غیرھم لما ساغت ھذه المناظرة والمحاورة علیھا، ولقال قائل: إنھا لیست بواجبة لا في قریش ولا في غیرھم، فما لتنازعكم وجھ ولا فائدة في أمر لیس بواجب ثم إن الصدیق رضي لله عنھ لما حضرتھ الوفاة عھد إلى عمر في الإمامة، ولم یقل لھ أحد ھذا أمر غیر واجب علینا ولا علیك، فدل على وجوبھا وأنھا ركن من أركان الدین الذي بھ قوام المسلمین، رب العالمین. والحمد

“Deze ayah is de basis voor de aanstelling van een imaam en Khaliefa. Naar hem moet worden geluisterd en hij moet worden gehoorzaamd opdat het Woord middels hem verenigd is, de ahkaam (wetten) van de Khaliefah geïmplementeerd worden middels hem, en er is geen verschil van mening aangaande de verplichting hiervan tussen de oemma, noch tussen de geleerden, behalve hetgeen is overgeleverd van Al Asamm (de dove), welke inderdaad doof was met betrekking tot de sjari’a, gelijk aan alle anderen die deze opinie hadden en volgden.”

“Al de Sahaba stemden in met de verkiezing van Aboe Bakr (ra) nadat de twist opkwam tussen de moehaadjirien en de ansaar in de tuin van Banie Sai’da, waar de ansaar zeiden: ‘Een amier van ons en één van jullie.’ Aboe Bakr en ‘Oemar en de moehaadjirien gingen dit tegen door te zeggen: ‘De Arabieren zullen zich aan niemand anders overgeven behalve Qoeraisj,’ en zij spraken overleveringen uit over deze kwestie. Daarop deden de ansaar een stap terug en accepteerden het. Indien de imaama niet verplicht zou zijn, niet voor de Qoeraisj en niet voor anderen buiten hen, dan zou deze discussie helemaal niet hebben plaatsgevonden en zou iemand hebben gezegd: ‘Het is niet verplicht, niet als hij van de Qoeraisj zou zijn en niet wanneer hij van buiten Qoeraisj zijn. Jullie twist heeft geen basis noch nut, omdat de kwestie niet verplicht is.’ Verder, toen de dood van Aboe Bakr (ra) naderde, koos hij ‘Oemar (ra), en niemand heeft tegen hem gezegd: ‘Deze kwestie was niet verplicht op ons of jou.’ Dit alles geeft aan dat het (de Khilafah) verplicht is en de pilaar van de pilaren is van de dien waarmee de kracht van de moslims gerealiseerd wordt. En alle lof zij Allah, de Heer der Werelden.”

(Imaam al Qoertoebie [o. 671], al Djaami’ li ahkaam il qoer’aan, 1:264-265)

وأجمعوا على أنھ یجب على المسلمین نصب خلیفة ووجوبھ بالشرع لا بالعقل… وإنما أخروا دفنھ صلى لله علیھ وسلم من یوم الاثنین إلى لیلة الأربعاء أواخر نھار الثلاثاء للاشتغال بأمر البیعة لیكون لھم إمام یرجعون إلى قولھ إن اختلفوا في شيء من أمور تجھیزه ودفنھ وینقادون لأمره لئلا یؤدي إلى النزاع واختلاف الكلمة وكان ھذا أھم الأمور ولله أعلم.

“Zij (de geleerden) kwamen overeen dat het verplicht is op de moslims een Khaliefa aan te stellen, en deze verplichting is middels de sjar’ en niet het verstand (‘aql)”

“Zij (de Sahaba) hebben de begrafenis van hem (saw) slechts uitgesteld van maandag tot de nacht van woensdag tot het laatste derde deel van de dag, omdat ze bezig waren met de kwestie van de bai’a zodat er een imaam zou zijn en zij terug konden keren naar zijn besluit indien ze verschilden van mening in een kwestie van zijn (saw) voorbereidingen en begrafenis, en opdat ze zijn bevel zouden gehoorzamen opdat er geen dispuut en verdeeldheid zou komen. En dit was één van de meest belangrijke kwesties, en Allah weet het beste.”

