De oorsprong van tolerantie

Tolerantie is één van de concepten behorende tot het zogenaamde modernisme, zijnde hetgeen aan filosofische en politieke ideeën is geresulteerd uit de periode van Verlichting in Europa. Andere voorbeelden van deze specifieke ideeën zijn democratie, vrijheid en secularisme. Het concept tolerantie is sterk gerelateerd aan de Reformatie en de opkomst van het protestantisme in Europa. Voor een diep begrip van de inhoud van het concept tolerantie is het derhalve van belang enigszins bekend te zijn met deze theologische / politieke situatie waaruit zij is ontstaan.

De Reformatie is de verwerping door sommige vooraanstaande christenen van enkele van de dogma’s van de katholieke kerk, zoals de autoriteit van de Paus en de aanbidding van Maria als “moeder God’s”, alsmede de verwerping van enkele van de praktijken van de katholieke kerk, zoals de praktijk van de verkoop van “aflaten” [1] en de praktijk die het kopen van posities binnen de kerkelijke hiërarchie mogelijk maakte. In 1517 liet Maarten Luther zijn “95 stellingen” publiceren waarmee hij in verweer kwam tegen deze praktijken. Luther en ook andere hervormers als de Zwitser Zwingli en de Fransman Calvijn waren van mening dat de kerk hiermee afgedwaald was van het ware christelijke geloof. Hun doel was derhalve de kerk terug te krijgen op het naar hun mening rechte pad. Uiteindelijk, echter, leidden hun inspanningen niet tot een hervorming van de katholieke kerk maar tot een splitsing binnen het katholiek-christelijke geloof. De volgelingen van de hervormers scheidden zich af van de katholieke kerk en begonnen hun eigen kerk waardoor het christendom voortaan uit drie kampen zou bestaan. Het Othodoxe christendom in het (Midden-) Oosten en het katholicisme en protestantisme in Europa.

Deze gebeurtenis bracht een storm van oorlog en vervolging teweeg in Europa. De katholieke kerk had altijd al met ijzeren vuist gereageerd op de “ketterij” om haar meningen en beslissingen in twijfel te trekken en ook de protestantse beweging ontkwam niet aan dit lot. Overal in Europa vonden vervolgingen plaats van de mensen die zich onder invloed van het protestantisme afkeerden van de katholieke kerk. Gevangenname, foltering, moord en doodslag werden gemeengoed.

Dit was tekenend voor de Europese middeleeuwse omgang met mensen van andere religies of rassen want onder de heerschappij van de katholieke kerk was het antwoord op de komst van andere religies en / of rassen altijd moord, verdrijving of gedwongen bekering geweest. Het lijden dat dit teweeg bracht zette verschillende intellectuelen ertoe aan na te denken over een andere manier van omgang met mensen van andere overtuiging. Het resultaat hiervan is de formulering van het idee van tolerantie.

De betekenis van tolerantie

De woorden “tolereren” en “tolerantie” zijn afgeleid van de Latijnse termijnen tolerare en tolerantia, die betekenen “verdragen”, “lijden” en “volharden”. Ook oude Griekse termen zijn van invloed op het filosofische denken over tolerantie, zoals phoretos, wat “draaglijk” en “vol te houden” betekent; phoreo, wat letterlijk “te dragen” betekent; en anektikos dat betekent “draaglijk” en “verdraaglijk”, een afleiding van het woord anexo wat “ondersteunen” betekent.

Over tolerantie wordt voor het eerst geschreven in de 16e en 17e eeuw, in reactie op de chaos die was ontstaan uit de vervolging van andersdenkenden na de tweedeling in het Europese christendom. Baruch de Spinoza (1632 – 1677) was een Nederlandse jood wiens familie vanwege de Inquisitie in Portugal naar Nederland was gekomen. Hij argumenteerde dat een staat het denken van mensen toch niet kan controleren en dat uit het denken van mensen niet een bedreiging voor de staat resulteert. Bedreigingen resulteren enkel uit het handelen van mensen, stelde Spinoza, en dus zou de staat het bestaan van afwijkende meningen moeten accepteren en vrijheid van denken moeten garanderen, en enkel het handelen moeten bestrijden. De Engelsman John Locke (1632 – 1704) argumenteerde dat niet één van de (christelijke) geloven met zekerheid kon zeggen de zij de waarheid was, dat dwang niet iemands mening kan doen veranderen, en dat enkel door discussie van mensen met verschillende meningen de waarheid gevonden kan worden. En dus stelde Locke dat de staat derhalve al de religies moest laten bestaan. Voltaire (1694 – 1778) stelde dat ieder mens geneigd is tot het maken van fouten omdat geen van de mensen over complete kennis beschikt. Derhalve zou ieder mens de fouten van de anderen moeten tolereren. Immanuel Kant (1724 – 1804) stelde eveneens dat discussie en debat de weg tot de waarheid waren en dat vervolging van ideeën dus niet de juiste weg was omdat in plaats hiervan de mensen toegestaan moet worden om van mening te verschillen en te discussiëren. Kant stelde ook dat regenten de waarheid niet hoeven te vrezen en dat zij dus ook de discussie en het debat niet hoeven te vrezen. Volgens Kant had de staat wel het recht om te eisen van de mensen die willen discussiëren dat zij gehoorzaam blijven aan de staat.

