Voor de meeste landen geldt dat de belastingopbrengst van de staatsoverheid drie hoofdcomponenten kent. Ten eerste is er de opbrengst van de belasting op de winsten van ondernemingen. Ten tweede is er de opbrengst van belasting op het inkomen van private individuen. En ten derde zijn er de opbrengsten uit overige belastingen, zoals BTW, accijnzen en overige heffingen. Dit artikel zal uitleggen hoe precies de overheden in de kapitalistische wereld deze belastingen heffen.

Kapitalistische belasting op ondernemingen

De belasting op de winsten van ondernemingen wordt vennootschapsbelasting genoemd. De grondslag voor deze vennootschapsbelasting, oftewel het bedrag waarover de belasting moet worden betaald, is de winst van de onderneming. Dat wil zeggen, ondernemingen betalen belasting over het saldo dat resulteert nadat de uitgaven van de onderneming afgetrokken zijn van de inkomsten van de onderneming.

De belastingpercentages die toegepast worden op de belastinggrondslag verschillen van land tot land. Voor wat betreft de landen die lid zijn van de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) geldt dat in Ierland het belastingpercentage met 12,50% het laagst is. In Japan is het belastingpercentage met 39,54% het hoogst. In Nederland is het percentage 25,50% en in België 33,99%. Een analyse van historische data laat zien dat deze belastingpercentages voor vennootschapsbelasting de voorbije decennie voortdurend gedaald zijn. Want was het gemiddelde percentage voor de landen van de OESO nog 47% in 1981, in 2008 is het gemiddelde percentage nog maar 27% (Grafiek 1).

Grafiek 1: Het gemiddelde belastingpercentage voor vennootschapsbelasting in de OESE landen, 1981 – 2008 [1]
Echter, dit betreft wat men noemt de statutaire belastingpercentages, oftewel het percentage dat men volgens de wet over de belastinggrondslag moet betalen. Het percentage van de winst dat bedrijven effectief afdragen aan belastingen ligt gewoonlijk lager dan het statutaire belastingpercentage. Dit is omdat in alle landen de wetgeving betreffende vennootschapsbelasting bedrijven de mogelijkheid biedt om hun belastinggrondslag lager te laten zijn dan hun winst. Bijvoorbeeld in België bestaat een regeling genaamd de “notionele interestaftrek”. Hieronder mogen bedrijven van hun winst een fictieve rente aftrekken welke wordt berekend over het eigen vermogen dat in de onderneming geïnvesteerd is. De regel van notionele interestaftrek zegt feitelijk: “Als de onderneming met geleend geld gefinancierd zou zijn geweest, dan zou over dit geleende geld rente moeten zijn betaald en dat zou de winst verlaagd hebben. Omdat de onderneming met eigen vermogen gefinancierd is hoeft deze rente niet betaald te worden en is de winst dus hoger. Daarom mag de onderneming berekenen welke rente zij betaald zou hebben als ze met geleend geld gewerkt zou hebben in plaats van met eigen geld. En dit bedrag mag het berdijf dan van de winst aftrekken”. Zo wordt de belastinggrondslag lager dan de winst waardoor de effectieve belasting minder is dan het statutaire belastingpercentage van 33,99% van de winst.

Een andere manier waardoor ondernemingen hun belastinggrondslag lager kunnen laten zijn dan hun winst is door gebruik te maken van de “Tax Loss Carry Forward”-regel. Dit is een regel die veel landen hanteren en die het ondernemingen toestaat om winsten te verrekenen met verliezen uit eerdere jaren. Bij deze regel wordt de belastinggrondslag dus bepaald door de kosten van de omzet af te trekken, om daarna van het resterende bedrag – zijnde de winst – de verliezen van eerdere jaren af te trekken. En wat hierna overblijft, daarover wordt dan belasting betaald.

