Onder de belangrijkste handelingen in het dagelijkse leven van de moslim zijn de handelingen van ‘ibaada tot zijn Heer, de Almachtige Schepper Allah (swt). ‘Ibaada is de rituele vorm van aanbidding van Allah (swt) door Zijn dienaar, de moslim. Sommigen van de rituelen zijn verplicht, anderen zijn aangeraden (soenna of mandoeb). Sommigen moeten dagelijks verricht worden, anderen maar één maal in het leven.
De handelingen van ‘ibaada zijn momenten waarop de moslim zich nabij aan zijn Schepper voelt. En zij dienen ook als een herinnering aan Hem (swt), en aan het feit dat het doel van dit leven niets anders is dan het aanbidden van Allah (swt).
Er bestaan in Islam verschillende vormen van ‘ibaada. En voor de meesten van deze geldt dat zij op (lichtelijk) verschillende manieren uitgevoerd kunnen worden. Er wordt in dit artikel niet ingegaan op de details van de handelingen van ‘ibaada, en de verschillende meningen die bestaan over details van deze handelingen onder de geleerden van Islam, want dit is een uitgebreid onderwerp en hiervoor zijn talloze boeken specifiek geschreven. Dit artikel zal proberen de voornaamste vormen van ‘ibaada te introduceren.
As Salah (gebed)
“Voorwaar, Ik ben Allah; er is geen God behalve Ik, aanbid Mij derhalve en verricht het gebed tot Mijn gedachtenis.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Taa Haa 20, vers 14)
Vijf dagelijkse gebeden zijn voorgeschreven voor de moslims. Zij hebben specifieke tijden waarbinnen zij moeten worden uitgevoerd, en zij zijn verplicht op al degenen, mannen en vrouwen, die volwassen en gezond zijn. Elk gebed bestaat uit rak’aat (cyclussen) met een aantal aspecten:
- Niyaa, zijnde de intentie (om een specifiek gebed te verrichten);
- Takbieratoel Ihram, zijnde het zeggen van “Allahoe Akbar” na de niya om het gebed aan te vangen;
- Qiyaam, zijnde de houding van staan waar soera Al Fatiha gereciteerd wordt;
- Recitatie van soera Al Fatiha;
- Roekoe’u, zijnde de houding van buiging waarbij de handen op de knieën zijn geplaatst
- ‘Itidal, zijnde de terugkeer van roekoe’u naar qiyaam;
- Soedjoed, zijnde de prostratie die tweemaal uitgevoerd wordt;
- Djalsa bayna as sadjdatayn, zijnde de houding van zitten tussen beide soedjoeds;
- Het zitten aan het einde van de laatste voor de recitatie van de laatste soedjoed aan het einde van het gebed waar At Tahiyyatoe gereciteerd wordt;
- Het vragen van zegeningen voor de Prophet (saw);
- De Eerste Tasliem, zijnde het zeggen van “As Salamoe Aleykoem” tegen de engel op de rechtschouder, die gevolgd kan maar niet hoeft te worden door een Tweede Tasliem tegen de Engel op de linkerschouder;
- Tartieb, zijnde de noodzaak om elke handeling van het gebed in de juiste volgorde uit te voeren.
De voorgeschreven vijf dagelijkse gebeden zijn:
- Het Fadjr (dageraad) gebed, welke wordt uitgevoerd tussen de tijd dat de dunne witte draad van de dageraad verschijnt totdat de zon zichtbaar wordt aan de horizon, en bestaat uit twee rak’aat.
- Het Dhoehr (middag) gebed, welke wordt uitgevoerd tussen het bereiken van de zon van haar hoogste punt tot het begin van ‘Asr (namiddag), en bestaat uit vier rak’aat.
- Het ‘Asr (namiddag) gebed, welke wordt uitgevoerd tussen de tijd dat de lengte van de schaduwen van voorwerpen gelijk zijn aan de lengte van het voorwerp zelf en omstreeks 20 minuten voor completering van de zonsondergang, en bestaat uit vier rak’aat.
- Het Maghrib (zonsondergang) gebed, welke uitgevoerd tussen de tijd dat de zon volledig onder is en deze van de horizon is verdwenen, en het einde van de schemertijd wanneer de nacht werkelijk ingezet is, en bestaat uit drie raka’at.
- Het ‘Isjaa (nacht) gebed, welke uitgevoerd wordt vanaf het moment dat het licht uit de hemel weg is tot de komst van de dunne witte draad van de dageraad, en bestaat uit vier rak’aat.
Dit zijn de zogenoemde fard (verplichte) gebeden waarvoor geldt dat de moslim zondigt als hij of zij deze veronachtzaamd en doelbewust niet verricht binnen de gespecificeerde tijd. Voor ieder van deze fard gebeden zijn ook soenna (aangeraden) gebeden vastgesteld de verrichting waarvan, alhoewel niet verplicht, hoogst aangeraden is (soenna moe’ekkede). Dezen zijn twee raka’at voor Fadjr, twee raka’at na Dhoehr, vier raka’at voor ‘Asr, twee raka’at na Maghrib en twee raka’at voor ‘Isjaa. Als zij worden uitgevoerd zal de verrichter ervan worden beloond, maar er is geen zonde voor het niet verrichten van deze gebeden.
