Om te kunnen oordelen of iets goed of slecht is, is een maatstaf nodig op basis waarvan de beoordeling plaats kan vinden. Voor wat betreft de beoordeling van een economisch systeem kan gezegd worden dat de beoordeling op basis van ten minste drie zaken plaats moet vinden.

De eerste van deze is “groei”, waarbij de vraag is: “Stelt het systeem de economie in staat om zich te ontwikkelen, zodat de welvaart gecreëerd kan worden die noodzakelijk is om voor alle mensen de bevrediging van de behoefte aan voeding, kleding en onderdak te kunnen garanderen, en zodat de mensen hierna op zoek kunnen gaan naar bevrediging van hun behoefte aan luxe?”.

De tweede van deze is “welzijn”. Welzijn is gerelateerd aan welvaart, maar het is van een hogere orde dan welvaart. Welvaart betreft de samenleving, namelijk, terwijl welzijn het individu betreft. En welvaart betreft enkel de materiële rijkdommen, terwijl welzijn ook rekening houdt met niet-materiële indicatoren zoals de eerbiedwaardigheid van het bestaan. Bij welzijn als maatstaf kijkt men dus naar de verdeling van de welvaart in de samenleving en naar de eerbiedwaardigheid van het bestaan in deze samenleving. Bij “welzijn” zijn de vragen dus: “Zijn al de mensen in de samenleving in staat hun behoefte aan voeding, kleding en onderdak te bevredigen, of niet?” en “Komen de mensen op respectabele wijze tot bevrediging van hun behoefte aan voeding, kleding en onderdak, of moeten zij zich hiervoor verlagen ten overstaan van andere mensen, en zich onderwerpen aan andere mensen?”.

De derde van deze is “duurzaamheid”. Want groei is waardeloos als het resultaat hiervan niet behouden kan worden. En van echt welzijn is geen sprake als de mensen slechts tijdelijk delen in de welvaart en slechts tijdelijk eerbiedwaardigheid van bestaan kennen.

Omdat het economisch systeem van Islam op dit moment nergens in de wereld in de praktijk wordt gebracht, en dus enkel in boeken bestaat, is het moeilijker om dit systeem te beoordelen uitgaande van deze drie perspectieven. Het is echter niet onmogelijk om in afwezigheid van praktische implementatie van het economisch systeem van Islam dit systeem te toetsen op basis van “groei”, “welzijn” en “duurzaamheid”. Men kan dit doen, namelijk, door de fundamenten van Islamitische economie te behandelen in relatie tot deze drie. Met andere woorden, door te onderzoeken hoe het economisch systeem van Islam in de praktijk zal werken.

De economie van de Islamitische Staat Al Khilafa en groei

Ontwikkeling van de economie resulteert daar waar de menselijke creativiteit de mogelijkheid wordt gegeven om zich te ontplooien. Voor de ontplooiing van de menselijke creativiteit is een belangrijke vereiste het samenbrengen van deze creativiteit met het kapitaal. Want zonder kapitaal bestaat creativiteit enkel in de hoofden en wordt er in de praktijk geen gebruik van gemaakt. In het economisch systeem van kapitalisme zijn het de banken die creativiteit en kapitaal samenbrengen. Het kapitaal wendt zich tot de bank op zoek naar investeringsmogelijkheden en de creativiteit wendt zich met een “business plan” tot de bank voor financiering. De bank speelt dan de rol van verdeler van het kapitaal. Namens de eigenaren van het kapitaal bepaalt zij aan wie precies het kapitaal in de vorm van rentedragende leningen uitgegeven wordt. Zo brengt het kapitalisme de creativiteit met het kapitaal tezamen, waardoor de creativiteit in de praktijk benut kan worden middels nieuwe ondernemingen of nieuwe economische activiteiten. De beloning die het kapitaal hiervoor ontvang is rente over de lening.