Tabel 1: In dit voorbeeld van de invloed van “Tax Loss Carry Forward”-regel hoeft in 2008 geen belasting te worden betaald alhoewel er winst wordt gemaakt. Dit komt doordat de belastinggrondslag van 2008 wordt berekend door het verlies van 2007 af te trekken van de winst van 2008.
Een verdere legale manier waarop ondernemingen de effectief betaalde belastingen lager laten zijn dan hun winst maal het statutaire belastingpercentage is door gebruik te maken van zogenaamd “mazen in de wet”. Dit heet “belastingontwijking”. Men zoekt naar fouten in de wetgeving, inconsistenties in de wetgeving en gebreken in de wetgeving om deze uit te kunnen buiten. In de praktijk betekent het vaak dat winsten vanuit het land waarin ze gerealiseerd zijn worden doorgesluisd naar landen waar geen of bijna geen belastingen betaald hoeven te worden.

Door bepalingen in de wetten betreffende vennootschapsbelasting zoals de “notionele interestaftrek” en “Tax Loss Carry Forward”, en omdat de door mensenhanden gecreëerde wetten altijd de onvolledigheden en onjuistheden bevatten die belastingontwijking mogelijk maken, betalen veel van de international ondernemingen in de praktijk in het geheel geen vennootschapsbelasting. Zelfs niet wanneer ze grote winsten maken. Zo is uit onderzoek ondermeer gebleken dat omstreeks 30% van de 700 grootste bedrijven in Groot-Brittannië geen vennootschapsbelasting betaalt, alhoewel ze winst maken. [2] In de Verenigde Staten is de situatie hetzelfde. Tweederde van alle buitenlandse ondernemingen die zaken doen in Amerika, en meer dan de helft van alle Amerikaanse ondernemingen die zaken doen in Amerika, betaalden in de periode 1998 – 2005 ten minste één jaar geen vennootschapsbelasting, alhoewel ze winst maakten dat jaar. In 2005 betaalde een kwart van de grootste Amerikaanse bedrijven geen vennootschapsbelasting alhoewel ze (record)winst maakten. [3] De verklaring hiervoor is het feit dat het de grote internationale ondernemingen geld uit kunnen geven aan het zoeken naar en uitbuiten van mazen in de wet om belasting te kunnen ontwijken. De grote internationale ondernemingen kunnen het zich veroorloven om een klein leger aan financiële en belastingtechnische experts in dienst te nemen die zich enkel en alleen bezig hoeven te houden met het zoeken naar mogelijkheden om belastingen ontwijken. En daarom zijn de grote internationale ondernemingen in veel gevallen in staat om vennootschapsbelasting in het geheel te ontlopen.

Kapitalistische belasting op individuen

De wetgeving betreffende belasting op individuen is geheel anders dan de wetgeving betreffende belasting op ondernemingen. Het belangrijkste verschil is dat voor individuen het inkomen de belastinggrondslag is en niet de som van inkomsten en uitgaven, oftewel het inkomen dat overblijft na al de uitgaven, zoals in het geval van ondernemingen.

Afhankelijk van het type inkomen wordt van verschillende belastingpercentages gebruik gemaakt om de te betalen belastingen te bepalen. Als het inkomen uit arbeid resulteert dan wordt dit gewoonlijk belast met een gemiddeld percentage van tussen de 25% en 45%. Voor wat betreft de landen die lid zijn van de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) was de belasting op inkomen uit arbeid in 2008 het hoogst in Duitsland, met een percentage van 42,8%, en het laagst in Mexico, met een percentage van 5,2%. In de meeste landen geldt verder dat deze belastingpercentages voor inkomsten uit arbeid redelijk constant zijn (Grafiek 2). Ze zijn de voorbije jaren niet gedaald zoals de belastingpercentages voor de winsten van ondernemingen (Grafiek 3).

Grafiek 2: De ontwikkeling van het gemiddelde belastingpercentage voor inkomen uit arbeid, tussen 2001 en 2007. [4]
Grafiek 3: De ontwikkeling van het gemiddelde belastingpercentage voor winsten van ondernemingen, tussen 2001 en 2007. [5]
Daarentegen, als het inkomen resulteert uit beleggingen in aandelen, obligaties of andere beleggingsproducten, dan is dit in veel landen vrijgesteld van belastingen. Of het wordt veel minder belast dan het inkomen uit arbeid (Grafiek 4).

