Het is welbekend dat er in Nederland individuen zijn die een persoonlijke kruistocht voeren tegen Islam en de moslims en die proberen het Nederlandse publiek tegen hen op te jutten. Als onderdeel van hun kruistocht proberen deze mensen onder meer de Nederlanders te laten denken dat Islam en de moslims “wezensvreemd” zijn voor Nederland. Nederland, Islam en de moslims hebben geen gedeelde geschiedenis, zeggen zij, en dus horen Islam en de moslims niet in Nederland thuis.

Deze bewering is aantoonbaar onjuist, echter. Nederland, Islam en de moslims kennen een lange geschiedenis van in hoofdzaak positieve relaties. Bijvoorbeeld, de Islamitische Staat Al Khilafa was de enige natie in de wereld die de Nederlanders met geld en soldaten steunde in hun vrijheidsstrijd tegen de Spanjaarden. Dit was de reden dat de Geuzen de slogan “liever Turks dan Paaps” hanteerden, de betekenis waarvan is “wij schamen ons niet voor onze samenwerking met de moslims, want de moslims zijn beter dan de katholieken”. [1] De Islamitische Staat Al Khilafa was ook de eerste staat in de wereld die Nederland als onafhankelijke staat erkende – sterk tegen de zin van Spanje, Frankrijk en Engeland. Dit was toen de Khalifa van de moslims de Nederlanders uitnodigde om een officiële ambassadeur naar Istanboel te sturen. [2] Hieruit resulteerden vervolgens hechte handelsrelaties tussen Nederland en de Islamitische Staat Al Khilafa die eeuwen zouden voortduren, tot het einde van de Islamitische Staat Al Khilafa in het jaar 1924 naar christelijke jaartelling. Al deze tijd was de Islamitische Staat Al Khilafa – in hoofdzaak de plaats Smyrna, hedendaags Ismir – een thuis voor verschillende Nederlandse families die zonder uitzondering met het grootste respect werden behandeld door hun moslim buren. [3]

Maar de positieve relaties tussen Nederland en de Islamitische Staat Al Khilafa waren niet enkel politiek en economisch van aard. Vanaf het prille begin van de natiestaat Nederland bestonden ook hechte persoonlijke banden tussen de volkeren van beide landen. Dit kwam doordat verschillende Nederlanders zich bekeerden tot Islam en emigreerden naar de Islamitische Staat Al Khilafa. De geschiedenis van sommige van de eerste van deze Nederlandse bekeerlingen tot Islam zal in het nu volgende artikel geïntroduceerd worden.

Ivan Dirkie de Veenboer, alias Soelayman Ra’ies

De eerste eeuw van de Nederlandse onafhankelijkheid, de 17e eeuw, was het hoogtepunt van de internationale kaapvaart. In deze periode gebruikten al de zeevarende staten piraterij in de strijd om macht en invloed. De koningen en keizers van Europa gaven daarom “kaperbrieven” uit, waarmee ze hun onderdanen formele toestemming gaven om kaper te worden en piraterij te bedrijven tegen de vijanden van de staat. In ruil voor deze kaperbrief beloofde de kaper dan belasting te zullen betalen aan de staat over zijn buit.

Piet Hein (1577 – 1629), die door zijn kaping van de Spaanse zilvervloot in 1628 een held werd voor de Nederlanders, was zo een kaper. [4] Michiel de Ruyter (1607 – 1676), die andere grote Nederlandse zeeheld, was kaper geweest. De naam De Ruyter schijnt zelf “de kaper” te betekenen. [5] En zo ook Maarten Tromp (1598 – 1653), die in 1623 als kaper zelfs roofacties had ondernomen op het vasteland van Spanje. [6]

