Het Arabische woord da’awa is een vervoeging van de Arabische stam daal – ‘ayn – wauw, wat letterlijk “oproepen tot”, “bijeen roepen”en “uitnodigen tot” betekent. Specifiek met betrekking tot Islam is de betekenis van da’awa beperkt to “het oproepen en uitnodigen tot Islam”. Met andere woorden, da’awa tot Islam betekent het oproepen en uitnodigen tot Islam.

Da’awa is een handeling van neiging en aanmoediging. Als men een persoon tot Islam oproept betekent dit dat men hem laat neigen tot hetgeen waartoe men hem roept, en dat zijn interesse hierin opgewekt wordt. Derhalve is de da’awa tot Islam niet beperkt tot enkel woorden. Het omvat alles van woorden en daden dat doet neigen naar en dat interesse in opwekt. De da’awa wordt dus overgebracht middels woorden en daden. De daden van de moslim die gehoorzaam is aan Allah (swt) zijn het levende bewijs van hetgeen waartoe hij oproept met zijn woorden. Allah (swt) zegt:

“En wiens woord is beter dan dat van hem die oproept tot Allah en die goede werken verricht en die zegt: ‘Voorwaar ik behoor tot de moslims’.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Foessilat 41, vers 33)

Het verrichten van da’awa tot Islam is het werk dat al de Profeten van Allah (as) verrichtten. Allah (swt) zegt:

“En voorzeker, Wij hebben aan iedere gemeenschap een Boodschapper gezonden (die zei:) ‘Aanbidt Allah en houdt afstand van de Taghoet (tirannie)’.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Nahl 16, vers 36).

Profeet Mohammed (saw) was dus een drager van de da’awa tot Islam, in zowel woord als daad. Allah (swt) zegt:

“O, Profeet, voorwaar, Wij hebben jou gezonden als een getuige en als een brenger van verheugende tijdingen en als een waarschuwer. En als een oproeper tot Allah, met Zijn toestemming, en als een verlichtende lamp.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Ahzaab 33, vers 45 – 46)

De da’awa tot Islam was feitelijk zijn levenswerk en daarom zij hij (saw) tijdens zijn afscheidsbedevaart: “…wees mijn getuige Allah, dat ik Uw boodschap heb verkondigd.” (Boechari).

Het verrichten van da’awa tot Islam is een Islamitische plicht. De moslims, degenen die de religie hebben geërfd van de nobele Profeet Mohammed (saw), hebben daarmee tevens de plicht tot het verrichten van da’awa tot Islam geërfd. Allah (swt) zegt:

“Roep daarom (op tot de Islam), en wees standvastig (op dit pad) zoals jou is bevolen.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Asj Sjoera 42, vers 15)

Hierbij moet de moslim zich realiseren dat het nakomen van de Islamitische verplichtingen aanbidding is, waarmee de moslim de nabijheid van zijn Heer zoekt. In het bijzonder het verrichten van da’awa tot Islam is een handeling waarvan de status hoog is in het Oog van Allah (swt). Het is een handeling in ruil waarvoor Allah (swt) de moslim in rang zal verheffen zowel in deze wereld als in het Hiernamaals.

Sjahada (getuigen) en Tabliegh (verkondigen) zijn onderdeel van da’awa tot Islam

De handeling van het uitnodigen tot Islam wordt op verschillende manieren beschreven door Allah (swt). Allah (swt) zegt bijvoorbeeld:

“Zo maakten Wij jullie tot een gematigd volk, opdat jullie getuigen zullen zijn voor de mensen en opdat de Boodschapper (Mohammed) een getuige zal zijn voor jullie.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 143)

En Profeet Mohammed (saw) heeft ook gezegd: “(…) de gelovigen zijn de getuigen van Allah op aarde.” (Ibn Maadja). En: “Laat de aanwezigen (letterlijk “sjaahied”, oftewel “de getuigen”) de afwezigen informeren.” (Boechari).

