Regeren betekent heerschappij en het uitoefenen van macht. De machthebber is degene die beschikt over de heerschappij, de wetten bepaalt en deze ten uitvoer laat brengen. In de Encarta encyclopedie wordt de regering omschreven als “de staatsorganen (personen en instituties) die de leidende en sturende rol vervullen binnen een politieke menselijke entiteit”. Volgens het politieke woordenboek is de regering “de verzameling van personen die de politieke macht uitoefenen, en bepalen in deze hoedanigheid de politieke richting van een gemeenschap”. Volgens het filosofische woordenboek van Jaqueline Russ is regeren:

1. Het uitoefenen van politieke macht in een bepaalde staat

2. De totaliteit van instituties of organisaties die doormiddel waarvan, binnen een bepaalde staat, de macht wordt uitgeoefend (zowel wetgevende, als uitvoerende, als gerechtelijke macht)

3. In nauwere zin van voorgaande definitie is de regering dus een uitvoerende autoriteit die de leiding heeft over een staat en de wetten ten uitvoer brengt.

Uit het voorgaande kan worden opgemaakt dat regeren dus betekent wetgeven en ten uitvoer brengen van wetten.

Met het deelnemen aan de regering in een westers land wordt dus het verkrijgen van beslissingsbevoegdheden bedoeld, zoals bijvoorbeeld het bekleden van een ministerspost.

De overheid is waar ook ter wereld gebaseerd op de grondwet van het land, voert de wetten in de grondwet uit en zorgt voor de instandhouding van de grondwet en de erin voorkomende wetten. Zo zijn ook de overheden in het westen gebaseerd op grondwetten, en voeren de erin voorkomende wetten uit, en zorgen ook voor de instandhouding en uitvoering van deze grondwetten en de eruit voortkomende wetten.

Wie een blik werpt op de westerse grondwetten en wetten ziet dat dezen wetten van koefr (ongeloof) zijn. In de westerse landen zijn de grondwetten niet gebaseerd op de wetten van het Boek door Allah (swt) geopenbaard en door zijn Profeet (saw) overgeleverd. Zij zijn bovendien in strijd met deze wetten van Islam.

Dit komt doordat de grondwetten zijn gebaseerd op het credo van scheiding van religie en leven (“scheiding van kerk en staat”), en de heerschappij legt in de handen van het volk doordat zij het volk het recht tot wetgeving toestaat, in plaats van dit recht toe te wijzen aan enkel Allah (swt). Daarentegen zijn de grondwet en de wetten in de Islam gebaseerd op de Islamitische ‘aqieda die het recht tot wetgeving enkel aan Allah (swt) geeft en niet aan de mens, en die de religie van Allah (swt) laat heersen over alle aspecten van het bestaan.

De moslim die wenst deel te nemen aan de regering in de westerse landen, zoals de bekleding van een ministerspost van een ministerie in een willekeurige regering, is gebonden aan de grondwet van de staat en haar wetgeving, en heeft het niet voor het kiezen bij het uitvoeren van de wetten, net zomin als dat hij de grondwet of wat gebruikelijk is kan verloochenen. Sterker nog, hij zal deze wetten moeten verdedigen en waakzaam deze wetten ten uitvoer moeten brengen. Met andere woorden, de moslim die aan de macht wil deelnemen zal wetten van koefr (ongeloof) ten uitvoer moeten brengen en de op koefr (ongeloof) gebaseerde grondwet en wetgeving moeten verdedigen.

Er bestaat geen twijfel over dat deze zaken volstrekt verboden zijn door Islam:

“En wie niet oordeelt (jahkoem) met wat Allah geopenbaard heeft, zij zijn de ongelovigen.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Maida 5, vers 44)

“En wie niet oordeelt (jahkoem) met wat Allah geopenbaard heeft, zij zijn het die de onrechtvaardigen zijn.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Maida 5, vers 45)

“En wie niet oordeelt (jahkoem) met wat Allah geopenbaard heeft, zij zijn degenen die zware zondaren zijn.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Maida 5, vers 47)

Het woord “jahkoem” in deze verzen betreft eenieder die de bevoegdheid heeft of over macht beschikt om te beslissen of uit te voeren. Wie van hen dus een beslissing neemt en uitvoert die niet door Allah (swt) is toegestaan regeert dus niet volgens wat Allah (swt) heeft voorgeschreven. Dit is ongeacht of het gebeurt op basis van een excuus of op basis van een intentie om te handelen tegen de wetten van Allah (swt).