Ook de Islamitische Staat Al Khilafa hanteerde de militaire tactiek van de kaapvaart. En op 18 april 1617 stuurde de Nederlandse consul in Algiers, op dat moment een belangrijke havenplaats in de Islamitische Staat Al Khilafa, een brief naar zijn bazen in de Staten-Generaal der Nederlanden met daarin een belangrijk bericht omtrent de kaapvaart van de moslims. De heer Wynant de Keyser van Bollandt rapporteerde namelijk dat de Nederlander Ivan Dirkie de Veenboer, onder de moslims bekend als Soelayman, door de Khalifa van de moslims Ahmed I benoemd was tot emier al bahr, oftewel admiraal van de Islamitische vloot van kaapvaarders te Algiers: “[van Istanboel] is wederomme gecommen den capiteyn Soliman reys den Veenboer – een man, omme de waarheyt te seggen die aen onse Neerlantsche schepen geen quaat en doet, als hebbende onder ander de voorleden reyse een jacht genomen van Abbe Wilmsen van Vlissingen ende niet misdaen, hoewel veel gelt inne hadde.” (“Uit Istanboel is teruggekomen de kapitein Soelayman Ra’ies de Veenboer – een man die, om de waarheid te zeggen, onze Nederlandse schepen geen kwaad doet , en die ondermeer onlangs een schip van Abbe Wilmsen van Vlissing heeft genomen en niets heeft misdaan alhoewel het veel geld bij zich had.”)

Wanneer deze Ivan Dirkie de Veenboer precies is geboren is niet bekend. Wat wel bekend is, is dat hij omstreeks 1606 zijn geboortestad Hoorn verliet om in dienst te treden bij een kaper genaamd Simon de Danser. Aan boord van diens schip trok hij naar het Middellandse Zee gebied en kwam hij in contact met de moslims van Noord-Afrika in Algiers. In 1609, vervolgens, bekeerde hij zich tot Islam en nam de naam Soelayman aan.

In dienst van de zeemacht van de Islamitische Staat Al Khilafa liet Soelayman zien een kundig zeeman te zijn. In 1613 werd hij al tot kapitein benoemd op een schip met 200 matrozen en 35 kanonnen. Zoals gezegd gaf de Khalifa hem in 1617 zelfs de verantwoordelijkheid om de veiligheid van de Griekse eilanden – op dat moment onder controle van de Islamitische Staat – te garanderen.  Hij voer op dat moment het bevel over 42 grote schepen met minstens 6.000 soldaten.

Soelayman vergat zijn afkomst niet, echter. Wanneer hij in de Middellandse Zee een Spaans schip aantrof dan hief hij naast de vlag met de rode halve maan van de Ottomaanse Khilafa tevens de vlag van de Nederlandse Republiek die op dat moment in oorlog was met de Spanjaarden. En wanneer Nederlanders gevangen werden genomen door zijn collega’s in de zeemacht van de Khilafa, dan deed hij zijn best om ervoor te zorgen dat goed voor hen gezorgd werd. Bijvoorbeeld op 9 oktober 1617 kreeg  Willem Ysbrantsz Bontekoe zijn vrijheid terug dankzij Soelayman. Bontekoe schreef later het beroemde boek “De scheepsjongens van Bontekoe”.

Op 19 september 1620 voer Soelayman Ra’ies uit voor wat zijn laatste reis zou zijn. Nabij de Spaanse stad Cartagena trof hij een Nederlandse vloot die hij aanviel. Bij de strijd op 10 oktober werd Soelayman getroffen door een kanonskogel en verloor hij zijn benen. Aan deze wond zou hij korte tijd later overlijden.

Jan Janszoon alias Moerad Ra’ies

In het jaar 1618 had Soelayman Ra’ies gezorgd voor goede behandeling van een Nederlander genaamd Jan Janszoon. Jan Janszoon was omstreeks 1570 in Haarlem geboren. Ook hij was kaper geworden net zoals Soelayman. In 1618, echter, had Jan Janszoon schipbreuk geleden nabij Lanzarote. Jan Janszoon verbleef hierdoor op het eiland toen Soelayman het eiland later in 1618 overviel. Soelayman nam Jan Janszoon onder zijn hoede en bracht hem naar Algiers. In navolging van Soelayman bekeerde ook Jan Janszoon zich vervolgens tot Islam. Hij nam de naam Moerad aan.