Allah (swt) heeft in de Koran de da’awa tot Islam dus ook uitgedrukt als “sjahada” (getuigen) tegen de mensen. Op gelijke wijze verwoord de Koran de da’awa tot Islam met de term “tabliegh” (verkondigen). Allah (swt) zegt:

“O Boodschapper! Verkondig wat jou van jouw Heer nedergezonden is. En indien jij dat niet doet, dan heb jij Zijn boodschap niet verkondigd. En Allah zal jou tegen de mensen beschermen. Voorwaar, Allah leidt het ongelovige volk niet.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Ma’ida 5, vers 67)

En Profeet Mohammed (saw) heeft gezegd: “Verkondig van mij, zelfs al is het één vers.” (Boechari).

De opdracht tot sjahada en tabliegh is dus een opdracht tot het verrichten van da’awa tot Islam.

Nasieha (adviseren), tawaasi (aansporen tot het goede), tabsjier (het zenden van blijde tijdingen) en inthaar (waarschuwen) zijn onderdeel van da’awa tot Islam

De Koran en Soenna hebben het idee van da’awa tot Islam tevens uitgedrukt middels de termen “nasieha” (adviseren), “tawaasi” (aansporen tot het goede), “tabsjier” (het zenden van blijde tijdingen) en “inthaar” (waarschuwen).

Betreffende nasieha, Profeet Mohammed (saw) heeft gezegd: “Voorwaar de Dien is advies.” Hij werd gevraagd: “Voor wie, o RasoelAllah (saw)?”. Hij (saw) zei: “Voor Allah, Zijn Boek, Boodschappers, imaams van de moslims en de massa’s.” (Betrouwbaar beoordeeld onder consensus).

Betreffende tawaasi, Allah (swt) zegt:

“Bij de tijd. Voorwaar, de mens lijdt zeker verlies. Behalve degenen die geloven en goede daden verrichten en elkaar aansporen tot de Waarheid en elkaar aansporen tot sabr (geduld).” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Asr 103, vers 1 – 3)

Betreffende tabsjier, Allah (swt) zegt:

“En Wij hebben jou aan niets anders gezonden dan aan de gehele mensheid en als een verkondiger van verheugende tijdingen en als een waarschuwer. Maar de meeste mensen weten het niet.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Saba 34, vers 28).

Betreffende inthaar, Allah (swt) zegt:

“Dit is niets anders dan een Waarschuwing voor de werelden.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera At Takwier 81, vers 27)

Het gebieden van al ma’aroef (het goede) en het verbieden van al moenkar (het kwade) is onderdeel van da’awa tot Islam

De letterlijke betekenis van het Arabische woord al ma’aroef is “hetgeen bekend is”, “hetgeen begrepen is”, “hetgeen herkend wordt”, “hetgeen erkend wordt” en “hetgeen geaccepteerd is”. Als Islamitische term omvat al ma’aroef alles dat Islam als goed beschouwt, oftewel het is geloof in en gehoorzaamheid tegenover Allah (swt). De letterlijke betekenis van het Arabische woord al moenkar is “hetgeen verworpen wordt”. De Islamitische term “al moenkar” (het kwade) omvat het tegenovergestelde van al ma’aroef, namelijk alles dat Islam als slecht beschouwt, oftewel het ongeloof in of ongehoorzaamheid tegenover Allah (swt).

Het gebieden van al ma’roef en het verbieden van al moenkar is een plicht op iedere moslim, omdat Allah (swt) zegt:

“Hij beveelt hun het goede (al ma’aroef) en verbiedt hun het kwade (al moenkar), en staat hun de goede dingen toe en hij verbiedt hun de slechte dingen” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al ‘Araaf 7, vers 157)

Dit vers bespreekt het handelen van Profeet Mohammed (saw). Maar, altijd wanneer Allah (swt) zich wendt tot Profeet Mohammed (saw) in de Koran dan is de regel dat de boodschap tot iedereen van de mensen gericht is en niet enkel tot Profeet Mohammed (saw), tenzij er een aanwijzing is dat de boodschap wel enkel tot Profeet Mohammed (saw) is gericht. In het geval van dit vers is er geen zo een dergelijke aanwijzing. Dit wordt bevestigd doordat Allah (swt) zegt:

