De komende Islamitische Staat Al Khilafa zal voor ideologische en praktische redenen van de ontwikkeling van haar defensie-industrie een prioriteit maken. Voor kapitalistische economen die op basis van de standaard economische tekstboeken redeneren klinkt dit zoals vloeken in de kerk. Immers, de heersende opvatting in de kapitalistische economie theorie is dat iedere bemoeienis van de staat met de markt leidt tot “inefficienties”, oftewel problemen in de economie.1 In de moderne geschiedenis, echter, zijn de meeste baanbrekende technologische innovaties voortgekomen uit initiatieven van een staat, met militaire intenties.

Technologische innovaties in de moderne geschiedenis

De econoom Vernon Wesley Ruttan publiceerde in 2006 een artikel in antwoord op de vraag of oorlog noodzakelijk is voor economische ontwikkeling.2 In dit artikel presenteerde hij een overzicht van de baanbrekende technologische innovaties in de 20e eeuw, waarbij hij voor ieder van hen de rol van de staat bij hun totstandkoming beschreef.

De stoommachine

John Watts wordt algemeen erkend als de uitvinder van deze stoommachine die verantwoordelijk was voor de industriële revolutie van de 18e en 19e eeuw. Watts gebruikte echter de kennis van ene John Wilkinson die in opdracht van de Britse overheid een machine had ontworpen om gaten te boren in massief staal. De Britse overheid gebruikte de machine van Wilkinson om kanonnen te produceren. Watts gebruikte de kennis van Wilkinson om de condensors te ontwikkelen die noodzakelijk waren voor zijn stoommachine. Men kan dus argumenteren dat de industriële revolutie het resultaat was van staat geïnitieerd onderzoek voor militaire doeleinden.

Het vliegtuig

Het onderzoeksproject van de gebroeders Wright waar in 1903 ’s werelds eerste motorisch aangedreven vliegtuig uit voort kwam had geen banden met een staat. Echter, nadat de gebroeders Wright hadden aangetoond dat motorische ondersteunde luchtvaart mogelijk was, was het staat geïnitieerd onderzoek voor militaire doeleinden dat verdere ontwikkeling van deze technologie dreef. De legers van Amerika, Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk waren de grote klanten van de vliegtuigproducenten, maakten de luchtvaartindustrie dus levensvatbaar, en stuurden zo op indirecte wijze de richting van verder onderzoek. Ze faciliteerden echter ook op directe wijze het onderzoek in de luchtvaartindustrie. De Britse minister van oorlog Haldane, bijvoorbeeld, richtte een Advies Comité voor de Luchtvaart (“Advisory Committee for Aeronautics”, ACA) op om samenwerking tussen de luchtvaartindustrie, universiteiten en het Britse leger te kunnen promoten en financieren.3 In navolging van Groot-Brittannië richtte de Franse regering vervolgens de Centrale Organisatie voor Militaire Aerospace (“L’Etablissement Central de l’Aérostation Militaire”4) op; Amerika het Nationaal Advies Comité voor de Luchtvaart (“National Advisory Committee for Aeronautics”, NACA5); Duitsland het Laboratorium voor Aerodynamica aan de Universiteit van Göttingen6, en Rusland het Instituut voor Aerodynamica van Koutchino.7 Ten gevolge hiervan ontwikkelde de militaire luchtvaart zich voor de civiele luchtvaart dit deed. De civiele luchtvaart gebruikte feitelijk de kennis en technieken die door staats geïnitieerd onderzoeksprojecten voor militaire doeleinden ontwikkeld waren. Het is zelfs zo dat de technologische problemen die overbrugt moesten worden om commerciële transportvliegtuigen mogelijk te maken opgelost werden door onderzoek voor militaire doeleinden. De Boeing 707 resulteerde uit een onderzoeksproject gefinancierd door de Franse regering voor ontwikkeling van een vliegtuig dat gevechtsvliegtuigen in de lucht van brandstof kon voorzien. De latere Boeing 747 resulteerde uit een onderzoeksproject gefinancierd door de Amerikaanse regering voor ontwikkeling van een vliegtuig waarmee soldaten en militair materieel getransporteerd zouden kunnen worden.