Anderen beschreven tolerantie als een morele waarde. Voortbordurend op het idee dat vrijheid het hoogste goed is stelde John Stuart Mill (1806 – 1873) bijvoorbeeld dat derhalve ook de afwijkende meningen van anderen geaccepteerd moeten worden. Om iets anders te doen zou immers een beperking van de vrijheid van anderen zijn, en dus een verwerpelijke daad.

In de 20e eeuw, ten slotte, ontwikkelde het idee van tolerantie zich tot een politiek concept. Dit onder invloed van het idee dat de seculiere staat in de samenleving zou moeten fungeren als een onpartijdige scheidsrechter tussen de verschillende groepen van mensen met verschillende ideeën. John Rawls (1921 – 2002) bijvoorbeeld beargumenteerde tolerantie als politiek concept door te stellen dat enkel hierdoor eenheid en harmonie in een samenleving kan bestaan. Dit idee is tegenwoordig een leidend politiek concept. De Verenigde Naties zeggen bijvoorbeeld:

“1.1 Tolerantie is respect voor, acceptatie en waardering van de rijke diversiteit aan culturen in onze wereld, onze manier van uitdrukking en manieren van mens zijn. Het wordt bevorderd door kennis, openheid, communicatie en vrijheid van denken. Tolerantie is harmonie bij verschillen. Het is niet enkel een morele plicht, het is ook een politieke en wetgeeflijke vereiste. Tolerantie, de deugd die vrede mogelijk maakt, draagt bij aan het verplaatsen van de cultuur van oorlog door een cultuur van vrede.

1.2 Tolerantie is niet concessie of mateloosheid. Tolerantie is, bovenal, een actieve houding waartoe aangezet wordt door de erkenning van de Universele Mensenrechten en de fundamentele vrijheden van anderen. In geen geval kan het gebruikt worden om inbreuken op deze vrijheden te rechtvaardigen. Tolerantie moet ten uitvoer gebracht worden door individuen, groepen en staten.

1.3 Tolerantie is de verantwoordelijkheid die de mensenrechten, pluralisme (waaronder cultureel pluralisme), democratie en de wetsstaat beschermt. Het omvat de verwerping van dogmatisme en absolutisme, en bevestigt de normen uiteengezet in de internationale mensenrechten verdragen.

1.4 Consistent met respect voor de mensenrechten betekent het praktiseren van tolerantie niet het tolereren van sociale onrechtvaardigheid of het verlaten of afzwakken van de eigen overtuigingen. Het betekent dat men vrij is om vast te houden aan de eigen overtuigingen en accepteert dat anderen vasthouden aan de hunnen. Het betekent accepteren dat mensen, van nature divers in hun uiterlijke voorkomen, omstandigheden, taal, gedrag en waardenstelsels, het recht hebben in vrede in te leven en om te zijn zoals ze zijn. Het betekent ook dat men zijn meningen niet oplegt aan anderen.” [2]

Een kritiek op het idee tolerantie

Het denken over tolerantie is geresulteerd uit de argumenten die ten tijde van de middeleeuwen aangedragen werden om de vervolging van anders denkenden te rechtvaardigen. Argumenten zoals dat het laten bestaan van de anders denkenden een bedreiging voor de staat vormde, of dat een gedwongen bekering nog altijd beter was dan in het geheel geen bekering. Vanwege de ellende die resulteerde uit deze opvattingen werd gezocht naar andere ideeën over hoe om te gaan met anders denkenden. Derhalve concentreert veel van het eerste werk over tolerantie zich op vragen als “is de staat echt in gevaar bij het bestaan van anders denkenden of toch niet?” en “is gedwongen bekering echt beter dan geen bekering?”.