Grafiek 4: De belasting op inkomen uit beleggingen in aandelen, obligaties of andere beleggingsproducten in de 20 grootste economieën van de wereld. [6]
Ook voor de belasting op het inkomen van individuen geldt dat de wetgeving hieromtrent altijd mazen kent die mensen in staat stellen om de inkomstenbelasting te ontduiken. Maar ook voor inkomstenbelasting geldt dat de belastingontwijking in de praktijk enkel voor de hogere inkomens weggelegd is. Voor hen is het namelijk voordeliger om geld uit te geven aan het zoeken naar en uitbuiten van de mazen in de wet dan om belasting te betalen over hun inkomen. En zij beschikken over de middelen die nodig zijn om de mazen in de wet te kunnen vinden en te kunnen uitbuiten.

Naast deze directe belastingen op het inkomen van individuen is er ook nog een belangrijke indirecte belasting op dit inkomen. Dit is de Belasting op Toegevoegde Waarde (BTW). Over iedere uitgave die het individu doet met het inkomen dat hem resteert na het betalen van inkomensbelasting wordt namelijk deze BTW geheven. Ondernemingen, echter, zijn vrijgesteld van BTW. De grondslag voor de BTW op aankopen door individuen is de prijs van hetgeen gekocht wordt. Het belastingpercentage dat voor BTW geheven wordt verschilt van land tot land (Grafiek 4) en is over tijtd constant dan wel licht gestegen (Grafiek 5) .

Grafiek 4: Het BTW-tarief in de wereld in 2007. [7]
Grafiek 5: Ontwikkeling van het gemiddelde BTW-tarief voor de 20 grootste economieën in de wereld, met uitzondering van Amerika. [8]
Conclusie betreffende belastingen in kapitalisme

Al het voorgaande laat zien dat belastingen in kapitalisme een buitengewoon onrechtvaardige aangelegenheid zijn, voor verschillende redenen.

Ten eerste, waar ondernemingen belast worden op basis van hun winst daar worden gewone mensen belast op hun inkomen. En er bestaat natuurlijk een immens verschil tussen beide grondslagen voor belasting.

Ten tweede, in verreweg de meeste landen zijn de belastingpercentages voor vennootschapsbelasting veel lager dan de belastingpercentages voor inkomsten uit arbeid. En niet alleen dit, de belastingpercentages voor vennootschapsbelasting zijn de voorbije decennia voortdurend verlaagt. De belastingpercentages oor inkomsten uit arbeid, daarentegen, zijn grotendeels gelijk gebleven.

Ten derde, nadat de gewone mensen over een veel ruimere belastinggrondslag een veel hoger belastingpercentage betaald hebben, betalen enkel zij ook nog eens de Belasting op Toegevoegde Waarde (BTW). Ondernemingen betalen geen BTW. Maar het onrecht in de BTW is niet enkel dat de ondernemingen geen BTW hoeven te betalen terwijl de gewone mensen dit wel moeten. Een verder onrecht in de BTW is het voordeel dat ondernemingen hierdoor gegeven wordt. De ondernemingen innen feitelijk de BTW van de gewone mensen. Het is aan de ondernemingen waar zij kopen dat de gewone mensen de BTW betalen. De ondernemingen hoeven pas op een later moment in de maand, of soms zelfs op een later moment in het kwartaal, de BTW inkomsten af te dragen aan de overheid. Tot het moment dat de ondernemingen de BTW inkomsten moeten afdragen aan de overheid hebben zij vrije beschikking over dit geld. Zij kunnen hiermee doen en laten wat zij willen. Dit betekent dat de overheid middels BTW de ondernemingen renteloze leningen beschikbaar stelt. Maar er is geen overheid die aan de gewone mensen renteloze leningen beschikbaar stelt!