(Imaam an Nawawie [o. 676 NH], sjarh sahieh moeslim, 12:205 & respectievelijk 7:36)

یجب أن یعرف أن ولایة أمر الناس من أعظم واجبات الدین بل لا قیام للدین ولا للدنیا إلا بھا. فإن بني آدم لا تتممصلحتھم إلا بالاجتماع لحاجة بعضھم إلى بعض، ولا بد لھم عند الاجتماع من رأس حتى قال النبي إذا «. صلى لله علیھ وسلم:رواه أبو داود، من حدیث أبي سعید، وأبي ھریرة…فأوجب صلى لله علیھ وسلم خرج ثلاثة في سفر فلیؤمروا أحدھم تأمیر الواحد في الاجتماع القلیل العارض في السفر، تنبیھا بذلك على سائر أنواع الاجتماع.

ولأن لله تعالى أوجب الأمر بالمعروف والنھي عن المنكر، ولا یتم ذلك إلا بقوة وإمارة. وكذلك سائر ما والعدل وإقامة الحج والجمع والأعیاد ونصر المظلوم. وإقامة الحدود لا : » أوجبھ من الجھاد أن السلطان ظل تتم إلا بالقوة والإمارة؛ ولھذا روي ویقال “ستون سنة من إمام جائر أصلح من لیلة واحدة بلا سلطان”. لله في الأرض كالفضیل بن عیاض وأحمد بن حنبل وغیرھما « والتجربة تبین ذلك. ولھذا كان السلف یقولون: لو كان لنا دعوة مجابة لدعونا بھا للسلطان.” –

“Het is verplicht te weten dat het leiderschap over de kwesties van de mensen van de grootste verplichtingen is van de dien, sterker nog de vestiging van de dien en de doenja zaken worden niet gevestigd zonder haar. De belangen van de kinderen van Adam worden niet bereikt behalve door middel van sociale interactie omdat ze elkander nodig hebben, en deze sociale interactie heeft noodzakelijkerwijs een hoofd nodig, zoals de Profeet (saw) heeft gezegd: “Indien drie personen op reis gaan, laat hen dan één van hen als leider aanstellen’ (Aboe Dawoed)…. Aldus heeft hij (saw) het verplicht gesteld dat er een leider is in kleine tijdelijke sociale interacties in het reizen, waardoor hij hiermee op oplettendheid wijst voor alle overige sociale vormen.’

Dit is omdat Allah (swt) het gebieden van het goede en het verbieden van het slechte verplicht heeft gesteld, en deze zaak kan niet worden vervuld behalve met kracht en autoriteit. Hetzelfde geldt voor alle andere verplichtingen zoals djihaad, het vestigen van rechtvaardigheid, het organiseren van de hadj, de djoemoe’a en de eids, het helpen van de onderdrukten, het vestigen van de hoedoed; geen van dezen kunnen worden uitgevoerd behalve doormiddel van kracht en autoriteit. Om deze reden is er overgeleverd dat: ‘De soeltaan is de schaduw van Allah op aarde’, en is er gezegd: ‘Zestig jaar onder een onderdrukkende imaam is beter dan een nacht zonder een leider’, en praktische ervaring geeft dit tevens weer. Aldus waren de salaf – zoals al Fudayl ibn ‘Iyaad en Ahmad ibn Hanbal – gewoon te zeggen: ‘Indien er een doe’a was waarvan gegarandeerd zou worden dat deze beantwoord zou worden, dan zouden we dit verrichten voor de soeltaan.’”