Er zijn verschillende manieren waarop Islam creativiteit en kapitaal samenbrengt. Omdat dit ten voordele is voor de samenleving moet de Islamitische Staat middelen beschikbaar maken voor de creativiteit. Dus de persoon met een goed idee maar zonder kapitaal mag aankloppen bij de Islamitische Staat en vragen om een renteloze lening ter financiering van de tenuitvoerbrenging van zijn idee.

Een andere manier waarop Islam creativiteit en kapitaal samen brengt is middels de Islamitische ondernemingsvormen. In de vennootschapsvorm Al ‘Inaan brengen twee partijen kapitaal tezamen op basis van een idee voor handel of industrie en delen ze vervolgens de arbeid die noodzakelijk is om in de praktijk gebruik te maken van het idee. Dit is een manier om het kapitaal bijeen te brengen dat nodig is voor de praktische tenuitvoerbrenging van een idee, door kapitaalkrachtigen samen te brengen op basis van het idee. In de vennootschapsvorm Al Moedharaba wordt een persoon met creativiteit tezamen gebracht met een persoon met kapitaal. Met andere woorden, in Al Moedharaba worden creativiteit en kapitaal partners. Het kapitaal financiert de gebruikmaking van de creativiteit. Het verschil tussen Al Moedharaba en de vennootschapsvorm Al Woedjoe is dat in Al Woedjoe één partner op basis van een idee voor handel of industrie kapitaal ter beschikking stelt aan twee of meer partners die de arbeid voor de vennootschap zullen verrichten. Een verder mogelijk verschil tussen Al Moedharaba en Al Woedjoe is dat in Al Woedjoe het kapitaal ook kan bestaan uit reputatie, zoals wanneer twee mensen met creativiteit gebruik maken van de reputatie van een derde persoon om op krediet te kunnen aankopen. Als dat mogelijk is dan is geen startkapitaal nodig. Wat noodzakelijk is om de onderneming te beginnen kan dan geleend worden, en afbetaald worden uit de omzet die resulteert uit de economische activiteit. Het kapitaal komt hier dus in de vorm van reputatie. In de vennootschapsvorm Al Moefawadha, ten slotte, worden de karakteristieken van al de voorgaande vennootschapsvormen gemengd. Bijvoorbeeld, drie partners brengen kapitaal tezamen op basis van een idee voor handel of industrie, maar twee van de drie partners brengen tezamen met hun kapitaal tevens arbeid in. Of creativiteit wordt tezamen gebracht met kapitaal en reputatie.

Voor al de Islamitische ondernemingsvormen geldt dat de winsten uit de op het idee gebaseerde activiteit verdeeld worden tussen de deelnemende partijen, op basis van de afspraak die zij hierover gemaakt hebben bij aanvang van de onderneming. Verliezen, daarentegen, komen volledig voor rekening van het kapitaal. Degene die enkel arbeid inbrengt in de onderneming loopt bij verlies de beloning voor zijn inspanning mis. Dit betekent dat in de Islamitische ondernemingsvormen het kapitaal deelt in zowel winst als verlies. In de Islamitische ondernemingsvormen is het risico voor het kapitaal dus groter dan in kapitalisme, omdat in kapitalisme de verschaffer van het kapitaal (bijna) altijd zijn rente krijgt. Want zelfs indien de economische activiteit niet winstgevend is, dan nog zal de kapitalistische onderneming de verschuldigde rente moeten betalen aan de verschaffers van het kapitaal. Dat het kapitaal in het economisch systeem van Islam desalniettemin toch zal kiezen voor deelname in ondernemingen, en niet voor de uitgifte van rentedragende leningen, is omdat in Islam rente verboden is. Het is het kapitaal dus simpelweg verboden om zichzelf middels rentedragende leningen beschikbaar te stellen aan creativiteit.