“En de gelovige mannen en de gelovige vrouwen zijn elkaars helpers, zij roepen op tot het goede (al ma’aroef) en verbieden het kwade (al moenkar)” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera at Tauba 9, vers 71)

En Allah (swt) zegt ook:

“Jullie zijn de beste gemeenschap die uit de mensen is voortgebracht, (zolang) jullie tot het goede (al ma’aroef) oproepen en jullie het kwade (al moenkar) verbieden, en jullie in Allah geloven” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Imraan 3, vers 110)

Dit vers richt zich tot de Oemma en dit betekent dat het gebod iedere volwassen persoon binnen de Oemma omvat, naar zijn capaciteit hiertoe. Verder waarschuwt Allah (swt) al de mensen ook voor Zijn bestraffing indien zij al ma’aroef niet gebieden en al moenkar niet verbieden:

“En toen zij vergaten waarmee zij vermaand waren, toen redden Wij degenen die het kwade (al moenkar) verboden, en Wij grepen degenen die onrecht pleegden met een harde bestraffing, wegens de zware zonden die zij plachten te bedrijven.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al ‘Araaf 7, vers 165)

Dit bewijst zonder dat nog twijfel resteert dat het gebieden van al ma’aroef en het verbieden van al moenkar een Islamitische plicht is. De piek van al ma’aroef en de allerbeste ma’aroef is het geloof in Allah (swt) en de rest van de pilaren van de Islamitische ‘aqieda. Hierna bestaat al ma’aroef uit al het overige aan Islamitische ideeën en handelingen. Dit is omdat imaan (geloof) in Allah (swt) de meest essentiële ma’aroef is en de basis van iedere andere ma’aroef. De piek van al moenkar, daarentegen, is het ongeloof in Allah (swt). Hierna bestaat al moenkar uit al het overige aan on-Islamitische ideeën en handelingen. Dit is omdat koefr (ongeloof) in Allah (swt) de meest essentiële moenkar is en de basis van iedere andere moenkar. Dit maakt duidelijk dat het gebieden van al ma’aroef en het verbieden van al moenkar onderdeel is van de da’awa tot Islam. Want de da’awa tot Islam is het uitnodigen tot erkenning van het bestaan van Allah (swt), het profeetschap van Mohammed en de afkomst bij Allah (swt) van de religie Islam. En tot onderwerping aan Islam op basis van deze erkenning. En dit zijn essentiële voorwaarden voor al ma’aroef en al moenkar. Het gebieden van al ma’aroef en het verbieden van al moenkar heeft de da’awa tot Islam nodig, met andere woorden.

Het belang van de da’awa is duidelijk gemaakt door Profeet Mohammed (saw), toen hij zei: “De gelijkenis van degenen die Allah’s grenzen naleven en degenen die de grenzen overschrijden is als de gelijkenis van degenen die een boot delen. Sommigen bezetten het benedendek terwijl anderen het bovendek bezetten. De bezetters van het benedendek zullen naar het bovendek moeten om toegang te kunnen krijgen tot het drinkwater. Men zal zeggen: ‘Waarom zullen we geen gat boren zodat we direct toegang krijgen tot het water en zo geen ongemak verzorgen voor degenen boven ons?’. Als degenen op het bovendek dit toestaan zal de gehele boot met al de passagiers tot zinken worden gebracht. Maar als ze hiervan weerhouden worden dan zullen ze allen gered zijn.” (Boechari).

Deze hadith vertelt dat het gebieden van al ma’aroef en het verbieden van al moenkar noodzakelijk is voor de samenleving. En als al ma’aroef niet geboden wordt en al moenkar niet verboden, dan zal de ganse samenleving aan de moenkar van sommigen ten onder gaan.