(Ibn Taymiyya [o. 728 NH], as Siyaasa asj sjar’iyya, p.129)

نصب الإمام عندنا واجب علینا سمعا…إنھ تواتر إجماع المسلمین في الصدر الأول بعد وفاة النبي امتناع خلو الوقت عن إمام حتى قال أبو بكر رضي لله عنھ في خطبتھ ألا إن محمدا قد مات ولا بد لھذا الدین ممن یقوم بھ فبادر الكل إلى قبولھ وتركوالھ أھم الأشیاء وھو دفن رسول لله ولم یزل الناس على ذلك في كل عصر إلى زماننا ھذا من نصب إمام متبع في كل عصر

“Volgens ons is het aanstellen van de imaam verplicht door middel van de tekst…. de consensus van de moslims in de eerste generatie na het overlijden van de Profeet (saw) om te vermijden in een situatie te komen zonder een imaam is tot ons gekomen middels tawaatoer. Aboe Bakr (ra) heeft zelfs gezegd in zijn goetba: ‘Voorwaar, Mohammed (saw) is gestorven, en het is noodzakelijk voor zijn dien om iemand te hebben die het zal leiden en implementeren.’ Daarop bewogen de sahaba zich vlug om hem te accepteren en aan hem de meest belangrijke kwestie over te laten, namelijk de begrafenis van de Boodschapper van Allah (saw). De moslims verbleven in deze positie met het verkiezen van een imaam in elke tijd tot aan de tijd waarin wij nu zijn.”

(Imaam ‘Adoed Ad Dien al Iedjie [o. 756 NH], al Mawaaqif fi ‘ilm il kalaam, 3:579-580)

ثم الإجماع على أن نصب الإمام واجب وإنما الخلاف في أنھ ھل یجب على لله تعالى أو على الخلق بدلیل سمعي أو عقلي. والمذھب أنھ یجب على الخلق سمعا ،ً لقولھ علیھ السلام: ((من مات ولم یعرف إمام زمانھ مات میتة جاھلیة)) ولأن الأمة قد جعلوا أھم المھمات بعد وفاة النبي علیھ السلام نصب الإمام حتى قدموه على الدفن، وكذا بعد موت كل إمام، ولأن كثیرا مًن الواجبات الشرعیة یتوقف علیھ .

“Er is een consensus (onder de geleerden) over dat het aanstellen van de imaam verplicht is en er is slechts een dispuut over of deze zaak verplicht is op Allah (swt) of op de schepping met tekstueel of verstandelijk bewijs. De juiste mening is dat het verplicht is op de schepping door middel van de tekst omdat hij (saw) heeft gezegd: “Degene die sterft zonder de imaam van zijn tijd te hebben gekend, sterft de dood van onwetendheid’. En omdat de oemma vond dat de belangrijkste zaak na de dood van de Profeet (saw) het aanstellen van de Imaam was omdat ze dit voorrang hebben gegeven boven het begraven. En hetzelfde was het geval na de dood van elke imaam omdat veel van de verplichtingen in de sjar’iyya van hem afhankelijk zijn.”

(Imaam Taftazaanie [o. 792 NH], sjarh al ‘Aqaa’id an Nasafiyyai, p.353-354)

إن نصب الإمام واجب قد عرف وجوبھ في الشرع بإجماع الصحابة والتابعین، لأن أصحاب رسول لله صلى لله علیھ وسلم عند وفاتھ بادروا إلى بیعة أبي بكر رضي لله عنھ وتسلیم النظر إلیھ في أمورھم. وكذا في كل عصر من بعد ذلك. ولم تترك الناس فوضى في عصر من الأعصار. واستقر ذلك إجماع ا دالا على وجوب نصب الإمام.

“Voorwaar de aanstelling van de imaam is een verplichting waarvan haar aard bekend is door middel van openbaring en de consensus van de sahaba en de taab’ien, omdat de metgezellen van de Boodschapper (saw) zich haastten de bai’a te geven aan Aboe Bakr (ra) en de behartiging van hun belangen over te laten aan hem, vanaf zijn (saw) dood. Net zo is dit het geval geweest in elke eeuw hierna; de mensen waren in geen enkele periode achtergelaten in chaos, en dit bleef het geval door middel van de consensus welke de plicht van de aanstelling van een imaam aan gaf.”

