Voorstanders van Zwarte Piet hebben afgelopen vrijdagavond met geweld een bijeenkomst van actiegroep Kick Out Zwarte Piet (KOZP) in Den Haag verstoord. Terwijl zeventig leden van Kick Out Zwarte Piet zich binnen in het gebouw bevonden, werden de ramen van het pand ingegooid en vuurwerk naar binnen gegooid, waardoor er brand uitbrak. Bovendien werden auto’s op de binnenplaats vernield. De leden van KOZP bleven gelukkig ongedeerd en kwamen met de schrik vrij, maar deze gewelddadige actie had heel anders kunnen aflopen met vele onschuldige doden tot gevolg.

Desondanks werd er door de autoriteiten op milde toon gereageerd. Drie van de vijf verdachten zijn inmiddels vrijgelaten en minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid kwam niet verder dan de standaard riedel dat de vrije debatcultuur en vrijheid van meningsuiting niet beïnvloed mag worden met geweld of gewelddadige acties. Alsof het hier zou gaan om een uit de hand gelopen kwajongensstreek. Afgelopen jaar werden de tegenstanders van de Zwarte Piet ook belaagd door hooligans, maar toen werd hier ook op dezelfde laconieke wijze gereageerd door premier Rutte, die de vreedzame demonstranten en racistische hooligans over één kam scheerde. Eerder zei hij: “Sinterklaas is een mooie traditie, een kinderfeest. Dus laten we met elkaar een beetje normaal doen.”

Hiermee vatte Rutte het racismeprobleem in twee woorden samen; “Normaal doen”. Met andere woorden; de norm is dat men uitingen van racisme accepteert zonder tegenstribbeling, want anders doe je niet normaal. Dit is tekenend voor de manier waarop er in Nederland naar het racismeprobleem wordt gekeken. Afgelopen maand werd Nederland door de VN-rapporteur racisme en xenofobie, Tendayi Achiume (voor de zoveelste keer) op de vingers getikt; de Nederlandse overheid doet te weinig tegen racisme.

Dit is een terechte constatering wanneer men ervan uitgaat dat de overheid niet racistisch is ingesteld en racisme iets is dat zich buiten haar bevindt. Dit doet de realiteit van racisme echter onrecht aan, omdat hiermee institutioneel racisme per definitie uitgesloten wordt. Zo wordt de omvang van racisme gereduceerd tot iets dat af en toe voorkomt in tegenstelling tot systematisch en institutioneel racisme dat we vandaag de dag kennen.

Binnen dit beperkte denkkader vindt de VN-rapporteur dat er vooruitgang geboekt wordt, omdat bij de landelijke Sinterklaasintocht dit jaar geen zwarte pieten, maar enkel roetveegpieten ingezet zullen worden. Dit is zonder meer een oppervlakkige zienswijze aangezien de Zwarte Pietendiscussie slechts een uiting is van een veel diepliggender racismeprobleem dat niet verdwijnt wanneer de roetveegpiet de zwarte piet vervangt.

Discriminatie op raciale gronden is een wijdverspreid en hardnekkig probleem in alle lagen van de samenleving. Op de arbeidsmarkt, op het gebied van huisvesting en etnische profilering bij de politie en verder. Volgens cijfers van Eurostat en de OESO uit 2015, zijn de arbeidskansen van allochtonen nergens zo slecht als in Nederland. Maar buiten dit om, het is vooral een intellectueel probleem dat voortkomt uit een ongefundeerd superioriteitsgevoel.

Het superioriteitsdenken is een erfenis van een eeuwenlange intellectuele ontwikkeling die het Westen heeft gevormd tot wie ze vandaag de dag is. Waar racisme van oudsher gerechtvaardigd werd door de heersende elite, met christelijke dogma’s zoals de erfzonde en theologische argumenten dat “de blanke mens het dichtst bij God staat, dan de zwarte en dan de aap”.