Slotwoord

De da’awa tot Islam is de levensader van Islam. Niet voor niets was één van de eerste openbaringen:

“Sta op en waarschuw!” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Moeddaththir 74, vers 2)

Dit vers is een opdracht tot da’awa. Het bestaan van de da’awa is dus net zo oud als het bestaan van Islam zelf.

Deze da’awa door Profeet Mohammed (saw) bracht een groep van mensen tot stand onder aanvoering van Profeet Mohammed (saw), die tezamen middels woord en daad de rest van de mensen opriepen en uitnodigden tot Islam. Voor deze groep van mensen was de da’awa tot Islam de prioriteit in het leven. En welk een goeds brachten zij hierdoor tot stand! Dankzij deze eerste dragers van de da’awa tot Islam wist Islam zich te verspreiden onder de mensen van Mekka. En daarna tevens onder mensen buiten Mekka, zoals de mensen in Yathrib (Al Medina) die de da’awa met open armen ontvingen en in hun stad de Islamitische Staat vestigden. Vanuit deze stad werd de da’awa tot Islam vervolgens uitgedragen over gans de wereld. En voor vele honderden jaren was de situatie zo dat iedere generatie van ieder volk die met deze da’awa in aanraking kwam, deze da’awa op de schouders nam om zelf nog verder te verspreiden. Dus het is dankzij de da’awa tot Islam dat Islam verspreid is onder de mensen over heel de wereld.

Dit toont de praktische noodzaak van de da’awa tot Islam aan, naast de Islamitische plicht hiertoe.

Dus net zoals de da’awa tot Islam even oud is als Islam zelf, zo moet de da’awa tot Islam ook even oud worden als Islam zelf. Het was namelijk dankzij de da’awa dat Islam dat de mensen de correcte religie hebben kunnen vinden. En het was dankzij de da’awa tot Islam dat de mensen de juiste manier van leven leerden kennen en konden volgen, door de tenuitvoerbrenging van de Islamitische Sjari’a in de Islamitische Staat Al Khilafa. Zo kon Islam de mensen effectief leiden vanuit het leven in Duisternis naar het leven in Licht kon leiden. Allah (swt) zegt:

“Alif Laam Raa. Dit is een Boek dat Wij u hebben geopenbaard, opdat gij de mensen door het gebod van hun Heer uit de duisternis tot het licht moogt brengen op het pad van de Almachtige, de Geprezene” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Ibrahiem 14, vers 1)

En:

“O, mensen van het Boek, Onze boodschapper is tot u gekomen, die veel van hetgeen voor u verborgen bleef van het Boek heeft ontsluierd en veel overgeslagen. Er is van Allah inderdaad een licht en een duidelijk Boek tot u gekomen. En Allah leidt daarmede degenen die Zijn welbehagen zoeken op de paden van vrede en leidt hen uit de duisternis tot het licht door Zijn gebod en leidt hen naar het rechte pad.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Maida 5, vers 15 – 16)

Om deze redenen is de da’awa een pilaar en een kwestie van levensbelang in Islam. Islam heeft de da’awa tot Islam nodig om te kunnen verspreiden en om praktische invloed te kunnen genereren. Dit betekent feitelijk dat de da’awa tot Islam het meest belangrijke op deze aarde is. Derhalve moeten de moslims van vandaag de da’awa tot Islam de juiste prioriteit geven in hun levens. En de juiste prioriteit is de prioriteit die de eerste generatie van moslims gaf aan de da’awa tot Islam. Zij gaven hun ganse leven voor deze zaak, en het is dus vereist van de moslims van nu dat ook zij hun levens geheel in beslag genomen laten worden door de da’awa tot Islam. En dat ze aan deze da’awa al hun tijd en energie spenderen.

Want het is door middel van de da’awa tot Islam dat Islam terug de praktische invloed zal krijgen in het leven en waardoor de moslims terug verheven worden naar hun vroegere glorie en krachtig. En hoe dringend heeft de wereld het vandaag de dag nodig dat de moslims terug op basis van Islam het leiderschap in de wereld op zich nemen.

Comments

comments

DELEN