(Ibn Galdoen [o. 808 NH], al Moeqaddima, hoofdstuk III, sectie 26, 2e paragraaf.)

إعلم أیضًا أن الصحابة رضوان لله علیھم أجمعوا على أن نصب الإمام بعد انقراض زمن النبوة واجب، بل جعلوه أھم الواجبات حیث اشتغلوا بھ عن دفن رسول لله صلى لله علیھ وسلم.

“Weet dat de sahaba, moge Allah tevreden met hen zijn, een consensus hadden dat het kiezen van een Imaam aan het einde van de periode van profeetschap een verplichting was. Inderdaad, zij maakten dit tot de belangrijkste der verplichtingen getuige het feit dat zij hier bezig mee waren (prioriteit gaven) boven het begraven van de Boodschapper van Allah (saw).”

(Imaam Ibn Hadjar al Haithamie [o. 974 NH], as Sawaa’iq al Moehriqa, 1:25)

یجب على الناس نصب إمام یقوم بمصالحھم، كتنفیذ أحكامھم وإقامة حدودھم وسد ثغورھم وتجھیز جیوشھم وأخذ صدقاتھم أن دفعوھا وقھر المتغلبة والمتلصصة وقطاع الطریق وقطع المنازعات الواقعة بین الخصوم وقسمة الغنائم وغیر ذلك، لإجماع الصحابة بعد وفاتھ صلى لله علیھ وآلھ وسلم على نصبھ حتى جعلوه أھم الواجبات، وقدموه على دفنھ صلى لله علیھ وآلھ وسلم ولم تزل الناس في كل عصر على ذلك
“Het is verplicht op de mensen een imaam aan te stellen die zorgt voor hun belangen – zoals het implementeren van de ahkaam, het uitvoeren van de hoedoed, het beschermen van de grenzen, het mobiliseren van de legers, het verzamelen van de zakaat en deze uit te delen, het onderwerpen van de rebellen, dieven en rovers, het oplossen van disputen welke tussen de mensen plaatsvinden, het verdelen van de buit, enzovoort – vanwege de consensus van de metgezellen na de dood van de Profeet (saw) bij het aanstellen van hem, tot op het punt dat ze het beschouwden als één van de grootste verplichtingen en dit de voorkeur gaven boven zijn (saw) begrafenis. En de moslims zijn dit blijven doen in elke eeuw.”

(Imaam Sjams oed dien ar Ramlie (o. 1004 NH), Ghajaat oel bajaan fi sjarah zabd ibn Raslaan, 1:15)

نصب الإمام الأعظم على المسلمین فرض كفایة.

“Het aanstellen van de grotere Imaam (de Khaliefa) is een collectieve verplichting (fard oel kifaaya) op de moslims.”

(Mansoer ibn Joenoes al Boehoetie [o. 1051 NH], Kasjaaf oel qinaa’ ‘an matn al iqnaa’, 6:158)

فالكبرى استحقاق تصرف عام على الأنام، وتحقیقھ في علم الكلام، ونصبھ أھم الواجبات (أي من أھمھا لتوقف كثیر من الواجبات الشرعیة علیھ)، فلذا قدموه على دفن صاحب المعجزات ( فإنھ صلى لله علیھ وسلم توفي یوم الاثنین ودفن یوم – – الثلاثاء أو لیلة الأربعاء أو یوم الأربعاء ح عن المواھب، وھذه السنة باقیة إلى الآن لم یدفن خلیفة حتى یولى غیره).

“De grotere imaama (de Khaliefa) is het recht van beschikking over de mensen. Het wordt bestudeerd in de scholastische theologie (‘ilm oel kalaam) en het vestigen van haar is één van de grootste verplichtingen (het is de belangrijkste verplichting omdat de vervulling van zoveel andere sjar’ie verplichtingen ervan afhankelijk zijn). Om deze reden hebben zij (de sahaba) het de voorkeur gegeven boven de begrafenis van de Profeet (saw), (Hij (saw) stierf op maandag en was begraven op dinsdag of de nacht van woensdag of overdag [volgens de verschillende overleveringen]), en deze soenna blijft zich voort doen tot de dag van vandaag, dus dat de Khaliefa niet begraven wordt alvorens een ander is verkozen).