Verder heeft het economisch systeem van Islam verschillende eigenschappen die voorkomen dat de plicht op het kapitaal om de winst te delen met de creativiteit en het verlies volledig te dragen, het kapitaal er van zal weerhouden om zichzelf beschikbaar te maken voor de creativiteit. Allereerst zorgt de zakaat hiervoor. De zakaat is namelijk een jaarlijkse heffing van 2,5% over de rijkdom die niet benut wordt. Dit betekent dat indien het kapitaal niet ter beschikking van de creativiteit gesteld wordt middels de Islamitische ondernemingsvormen, dan zal er jaarlijks een heffing van 2,5% over betaald moeten worden. Daarentegen, indien het kapitaal wel ter beschikking van de creativiteit gesteld wordt, dan wordt het benut en is de eigenaar van het kapitaal geen jaarlijkse zakaat verschuldigd. Met andere woorden, het feit dat Islam “belasting” heft op de rijkdom die niet benut wordt motiveert het kapitaal om zichzelf ter beschikking te stellen van de creativiteit. Omdat het anders door de tijd opgegeten zal worden. Hiernaast heeft Islam het oppotten van geld verboden verklaard. En de straf voor oppotten van geld is confiscatie van dit geld door de Islamitische Staat. Men mag wel sparen in Islam, wat betekent dat men geld opzij zet met het doel op een later moment een besteding te doen die in het huidige moment niet betaald kan worden. Maar men mag niet oppotten, en oppotten is het opzij zetten van geld zonder bestedingsdoel. Het is het hamsteren van geld in de hoop er zoveel mogelijk van te kunnen verzamelen. Ook dit verbod op het oppotten van geld motiveert het kapitaal om op zoek te gaan naar creativiteit waaraan het zich zou kunnen verbinden, omdat het anders door de Islamitische Staat afgenomen zal worden.

De Islamitische wetgeving betreffende het braakliggende land en de landbouwgrond heeft eenzelfde effect. In Islam is het braakliggende land voor degene die het omheind. Dus wie boer wil worden hoeft enkel een stuk braakliggend land te omheinen. Daarna is het van hem, mag hij het bewerken en is de oogst van hem. Wie braakliggend land of landbouwgrond in zijn bezit heeft maar dit niet bewerkt, die verliest naar drie jaren zijn eigendomsrecht. Het land gaat dan over op iemand die wel over de tijd en de creativiteit beschikt om de grond te bewerken en productief te laten zijn.

Het economisch systeem van Islam motiveert het kapitaal dus op verschillende manieren om zich ter beschikking te stellen aan de creativiteit. En het stelt het kapitaal in staat om dit eenvoudig en op verschillende manieren te doen. Zo zorgt Islam ervoor dat het kapitaal productief benut wordt, waardoor het direct van waarde zal zijn voor de bezitter ervan en indirect van waarde voor gans de samenleving.

De economie van de Islamitische Staat Al Khilafa en welzijn

Wat de Islamitische wetgeving die kapitaal en creativiteit tezamen brengt tegelijkertijd ook realiseert, is circulatie van de welvaart door de samenleving. In een systeem zoals dat van kapitalisme, waar het kapitaal zich enkel middels rentedragende leningen ter beschikking stelt aan de creativiteit, daar stroomt al het geld in de richting van de eigenaren van het kapitaal. In dit systeem moet namelijk iedere euro of dollar in omloop terugbetaald worden aan de verschaffers van de munt, met rente. Dit is de basis. Bovendien, in kapitalisme moeten ook de verliezen gedragen worden door de creativiteit. De rente moet immers altijd betaald worden, bij winst of verlies. En hier bovenop komt het feit dat bij mislukking van economische activiteit de verschaffers van het kapitaal vooraan in de rij worden geplaatst bij de liquidatie van een onderneming. In kapitalisme zijn de verschaffers van het kapitaal namelijk de allereersten die aanspraak kunnen maken op het geld dat nog uit een failliete onderneming geperst kan worden. Enkel als nog iets over blijft nadat zij alles teruggekregen hebben, komen de andere schuldeisers aan de beurt. Dergelijke wetten en praktijken laten zie dat in kapitalisme de lusten voor het kapitaal zijn en de lasten voor de creativiteit. Wat enkel tot stand kan zijn gebracht door creativiteit afhankelijk te maken van het kapitaal.

