De Raad van Europa is in 1949 opgericht om “de bewustwording te bevorderen van een Europese identiteit die gebaseerd is op gemeenschappelijke waarden en uitstijgt boven culturele verschillen”. Deze waarden die de Raad probeert te verdedigen en te cultiveren in de Europese mens zijn “de rechten van de mens, de parlementaire democratie en de rechtsstaat”. In haar strijd tegen al wat dezen mogelijk zou kunnen bedreigen nam de Raad van Europa op de 7e oktober resolutie 1580 aan, welke specifiek ingaat op het gevaar van geloven in de Schepper en de schepping.

Echte wetenschap is gebaseerd op de waarneming. Oftewel, bij echte wetenschap is er eerst de waarneming, die men dan door de ontwikkeling van een theorie probeert te verklaren. Hierna moeten dan verdere waarnemingen gedaan worden om deze theorie te toetsen. Wanneer ook de additionele waarnemingen passen bij de theorie, dan wordt de theorie effectief bevestigd. Wanneer de additionele waarnemingen slechts gedeeltelijk passen bij de theorie, dan wordt hierdoor duidelijk dat de theorie aangepast moet worden. En wanneer geen van de additionele waarnemingen passen bij de theorie dan kan de theorie enkel verworpen worden.

Het darwinisme, oftewel de evolutietheorie, kan als zodanig niet een echte wetenschap genoemd worden. In het geval van darwinisme was er geen waarneming van evolutie toen Darwin in 1859 zijn beroemde boek “On the origin of species by means of natural selection” publiceerde, waarin de evolutietheorie voor de eerste maal uiteengezet wordt. Er waren wel waarnemingen van feiten, en waarnemingen van feiten die op elkaar leken maar net iets van elkaar verschilden, maar er was geen waarneming van evolutie. Niemand had ooit een dier- of plantensoort werkelijk zien veranderen in een van de uiterlijke kenmerken. Desalniettemin beweerde het darwinisme dat dit wel degelijk plaats vond. Het stelde enkel dat deze veranderingen over een zeer lange tijd plaatsvonden, duizenden of miljoenen jaren, en dat daarom niemand het ooit had zien plaatsvinden. Dit, echter, doet niets af aan het feit dat in geval van het darwinisme de theorie er eerst was, en niet de waarneming.

Er is een reden waarom deze benadering geen echte wetenschap genoemd kan worden. Deze reden is dat wanneer de theorie de waarneming voorafgaat, dat de waarneming dan veelal plaatsvindt vanuit een wens tot bevestiging danwel weerlegging van de theorie. Hierdoor gaat dus aan objectiviteit verloren. Bij het specifieke voorbeeld darwinisme presenteert het boek “Atlas der Schepping” van Harun Yahya verschillende voorbeelden van de consequenties die onvermijdelijk resulteren wanneer men op deze wijze wetenschap probeert te bedrijven.

In het geval van darwinisme is het onderwerp zoals gezegd een theorie die niet op directe waarneming gebaseerd is. In de opwinding van de 19e eeuw, het tijdperk waar onder het seculier idee nog maar recent afstand was genomen van de heerschappij van de kerk en het tijdperk waarin het atheïstische communisme als ideologie geboren werd, werd het darwinisme desalniettemin in brede kringen van de samenleving geaccepteerd. Het onderzoek naar darwinisme in deze tijd was hierdoor toegespitst op het vinden van bewijzen vóór de theorie. Een probleem met deze manier van onderzoek is dat de onderzoeker in dit geval niet zelden de neiging om de waarneming zo uit te leggen dat deze overeenstemt met de theorie, terwijl ook andere verklaringen van de waarneming even goed mogelijk zijn. Harun Yahya geeft hiervan verschillende voorbeelden.

Bijvoorbeeld de “Piltdown Man”, een schedel gevonden in 1912 in Groot-Brittannië die het darwinisme eindelijk van bewijzen moest voorzien. Na bijna 40 jaren ook inderdaad in alle kranten en musea over de wereld als bewijs gepresenteerd te zijn geweest, en nadat er ruim 500 doctoraal thesissen over geschreven waren, bleek in 1949 dat de schedel deels van een slechts 500 jaar eerder overleden man te zijn. Het andere deel, de onderkaak van de “Piltdown Man”, hoorde niet bij deze menselijke schedel maar was afkomstig van een oerang oetang die ergens in de 19e eeuw overleden moest zijn geweest.