(Imam al Haskafie [o. 1088 NH] en Ibn Abidien [o. 1252 NH] (tussen haakjes), Radd oel Moegtaar ‘alaa ad doer il moegtaar, 1:548.)

اعلم أنھ یجب أن یكون في جماعة المسلمین خلیفة لمصالح لا تتم إلا بوجوده…

“Weet dat het een plicht is dat er een Khaliefa is in de gemeenschap van de moslims voor de belangen die niet vervuld kunnen worden behalve met zijn aanwezigheid…..”

(Sjaah Walieoellaah id Dahlawie [o. 1152 NH], Hoedjat oel-laah il baaligha, 2:229)

إن الصحابة لما مات رسول لله صلى لله علیھ وسلم قدموا أمر الإمامة ومبایعة الإمام على كل شيء حتى إنھم اشتغلوا بذلك عن تجھیزه صلى لله علیھ وسلم…ثم من أعظم الأدلة على وجوب نصب الأئمة وبذل البیعة لھم ما أخرجھ أحمد والترمذي وابن خزیمة وابن حبان في صحیحھ من حدیث الحارث الأشعري بلفظ من مات ولیس علیھ إمام جماعة فإن موتتھ موتة جاھلیة ورواه الحاكم من حدیث ابن عمر ومن حدیث معاویة ورواه البزار من حدیث ابن عباس

“Toen de Boodschapper van Allah (saw) heen ging, gaven de sahaba de kwestie van de Imaama en het geven van de bai’a aan de imaam voorkeur boven alles. Zelfs tot op het punt dat dit prioriteit had boven het klaarmaken van de Profeet (saw) (voor zijn begrafenis)…. Verder is een van de meest krachtige bewijzen dat de aanstelling van imaams verplicht is en de inspanning om hen de bai’a te geven, hetgeen overgeleverd is door Ahmad, Tirmidhi, Ibn Goezayma en Ibn Hibbaan in zijn sahieh van de hadieth van Al Haarith al Asj’arie met de tekst: ‘Degene die sterft zonder dat er een imaam over hem was aangesteld, zijn dood is als de dood op djaahiliyya (onwetendheid)’. Haakim heeft deze tevens overgeleverd van Ibn ‘Oemar en van de hadieth van Moe’aawiya, en Al Bazzaar heeft het overgeleverd van de hadieth van Ibn ‘Abbaas.

(Imaam Asj Sjawkaanie [o. 1250 NH], As sail oel djaraar oel moetadaffiq ‘ala hada’iq il Azhar, 1:936)

اتفق الأئمة رحمھم لله تعالى على: أن الإمامة فرض وأنھ لا بد للمسلیمن من إمام یقیم شعائر الدین وینصف المظلومین من الظالمین وعلى أنھ لا یجوز أن یكون على المسلمین في وقت واحد في جمیع الدنیا إمامان لا متفقان ولا مفترقان وعلى أن الأئمة من قریش وأنھ یجوز للإمام أن یستخلف.

“De Imaams (van de vier madhabs: Aboe Haniefa, Malik, Sjaafi’ie, Ahmad) – moge Allah tevreden met hen zijn – waren het erover eens dat de Imaama een verplichting is en dat de moslims een imaam dienen aan te stellen die de wetgevingen van de dien zal implementeren en de onderdrukten zal helpen in hun recht tegen de onderdrukkers, en dat het niet toegestaan is dat er over de moslims, tegelijkertijd, twee imaams zijn, of ze elkaar nu accepteren of niet, en dat de imaams van Qoeraisj dienen te zijn, en dat het toegestaan is voor een imaam om een opvolger te kiezen.”

(Imaam oel Djoezayrie [o. 1360 NH], al fiqh ‘ala madhaahib il arba’a, 5:416.)

Comments

comments

DELEN