zaterdag, maart 7, 2026
HomeIslamitische wetenschappenFiqhRoe'yah (zicht) als de fundamentale methode voor het begin van de Ramadan:...

Roe’yah (zicht) als de fundamentale methode voor het begin van de Ramadan: een usool‑analyse

Leestijd: 5 minuten

De bepaling van het begin van de maand Ramadan is hedendaags een onderwerp van discussie verworden die bijna jaarlijks voor veel verwarring zorgt binnen de moslimgemeenschap. De discussies variëren van één bindende bezichtiging die globaal telt of het hanteren van lokale bezichtigingen en/of het gebruik van astronomische berekeningen als doorslaggevende factor. Nochtans betreft het een praktijk waarbij de overgeleverde tekst van de Profeet (saw) expliciet één methode aanwijst:

صُومُوا لِرُؤْيَتِهِ وَأَفْطِرُوا لِرُؤْيَتِهِ فَإِنْ غُبِّيَ عَلَيْكُمْ فَأَكْمِلُوا عِدَّةَ شَعْبَانَ ثَلَاثِينَ

“Vast wanneer jullie de maan zien, en verbreek het vasten wanneer jullie de maan zien. En als het voor jullie verborgen blijft, voltooi dan dertig dagen van Sha’baan.” (Buchari)

En:

لَا تَصُومُوا حَتَّى تَرَوْا الْهِلَالَ وَلَا تُفْطِرُوا حَتَّى تَرَوْا الْهِلَالَ

“Vast niet voordat jullie de maan zien en breek het vasten niet voordat jullie de maan ziet.” (Ahmed)

Deze eenvoudige, maar krachtige formuleringen leggen een duidelijke methode vast: die van de visuele waarneming (ru’yah). De tekst draagt een normatieve voorgeschreven specificatie (khaas) in haar methode én een universele reikwijdte in algemene zin (‘aam al-lafz): dit betekent een toespraak die gericht is aan alle moslims en niet specifiek voor een bepaalde groep of land.

Voor wat betreft dit tweede is er een belangrijke stelregel in de usool die het volgende stelt:

العبرة بعموم اللفظ لا بخصوص السبب

De maatstaf is de algemeenheid van de bewoording, niet bij de specificiteit van de aanleiding.

Het is daarom van fundamenteel belang om het juiste begrip van deze tekst als uitgangspunt te nemen bij iedere oesoel analyse over de bepaling van de maand Ramadan. In het onderstaande zullen enkele punten behandeld worden om dit verder te verduidelijken.

1. Historische casus: Ibn ‘Abbaas en Mu’awiyah

De casus van Ibn ‘Abbaas (gerapporteerd via Kuraib in Sahih Muslim) wordt vaak aangehaald om de lokale maanbezichtiging te prioriteren. Ten tijde van Mu’awiyah werd eens in Al-Shaam de maan op vrijdag waargenomen, terwijl ze het in Medina pas op zaterdag waarnamen. Ibn ‘Abbaas werd later geïnformeerd over die waarneming in Al-Shaam, maar bleef toch bij de telling volgens de eigen waarneming in Medina. Sommigen nemen dit vervolgens als bewijs voor een lokale bezichtiging ter bepaling van de start van Ramadan.

Echter ziet men door het hoofd dat dit een praktische besluitvorming was van Ibn ‘Abbaas ten gevolge van de verre afstanden en gebrek aan communicatiemiddelen. De informatie over de waarneming in Al-Shaam kwam hem immers pas ter ore na 29 dagen, toen de maand bijna ten einde was. Hij verwierp die andere waarneming niet uit onwil, maar omdat hij al begonnen was op basis van de lokale waarneming — de enige reële mogelijkheid op dat moment. Dit toont aan dat praktische omstandigheden de uitvoering bepaalden, het was dus geen keuzeprincipe op zichzelf voor een lokale maanwaarneming als uitgangspunt. Tevens is het vanuit oesoeli oogpunt ook belangrijk om te vermelden dat een historische casus op zichzelf geen bron is bij de toepassing van de oorspronkelijke tekst.