Niet alleen in religie volgde Moerad Janszoon Soelayman. Moerad trad ook in dienst van de zeemacht van de Islamitische Staat Al Khilafa en wist evenals Soelayman snel carrière te maken. Emier al bahr Soelayman gaf Moerad het bevel over een konvooi schepen van de moslims in 1619. In 1620, vervolgens, bracht hij de eerste gekaapte schepen terug naar Algiers.

Moerad was in eerste instantie minder zorgzaam voor de Nederlanders dan Soelayman was geweest. Voor Moerad was de vijand de vijand, ongeacht waar deze vandaan kwam. Dus de eerste Nederlanders wier schepen door Moerad gekaapt werden, kregen van hem geen bevoordeelde behandeling. Latere berichten over Moerad, echter, beschrijven hem eveneens als een zegen voor de Nederlanders. Een Nederlandse delegatie naar de havenplaats Salé merkte op dat daar geen Nederlandse gevangenen waren, alhoewel verschillende Nederlandse schepen door de moslims gekaapt waren geworden. Dit was, zo zei de delegatie, omdat Moerad er hoogstpersoonlijk voor zorgde dat Nederlandse gevangen direct na aankomst vrij gezet werden, in tegenstelling tot Spaanse, Engelse en Franse gevangenen. Moerad bracht in Algiers ook veel van zijn tijd door onder de Nederlandse gevangenen en riep hen op om eveneens moslim te worden: “’t Was hem niet genoegh, dat hy, om een gewaend tijdlijck geluck, den Heer Christus versaeckt, sijne Ziel vermoord, sijne Saligheyd verworpen had, maer oock porde hij ander Christenen aen, haer sijne bekoomene heerlijckheyd voor oogen stellende, om ’t Christendom te verlaeten en sich te doen besnijden; ’t welck dan ook van eenige godlooflijck wierd gedaan.” (“Het was niet genoeg voor hem dat hij voor een in zijn denken tijdelijk geluk de Heer Christus verzaakte, zijn ziel vermoorde en zijn zaligheid verworpen had. Maar hij spoorde ook andere christenen aan, presenteerde hen zijn komende heerlijkheid [Islam] voor, om Christendom te verlaten en zich te laten besnijden. Wat dan ook door sommigen daadwerkelijk werd gedaan”.)

In de strijd was Moerad misschien nog wel meer succesvol dan Soelayman was geweest. In 1624 verzocht de heerser van Marokko Moerad daarom naar hem te komen om “admiraal van Salé” te worden. Salé was op dat moment een belangrijke havenstad in het Middellandse Zeegebied vlakbij de Straat van Djebel at Taariq (Gibraltar). Moerad vertrok daarop naar Salé, werd Moerad Ra’ies, en bouwde een vloot van ongeveer 17 schepen op. Met groot succes leidde hij vervolgens de oorlog van de moslims tegen de Spanjaarden, Nederlanders en Engelse schepen in het gebied.

Op een gegeven moment sloot de heerser van Marokko echter een vredesverdrag met de Nederlanders, wat Moerad Janszoon in staat stelde zijn vaderland weer te bezoeken. Dit was niet gepland maar resulteerde zo omdat zijn schip in 1623 tijdens een storm in het Engels Kanaalgebied beschadigd was geraakt. Moerad Janszoon voer daarop naar Veere in Zeeland voor reparaties en nieuwe provisie. Daar aangekomen trok de familie van Moerad uit Haarlem naar Veere om hem te bezoeken. Ze smeekten hem om terug naar Haarlem te komen, zoals ook andere Nederlandse bemanningsleden aan boord van het schip van Moerad door hun families gesmeekt werden om in Nederland achter te blijven. Echter, noch Moerad, noch iemand van zijn bemanning, ging van boord. Allen wilden terug naar hun thuis in Salé. Sterker nog, toen Moerad uiteindelijk van wal stak waren verschillende Nederlanders in het geheim bij hem aan boord geklommen omdat zij met hem naar de Islamitische Staat Al Khilafa wilden varen.