In antwoord op de eerste vraag zegt Spinoza bijvoorbeeld dat de staat niet in gevaar gebracht wordt wanneer mensen denken en tot verschillende meningen uitkomen, maar dat de staat enkel in gevaar gebracht kan worden door het handelen van mensen. Zo weerlegt Spinoza een argument vóór vervolging waardoor hij effectief tolerantie beargumenteert.

Locke beantwoordt de tweede vraag door te stellen dat de heilzaamheid van geloof bestaat in het geloof (in de zin van vertrouwen in de waarheid zonder over bewijzen hiervoor te beschikken). Bij gedwongen bekering bestaat geen geloof, zegt Locke, en dus zal het geloof dan ook niet heilzaam zijn. Zo weerlegt Locke een ander argument vóór vervolging waardoor hij effectief tolerantie beargumenteert.

Deze argumentaties van Spinoza en Locke maken duidelijk dat hun denken over tolerantie een reactie was. Het was een reactie op het bestaan van de praktijk van vervolging van anders denkenden door de katholieke kerk, waartoe zij aangespoord werden door de ellende die hieruit resulteerde. Nu kent feitelijk al het denken van de mens een aanleiding en het is in die zin dus altijd een reactie. Maar, waar het om gaat bij denken in reactie is de manier waarop gedacht wordt in reactie op de aanleiding.

De enige juiste manier van omgang met een aanleiding tot denken is om deze aanleiding terug te voeren tot de kern. Voor wat betreft de kern bij het onderwerp tolerantie, de kerk stelde dat zij middels haar vervolging van anders denkenden handelde overeenkomstig de voorschriften van haar religie het christendom en dus dat haar handelen gerechtvaardigd was omdat volgens haar het christendom de religie van de Schepper was. En de kerk stelde dat haar handelen eigenlijk goed was omdat de marteling van de “ketters” hen zou redden van het vuur van de eeuwige hel. De kerk stelde dus eigenlijk dat twee keuzes bestonden. Ofwel zou zij niets doen en dan zouden de ketters voor een eeuwigheid branden in de hel. Ofwel zij zou hen voor een tijdje wat martelen en uiteindelijk vermoorden en dan zouden zij gered worden van de eeuwige hel. Dit betekent dat de vervolgingen door de kerk resulteerden uit de combinatie van drie ideeën:

1) God bestaat
2) Christendom is de religie van God
3) Christendom schrijft voor dat anders denkenden vervolgd moeten worden

Om de vervolgingen op de juiste wijze te kunnen beoordelen zouden eigenlijk al deze drie ideeën onderzocht moeten worden. Het is namelijk niet intellectueel juist om het gedrag van de kerk te veroordelen enkel en alleen omdat het resultaat hiervan – vervolging – niet juist lijkt. Als de kerk in al deze ideeën gelijk zou hebben, namelijk, en dat het tijdelijke lijden dat resulteert uit de vervolging van de anders denkenden dus inderdaad het eeuwige lijden voorkomt, wie zou de vervolgingen dan kunnen veroordelen? Zou het resultaat van niet vervolgen dan niet veel erger zijn dan het resultaat van wel vervolgen?

Spinoza, echter, geloofde niet in het bestaan van geopenbaarde religies. Het lijden in de (Europese) wereld dat resulteerde uit het handelen van de kerk was voor hem voldoende om te concluderen dat het oplossen van de problemen van de mensen niet middels de voorschriften van eender welke religie plaats zou moeten vinden. Derhalve gebruikte Spinoza zijn intellectuele capaciteit om een idee te ontwikkelen over hoe om te gaan met anders denkenden, wat resulteerde in het concept tolerantie. Het idee van tolerantie van Spinoza is dus niet een echte weerlegging van het idee van vervolging van de kerk. Want Spinoza heeft de vraag of God echt bestaat, en de vraag of het christendom echt van God is, en de vraag of de vervolgingen door het christendom echt voorgeschreven worden, genegeerd. Dus hij heeft niet de mogelijkheid uitgesloten dat de kerk eigenlijk gelijk heeft met haar wens tot vervolging van de anders denkenden.

Hiernaast heeft Spinoza, evenals de kerk deed, zijn idee beargumenteerd door gebruik te maken van het beginsel van profijt. Volgens de kerk die keek naar dit leven en het hiernamaals was vervolging het minst schadelijk voor de mens. Spinoza, echter, heeft het profijt beperkt tot het huidige leven en hij heeft het hiernamaals genegeerd. Maar hij heeft hierbij niet bewezen dat het hiernamaals genegeerd kan worden, waardoor hij met zijn idee voor tolerantie de mensen iets voorstelt wat in potentie nog veel schadelijker is dan de vervolging in dit leven.