Een ander voorbeeld was de vondst van een tand Nebraska, de Verenigde Staten, in 1922. Ook dit was een andere aanleiding voor wetenschappers om over “bewijs voor darwinisme” te spreken. De populaire media spak over “Nebraska Man” die was gevonden, en presenteerde de tand als deel van een voorouder van de mens, hals mens en half aap. Echter, toen in 1927 andere delen van het skelet waartoe de tand behoorde gevonden werden, toen bleek het te gaan om een soort van de varken familie.

Een ander probleem van het onderzoek dat hoopt op bewijzen vóór een theorie is dat eruit de neiging resulteert om al hetgeen de theorie niet staaft te negeren. Ook hiervan geeft Harun Yahya verschillende voorbeelden, tientallen feitelijk, bij het geval darwinisme. Aan de hand van fossielen toont Harun Yahya aan dat verschillende dieren en planten van vandaag de dag er nog precies zo uit zien als honderden miljoenen jaren geleden. Wetenschappelijke feiten die de evolutietheorie van Darwin weerspreken. Dus net zo als er fossielen zijn die de mogelijkheid laten bestaan om te denken dat er inderdaad een proces van evolutie plaatsvindt, zijn er ook fossielen die de mogelijkheid laten bestaan om te denken dat een proces van evolutie niet plaatsvindt.

In zijn kritiek op de theorie van evolutie is het laatste punt van Harun Yahya een verwijzing naar de afbeeldingen die over tijd zijn gemaakt van de pre-historische mens, de zogenaamde mensaap. Harun Yahya komt met verschillende voorbeelden, namelijk, waar deze afbeeldingen volkomen van elkaar verschillen ook al zijn ze op dezelfde schedel gebaseerd. Dit toont aan, zegt Harun Yahya, en men kan hem hierin enkel gelijk geven, dat een groot deel van de evolutietheorie zich afspeelt in de verbeelding van de mensen die bij voorbaal al besloten hebben niet in het verhaal van de schepping te willen geloven. In hun fantasie, met andere woorden. De evolutietheorie is dus eigenlijk een pseudo-wetenschap.

Het leek alsof paniek uitbrak toen de “Atlas der Schepping” naar verschillende scholen in Europa gestuurd werd, opdat de kinderen ook de andere kant van de medaille van de evolutieleer zouden mogen ervaren. In Frankrijk waarschuwde de minister van onderwijs zijn scholen voor het boek: alles moest in het werk gesteld worden om deze uit de handen van leerlingen te houden. En de Raad van Europa schoot in actie en organiseerde een onderzoek onder de titel “Het gevaar van creationisme in het onderwijs”. [1] Creationisme is terminologie voor de scheppingsleer. De adviezen van het team dat dit onderzoek verrichte werden vervolgens op de 7e juli, 2007, door de Raad als resolutie aangenomen:

– Artikel 1: De Parlementaire Vergadering is bezorgd over de mogelijke neven-effecten van de verspreiding van creationistische ideeën in ons onderwijssysteem, en de gevolgen (hiervan) voor onze democratieën. Als we niet voorzichtig zijn kan creationisme een bedreiging worden voor de mensenrechten, welken een essentiële zorg zijn voor de Raad van Europa.

– Artikel 12: De oorlog tegen de theorie van evolutie en haar aanhangers vindt haar oorsprong meestal in vormen van religieus extremisme die dicht staan bij extreem rechtse politieke bewegingen.

– Artikel 14: Het is derhalve van cruciaal belang voor onze samenlevingen en democratieën dat al de fenomenen betreffende evolutie als fundamentele wetenschappelijke theorie geleerd worden. Derhalve moet het een centrale positie innemen in het lesprogramma(…).

– Artikel 17: (…) Als we niet voorzichtig zijn zullen de waarden die kern uitmaken van de Raad van Europa onder directe bedreiging komen te liggen door de creationistische fundamentalisten. Het is onderdeel van de rol van de Raad om te reageren alvorens het te laat is.