De eerste vlucht van de gebroeders Wright, 17 december 1903

De rakettechnologie

De rakettechnologie nam een vlucht nadat het Duitse leger in de jaren ’30 van de vorige eeuw de Duitse Raket Gemeenschap (“Verein für Raumschiffahrt”, VfR8) financieel begon te ondersteu

nen. Leden van deze VfR traden later in dienst bij het Duitse leger en ontwikkelden de eerste kruisraket, de V2. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog probeerden de geallieerden allemaal zoveel mogelijk van de Duitse ingenieurs achter de V2 in handen te krijgen. Deze ingenieurs, onder wie de “vader van de kruisraket” Wernher Von Braun, werkten vervolgens in dienst van het Amerikaanse leger verder aan optimalisering van de rakettechnologie. Zij waren feitelijk degenen die Amerika in staat stelden om Neil Armstrong en Buzz Aldrin naar de maan te sturen.9

De eerste toepassing van rakettechnologie op vliegtuigen vond eveneens in Duitsland plaats. In 1938 produceerde de Heinkel vliegtuigfabriek in opdracht van het Duitse leger het eerste straalvliegtuig, de Heinkel He 178.10

De atoomtechnologie

De oorsprong van atoomtechnologie is gelegen in het Manhattan project van het Amerikaanse leger dat als taak had de eerste atoombom te produceren.11 Na de Tweede Wereldoorlog vestigde de Amerikaanse regering het Atoomenergie Comité (“Atomic Energy Commission”) om te onderzoeken hoe deze technologie gebruikt zou kunnen worden voor de productie van elektriciteit.

De computer

De elektronische computer werd in 1947 uitgevonden door John W. Machly and J. Prosper Eckert. Hun onderzoek was gefinancierd door het Amerikaanse leger. Niet toevallig was de eerste taak uitgevoerd door de computer dan ook een simulatie van een atoombom. De Amerikaanse onderneming IBM ontwikkelde de computer verder, maar eveneens in opdracht van het Amerikaanse leger. De wensen en verlangens van het Amerikaanse leger zouden tot ver in de jaren ’80 van de vorige eeuw de focus van IBM’s computer onderzoek blijven. Oftewel, IBM ontwikkelde alsmaar betere en snellere computers omdat het Amerikaanse leger aangaf hier grof geld voor te zullen betalen.

Het kloppende hart van iedere computer is de microprocessor. Het Amerikaanse leger heeft het grootste deel van het onderzoek dat uiteindelijk in de jaren ’60 van de vorige eeuw tot de ontwikkeling van de microprocessor heeft geleid gefinancierd. In 1953 betaalde het Amerikaanse leger de helft van al het onderzoek naar microprocessoren door het bedrijf Bell Technology. Het hielp Bell en andere ondernemingen ook om door Amerika fabrieken en laboratoria te bouwen. In de jaren ’60 van de vorige eeuw, na de ontwikkeling van de microprocessor, was het Amerikaanse leger de grootste afnemen van microprocessoren. Het Amerikaanse leger kocht zo goed als al de microprocessoren die geproduceerd konden worden. Hierdoor konden bedrijven op grote schaal microprocessoren gaan produceren, waardoor men veel begon te leren over hoe dit geoptimaliseerd kon worden. Ook konden bedrijven hierdoor verder onderzoek naar de microprocessor financieren. Dit leidde tot de Wet van Moore: vanaf 1960 is de capaciteit van microprocessoren iedere 2 jaar verdubbeld.