Ten vierde, voor wat betreft de belasting op inkomen, hier is het onrecht dat het inkomen uit arbeid veel zwaarder belast wordt dan het inkomen uit beleggingen. Het is al een onrecht in zichzelf dat tussen beide inkomens een verschil wordt gemaakt. Maar een veel belangrijker onrecht is het feit dat inkomen uit beleggingen bevoordeeld wordt ten opzichte van inkomen uit arbeid. Inkomen uit belegingen, namelijk, komt normaal gesproken pas tot stand wanneer een individu op een eerder moment een grotere inkomsten dan uitgaven kende. Hij was in staat om te sparen, met andere woorden. Enkel het gespaarde geld kan namelijk belegd worden. Het geld dat uitgegeven moet worden aan eten, kleding en onderdak kan niet uitgegeven worden aan beleggingen. Wanneer dus inkomen uit beleggingen bevoordeeld wordt ten opzichte van inkomen uit arbeid, dan betekent dit dat degene wiens inkomsten meer dan genoeg zijn voor zijn uitgaven bevoordeeld wordt ten opzichte van degene wiens inkomsten precies genoeg zijn voor zijn uitgaven. Oftewel, degene die meer dan genoeg heeft wordt bevoordeeld boven degene die precies genoeg heeft.

Ten vijfde en laatste, in kapitalisme wordt de rijken de mogelijkheid gegeven in het geheel geen belasting te betalen. Enkel zij beschikken namelijk over de middelen waarmee de mazen in de wet gevonden en uitgebuit kunnen worden.

Belastingen in kapitalisme: Het voorbeeld van Amerika

In Amerika is heel duidelijk dat belastingen in kapitalisme een plicht zijn op degenen die niet tot de elite behoren en niet op de elite. De primaire bron voor belastingen voor de Amerikaanse federale overheid is het inkomen van gewone mensen. De winsten van ondernemingen worden veel minder zwaar belast. Bovendien wordt de grote ondernemingen de mogelijkheid gegeven om belastingen te ontwijken. Tijdens de eerste helft van de 20e eeuw inde de Amerikaanse federale overheid nog ongeveer evenveel van ondernemingen als van individuen. Maar tijdens de tweede helft van deze eeuw is de belastingplicht op ondernemingen voortdurend teruggebracht en die op individuen opgeschroeft (Grafiek 6).
Grafiek 6: De verhouding tussen het inkomen aan venootschapsbelasting en loonbelasting voor de Amerikaanse federale overheid voor de periode 1934 – 2004. [9]
Voor wat betreft de belasting op individuen, in Amerika betalen de 400 mensen die de meeste inkomstenbelasting afdragen gemiddeld 27% belasting over hun inkomen. De rest van de belastingbetalers, daarentegen, betaalt gemiddeld 40% belasting. [10] Dit betekent eenvoudigweg dat de meest rijken in de samenleving minder belasting betalen dan de rest van de samenleving.

De meest recente Amerikaanse beleidsmaatregelen die het onrecht van belasting in kapitalisme ten uitdrukkingen brachten waren de twee belastingmaatregelen ten uitvoer gebracht door George W. Bush tijdens zijn eerste termijn als president, de zogaamde EGTRRA-maatregel van 2001 en de JGTRRA-maatregel van 2003. De JGTRRA-maatregel van 2003 verlaagde hoofdzakelijk de belasting op inkomen uit beleggingen en de belasting op dividenden, wat vooral ten goede kwam aan de rijkeren in de samenleving die veel meer dan de niet-rijken in de samenleving inkomen halen uit beleggingen en dividenden. De EGTRRA-maatregel van 2001 verlaagde belastingen per Amerikaan met gemiddeld $1,126. Echter, het deed dit op een zodanige wijze dat de belastingen voor de rijkste 1% van de Amerikanen verlaagd werden met gemiddeld $38,473. De belastingen voor de armste 20% van de Amerikanen, daarentegen, werd verlaagd met gemiddeld $35.

Belastingen in kapitalisme: Het voorbeeld van Nederland

Nederland is een voorbeeld van hoe verschrikkelijk zwaar de mensen belast worden in kapitalisme, veelal zonder dat ze het in de gaten hebben.

Om te beginnen heft de Nederlandse gemiddeld ongeveer 35% belasting over het inkomen uit arbeid.

Voor eigen-woning-bezitters is onderdeel van de inkomstenbelasting het zogenoemde eigenwoningforfait. Onder deze regel moet bij het inkomen een fictief inkomen opgeteld worden, gelijk 0,55% van de waarde van de woning waarin geleefd wordt. Over dit bedrag moet de 35% inkomstenbelasting betaald worden.