In Islam is dit anders. In Islam heeft het kapitaal de creativiteit even hard nodig als de creativiteit het kapitaal nodig heeft. Het kapitaal heeft creativiteit nodig omdat het anders door de zakaat opgegeten zal worden en zal verdwijnen. En het kapitaal heeft creativiteit nodig omdat het verboden is om het kapitaal niet te benutten. Bij het niet benutten van kapitaal zoals geld of landbouwgrond wordt het de eigenaar immers afgenomen. Zo zorgt Islam ervoor dat het kapitaal niet haar wil kan opleggen aan de creativiteit maar dat zij op basis van gelijkheid tezamen komen. Dit zal zich vervolgens uiten in de afspraken die worden gemaakt tussen het kapitaal en de creativiteit betreffende de winsten en de verliezen van de onderneming. Omdat kapitaal en creativiteit als gelijken de onderneming binnen treden zal de verdeling van de winst veel meer rechtvaardig zijn dan in kapitalisme, waar de creativiteit volledig afhankelijk is van het kapitaal en het kapitaal volledig onafhankelijk is van de creativiteit.

Hiernaast zegt de wet in Islam dat verliezen volledig gedragen moet worden door het kapitaal. De creativiteit verliest bij verliezen enkel haar arbeid en inspanning. Zo worden de lusten en lasten die horen bij ondernemen op de enige juiste manier gedeeld door kapitaal en creativiteit. Want het kapitaal bestaat wanneer er na de essentiële uitgaven aan voeding, kleding en onderdak middelen over zijn gebleven. Dit betekent dat het kapitaal per definitie in staat is verliezen te dragen, zonder dat dit ten koste gaat van bevrediging van de behoefte aan voeding, kleding en onderdak. Daarentegen, wanneer creativiteit kapitaal nodig heeft dan betekent dit dat de creativiteit na de essentiële uitgaven aan voeding, kleding en onderdak geen of niet voldoende middelen over had. Dus de creativiteit die kapitaal nodig heeft is per definitie niet in staat om verliezen te dragen, zonder dat dit ten koste gaat van bevrediging van de behoefte aan voeding, kleding en onderdak. Daarom is het rechtvaardig om kapitaal en creativiteit te laten delen in de winsten, maar om het kapitaal de verliezen te laten dragen.

De Islamitische wetgeving betreffende braakliggende grond en landbouwgrond zorgt er tevens voor dat de welvaart door de samenleving circuleert. Beiden kunnen ten gevolge van de Islamitische wetgeving namelijk niet geconcentreerd worden in de handen van slechts enkelen. Braakliggende grond en landbouwgrond moeten immers benut worden, anders wordt het eigendom afgenomen. Zo wordt het maximale bezit van een individu praktisch beperkt, alhoewel bezit van zichzelf geen praktische beperkingen kent, omdat de hoeveelheid grond die men kan bewerken of wiens bewerking men kan organiseren, beperkt is. En door deze praktische beperking van het grondbezit zal iedereen die dit wil een stuk grond voor zichzelf kunnen bezitten om het te bebouwen of te beplanten. Waardoor iedereen in staat gesteld wordt ten minste zijn behoefte aan voeding, kleding en onderdak te bevredigen. Islam staat het de landeigenaar wel toe om de grond te laten bewerken door iemand anders. Dit heet moesaqat. Echter, de Islamitische wet stipuleert omtrent moesaqat dat de oogst gedeeld moet worden tussen landeigenaar en arbeider. Waardoor uitbuiting van de landarbeider door de landeigenaar onmogelijk wordt gemaakt. De landarbeider is in het economisch systeem van Islam ook niet afhankelijk van de landeigenaar, omdat hij heel eenvoudig een stuk grond voor zichzelf in bezit kan krijgen. Dit betekent dat ook voor wat betreft landbouwgrond Islam de afhankelijk van de arbeid van het kapitaal beëindigt. In Islam worden zij elkanders gelijke, die beiden elkaar nodig hebben. De landarbeider heeft land nodig om zijn arbeid van waarde te kunnen laten zijn, en de landeigenaar heeft arbeid nodig om zijn bezit te kunnen houden. Deze wetgeving zorgt ervoor dat grond altijd productief benut wordt, en dat het voordeel in bezit van grond gedeeld wordt door al de mensen en niet slechts enkelen.