De reactie van Spinoza op de praktijken van de kerk heeft de kwestie dus niet alomvattend behandeld, want hij heeft de ideeën waarop de kerk haar praktijken baseerde niet allemaal, één voor één, onderzocht en weerlegd. Evenmin kan men met zekerheid zeggen dat het idee van Spinoza een beter idee is dan het idee van de kerk, omdat ook het idee van Spinoza is gebaseerd op aannames die niet bewezen zijn (“de kerk regeert, er resulteert lijden uit dit regeren, dus moet er niet met religie geregeerd worden”). Het idee van tolerantie van Spinoza kan het verstand dus niet echt overtuigen, want het laat vragen onbeantwoord.

Locke kwam tot zijn idee voor tolerantie omdat hij niet geloofde dat de uitleg van de christelijke bijbel door de kerk juist was. Hij geloofde ook in het bestaan van God en in het christendom als de religie van God, maar hij stelde dat het christendom iets anders voorschreef dan het regeren volgens de bijbel en het vervolgen door de staat van de anders denkenden. Hij presenteert bijbelverzen die volgens hem aantonen dat de staat zich niet met het geloof van de mensen moet bemoeien, waarna hij zijn verstand gebruikt om een idee te ontwikkelen over hoe dan om te gaan met anders denkenden. Dit betekent, echter, dat Locke de kwestie evenmin alomvattend heeft behandeld. Hij is er van uit gegaan, net als de kerk deed, dat God bestaat en dat de bijbel van Hem afkomstig is. Hij is op deze basis verder gaan denken, maar hij heeft deze basis niet bewezen middels een argumentatie. Dus ook betreffende Locke kan niet gezegd worden dat hij bewezen heeft dat het idee van de kerk onjuist is, want hij heeft enkel een andere interpretatie gebracht. En omdat ook Locke de fundamenten onder zijn idee, het bestaan van God en het christendom als zijn religie, onbewezen heeft gelaten, kan ook zijn idee van tolerantie het verstand niet echt volledig overtuigen.

Het probleem met het woord tolerantie

De letterlijke betekenis van tolerantie is “mate van verdragen”. In een contekst van het samenleven met verschillende mensen is de meest passende beschrijving van verdragen “bij straf, pijn, last en dergelijke: dulden, ondergaan, dragen, ertegen kunnen, gedogen, harden, iets kunnen hebben, incasseren, lijden, verduren”. Alhoewel tolerantie dus een veroordeling is van de vervolgingen van ketterijen door de kerk, worden onder tolerantie de verschillen tussen mensen op gelijke wijze benaderd als onder de Inquisitie vam de kerk. De verschillen, namelijk, worden beoordeeld als iets onaangenaams, iets vervelends en als een kwaad. Hierbij is het enigste verschil met de Inquisitie dat onder tolerantie dit onaangename en vervelende “andere” mag blijven bestaan, het wordt rechten “gegund”, terwijl onder de Inquisitie het doel was om het onaangename en vervelende “andere” te doen laten verdwijnen.

Deze houding van tolerantie tegenover verschillen maakt dat het, alhoewel bedoeld om het samenleven van verschillen mogelijk te maken, feitelijk een blokkade voor dit samenleven opwerpt. Een relatie gebaseerd op tolerantie kan namelijk nooit een goede intermenselijke relatie worden. Stel dat twee buren naast elkaar wonen die van elkaar verschillen maar die elkaar “tolereren”. Dit betekent dat zij elkander enkel en alleen als een last beschouwen, als iets vervelends. Echter, in plaats van elkaar weg te jagen staat iedere buurman de ander toe om buurman te blijven. Wie zich deze situatie kan voorstellen die ziet in dat een dergelijke relatie tussen buurmannen een verschrikking van een relatie is.