In 1626 kwam Moerad nogmaals naar Nederland. Ditmaal omdat zijn schip tijdens een kaping beschadigd was geraakt. Moerad voer met een konvooi van drie schepen, één waarvan eveneens door een Nederlander aangevoerd werd, genaamd Mami Ra’ies. Mami was oorspronkelijk als Pieter Janszoon van Akersloot geboren. Hij werd door zijn bemanning Hadji genoemd, wat betekent dat hij met succes de Islamitische bedevaart naar Mekka volbracht had.

In 1631 ondernam Moerad Janszoon een van zijn grootste daden in dienst van de zeemacht van de Islamitische Staat Al Khilafa. Hij trok met twee schepen en 280 man bemanning vanuit Algiers op naar Engeland. Hij zette eerst voet aan land in Engeland en vervolgens in Ierland. Bij deze acties bleef het aantal doden onder de burgerbevolking beperkt omdat Moerad niet uit was op moord maar op “kaping”, oftewel oorlogsbuit. En op de heen en terugreis kaapte hij zowel Spaanse, Franse als Engelse schepen. Onder de buit die Moerad Janszoon naar Algiers terugbracht waren ook gevangenen, mannen, vrouwen en kinderen. Over hoe dezen onderweg behandeld werden is gezegd: “De Turken verwenden [de kinderen] met stukjes en beetjes uit hun particuliere voedselvoorraad. De IJslandse priester onder de gevangenen vertelde dat, toen zijn vrouw gedurende de reis het leven schonk aan een welgeschapen kind, twee van de renegaten [tot Islam bekeerde Europeanen] een paar hemden afstonden, daar kon ze luiers uit scheuren. De officieren stelden stukken canvas beschikbaar waarmee men aan dek tenten kon oprichten, zodat de vrouwen wat leefruimte genoten.” Toen de Engelse consul over de aankomst van de mensen uit Engeland en Ierland in Algiers berichtte, in augustus 1631, was er niemand onder de vrouwen die iets te klagen had gehad.

In 1631 werd Moerad zelf gevangen genomen, echter, door kruisridders van het eiland Malta. Op dat moment opereerde Moerad vanuit Tripoli en een Franse pater die aanwezig was in de stad op het moment dat bekend werd gemaakt dat Mourad gevangen was genomen schreef hierover: “De Maltezer ridders zijn zo dapper dat zij er vaak in slagen zich niet alleen meester te maken van roofschepen doch ook van hen die voorgeven er eigenaar van te zijn. Getuige hiervoor is het voorgevallene met een zekere Morat, een Vlaming, een der grootste zeerovers die de Middellandse Zee ooit heeft gezien. Zijn listen konden niet voorkomen dat hij gevangen werd, korte tijd nadat hij van Algiers naar Tripoli was verhuisd, in welke laatste stad het bericht van zijn gevangenneming juist ontvangen werd toen ik daar verblijf hield. Ik zag toen wel honderd vrouwen die de echtgenote van de piraat een rouwbezoek gingen brengen. Aan zuchten en jammeren geen gebrek; tranen werden rijkelijk vergoten, zoals bij dergelijke onverwachte en noodlottige voorvallen te doen gebruikelijk is.” Moerad Ra’ies, met andere woorden, was voor de moslims een groot man, een held, een moedjaahid fie sabielillah (strijder voor de zaak van Allah).

