donderdag, maart 19, 2026
HomeUncategorizedAchter de Amerikaans‑Iraanse confrontatie: het einde van een belangenalliantie

Achter de Amerikaans‑Iraanse confrontatie: het einde van een belangenalliantie

Leestijd: 3 minuten

In politieke kringen en onder het volk wordt steeds opnieuw een fundamentele vraag gesteld: waarom valt Amerika nu Iran aan, terwijl het gedurende decennia een integraal onderdeel was van het Amerikaanse beleid in de regio?

Om deze vraag te beantwoorden moet men het gangbare narratief herzien. Iran is nooit simpelweg een vazalstaat van Amerika geweest; het draaide eerder binnen de baan van het Amerikaanse beleid vanuit puur pragmatisme, om zo te verkrijgen wat het nodig had om zijn droom van regionale invloed te realiseren en uit te breiden. De politieke ontwikkelingen sinds het begin van de 21e eeuw hebben Teheran – soms ongepland – opeenvolgende kansen geboden, waarbij haar belangen samenvielen met Washingtons behoefte aan haar diensten in arena’s zoals Afghanistan, Irak, Libanon, Syrië en Jemen. De geschiedenis van hun relatie was daarom gevuld met vuile deals en wederzijdse belangen.

Maar het lijkt erop dat het Amerikaanse project voor de regio nu rijp is geworden en een nieuwe fase is ingegaan, waarin besloten is een einde te maken aan de Iraanse invloed, waarvan de functie inmiddels is uitgeput. Amerika probeert nu zijn directe en volledige invloed te vestigen en de kaart van het Midden‑Oosten opnieuw te tekenen volgens een oud plan dat tientallen jaren werd belemmerd. Iran is niet de eerste die Amerika dient en daarna wordt opgeofferd en op de afvalhoop wordt gegooid; de moderne politieke geschiedenis staat vol met voorbeelden.

In dit complexe beeld rijst de vraag: moeten we ons verheugen? Of boos worden? Of de realiteit van wat er gebeurt begrijpen zodat we er verstandig mee kunnen omgaan?

Het is belangrijk te benadrukken dat het standpunt tegenover deze confrontatie op geen enkele manier voortkomt uit sympathie voor het Iraanse regime. Dat regime is niet veranderd en heeft niets laten zien dat erop wijst dat het afstand heeft genomen van zijn beschamende verleden in de regio. Het is immers het regime waarvan de belangen samenvielen met de Amerikaanse bezetting in Afghanistan en Irak, dat hielp het Assad‑regime in Syrië te ondersteunen, en dat een sleutelrol speelde in de verscheuring van Jemen.

Wat de centrale kwesties betreft heeft dit regime – net als andere regimes – de Gazastrook in de steek gelaten. Het liet zelfs zijn eigen partij in Libanon aan zijn lot over en besloot pas tot directe confrontatie toen het mes zijn eigen keel bereikte. Als het erin was geslaagd de oorlog via onderhandelingen te vermijden, zou het waarschijnlijk zijn eerdere koers van samenwerking met Amerika hebben hervat.

Ondanks dit beschamende verleden moet de kijk op de huidige oorlog van Amerika vanuit een breder perspectief vertrekken: het is een aanval op een islamitisch land. Nog gevaarlijker is dat deze plaatsvindt binnen het kader van een aankomend Amerikaans project met ongekende rampzalige doelstellingen die verder gaan dan enkel het omverwerpen van tegenstanders.

Dit project – dat door de Amerikaanse regering wordt voortgeduwd (en in het bijzonder door het project van Trump) – wil meer dan militaire en politieke hegemonie. De belangrijkste kenmerken zijn:

  • Intellectuele en psychologische onderwerping, met het opleggen van wat de “Abrahamitische religie” wordt genoemd als nieuw cultureel kader, waarbij elke politieke islamitische hervormings‑ of opwekkingsproject als absoluut verboden wordt verklaard.
  • Geografische en demografische fragmentatie: de regio opnieuw opdelen in politieke, sektarische en etnische gebieden, waarbij haar volkeren (vooral de soennitische meerderheid) worden gereduceerd tot slechts één sekte die leeft tussen sektarische eilanden in een omgeving die wordt geleid door externe machten, met het Joodse entiteit voorop.
  • Economische onderwerping door de Levant en de overige oosterse Arabische landen om te vormen tot een enorme investeringszone voor Amerikaans kapitaal, waarin de bewoners van de regio slechts arbeiders zijn die de belangen van de nieuwe hegemonie dienen.

Daarom is het reduceren van de situatie tot het idee dat “een vijand een andere vijand verslaat” een kortzichtige benadering. Het volledige beeld toont dat Washington streeft naar volledige en directe hegemonie, waarbij de Joodse staat vrij spel krijgt zonder verantwoording of beperking, gebruikmakend van de onderworpen houding van de Arabische regimes.

Als de volkeren dit beeld in zijn geheel zouden begrijpen, zouden zij verder gaan dan de tegenstelling tussen leedvermaak en gejuich aan de ene kant en sympathie en gejammer aan de andere kant, en zouden zij overstappen naar het niveau van bewustzijn. Dat bewustzijn zou de oprechte elites moeten aansporen hun verantwoordelijkheid op zich te nemen en het initiatief te grijpen om dit plan te verhinderen, in plaats van zich te beperken tot het passieve gebed: “O God, laat de onderdrukkers elkaar treffen en laat ons er veilig tussenuit komen.”

RELATED ARTICLES