Anders is het wanneer verschillen gerespecteerd worden. Respecteren betekent namelijk “blijk geven van respect; iemand in zijn waarde laten, iemand voor vol aanzien; met eerbied behandelen”. Respecteren is dus duidelijk iets anders dan tolereren en respect resulteert niet noodzakelijkerwijs uit tolerantie. Integendeel, “respecteren” en “tolereren” zijn eerder elkaars tegenpolen. Onder tolereren wordt alles dat anders is verworpen omdat men het er niet mee eens is en wordt het gezien als een last, als iets vervelends dat verdragen moet worden. Onder respecteren wordt alles dat anders is verworpen omdat men het er niet mee eens is maar wordt het niet gezien als een last of als iets vervelends dat verdragen moet worden. Onder respecteren wordt het andere gezien als een gelijke ook al is men het niet eens met het andere. In het voorbeeld van de twee buurmannen zou de relatie tussen hen dan ook volkomen anders zijn indien zij elkaar met hun verschillen respecteren dan wanneer zij elkaar enkel “tolereren”. Onder respecteren zullen de beide buurmannen zichzelf niet op de borst slaan omdat ze die andere, vervelende buurman toch maar toe hebben gestaan om buurman te blijven zoals onder tolereren. Deze houding heeft iets van arrogantie in zich. Onder tolerantie voelen beide buurmannen zich verheven boven het vervelende andere, omdat ze dit vervelende andere naast zich hebben laten bestaan. Een dergelijke houding, enerzijds het beoordelen van het verschil als iets vervelends en anderzijds het aannemen van een houding van arrogantie tegenover het verschil, kan alleen maar tot ruzie leiden. Onder respect, echter, zullen ze beiden niet het idee hebben dat op hen een last rust omdat die buurman zo anders is. En ze zullen desgevolgs niet aangespoord worden tot een houding van arrogantie tegenover de andere buurman. Hierdoor zal het anders zijn niet tot een schutting worden die het samenkomen van beide buurmannen in een goede, menselijke relatie voorkomt.

Met andere woorden, voor het samenleven van verschillen is het noodzakelijk dat respect bestaat voor de verschillen. Tolerantie, daarentegen, zet de mensen juist aan om zonder respect voor het andere voort te gaan in het leven. Het zet aan tot neerkijken op, tot een houding van arrogantie tegenover het andere. Het gif van belediging van het andere is dan ook nooit veraf in de tolerante samenleving, klaar om de relaties in de samenleving volledig te ontwrichten.

Een kritiek op de praktijk van tolerantie

De afwezigheid van alomvattend denken bij de totstandkoming van het concept tolerantie heeft er toe geleid dat onder het concept tolerantie zich een wankel fundament bevind. Dit is er de oorzaak voor dat het concept tolerantie de mensen nooit echt heeft weten te overtuigen. Want omdat er geen alomvattend denken ten grondslag ligt aan het concept tolerantie is de oorspronkelijke discussie nooit opgelost geworden. Ter bewijs van deze stelling kan aangedragen worden dat bijvoorbeeld het vraagstuk “kan men tolerant zijn voor de intoleranten?” tot op de dag van vandaag bediscussieerd wordt. Bij dit vraagstuk herhaalt zich feitelijk de discussie gevoerd door Spinoza en Locke met de kerk, waarbij sommigen de positie innemen van de kerk destijds en beargumenteren waarom in tolerantie voor de intoleranten een gevaar is voor de staat en de samenleving, terwijl anderen de posities van Spinoza en Locke innemen hieromtrent en proberen te beargumenteren waarom dit toch niet zo is.

Anderzijds is het resultaat van de afwezigheid van alomvattend denken onder het concept tolerantie er de oorzaak voor dat zelfs de mensen die het concept hebben aanvaard alszijnde juist, die tolerantie prijzen als een morele waarde en zichzelf tolerant noemen, zich in hun gedrag hier nooit werkelijk door hebben laten beïnvloeden:

1157 – Aanvang Inquisitie, de kerkelijke vervolging van “ketterij” (afwijken in daad en/of denken van de leer van de rooms-katholieke kerk).

1492 – Jaar van vervollediging van de Reconquista, de herrovering van het Iberisch schiereiland op de moslims door de katholieken. Het jaar markeert het begin van de Spaanse Inquisitie waaronder de moslims en joden op het Iberisch schiereiland verplicht worden zich te bekeren tot het christendom.

1517 -Begin der Reformatie met de publicatie van Luther’s “95 stellingen”.

1566 – Het jaar van de Beeldenstorm in Nederland. Katholieke kerken en kloosters worden vernietigd door protestanten nadat deze gebeurtenissen eerder al elders in Europa plaats gevonden heeft.

1610 – Jaar van uitzetting van de moslims en joden op het Iberisch schiereiland naar de gebieden van het Kalifaat (Noord-Afrika en hedendaags Turkije), vanwege hun religie.