“Houd het gebed aan de twee uitersten van de dag en gedurende de eerste uren van de nacht. Voorzeker, goede werken verdrijven kwade werken.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Hoed 11, vers 114)
De Boodschapper van Allah (saw) werd eens gevraagd welke daad door Allah (swt) het meest geliefd is. Hij (saw) antwoorde: “Het verrichten van het gebed aan het begin van het voor haar vastgestelde moment.” (Boechari).
De Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: “Martelaren zij degenen die sterven vanwege verdrinken, plagen, een buikziekte, of door levend begraven te worden door een instortend gebouw. Daarop voegde hij toe: Als de mensen de beloning voor het Dhoehr gebed in zijn vroegste tijd wisten, zouden zij erom rennen. Als zij de beloning voor de ‘Isja en de Fadjr gebeden wisten, zouden zij erbij zijn zelfs als zij moesten kruipen. Als zij de beloning wisten voor de eerste rij, zouden zij ervoor lootjes trekken.” (Boechari).
As Salatoel Djoemoe’a (gemeenschappelijke vrijdaggebed)
Dit is een speciaal gebed voor alle volwassen moslim mannen. Het vindt plaats op vrijdag in de plaats van het Dhoehr gebed en bestaat uit een choetba (preek) door een imaam (voorganger), gevolgd door twee raka’at als onderdeel van een groep aangevoerd door een imaam. Het Dhoehr gebed komt hiermee te vervallen. Het is soenna (aangeraden maar niet verplicht) voor vrouwen om dit gebed bij te wonen. Als zij verkiezen om thuis te blijven dan bidden zij het gebed Dhoehr zoals gewoonlijk.
Aboe Hoerayra heeft overgeleverd: “De Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: “Wie een bad neemt op vrijdag en zichzelf wast zoveel hij kan, en dan olie of parfum gebruikt, en dan naar het vrijdaggebed komt zonder twee mensen van elkaar te scheiden die samen zitten, en dan bidt zoveel als Allah voor hem geschreven heeft, en dan et aandacht naar de choetba luistert en stil blijft, zijn zondes van die vrijdag tot de volgende vrijdag zullen hem vergeven worden.” (Boechari).
De Soenna in As Salah
Er zijn andere gebeden die hoogst aangeraden in Islam. Voor sommigen van dezen is een specifieke tijd vastgesteld, zoals ondermeer het gebed bij ieder van de twee ‘Eid dagen ( ‘Eid al Fitr en ‘Eid al Adha), het Tahadjdjoed gebed dat in de periode tussen ‘Isjaa en Fadjr uitgevoerd wordt, het Witr gebed dat eveneens in de periode tussen ‘Isjaa en Fadjr uitgevoerd wordt maar na Tahadjdjoed als deze verricht wordt, en het Doeha (voormiddag) gebed.
Bovendien zijn er een verschillende andere specifieke gebeden die de moslim kan verrichten, die een specifieke intentie vereisen maar waarvoor niet een specifieke tijd is vastgesteld. Enkelen hiervan zijn Salaat oel Istichaara (gebed bij twijfel voor leiding), Salaat oet Tauba (gebed van berouw), Salaat oet Tasbih (het gebed van herinnering).
Ten slotte staat het de moslim vrij om ook nog andere, additionele gebeden te verrichten, wanneer hij dit wil. Hiervoor geldt dat zij gebeden moeten worden in series van twee raka’at, en dat zij op sommige moment van de dag niet verricht mogen worden (op het moment van zonsopkomst, op het moment van zonsondergang en na het ‘Asr gebed tot de vervollediging van de zonsondergang)
Voor het gebed zijn vereisten gesteld, ook aan degene die bidt. Een verscheidenheid van voorwaarden moet door de Moesallie aan worden voldaan. Deze zijn ondermeer:
- Een staat van reinheid van lichaam, die middels woedoe (kleine rituele wassing) danwel ghoesl (een grote rituele wassing) gerealiseerd wordt;
- Een staat van reinheid van de kleren
- Bedekking van de auwra (de delen van het lichaam die niet getoond mogen worden)
Tevens geldt dat de Moesallie moet proberen zich richting de Ka’aba te wenden en moet de plaats van het gebed rein zijn.
As Saum (vasten)
“O, gij gelovigen, het vasten is u voorgeschreven, zoals het degenen die vóór u waren was voorgeschreven, opdat gij vroom zult zijn.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 183)
Vasten een handeling van aanbidding. Het bestaat uit onthouding van eten, drinken en seksuele gemeenschap met de echtgeno(o)t(e) vanaf het begin van de tijd voor salaat Fadjr tot het begin van de tijd van salaat Maghrib.