Vervolgens ontwikkelde zich na de opkomst van “de rede” en diverse natuurwetenschappen een hernieuwd mensbeeld met een andere rechtvaardiging voor racisme, namelijk door “wetenschappelijke theorieën” zoals de evolutietheorie, rassentheorieën, sociaal darwinisme en nationaalsocialisme. In deze intellectuele ontwikkeling vond er een transitie plaats van de positie van God naar de mens, van theologie naar wetenschap, maar het superioriteitsdenken en racisme bleven en werden wederom ook na het omarmen van de nieuwe levensvisie in stand gehouden.

Het superioriteitsdenken en hiermee het racisme, werd nu “wetenschappelijk” onderbouwd om een lange traditie van slavenhandel, kolonisatie en plundering van “inferieure rassen” te continueren. Kapitalisme op z’n best.

In 1883 kon men bijvoorbeeld in de hoofdstad van Nederland, op het Museumplein de wereldtentoonstelling Exotica bezoeken waar men tientallen slaven uit Suriname achter hoge hekken in een nagebootst stukje Suriname kon “bezichtigen” als dieren.

In 1935 werd door de nazi’s seksueel contact tussen Duitsers (ariërs) en joden verboden verklaard (conform de wetten van Neurenberg) omdat het “superieure” ras zich niet mocht mengen met het “inferieure” ras wat uiteindelijk heeft geleid tot de Tweede Wereldoorlog en de massavernietiging van het “inferieure” ras.

Tot 1958 kon men in België terecht bij de “mensentuin” in het Heizelpark in Brussel. Hier kon men slaven “bezichtigen” die afkomstig waren uit de kolonie Congo. Bezoekers gooiden muntjes of bananen over het bamboehek.

Met de opkomst van natiestaten en varianten ervan is deze manier van denken nog verder verankerd. Het concept van een natiestaat, zoals Nederland, Duitsland, België en Frankrijk is een concept dat zich baseert op het idee van nationalisme. Een nationale staatsordening in de vorm van een natiestaat is dat mensen die zich toeschrijven aan een bepaald volk en qua uiterlijk vaak op elkaar lijken, samenleven op een grondgebied dat grenst aan een andere staat met een ander volk. Deze natiestaten baseren zich op nationalisme en sluiten per definitie de ander uit. Het is een ordening die gebaseerd is op discriminatie. Het is daarom niet vreemd dat men de migranten die er anders uitzien en anders denken, beschouwt als de “ander”, de “vreemdeling”, de “allochtoon” en de “buitenlander”. Ook het concept van “minderheden” is het directe gevolg van deze bekrompen visie.

Regels en wetten kunnen discriminatie in de samenleving niet wegnemen, enkel verdoezelen. Zolang het gedachtegoed dat discriminatie faciliteert als basis genomen wordt om de samenleving en staat in te richten, zal er racisme zijn. Een schrijnend voorbeeld hiervan is de Verenigde Staten waar gekleurde mensen na enkele eeuwen strijd om acceptatie en emancipatie nu als president gekozen kunnen worden, maar tegelijkertijd hun levens niet zeker zijn als zij zich op straat bevinden, omdat ze zonder aanleiding gearresteerd en neergeknald kunnen worden tijdens politiegeweld, enkel omdat zij een donkere huidskleur hebben.

De strijd tegen racisme dient te allen tijde voortgezet te worden omdat dit een strijd is tegen onrecht, maar als die strijd zich enkel beperkt tot het bestrijden van de racistische uitingen in plaats van de basisgedachte die racisme voortbrengt en in standhoudt, dan is dit dweilen met de kraan open. De strijd tegen racisme kan daarom binnen de context van de huidige kapitalistische natiestaten nooit uitgeroeid worden. Het enige alternatief dat korte metten heeft gemaakt met racisme in de geschiedenis van de mensheid, is Islam. Wellicht zal ik daar in sja Allah een volgende keer een uitgebreid artikel aan toewijden, hoe Islam racisme in al haar vormen uitroeit.

Okay Pala

Comments

comments

DELEN