De satelliet

Satellieten zijn van essentieel belang voor de moderne samenleving. Ze worden ondermeer gebruik voor communicatie, voor weeranalyse, voor navigatie (GPS) en voor wetenschappelijk onderzoek naar de atmosfeer en het heelal. De eerste generatie satellieten werden echter ontworpen met militaire doeleinden in gedachten. De communistische Sovjet Unie was op 4 oktober 1957 de eerste staat

die een satelliet in een baan rond de aarde bracht, de Spoetnik. De Spoetnik was het resultaat van een door het Sovjet ministerie van defensie gefinancierd onderzoek.12 De Amerikanen hadden op hetzelfde moment twee projecten om eveneens een satelliet de ruimte in te sturen. Het eerste project, project Vanguard, was een project onder leiding van de Amerikaanse marine.13 Het tweede project, project Orbiter, werd geleid door de Amerikaanse landmacht. Het project Orbiter zou er uiteindelijk in slagen de eerste Amerikaanse satelliet in een baan rond de aarde te krijgen.14

Het internet

Het internet is voortgekomen uit een project van het Agentschap voor geavanceerde onderzoeksprojecten van het Amerikaanse ministerie van defensie (“Defense Department Advanced Research Projects Agency”, ARPA). De allereerste versie van het internet heette ARPANET en werd gepresenteerd tijdens een conferentie in Washington DC in 1972. In 1982 werd dit ARPANET opgesplitst in een net voor academisch onderzoek en een net specifiek voor het Amerikaanse leger. Het eerste net behield de naam ARPANET. Het tweede net kreeg de naam MILNET. Het ARPANET werd uiteindelijk opengesteld voor private ondernemingen en personen en ontwikkelde zich ten gevolge hiervan door tot het hedendaagse internet. Vanwege deze geschiedenis is de Amerikaanse overheid tot op de dag van vandaag de administrator voor het wereldwijde internet.15

W. Mauchly leunt op een UNIVAC-computer

Een verder voorbeeld van de rol van de staat in technologische innovatie dat niet door Ruttan besproken wordt, is Sillicon Valley. Silicon Valley is een begrip in de modern economie. Het is de plaats waar verreweg de meeste beroemde en successvolle high-tech bedrijven gevestigd zijn die de huidige IT revolutie grotendeels vorm geven. Deze Sillicon Valley is feitelijk opgezet door het Amerikaanse leger.16 Ook vandaag de dag, echter, is het Amerikaanse leger de drijvende kracht achter het onderzoek dat in Sillicon Valley wordt ondernomen. Toen in 2006 R&D Magazine de 100 beste uitvindingen van de 21e eeuw in Sillicon Valley op een rijtje zette, bleek dat het Amerikaanse leger direct betrokken was geweest bij 73 van hen. Slechts 27 van deze uitvindingen waren niet het resultaat van onderzoek ofwel ondernomen ofwel gefinancierd door het Amerikaanse leger.17

Waarom is de staat zo belangrijk geweest voor technologische innovatie?

Mariana Mazzucato, een econoom verbonden aan de Universiteit van Sussex in Groot-Brittannië, heeft onderzoek gedaan naar de rol van de staat bij technologische innovatie. In het boek dat zij op basis van dit onderzoek heeft gepubliceerd18 geeft zij de volgende verklaring voor het feit dat de meeste baanbrekende technologische innovaties voortgekomen uit initiatieven van een staat:

Baanbrekend onderzoek is een lange termijn activiteit

Private ondernemingen, zowel ondernemers als banken, zijn van nature gericht op winst, en wel het liefst op korte termijn. Het kan echter zomaar 10 tot 20 jaar duren voordat een baanbrekend onderzoek omgezet is in een product dat door een private onderneming naar de markt gebracht kan worden. Private ondernemingen willen (en kunnen vaak) niet 10 of 20 jaar wachten met geld verdienen en daarom geniet baanbrekend onderzoek niet hun voorkeur.

Baanbrekend onderzoek is risicovol

Iedereen kan zijn geld maar één keer uitgeven. Private ondernemingen investeren daarom bij voorkeur in zaken waar het risico op mislukken het kleinst is. Voor wat betreft technologisch onderzoek betekent dit dat private ondernemingen een voorkeur hebben voor onderzoek naar nieuwe toepassingen voor reeds bestaande technologieën. Onderzoek naar hoe een bestaande technologie gebruikt zou kunnen worden is veel minder onzeker dan onderzoek naar nieuwe technologieën, namelijk. Anders gezegd, de kans op falen is veel groter bij onderzoek naar nieuwe technologieën en daarom geniet dergelijk onderzoek niet de voorkeur van private ondernemingen.