“En oordeel tussen hen volgens wat Allah heeft neergezonden en volg hun neigingen niet en wees voor hen op je hoede dat zij je niet weglokken van een deel wat Allah tot jou heeft neergezonden.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Maida 5, vers 49)

Dit vers is een dwingend bevel van Allah (swt) aan Zijn boodschapper en de moslims na hem – en dan vooral de heersers onder hen – om niet de willekeur te volgenen ook maar iets te verloochenen van wat Allah (swt) heeft neergezonden.

De Koran heeft de absolute soevereiniteit van Allah (swt) ook sterk benadrukt. Zo sterk zelfs dat degene die zich niet compleet onderwerpt aan de Islamitische Wet als ongelovige bestempeld wordt:

“Maar nee, bij jouw Heer, zij geloven pas [echt] als zij jou tot scheidsrechter maken over wat bij hen omstreden is,en als zij dan bij zichzelf geen moeite hebben met wat jij geoordeeld hebt en het volledig aanvaarden.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Nisaa 4, vers 65)

De ultieme oproep om de wetgeving van Allah (swt) te laten heersen is in de verzen:

“Het oordeel komt alleen God toe. Hij beveelt dat jullie alleen Hem dienen. Dat is de juiste godsdienst, maar de meeste mensen weten het niet.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Joesoef 12, vers 40)

En:

“Heb jij niet gezien naar hen die beweren te geloven in wat naar jou is neergezonden en in wat er al voor jouw tijd is neergezonden, dat zij voor een uitspraak bij de Taghoet in beroep wensen te gaan, hoewel hun bevolen was daarin niet te geloven. De Satan wenst hen ver te laten afdwalen.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Nisaa 4, vers 60)

Thaghoet is alles dat naast Allah wordt aanbeden, zoals bijvoorbeeld een mens, een beeld, een boek, et cetera. In dit vers veroordeelt Allah (swt) dus over degenen die zeggen te geloven in de Koran, maar die desondanks het rechtsoordeel buiten Islam zoeken. De systemen van koefr zoals die ten uitvoer worden gebracht in het westen behoren tot deze Taghoet.

De moslims in het westen zijn niet de eersten die de mogelijkheid tot deelname aan regeringen in systemen van koefr aangeboden hebben gekregen. Zij zijn ook niet de eersten die ertegen stelling moeten nemen. In de Siera van Profeet Mohammed (saw) is beschreven hoe de Profeet (saw) de macht in het Taghoet-systeem van Mekka werd aangeboden. Echter, de Profeet (saw) keek niet eens naar de aanbod noch overwoog het. Hij zei: “O oom, bij Allah, al zouden ze de zon in mijn rechterhand plaatsen en de maan in mijn linker, ik zou Islam niet verlaten. Ik zal haar niet verlaten totdat Allah mij laat overwinnen of ik ervoor zal sterven.” (Ibn Hisjaam).

In het voorgaande is een duidelijk voorschrift. Ondanks de grote voordelen die het koningschap vooral de zwakke moslims in Mekka bood, besloot Profeet Mohammed (saw) het aanbod af te wijzen. Met andere woorden, hij (saw) heeft de totale heerschappij – niet slechts deelname aan de heerschappij – afgewezen omdat dit iets van koefr van hem vroeg. Aangezien het voor moslims verplicht is het voorbeeld van Profeet Mohammed (saw) te volgen, is het onze plicht om net zoals hem geen compromis te sluiten over Islam in ruil voor iets van invloed in de regering.

Allah (swt) zegt ook:

“En verkoopt het verbond van Allah niet voor een geringe prijs. Hetgeen bij Allah is, is voorzeker beter voor u, wist gij het slechts.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Nahl 16, vers 95)

Comments

comments

DELEN