1618 – Synode van Dordrecht verwerpt de ideeën van de remonstranten. De remonstranten waren protestanten die zich keerden tegen enkele elementen van de Nederlandse Geloofdsbelijdenis die de protestantse religie van de Nederlandse Republiek definieerde. Na de Synode van Dordrecht werden deze remonstranten derhalve vervolgd door hun mede-protestanten in Nederland.

1648 – Verbod op katholieke eredienst in de gehele Republiek der Verenigde Nederlanden. De katholieken moesten hun kerken afstaan en kwamen niet meer in aanmerking voor de meeste staatsambten. Missen in schuilkerken werden gedoogd.

1607 – Komst van de Europese, veelal protestantse, kolonisten naar Noord-Amerika. Wat volgt is het begin van de massale moord en verdrijving van de lokale bevolking om plaats te maken voor de nederzettingen en boerderijen van de Europeanen. Van de 100.000.000 indianen in Noord- en Zuid-Amerika bij de komst van de Europeanen overleeft uiteindelijk misschien 10%.

1788 – Landing eerste groep Britse criminelen in Australië. De lokale bevolking wordt verdreven en vermoord om ruimte te maken voor de Europeanen. Van de naar schatting 600.000 aboriginals in Australie van 1788 overleven niet meer dan 150.000 de komst van de Europeanen.

1830 – De “Indian Removal Act” maakt het Amerikaans staatsbeleid om al de nog overgebleven indianen te verdrijven uit hun woongebieden en samen te brengen in de staat van het onvruchtbare land, Oklahoma.

1920 – Australische regering besluit de kinderen van de Aboriginals onder te brengen bij blanke families om hen meer “westers” te laten opvoeden en om de Aboriginal cultuur kapot te maken.

1923 – Verdrag van Lausanne naar aanleiding van de nederlaag van het Ottomaanse Kalifaat in the Eerste Wereldoorlog. Onder het verdrag moet het meerendeel van de moslims in Griekenland vertrekken naar Turkije.

Heden – In de seculiere, westerse wereld wordt onder de leus “integratie” tolerantie voor verschillen voorwaardelijk gemaakt. Iedereen die getolereerd wil worden is verplicht secularisme te adopteren als basisovertuiging. Het naleven van de wetten die zijn geresulteerd uit secularisme, terwijl men andere ideeën over goed en fout aanhangt, is niet voldoende om getolereerd te worden. Wanneer men als goede burger de wet naleeft maar het met dezen niet eens is, dan is men een “radicaal” of een “extremist”. Deze mensen worden in het heimelijke actief vervolgd door de geheime politie. En middels de samenwerking tussen staat en media worden zij tot paria gemaakt, gevreesd en gehaat door de samenleving vanwege hun mening. Speciale wet- en regelgeving wordt geïntroduceerd die het onmogelijk moet maken voor deze mensen om te leven in overeenstemming met hun ideeën en overtuigen (verbod op hoofddoek, verplichting van het schudden van handen als begroeting, et cetera).

Met andere woorden, voor de dingen die mensen echt van elkaar doen verschillen, de verschillen in overtuiging en opvattingen, is nog steeds geen tolerantie. De enige verschillen tussen mensen die getolereerd worden in de seculiere, westerse wereld zijn sommige van de verschillen in tradities, zoals in eten, zang en dans. Tradities in veel andere bereiken, zoals in kleding, worden evenmin getolereerd, echter, vooral wanneer zij in verband gebracht worden met Islam.

Slotwoord

Als idee is tolerantie incorrect omdat het verschillen negatief benaderd en dezen veroordeeld, waardoor het twist en onrust in de samenleving stimuleert in plaats van samenleven faciliteert. Het is een gebrekkig idee omdat het is geresulteerd uit beperkt denken. En hierdoor is het altijd slechts een slogan gebleven die de mensen goed doet laten voelen over zichzelf, maar die het gedrag tegenover verschillen niet heeft weten te verheffen. Door de eeuwen heen is vervolging van de ander daarom de regel gebleven in Europa, ondanks dat boeken vol zijn geschreven over tolerantie.

________________________________________

[1] “Aflaat”: In ruil voor een bepaalde hoeveelheid geld kon de christen bij de Katholieke Kerk, handelend namens God, vergeving van zijn zondes kopen.

[2] United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization (UNESCO), www.portal.unesco.org/en/ev.php-L_ID=13175&URL_DO=DO_TOPIC&URL_SECTION=201.html

Comments

comments

DELEN