Volgens Mazzucato zijn investeringen van de staat in baanbrekend onderzoek daarom absoluut noodzakelijk, omdat er zonder deze financiering geen tot weinig van dit voor economische ontwikkeling essentiële onderzoek plaats zal vinden.

In toevoeging op de analyse van Mazzucato kan verder gezegd worden dat het natuurlijk is voor een staat om te investeren in baanbrekend onderzoek. Een staat wordt namelijk primair gedreven een verlangen om haar positie in de wereld te optimaliseren, niet door een winstmotief.

Deze doelstelling is van nature een kwestie van de lange termijn. Het kost simpelweg tijd om de macht op te bouwen die nodig is om te kunnen concurreren met andere staten. China, bijvoorbeeld, is al sinds het begin van de jaren ’70 van de vorige eeuw bezig met haar wederopleving.19 Staten hebben daarom geen primaire bezwaren tegen baanbrekend onderzoek, alhoewel dit meestal lang duurt, omdat een staat kijkt naar de lange termijn.

Deze doelstelling vereist ook baanbrekend onderzoek. De macht die een staat nodig heeft voor optimalisatie van haar positie in de wereld bestaat namelijk uit twee kernelementen, te weten economische en militaire macht. Een sterke economie kan de opbouw van een sterk leger financieren, terwijl een sterk leger rond de wereld de economische belangen van de staat kan beschermen en verdedigen. Economische en militaire macht gaan hand in hand, derhalve, en zij geven een staat de mogelijkheid om de andere elementen van macht – politieke macht en “soft power” – op te bouwen. Economische en militaire macht worden primair gebouwd op baanbrekend onderzoek. De aard van baanbrekend onderzoek is namelijk dat het iets volslagen nieuws tot stand brengt dat niet snel of eenvoudig gekopieerd kan worden door anderen. Toepassing van nieuwe kennis uit baanbrekend onderzoek geeft een staat dus een voordeel op haar concurrenten voor de lange termijn – want het zal een lange tijd duren voordat concurrerende staten hetzelfde baanbrekende onderzoek hebben afgerond. De toepassing van nieuwe kennis uit baanbrekend onderzoek in producten geeft een staat dus een economisch voordeel waardoor zij de winst van haar bedrijven kan vergroten, oftewel het vergroot haar economische macht. En toepassing van de nieuwe kennis uit baanbrekend onderzoek in wapensystemen geeft een staat een militair voordeel, oftewel het vergroot haar militaire macht. (Daarom proberen staten de resultaten van baanbrekend onderzoek van elkaar te stelen20)

Wat zijn de voorwaarden voor succesvolle technologische innovatie?

de twee landen die in de 20e eeuw het meest bijgedragen hebben aan de voortuitgang van de wetenschap zijn de Sovjet Unie en Amerika. Beide landen waren zo bang voor elkaar dat ze van ontwikkeling van hun leger de absolute prioriteit in hun staatsbeleid maakten. Dit dreef beide landen in de handen van de wetenschap. Zowel in het communistische oosten als in het kapitalistische westen werden immense budgeten ter beschikking gesteld aan wetenschappers om hen in staat te stellen het baanbrekend onderzoek te verrichten dat de ontwikkeling van nieuwe en meer geavanceerde wapensystemen mogelijk zou maken.

De uiteindelijke ondergang van de Sovjet Unie kwam niet doordat haar beleid voor technologische innovatie faalde terwijl het beleid van Amerika succesvol. Beide landen waren technologisch succesvol want in beide landen namen wetenschap en kennis een enorme vlucht. Het beste bewijs hiervoor is het feit dat tijdens de ondergang van de Sovjet Unie, tussen 1988 en 1991, duizenden wetenschappers uit de voormalige communistische wereld werden uitgenodigd om naar de Verenigde Staten te verhuizen en daar verder te werken aan innovatie.21 Met andere woorden, de wetenschap in de Sovjet Unie deed niet onder voor de wetenschap in Amerika.