Wanneer precies Moerad Janszoom vrijkwam uit gevangenschap is niet bekend. Wel kwam hij vrij en nam hij zijn grootse carrière in de Islamitische Staat weer op. Hij werd gouverneur voor de plaats Oualidia. Zijn dochter Lysbeth, uit Moerad’s eerste huwelijk in Nederland, bezocht hem daar zelfs en besloot hierna bij haar vader te blijven.

Moerad Janszoon kreeg in Noord-Afrika ten minste twee zonen, Abraham in omstreeks 1602 en  Antonius in 1607. Dit is bekend omdat deze twee vanuit Noord-Afrika zijn verhuisd naar Amerika.

Antonius, zoon van Moerad Janszoon, vertrok naar Amerika in 1633. Hij vestigde zich daar in Nieuw Amsterdam, tegenwoordig New York. Antonius’ naam duikt geregeld op in de archieven van de rechtbank van de Nederlanders in Nieuw Amsterdam. De meeste van de aanklachten tegen Antonius kwamen van dominee Bogardus of mensen in diens omgeving. De antipathie van deze mensen tegen Antonius had te maken met het feit dat Antonius vasthield aan zijn Islamitische afkomst. Hij weigerde om bij te dragen aan het fonds waaruit de dominee een salaris betaald werd en hij slachtte op de Islamitische feestdagen dieren in aanbidding van Allah (swt). In de documenten van de rechtbank wordt Antonius daarom ook vaak aangeduid als “de Turk”. [7] Van Antonius is ook bekend dat hij vaak zijn Koran las. [8] Van de Koran van Antonius, zoon van Moerad Janszoon wordt gezegd dat dit de eerste Koran in Noord-Amerika was.

Abraham, zoon van Moerad Janszoon, vertrok eveneens naar Amerika. Van hem is veel minder bekend. Hij was ook bekend als “de Turk”. In tegenstelling tot de andere Europeanen, die zich op raciale basis organiseerden, trouwde hij met een negroïde vrouw en kreeg een dochter van haar. Na zijn dood in 1659 liet hij zijn bezittingen na aan zijn vrouw en dochter, maar het stadsbestuur nam dezen van hen af. [9]

Wanneer precies Moerad Janszoon is overleden is niet bekend.  Mensen die hem tijdens zijn leven hadden ontmoet, schetsten een uniek beeld van Moerad. Een afgevaardigde van de Engelse regering merkte op dat Moerad Janszoon altijd samen met een Islamitische geleerde optrok “die op Hadj was geweest naar het graf van Mohammed”.

Het bekeringsritueel

De bekering van een Europeaan tot Islam werd gewoonlijk gevierd middels een feestelijk ritueel. Men kreeg de kleding die onder de moslims gebruikelijk was aangemeten en het hoofd werd kaalgeschoren. Hierna moest de bekeerling de wijsvinger van de rechterhand in de lucht steken en de Islamitische geloofsgetuigenis (sjahaada) zeggen. Vervolgens werd hij op een paard door de straten van de stad gereden om de mensen te laten weten van zijn bekering. Het ritueel eindigde met een bad (ghoesl) en een uitgebreid banket met allerhande gasten. “Wanneer iemand uit vrije wil tot de godsdienst van de Mohammedanen overstapt, gaat dit met een uitgebreide ceremonie gepaard. Er zijn velen die zich zo bekeren omdat het hun keuze is, zonder dat er enige bedreiging of strengheid aan te pas komt. (…) Welnu, wanneer iemand mohammedaan wordt, gaat hij naar het hof waar de dey en de divan zetelen, waar hij verklaart dat hij bereidt is zich te bekeren. Hij wordt onmiddellijk aanvaard en niet gevraagd waarom. Hierna wordt de apostaat op de rug van een statig ros gezet, met een rijk zadel en mooie stijgbeugels; hij wordt tevens rijk gekleed en hij heeft een tulband op zijn hoofd (…). Het paard met de apostaat op zijn rug, wordt door de hele stad geleid; hij draagt een pijl in zijn rechterhand, en houdt die recht omhoog, net zoals de wijsvinger van de rechterhand, die hij tegen de pijl houdt. (…) De apostaat wordt vergezeld door trommelaars en muzikanten. (…) Er zijn eveneens twee mannen die langs beide kanten van de straat lopen om te vergaren wat de mensen bij wijze van aanmoediging willen schenken aan de nieuwe bekeerling (…). De omroeper (muezzin) loopt voorop en dankt God met luide stem voor de bekeerling; en op enkele plaatsen in de stad, meer bepaald bij de Casharees, of plaatsen waar veel soldaten samen verblijven, heft de menigte de handen omhoog om God te danken”.