Hierna heft de overheid 19% BTW op iedere aankoop. Wie een huis koopt hoeft geen BTW te betalen maar moet wel 6% overdrachtsbelasting betalen, over de prijs die voor het huis betaald wordt.  Wie een nieuwe auto wil kopen moet naast de BTW tevens 40% BPM betalen over de cataloguswaarde van de auto.

Wie een auto in bezit heeft moet motorrijtuigenbelasting betalen. En op iedere liter benzine wordt naast BTW ongeveer €0.69 aan accijnzen geheven.

Ook moet er belasting betaald worden op leidingwater (€0,149 per kubieke meter), over energie (€0,0852 per kilowattuur) en over aardgas (€0,1822 euro per kubieke meter). Verder worden er speciale accijnzen geheven op tabak en op alcohol.

Dit zijn een aantal voorbeelden van belastingen van de Nederlandse staatoverheid. Hiernaast heffen ook de gemeentes belasting. Om te beginnen de onroerende zaak belasting, waarbij men een per gemeente verschillende percentage moet betalen over de waarde van het huis waarin men woont. Verder heffen de gemeente ondermeer reinigingsheffingen, rioolrecht (gemiddeld €125 per gezin) en natuurlijk parkeerbelasting (de parkeermeter…). En als men dan een keer een document dat uitgegeven wordt door de gemeente nodig heeft, zoals een paspoort of een rijbewijs of een vergunning, dan moet hier weer afzonderlijk voor betaald worden.

Ten slotte kunnen dan nog de waterschappen genoemd worden die verantwoordelijk zijn voor het waterbeheer in Nederland. Ook de waterschappen heffen belasting: de zuiveringsheffing die betaald moet worden voor het zuiveren van het water, de verontreinigingsheffing die betaald moet worden voor het reining van vervuild (riool)water, en de watersysteemheffing die betaald moet worden voor het beheer van het watersysteem (rivieren, kanelen, gemalen, dijken, et cetera).

Wie na het betalen van al de belastingen dan nog iets over houdt van zijn inkomen, die betaalt in Nederland over zijn bezittingen (zoals aandelen, schilderijen, et cetera) een vermogensrendementheffing van 1,2% (over het vermogen dat de €20.000 te boven gaat).

De belastingen volgen een persoon zelfs zijn graf in. Veel gemeente kennen een belasting op begravenissen. En wie een nalatenschap heeft diens erfgenamen zullen een belastingaanslag op de deur ontvangen. Indien de echtgeno(o)t(e) de erfgenaam is, dan is ongeveer €500.000 vrijgesteld van belastingen, maar over alles wat daarboven komt moet tussen de 5% en 27% belasting betaald worden. Voor kinderen geldt een vrijstelling van ongeveer €10.000, en ook zij betalen tussen de 5% en 27% belasting over de rest van de ervenis. Broers, zussen, ouders en grootouders kennen ook een vrijstelling van ongeveer €10.000, maar zij betalen tussen de 26% en 53% belasting over de rest van de ervenis. Al de overige erfgenamen, ten slotte, betalen tussen de 41% en 68% belasting over de erfenis, waarbij slechts €2.000 vrijgesteld is.

[1] www.oecd.org/document/60/0,3343,en_2649_34533_1942460_1_1_1_37427,00.html

[2] www.ft.com/cms/s/0/fb646c52-54fe-11dc-890c-0000779fd2ac.html?nclick_check=1

[3] www.reuters.com/article/newsOne/idUSN1249465620080812

[4] Ibidem noot 1

[5] Ibidem noot 1

[6] www.accf.org/media/dynamic/2/media_275.pdf

[7] Ibidem noot 5

[8] www.taxpolicycenter.org

[9] Ibidem noot 5

[10] De percentages zijn gebaseerd op de som van inkomstenbelasting van de Amerikaanse federale overheid, inkomstenbelasting geheven door de staten, en de sociale zekerheid contributies die verschuldigd zijn bij inkomen uit arbeid. Bron: www.askquestions.com

Comments

comments

DELEN