Allah (swt) zal ons op basis van onze daden oordelen en zal beslissen of wij mogen toetreden in zijn paradijs. Geen ander dan alleen hij kan deze oordeel en beslissing maken.

We beroepen ons ook meteen hierop als we bekritiseerd worden op onze handelingen en/of daden door een medemens. We nemen dan ook niks aan van deze kritiek en proberen dit te negeren of zelfs te bevechten om te voorkomen dat dit soort kritiek in de toekomst geuit zullen worden.

Alleen negeren we hiermee ook (onbewust) een belangrijk concept binnen Islam. Namelijk, dat wij als gemeenschap verplicht zijn om elkaar weg te houden van het slechte en elkaar moeten stimuleren in het goede. Dit concept zorgt ervoor dat we als gemeenschap scherp blijven en het zorgt ervoor dat we als gemeenschap niet afdwalen. Vreemd dat we de kritiek van een docent wel aannemen en hier wat mee doen om zo een voldoende te halen voor het desbetreffende vak. Maar dat we niks aannemen van onze medemens om de tevredenheid van Allah (swt) te verkrijgen. Uiteraard is de manier waarop we elkaar aanspreken ook belangrijk. Dit moet op de juiste manier gebeuren zonder dat we de ander kleineren.

De Profeet (saw) heeft gezegd: “Waarlijk, wanneer de mensen iets verwerpelijks zien en het niet corrigeren, gevreesd wordt dan dat Allah hen gezamenlijk treft met Zijn Bestraffing.” (Ahmad, Aboe Dawoed en Ibn  Madjah)

Comments

comments

DELEN