In Marokko werd deze ceremonie voorafgegaan door een rechtszaak: “De christenen die in de stad op het dorp wonen, worden ervan op de hoogte gebracht dat die of die Elke wil worden, dat wil zeggen dat hij zich wil bekeren. Dan verzamelen evenveel barbaren als christenen zich in een ruimte die daarvoor bestemd is. Een groep zit (zoals rechters) aan de ene kant; de andere zit recht tegenover hen en de overloper bevindt zich juist in het midden van de kamer tussen hen. In het bijzijn van allen vraagt men hem of hij de wet van zijn eigen religie wil verloochenen en de hunne omhelzen of niet. Hij mag in alle vrijheid tussen beide kiezen. Ja, het is zelfs toegestaan dat degenen die tegenover hem zitten (de christenen dus) alle denkbare argumenten mogen gebruiken om hem van zijn goddeloos voornemen te doen afzien.”

Slotwoord

Soelayman en Moerad waren bij lange na niet de enige Nederlanders die zich in de 17e eeuw tot Islam bekeerden. Volgens sommige schattingen bekeerden jaarlijks 40.000 mensen zich in de Islamitische Staat Al Khilafa tot Islam. Andere Nederlandse bekeerlingen die als moslim bekendheid en beroemdheid vergaarden waren onder meer: “Seffer Reis alias Thomas de Gauwdief van Harlingen, Soelayman Buffoen, in de wandeling Jacob de Hoerewaard van Rotterdam geheeten, Assan Reis [alias (Meinart Dirxsen uit Haarlem], de Jonge Veenboer, en nog vele anderen”. [10]

Bronnen:

“Barbarijse zeeroof”, Arne Zuidhoek, 1977, www.zuidhoek.nu/index.php/nl/barbarijse-zeeroof

“Sultans, slaven en renegaten: de verborgen geschiedenis van het Ottomaanse rijk”, 2001, Joos Vermeulen

[1] “De Islamitische Staat Al Khilafa hielp Nederland om onafhankelijk te worden van Spanje”, www.expliciet.nl

[2] Ibidem noot 1

[3] “Hoe behandelde de Islamitische Staat Al Khilafa haar Nederlandse inwoners”, www.expliciet.nl

[4] http://nl.wikipedia.org/wiki/Piet_Hein_(zeevaarder)

[5] https://nl.wikipedia.org/wiki/Michiel_de_Ruyter

[6] http://nl.wikipedia.org/wiki/Maarten_Harpertszoon_Tromp

[7] “The Van Salee Family”, www.pbs.org/wgbh/pages/frontline/shows/secret/famous/vansallees.html

[8] http://en.wikipedia.org/wiki/Anthony_Janszoon_van_Salee

[9] “The historical magazine and notes and queries concerning the antiquities, history and biography of America, volume VI”, 1862

http://books.google.com.qa/books?id=yXsFAAAAQAAJ&pg=PA173&dq=Anthony+Jansen+van+Salee&lr=&redir_esc=y#v=onepage&q=Anthony%20Jansen%20van%20Salee&f=false

[10] “Van vlootvoogden en zeeslagen”, J.C.M Warnsinck, 1942, www.dbnl.org/arch/_kro004184901_01/pag/_kro004184901_01.pdf

Comments

comments

DELEN