Een verdere wet met invloed op de circulatie van de welvaart, die ervoor zorgt dat al de mensen in de samenleving zullen kunnen genieten van de welvaart in de samenleving, is de Islamitische wetgeving betreffende bezit. Door de opdeling van bezit in privaat bezit en publiek bezit wordt er ondermeer voor gezorgd dat de schatten van natuurlijke mineralen in de aardbodem ten goede komen aan al de mensen onder wiens voeten zij zich bevinden en niet slechts aan een enkeling van onder hen. Bovendien, door deze wetgeving wordt voorkomen dat de zaken waar de samenleving afhankelijk van is, zoals de watervoorziening, rivieren en kanalen, in het bezit komen van een enkeling. Dit is namelijk een groot kwaad voor wat betreft de verdeling van de welvaart in de samenleving. Want als een individu iets bezit waar al de mensen afhankelijk van zijn, dan kan hij deze afhankelijkheid bij de mensen uitbuiten en al het bezit in de samenleving langzaam maar zeker in zijn richting doen laten bewegen.

Daarom ook zijn in Islam alle vormen van monopolie verboden. Zowel de monopolies die resulteren uit afspraken tussen producenten, als de monopolies die resulteren uit afspraken tussen producenten en de staat, als monopolies die resulteren uit de realiteit van het bestaan. Want het doel van monopolies is om relaties van afhankelijk tot bestaan brengen tussen mensen, om vervolgens misbruik te kunnen maken van deze afhankelijk. In het economisch systeem van Islam moet er concurrentie zijn, en afspraken om concurrentie te beperken zijn een misdaad en verboden. En waar de realiteit van het bestaan concurrentie voorkomt, zoals in het geval transportwegen, daar heeft Islam het feit tot publiek bezit gemaakt. Om relaties van afhankelijkheid en misbruik maken van relaties van afhankelijkheid te voorkomen. En om te garanderen dat ieder mens in staat is gebruik te maken van het feit.

De laatste reden dat Islam verdeling van de welvaart over al de mensen in de samenleving zal realiseren is het feit dat in Islam circulatie van de welvaart over alle mensen in de samenleving een doel op zich is. Al het voorgaande toont aan dat de wet van Islam concentratie van welvaart in de handen van enkelen effectief verbiedt, door dit onmogelijk te maken. Hiernaast verbiedt Islam tevens circulatie van de welvaart onder enkel de rijken. Kapitalisme, daarentegen, kent niet eens interesse in de verdeling van de welvaart. Laat staan, derhalve, in de circulatie van de welvaart. Dit is waarom Islam er wel voor zorgt dat de welvaart door de samenleving circuleert en al de mensen bereikt, waardoor al de mensen in staat worden gesteld om ten minste hun behoefte aan voeding, kleding en onderdak te bevredigen, en om hierna op zoek te gaan naar bevrediging van de behoefte aan luxe. Terwijl kapitalisme hierin hopeloos is gefaald.

En hierbij één van de mooiste eigenschappen van het economisch systeem van Islam dat het voorkomt dat relaties van bestaansafhankelijkheid ontstaan tussen de mensen. Waar in kapitalisme men juist probeert deze relaties te creëren, omdat relaties van bestaansafhankelijkheid de onafhankelijke in staat stelt zich het bezit van de afhankelijken toe te eigenen. Door een einde te maken aan de vorm van uitbuiting stelt Islam ieder mens in staat om een menswaardig bestaan te leiden, waarin hij zich niet zal hoeven buigen voor andere mensen in de hoop een stuk brood en wat te water te zullen krijgen.