2. Roe’yah versus astronomische berekeningen

Een andere hedendaagse discussie is de praktijk van astronomische modellen. Deze berekeningen worden door sommigen genomen als vertrekpunt boven de visuele waarneming in plaats van als aanvullende hulpmiddel. Als volgens deze berekeningen de zichtbaarheid “onmogelijk” is, dan worden die waarnemingen namelijk per direct verworpen.

Hoewel deze astronomische modellen zijn gebaseerd op bekende fysische parameters van maan en zon – met zeer nauwkeurige berekeningen voor maanpositie, elongatie en hoogte tot op microniveau – bieden ze geen 100% zekerheid (qat’i). De claim dat visuele waarneming “onmogelijk” is volgens de standaardcriteria is dus géén absolute zekerheid, het is probabilistisch (dhanni). Atmosferische omstandigheden, optische hulpmiddelen en lokale helderheid kunnen deze voorspelling beïnvloeden.

De plausibiliteit van de waarneming wordt bovendien significant versterkt als er meerdere onafhankelijke maanwaarnemingen blijken te zijn die allen dezelfde datum bevestigen. Een getuige kan een fout maken, maar het is de taak van de bevoegde autoriteit (observatiecomités) om het begin en het einde van de maand aan te kondigen door de getuigen en hun aantallen te verifiëren; hoe groter het aantal, hoe meer zekerheid. Hierbovenop controleert men ook de scherpte van het gezichtsvermogen van de getuigen, de richting van de maanboog, de wachttijd na zonsondergang en de plek waar het gezien is. Astronomishe wetenschap als ondersteuning is hierbij wel mogelijk, o.a. om vooraf de verwachte zichtbaarheidzones te geven.

Maar zoals reeds gesteld: het is de tekst die leidend is en deze heeft het oordeel vastgelegd via roe’yah en niet het kosmische verschijnsel. Astronomische berekeningen kunnen het moment van conjunctie – wanneer de maansikkel verschijnt, wanneer hij ondergaat en hoe lang hij na zonsondergang blijft –  bekendmaken, maar de tekst verwijst niet naar dit kosmische fenomeen, maar enkel naar de ru’yah. Hiermee wordt het doel van de tekst volgens haar vooropgestelde methode dan ook duidelijk bereikt en is de waarneming een juridische feit (waqi’ shar’ie).

3. Usool-analyse: zekere tekst (an nass al qat’i) versus probabilistische alternatief (al badiel adh dhannie)

De claim van absolute onmogelijkheid volgens astronomische berekeningen is niet enkel dhanni, maar het heeft bovenal geen tekstuele basis en kan bijgevolg nooit een substituut zijn voor een zekere tekstueel vastgelegde methode. Dit onderscheid is cruciaal in deze discussie:

  • De bepaling door roe’yah: deze is expliciet in de tekst (nass) vermeld en hierbij is zowel de methode als het doel, aangewezen door de Profeet (saw).
  • De bepaling door astronomische berekening: dit is een afgeleid alternatief, nooit expliciet door de tekst voorgeschreven en bovendien probabilistisch (dhanni).

De volgende oesoeli stelregels onderstrepen de belangrijke distincties:

النص مقدم على القياس

De tekst gaat voor op de afgeleide redenering

الظن لا يرفع اليقين

De probabiliteit heft de zekerheid niet op

De roe’yah is dus een specifieke tekst en prevaleert boven elk afgeleide dhanni instrument zoals de astronomische berekening. Het presenteren van een probabilistische astronomische uitspraak als absoluut, en daarmee waarnemingen verwerpen, is zowel intellectueel als wetenschappelijk alsook methodologisch onjuist. Het overschrijdt de limiet van ijtihad en vormt feitelijk een vervanging van de expliciet door de Profeet (saw) voorgeschreven methode.