Het verschil was dat in de Sovjet Unie de vooruitgang op wetenschappelijk gebied enkel gebruikt werd voor militaire doeleinden, terwijl in Amerika deze vooruitgang ook de rest van de economie wist te beïnvloedden. De economie van de Sovjet Unie stagneerde daarom, terwijl die in Amerika groeide. Ten gevolge hiervan moest de Sovjet Unie, om de noodzakelijk investeringen in de wetenschap te kunnen blijven doen, steeds meer bezuinigen op andere zaken, waardoor het leven van haar onderdanen alsmaar moeilijker werd. Terwijl in de Amerika de groeiende economie enerzijds de staat de mogelijkheid gaf om te blijven investeren in wetenschap en anderzijds de levenstandaard van de bevolking verhoogde.

Uiteindelijk liet dit de Sovjet Unie zowel economisch als ideologisch failliet achter. De economie kon het militaire apparaat niet langer financieren. En de bevolking verloren het geloof in de ideologie omdat deze hun levenstandaard maar niet wist te verhogen.

De verklaring voor het feit dat het wetenschappelijk onderzoek van de Sovjet Unie niet zoals in Amerika gans de economie vooruit dreef, maar enkel het leger, is gelegen in de verschillende manieren waarop beide landen het wetenschappelijk onderzoek organiseerden.

In Sovjet Unie organiseerde de staat alles. Ze zette de onderzoekscentra op en ze vestigde de bedrijven die gebruik moesten maken van de technologische innovaties die hier tot stand werden gebracht. In de communistische plan-economie was de taak van al deze bedrijven beperkt tot de instructies van de staat. Als je opgezet was om vliegtuigen te produceren dan produceerde je vliegtuigen en dacht je niet na wat je met de vliegtuigtechnologie nog meer zou kunnen doen.

In Amerika, daarentegen, is wetenschappelijk onderzoek een samenwerkingsverband tussen de staat en private ondernemingen. De staat heeft de geopolitieke, lange termijn visie. Op basis hiervan kan de staat bepalen in welke gebieden innovatie nodig is om een militaire superioriteit op te kunnen bouwen of uit te kunnen breiden. De staat huurt echter private ondernemingen in om het onderzoek te doen dat noodzakelijk is om deze innovaties te realiseren. Deze bedrijven worden ook ingehuurd om op basis van deze innovaties de nieuwe wapensystemen te bouwen die de staat oorspronkelijk in gedachten had. Deze benadering geeft de private ondernemingen in Amerika niet alleen wetenschappelijk kennis, maar ook de capaciteit om deze kennis om te zetten in goederen in diensten. De verkoop van deze goederen en diensten aan de staat, vervolgens, maakt deze bedrijven winstgevend. Private ondernemingen gebruiken deze winst dan om zelf verder onderzoek te doen naar nieuwe toepassingen voor nieuwe kennis, zodat nog meer winst gemaakt kan worden. Zo wordt de nieuwe kennis verspreid door gans de economie, waardoor het door de staat geïnitieerde onderzoek niet enkel van voordeel is voor het leger maar voor gans de economie.

De ervaring leert, derhalve, dat succesvolle technologische innovatie, dat wil zeggen innovatie die zowel het leger als de economie van een land sterker maakt, samenwerking vereist tussen de staat en private ondernemingen.

Het probleem waar dit “Amerikaanse model” voor technologische innovatie momenteel mee worstelt, echter, is dat de staat wel deelt in de lasten die horen bij baanbrekend wetenschappelijk onderzoek maar niet in de baten die hieruit resulteren – de staat financiert het onderzoekt, de private ondernemingen maken de winsten en betalen nauwelijks belasting hierover. Ten gevolge hiervan besteed Amerika een alsmaar kleiner percentage van haar bruto binnenlands product aan baanbrekend wetenschappelijk onderzoek, omdat de staat die het meeste baanbrekende onderzoek financiert steeds grotere financiële problemen ontwikkelt.22

Er zijn twee mogelijke oplossing voor dit probleem. De staat kan hogere belastingen heffen op ondernemingen zodat zij meer van de baten van baanbrekend onderzoek ontvangt. Dit is echter een conflict-oplossing (“Geef ons iets van jouw baten!”) waartegen private ondernemingen zich gewoonlijk verzetten.