– Artikel 18: De Parlementaire Vergadering dringt er derhalve op aan dat de lidstaten, en in het bijzonder hunner autoriteiten die zich bezig houden met educatie:

(…)

18.4 Het lesgeven over creationisme als een wetenschappelijke discipline net zoals de theorie van evolutie door natuurlijke selectie, tegenwerken;

18.5 Evolutie door natuurlijke selectie promoten als fundamentele wetenschappelijke theorie in het lesprogramma.

Het is opmerkelijk om te zien hoe een boek in de westerse wereld, die zichzelf zo verlicht en wetenschappelijk acht, toch zo een storm kan veroorzaken. Maar hiernaast kennen de reacties op de “Atlas der Schepping” nog een aantal eigenaardige kenmerken.

Bijvoorbeeld, juist degenen die anderen beschrijven als “fundamentalisten” omdat zij weigeren in evolutie te geloven, zoals de Raad van Europa doet, gedragen zichzelf als fundamentalisten. Immers, iedereen die niet gewoonweg accepteert dat evolutie een feit is, die bereid is argumenten tegen de evolutietheorie in te brengen, wordt in “Het gevaar van creationisme in het onderwijs” neergezet als een doodbedreiging. Het woord “oorlog” wordt gebruikt wanneer de ideeën aangehaald worden waarmee de Raad het niet eens is, alsmede “bedreiging”, “alvorens het te laat is”, en “tegenwerken”. Wie is nu de echte fundamentalist, vraagt men zich af.

Verder, volgens haar onderzoeksrapport is het volgens de Raad van groot belang dat kinderen leren over wetenschap. En dus niet over de argumenten van mensen zoals Harun Yahya omdat dezen de evolutietheorie verwerpen. Maar de vraag is dan, als de Raad werkelijk zo bezorgd is om het welzijn van de wetenschap waar is dan bij de haar de wetenschappelijke benadering? De manier waarop de Raad van Europa heeft gereageerd op de verspreiding van een boek tegen de evolutietheorie, een boek dat waarneembare feiten aandragt ter argumentatie van haar mening, heeft niets van doen met wetenschap of meer algemeen met een wens tot het vinden van de waarheid. Of men het nu met zijn mening eens is of niet, ten minste heeft Harun Yahya de wat hem betreft andere zienswijze (de evolutietheorie) bestudeerd. Hij heeft een uitgebreide verhandeling opgesteld waarin hij voor zijn lezers in detail de wat hem betreft andere zienswijze (de evolutietheorie) uiteenzet en uitlegt. En hij beargumenteert vervolgens zijn opvattingen middels argumenten die op waarneembare feiten gebaseerd zijn. Vergelijk dit eens met de reactie van de Raad van Europa op de komst van dit boek. De allereerste zin van het onderzoeksrapport van de Raad zegt: “De theorie van evolutie wordt aangevallen door religieuze fundamentalisten…”. Met andere woorden, alles dat niet past bij hetgeen de Raad geaccepteerd heeft wordt door haar bij voorbaat veroordeeld als “afkomstig van mensen die niet kunnen / willen denken”, want dat is toch de betekenis van het woord “fundamentalisten” in deze context. Harun Yahya heeft tientallen van de zogenaamde bewijzen voor de evolutietheorie bestudeerd en geconcludeerd dat dezen geen bewijzen voor de evolutietheorie zijn. En hij draagt honderden feiten aan die bewijzen tegen de evolutietheorie zijn. De Raad van Europa heeft op geen van deze argumenten gereageerd, en vervolgens probeert zij het negeren van deze argumenten te rechtvaardigen door ze “het werk van fundamentalisten” te noemen. De Raad zou in reactie opgeroepen kunnen hebben tot studie en debat, omdat dan de waarheid tot schijnen gebracht kan worden. Maar nee. Het is “oorlog” volgens haar, en al het mogelijke moet gedaan worden om de mensen dom te houden betreffende de argumenten tegen de evolutietheorie. Is dit echt de wetenschappelijk manier van omgang met andere, alternatieve theorieën? Eigenlijk springt de Raad van Europa met de door haar geliefde evolutieleer precies zo om zoals de katholieke kerk omspringt met haar dogma’s: “Gij zult hierin geloven”, en ieder machtsmiddel zal ingezet worden om dit te verzekeren – waaronder onderdrukking van ieder ander idee en belastering van eenieder die hierin durft te geloven. Voor alle duidelijkheid, de persoon met echte liefde voor de wetenschap zal deze dogmatische reactie van de Raad van Europa, ongeacht hoe vaak zij beweert van wetenschap te houden, enkel kunnen bekritiseren. Terwijl deze persoon, of hij het met de uitkomsten van dit onderzoek nu eens is of niet, de studie van Harun Yahya enkel zal kunnen applaudisseren.