De economie van de Islamitische Staat Al Khilafa en duurzaamheid

Duurzaamheid kent twee voorwaarden. De eerste en meest belangrijke is de verdeling van de welvaart over de samenleving. Wanneer deze geconcentreerd is in de handen van slechts enkelen en de meerderheid van mensen niet bereikt, dan is van een duurzaam systeem geen sprake. Dan, namelijk, zal er een moment komen waarop de massa in opstand komt, hardhandig de elite opzij zet en een ander economisch systeem implementeert. De geschiedenis is het bewijs hiervoor.

Hier is het probleem voor kapitalisme dat het mogelijk wel economische ontwikkeling doet realiseren maar geen correcte verdeling van de ontwikkelde welvaart tot stand brengt. Daarom moet het economisch systeem van kapitalisme gebruik maken van dwang en misleiding om zichzelf geaccepteerd te krijgen door de mensen. Het moet de mensen misleiden door hen te laten denken dat welvaart geconcentreerd in handen van de elite uiteindelijke naar beneden zal druppelen tot in de handelen van de massa en dat iedereen rijk kan worden als hij maar niet ongehoorzaam is aan het systeem en hard werkt. Deze ideeën zijn misleiding omdat beiden in de praktijk niet waargenomen worden. En daarom moet kapitalisme gebruik maken van tirannen en dictatoren om zichzelf geïmplementeerd te krijgen, of menselijke tragedies die de aandacht van de mensen afleiden. Maar dwang en misleiding zijn vanwege hun natuur altijd slechts tijdelijk succesvol.

De tweede voorwaarde voor duurzaamheid is dat economische ontwikkeling en de verdeling van de welvaart over al de mensen in de samenleving echt zijn en niet kunstmatig. Dat wil zeggen, de economische ontwikkeling en de verdeling van de welvaart moeten resulteren uit het systeem. Ze moeten niet tot stand worden gebracht middels kunst en vliegwerk of middels maatregelen die feitelijk ingaan tegen het systeem.

Kapitalisme heeft de voorbije twee decennia enkel economische ontwikkeling kunnen realiseren door alsmaar meer schuld uit te geven. Door over de mensen bergen geld uit te strooien zodat ze maar zouden kopen, kopen en nog eens kopen. Dat is een vorm van kunst en vliegwerk om economisch ontwikkeling tot stand te brengen. Dan is het valse, niet reële economische groei die resulteert die niet gehandhaafd kan worden. En dit is waarom kapitalisme in de kredietcrisis is aanbeland die haar voortbestaan bedreigt. En voor wat betreft de verdeling van de welvaart, de enige momenten waarop de landen die kapitalisme ten uitvoer brengen in staat waren iets van een verdeling van de welvaart over de mensen in de samenleving te realiseren, waren de momenten waarop hun overheden ingrepen in de werking van het kapitalistische systeem en een verdeling van de welvaart afdwongen middels wetten. Het waren de momenten waarop de landen die kapitalisme ten uitvoer brengen deels afstand namen van het kapitalisme, met andere woorden.

Wie het economisch systeem van Islam onderzoekt en bestudeert, die bemerkt dat in Islam als enige de juiste methode hanteert om economische ontwikkeling tot stand te brengen. En dat Islam als enige de juiste methode hanteert om verdeling van de welvaart tot stand te brengen. Het economische systeem van Islam brengt namelijk kapitaal en creativiteit tezamen zodat economische ontwikkeling plaats kan vinden, maar op een manier waardoor het ontstaan van relaties van afhankelijk voorkomen wordt en waardoor circulatie van de ontwikkelde welvaart door de samenleving gegarandeerd wordt. Tot in de handen van al de mensen. En daarom is Islam de juiste weg voorwaarts voor deze kapitalistische wereld.

Comments

comments

DELEN