Deze vorm van ‘ibaada is verplicht voor de moslim in de maand Ramadan. Hiernaast mag de moslim ook op andere dagen vasten, een handeling waarvoor bij Allah (swt) een beloning zal zijn, zo Hij het wil. Een aantal dagen in het bijzonder worden aangeraden:
- Zes willekeurige dagen in de maand van Sjawwal, die volgt op de maand Ramadan;
- Twee dagen rond ‘Asjoera, oftewel de 9e en 10e Moeharran, of de 10e en de 11e Moeharram
- Maandagen
- Donderdagen
Het is niet toegestaan om te vasten op de dagen van ‘Eid. Het is afgeraden op te vasten op enkel de vrijdag, tenzij dit als gevolg van een routine zo uitkomt (bijvoorbeeld iedere 10e dag van iedere maand).
De Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: “Het vasten is een schild en een machtig fort dat beschermd tegen de Hel.” (Ahmed, Al Bayhaqi)
De Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: “Allah, de Verhevene, heeft gezegd: ‘Vasten is enkel voor Mij, en Ik zal het belonen’.” (Boechari).
De Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: “Voor degene die vast zijn er twee momenten van blijdschap. Blijdschap op het moment van verbreken van het vasten, en blijdschap op het moment dat hij zijn Heer ontmoet.” (Boechari).
Al Hadj (bedevaart)
“En voleindigt de Hadj (pilgrimstocht) en ‘Oemra, ter wille van Allah.” (Zie de betekenissen van de vertaling van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 196)
Het is een plicht op de moslims die hiertoe fysiek in staat zijn, en wiens middelen dit toelaten, eenmaal in het leven de Hadj te verrichten. De Hadj is een bedevaart naar de Ka’aba in de maand Dhoel Hidjdja. Het ritueel duurt 5 dagen van de 8e tot en met de 12e van Dhoel Hidjdja.
Onderdeel van de Hadj is ondermeer:
- Het aannemen van Ihram, zijnde ondermeer het veranderen van de kleding tot een kleed specifiek voor Hadj;
- Verrichten van Tawaaf, zijnde een circumbatie (rondgang) van de Ka’aba;
- Verrichten van de voetreis tussen de bergen Safa en Marwa;
- Ramy al Djamaraat, zijnde het “stenigen van de duivel”
- Het offeren op ‘Eid al Adha, de 10e Dhoel Hidjdja
- Het scheren of kortknippen van de haren
- Staan op de Berg ‘Arafa
Er is geen specifiek moment in het leven wanneer de Hadj verricht moet worden, maar ten beste doet men het bij de eerste mogelijkheid. Het kan zijn dat men sterft voordat een andere mogelijkheid zich voor doet.
Ibn ‘Oemar heeft overgeleverd: “Ik hoorde Boodschapper van Allah (saw) zeggen: “Wanneer u iemand ontmoet wie de bedevaart heeft gemaakt, begroet hem, schud handen met hem en vertel hem om vergiffenis voor u te vragen alvorens hij zijn huis ingaat, want hij is vergeven.” (Ahmed).
Al ‘Oemra (kleine bedevaart)
De ‘Oemra is grotendeels zoals de Hadj, enkel kan de ‘Oemra op ieder moment van het jaar verricht worden. Het beste moment is ten tijde van de maand Ramadan.
Aboe Hoerayra heeft overgeleverd: “De Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: ‘Het verrichten van ‘Oemra is een vergiffenis voor de zondes die men verricht heeft tussen deze (’Oemra) en de vorige (‘Oemra)’.” (Boechari, Moeslim).
Andere vormen van ‘ibaada
Er zijn nog vele andere vormen van ‘ibaada, de verrichting waarvan de moslim toe wordt aangemoedigd. Enkele voorbeelden hiervan zijn:
- Du’a, zijnde de smeekbede, waar iemand Allah (swt) om iets vraagt;
- Lezen van de Koran
- Dhikr, zijnde het gedenken van Allah (swt)
Eigenlijk moet het gehele leven ‘ibaada zijn
Dit is een korte introductie tot de rituele aanbidding van Islam. Deze rituele aanbidding, echter, is slechts een deel van aanbidding in Islam. In Islam wordt gans het leven gezien als een mogelijkheid tot aanbidding. De moslim moet in zijn leven, bij al de handelingen die hij daarin verricht, iedere keer weer de keus maken tussen het volgen danwel het niet volgen van de geboden en verboden van Allah (swt). Indien de moslim bij de handeling eerst nadenkt over de geboden en verboden van Allah (swt), en dan kiest voor hetgeen Allah (swt) toegestaan heeft en wegblijft van hetgeen Allah (swt) verboden heeft, dan heeft hij een daad van aanbidding verricht.
Dus, geheel het van het leven van een moslim is aanbidding. De manier waarop hij of zij dit bereikt is door het leven in alle aspecten van zijn of haar leven in het kader van de bevelen en de verboden van Islam te ordenen. Dit omvat inderdaad de rituele handelingen, maar ook de handelingen van kopen en verkopen, kleden, eten, spreken, de relaties tussen mensen en het ordenen van de samenleving. Elk gebied van het leven moet in overeenstemming zijn met Islam, en wie aldus voortgaat in het leven die heeft echt in aanbidding van Allah (swt) geleefd.
“En ik heb de djinn en de mensen slechts tot Mijn aanbidding geschapen” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Adh Dhariyaat 51, vers 56)