Het alternatief is om de staat een minderheidsbelang te laten nemen in de ondernemingen die voor haar baanbrekend onderzoek verrichten. Dit is een partner-oplossing. In ruil voor het financieren van het baanbrekend onderzoek en het kopen van de wapensystemen die hieruit resulteren wordt de staat partner van de private onderneming wanneer deze op basis van het baanbrekend onderzoek producten voor consumenten ontwikkelt, zodat de staat deelt in de baten.

1 “War makes us Poor…and Drags the Economy Down Through the Floor: Top Economists Say War Is Bad for the Economy”’, www.washingtonsblog.com/2014/06/warmakes-us-poor-pushes-economy-floor.html

2 “Is War Necessary for Economic Growth?”, Vernon W. Ruttan, Universiteit van Minnesota, 2006, www.csbsju. edu/Documents/Clemens%20Lecture/HistoricallySpeaking-Issues%20merged%201%2016%2007_2_.pdf

3 In toevoeging op noot 1, zie ook: https://en.wikipedia.org/wiki/Advisory_Committee_for_Aeronautics

4 In toevoeging op noot 1, zie ook: https://en.wikipedia.rg/wiki/ONERA

5 In toevoeging op noot 1, zie ook: https://en.wikipedia.org/wiki/National_Advisory_Committee_for_Aeronautics

6 In toevoeging op noot 1, zie ook: https://en.wikipedia.org/wiki/University_of_Göttingen

7 In toevoeging op noot 1, zie ook: https://en.wikipedia.org/wiki/National_Advisory_Committee_for_Aeronautics

8 https://en.wikipedia.org/wiki/Verein_für_Raumschiffahrt

9 In toevoeging op noot 1, zie ook: https://en.wikipedia.org/wiki/V-2_rocket

10 In toevoeging op noot 1, zie ook: https://en.wikipedia.org/wiki/History_of_the_jet_engine

11 In toevoeging op noot 1, zie ook: https://en.wikipedia.org/wiki/Manhattan_Project

12 In toevoeging op noot 1, zie ook: https://en.wikipedia.org/wiki/Sputnik_1

13 In toevoeging op noot 1, zie ook: https://en.wikipedia.org/wiki/Project_Vanguard

14 In toevoeging op noot 1, zie ook: https://en.wikipedia.org/wiki/Project_Orbiter

15 In toevoeging op noot 1, zie ook: www.forbes.com/sites/emmawoollacott/2014/03/15/us-government-cedescontrol-of-the-internet/

16 http://steveblank.com/secret-history/

17 www.nybooks.com/articles/archives/2014/apr/24/innovation-government-was-crucial-after-all/

18 “The Entrepreneurial State: Debunking Public vs. Private Sector Myths”, Mariana Mazzucato, 2013, www.amazon.com/gp/product/0857282522

19 “Demystifying the Chinese Economy”, Yustin Yifu Lin, Worldbank, http://siteresources.worldbank.org/DEC/Resources/84797-1104785060319/598886-1104852366603/ 599473-1223731755312/Speech-on-Demystifying-the-Chinese-Economy.pdf

20 “The US Government’s Secret Plan to Spy for American Corporations”, Glenn Greenwald, The Intercept, https://firstlook.org/theintercept/2014/09/05/us-governments-plans-use-economic-espionage-benefit-american-corporations/

21 “Soviet Scientists Flock to U.S., Acting as Tonic for Colleges”, New York Times, www.nytimes.com/1990/05/08/ us/soviet-scientists-flock-to-us-acting-as-tonic-for-colleges.html

22 “The coming R&D crash”, The Washington Post, www. washingtonpost.com/blogs/wonkblog/wp/2013/02/26/ the-coming-rd-crash

Comments

comments

DELEN