In 963 na Hijrah (1556) kwam Jalal ul Din Akbar in India (Mogolrijk) aan de macht. Ook wel bekend als Akbar e-Azam. Hij wordt in het westen veelal geprezen om zijn religieuze tolerantie, terwijl heersers als Aurangzaeb worden verguisd. Echter wijst de realiteit van zijn regeerperiode op het tegendeel. Mensen werden op grote schaal vervolgd. Veel geleerden werden opgepakt en hij stelde dat het Profeetschap reeds ten einde was gekomen en de soevereiniteit nu aan hem toebehoorde. Ieder tegengeluid werd de kop ingedrukt. Zo verbood hij het slachten van koeien, het gebruik van de Hidjri kalender en mocht zijn entourage de naam van de Profeet (saw) niet dragen, enkel de slaven en bedienden. Alcoholconsumptie, kansspelen, nuttigen van varkensvlees en het trouwen met Moesjrik (Hindoe) vrouwen werden allen gedoogd. En alsof dit niet genoeg was, introduceerde hij een nieuwe religie: Deen –e Ilahi (mengelmoes van ethische waarden waarin een celibatair leven werd aangemoedigd en zowel christelijke als hindoeïstische waarden samenkwamen). Uiteindelijk draaide het allemaal om zijn eigen verering. Hij bouwde het centrum Ibadat Khana en vierde Diwali.

Zijn gebed was in lijn met Brahma (eerste god in de Hindoe traditie, naast Shiva en Vishnu) richting de zon. Dit was de situatie waar de Moslims zich in bevonden onder deze heerser. Onder dit leiderschap groeide Sjeich Ahmad al-Sarhandi (heden ten dage bekend als Moedjaddid Alif Thani) op, die deze hachelijke situatie waarnam en toen nog een student van kennis was. Hij had zich puur op zijn eigen persoonlijke ontwikkeling kunnen focussen en op het memoriseren van zoveel mogelijk boeken, maar in plaats daarvan bekommerde hij zich om de gemeenschap. Terwijl diverse geleerden met de staat meewerkten wimpelde hij het aanbod van een functie binnen het staatsbestel af. Hij weigerde afstand te nemen van diverse Islamitische kernwaarden en verzette zich tegen de hervormingen die Akbar had doorgevoerd. Hij bleef standvastig en verrichtte zijn da’awa totdat Akbar overleed en werd opgevolgd door zijn zoon Jahangir. Hij zag het als zijn verantwoordelijkheid om de nieuwe heerser ter verantwoording te roepen, omdat hetgeen was achtergelaten door Akbar niet ten gunste van de Oemma was en hij begreep dat wanneer de leiders en geleerden rechtgeleid zijn dit positieve invloed heeft op de samenleving.

Hij schreef brieven aan het leger en andere invloedrijke personen om hen aan te moedigen Islam te implementeren. Uit angst voor de heerser smeedden zij plannen om de da’awa van de Sjeich te stoppen. Hij werd door Jahangir uitgenodigd in zijn paleis en het was gebruikelijk om te knielen voor de heerser. Al-Sarhandi weigerde en werd vervolgens gevangengenomen.

Naast zijn politieke betrokkenheid was hij ook een vrome aanbidder. In de gevangenis verrichtte hij veel aanbidding en nodigde veel niet-moslim gevangenen uit tot Islam. Honderden (en volgens sommige berichten duizenden) gevangenen bekeerden zich tot Islam. Voormalige struikrovers en criminelen werden vrome dienaren van Allah. Een van de gevangenisbewaarders merkte deze ontwikkeling op en schreef een brief aan Jahangir. Hierop werd de Sjeich weer uitgenodigd om naar het paleis te komen. Het was de maand Ramadan en de heerser was onder de indruk geraakt van de Sjeich en geïnteresseerd geraakt in de boodschap waar hij toe opriep. Hij bood hem podium om hetgeen waar hij voor stond voor te leggen. Zo verbleef hij tijdens de maand Ramadan bij de heerser en legde hem uit hoe de Khoelafaa al-Raasjidien regeerden en hoe rechtvaardig zij waren. Uiteindelijk werden de Tarawieh gebeden ook in het paleis verricht en omarmde Jahangir Islam. Hij voerde daarna enkele maatregelen door:

1. Verbod op soedjoed (prosternatie) voor de heerser
2. Toestaan van het slachten van koeien
3. Aanstellen van rechters en mensen van hisbah
4. Reconstrueren van moskeeën die vernietigd waren
5. Afschaffen van de wetten die in tegenstrijd waren met Islam

Deze geleerde is een voorbeeld van iemand die zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid begreep en zich niet isoleerde van de problemen in de samenleving (onder het mom van kennis opdoen). Een geleerde die bekend stond om zijn persoonlijke aanbiddingen maar er tegelijkertijd alles aan deed om de identiteit van de moslims in het Indisch subcontinent te waarborgen. En dat is hoe we hem herinneren. Om zijn heldhaftige standpunten en optredens op politiek niveau. En niet slechts om de hoeveelheid certificaten die hij heeft behaald.

Comments

comments

DELEN