Astronomische modellen kunnen zodoende slechts als hulpmiddelen fungeren en mogen volgens de vernoemde usool bewijzen in geen geval de zekere shar’ie methode, welke specifiek bepaald is in de tekst, overrulen.

Ibn Taymiyyah zei hierover het volgende:

“En dit (de hadith) is een bewijs voor wat de moslims over het algemeen hebben afgesproken, behalve voor degenen onder de latere afwijkers die afwijken van de consensus, namelijk dat de tijden van vasten, het verbreken van het vasten en rituelen worden vastgesteld door waarneming wanneer mogelijk, en niet door geschriften of berekeningen.” (Iqtida’ al-Sirat al-Mustaqiem (1/286))

En Ibn Hajar zei:

“Ibn Baziza zei: Het is een verkeerde leerstelling (het vertrouwen op de sterren) want de shari’a verbiedt het zich bezig te houden met de kennis van de sterren; omdat het giswerk en gokken is, er is geen zekerheid in, noch een aannemelijke veronderstelling, en hoewel als men daarop had vertrouwd, het moeilijk zou zijn geweest; want slechts weinigen kennen het.” (Fath al-Bari (4/127))

4. Institutionele ‘autoriteiten’ en hedendaagse fragmentatie

Politieke motieven beïnvloeden overduidelijk de religieuze besluitvorming van hedendaagse natiestaten en hun diaspora, van de theologische raden tot de zogenaamd lokale vertegenwoordigingen. Religieuze instellingen zijn dus ingebed in staatsstructuren en functioneren niet volledig onafhankelijk. Beslissingen over de start van de maand Ramadan worden daardoor niet louter theologisch benaderd, maar staan onder invloed van rivaliteit, institutionele positionering, geopolitieke verhoudingen en maatschappelijke druk. Dit voorkomt eenheid binnen de globale moslimgemeenschap (Oemmah). Het is van fundamenteel belang voor alle moslims wereldwijd om dit in te zien.

Het probleem vandaag is minder het bestaan van meningsverschillen op zich, maar vooral het ontbreken van een legitiem erkend en bindend centraal gezag dat de meningsverschillen ordent. Dit uiteraard volgens een onafhankelijk begrip en analyse van de islamitische teksten zoals hierboven uiteengezet.

In de fiqh geldt dan ook het volgende principe dat zeer toepasselijk is op deze kwestie:

الخليفة يرفع الخلاف

De Khalifah heft het meningsverschil op

Het terugkeren naar deze politieke eenheid middels de wederoprichting van de Khilafah staat (Dar ul-Islam) zou i.c.m. de moderne communicatiemiddelen meteen een einde maken aan de fragmentatie inzake de startbepaling van de maand Ramadan. Laat dit dan ook het streven zijn in onze collectieve inspanningen zodat de Ramadan niet politiek gekidnapt blijft worden door niet-shar’ie gezag van natiestaten en hun diaspora-instellingen.

5. Conclusie

Uit de historische casus, de tekstuele analyse en de epistemologische vergelijking volgt duidelijk: de roe’yah is de door de shar’ expliciet aangewezen methode voor het begin van de Ramadan en is universeel bindend. Dit is gebaseerd op de principes van usool en is epistemologisch sterker dan afgeleide instrumenten zoals astronomische berekeningen. Deze kunnen wel ondersteunen, maar mogen niet bindend zijn of maanwaarnemingen overrulen. Claims van absolute onmogelijkheid in die waarnemingen zijn onjuist en intellectueel inconsistent, omdat ze dhanni als qat’i presenteren. Tot slot: om de huidige fragmentatie tegen te gaan, moeten we als Oemmah ijveren voor de terugkeer naar islamitisch leiderschap om zowel de eenheid als de (juiste) toepassing van de (alomvattende) islamitische wetgeving te realiseren.

RELATED ARTICLES