De reactie van de Raad van Europa, wiens taak het is de seculiere ideeën van het kapitalisme onder de mensen te verspreiding, op de komst van het boek “Atlas der Schepping”, maakt eens te meer het verlies duidelijk van de kapitalistische ideologie. De situatie van vandaag de dag is dat de kapitalistische ideologie het bestaan van een alternatief voor haar niet duldt. Terwijl wordt gesproken over tolerantie, worden de vervolgingen van al hetgeen fundamenteel anders is dan het kapitalisme alsmaar meer en nadrukkelijker. Daarom ook spreekt de Raad van Europa over “oorlog” op het moment dat mensen ten tonele verschijnen met een idee dat anders is dan het evolutiedogma. Bij degenen zonder werkelijke overtuiging in hun geloof leidt deze aggressie ertoe dat zij zich veelal gedwongen voelen hun eigen principes te verlaten ten gunste van de principes die resulteren uit het kapitalisme. Zo is het gekomen dat zelfs de katholieke kerk het niet meer durft een mening te adopteren die ingaat tegen het evolutiedogma, waardoor de Paus zich moest bedienen van dubbelzinnige uitspraken toen hem gevraagd werd hierop te reageren. “Evolutie is meer dan een hypothese”, zei Paul Johannes Paulus II. Een uitspraak die begrepen kan worden als acceptatie van het evolutiedogma door de Paus, maar doe ook begrepen kan worden als verwerping van het evolutiedogma wanneer men onder het woord “hypothese” een theorie zonder bewijs begrijpt (evolutie kent dus enkele argumenten die voor haar spreken maar dit betekent niet dat zij juist is, zegt de Paus in dit geval).

Enkel de moslims zijn anders. Zij spreken zich alsmaar luider en duidelijker uit tegen hetgeen onder kapitalisme in geloofd wordt, waar en wanneer dit geloof aantoonbaar verkeerd is. Bij de moslims bespeurd men dan ook niet een behoefte om de religie te verlaten in reactie op de luidkeelse uitgeschreeuwde verording tot geloof in het evolutiedogma. En men bespeurd bij hen ook geen wens om te zoeken naar een compromis tussen hun religie en het evolutiedogma, zoals gedaan wordt door degenen die spreken over “Intelligent Design” en die beweren dat de schepping plaats heeft gevonden middels evolutie (“achter de evolutie is een schepper”). “Nee”, zeggen de moslims zeggen gewoonweg luidt en duidelijk, “er is geen evolutie, er is enkel de schepping door Allah (swt)”. Want dit is het Woord van de Koran en deze is de enigste definitieve waarheid, voor eenieder duidelijk waarneembaar. Dus de moslims zullen nooit het evolutiedogma accepteren, tenzij ertoe gebracht kunnen worden om hun religie te verlaten. Want dit is het geloven in iets anders dan de schepping door Allah (swt) door een moslim: apostasie van Islam.

De komst van Harun Yahya’s verwerping van het evolutiedogma heeft dus eigenlijk duidelijk gemaakt wat het werkelijk betekent wanneer in Europa gesproken wordt over de noodzaak tot ontwikkeling van wat men noemt een “Europese Islam”. Want het heeft de Raad van Europa ertoe verleid heel duidelijk maken hoe zij tegenover de moslims staat. Dat de alhier gewenste “Europese Islam”, de Islam die overeenstemt met de ideeën geadopteerd en gepromoot door de Raad van Europa, een Islam is zonder de Wet van Allah (swt) omdat die plaats zullen moeten maken voor de wet van de mensen, dat was al langer bekend. Maar nu is bekend geworden wat sommigen al langer wisten, anderen vermoedden, en weer anderen wensten te negeren. En dat is dat deze “Europese Islam” voor de aanhangers van het kapitalisme pas af zal zijn wanneer hierin geloof in Allah (swt) niet meer bestaat.

“En zij zullen niet ophouden, u te bevechten, totdat zij u van uw geloof hebben afgebracht, als zij kunnen.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 217)

________________________________________

[1] www.assembly.coe.int/Main.asp?link=/Documents/WorkingDocs/Doc07/EDOC11297.htm

Comments

comments

DELEN