De khutbah is het centrale onderdeel van het vrijdaggebed (Jumu‘ah). Het is geen lezing, geen vrijblijvende reminder en ook geen rituele formaliteit. In de islam is de khutbah een verplicht moment van leiding, waarin de gemeenschap wordt herinnerd aan Allah (swt), wordt aangespoord tot taqwa en wordt gestuurd in haar omgang met de realiteit.
De basis hiervan ligt in de Koran, waarin de gelovigen worden opgeroepen zich te haasten naar de herinnering van Allah (swt) bij de oproep tot het vrijdaggebed. De khutbah is daarmee in essentie dhikr, maar niet beperkt tot louter spirituele woorden. Het is een moment waarin het bewustzijn van de oemma wordt gevormd.
Daarom is luisteren geen keuze. De Profeet ﷺ maakte duidelijk dat zelfs het tot stilte manen van een ander tijdens de khutbah al als nutteloos spreken geldt. Volgens alle vier de soennitische wetscholen (Hanafi, Maliki, Shafi’i en Hanbali madhab) is spreken tijdens de khutbah verboden of zwaar afgekeurd. Dit onderstreept dat de khutbah geen passief moment is, maar een serieus moment van overdracht en ontvangst van leiding.
De khutbah van de Profeet ﷺ
Wie de khutbah van de Profeet ﷺ bestudeert, ziet dat deze nooit losstond van de werkelijkheid. Mohammed sprak over taqwa, aanbidding en het hiernamaals, maar evenzeer over wat zich daadwerkelijk afspeelde binnen en buiten de gemeenschap.
Wanneer er zichtbaar onrecht plaatsvond, werd dit benoemd. Wanneer er bloed vloeide of onderdrukking plaatsvond, werd daar niet omheen gesproken. Wanneer de gemeenschap richting nodig had, werd deze gegeven, helder en zonder omwegen.
De khutbah had daarmee ook een maatschappelijke en bestuurlijke dimensie. In de wezenlijke betekenis: zorg dragen voor de aangelegenheden van de oemma. Rechtvaardigheid, onderdrukking, veiligheid en eenheid waren geen randonderwerpen, maar integraal onderdeel van de boodschap. De minbar was dus geen neutrale plek. Het was een plek van normstelling en richting.
De hedendaagse verschuiving
In veel hedendaagse contexten lijkt deze functie te zijn verschoven. Khutbahs beperken zich vaak tot:
• algemene morele aansporingen
• herhaalbare en veilige thema’s
• onderwerpen die weinig directe relatie hebben met de actuele toestand van de gemeenschap
Op zichzelf zijn deze thema’s niet problematisch.
Het probleem ontstaat wanneer deze benadering structureel wordt, terwijl de oemma geconfronteerd wordt met zichtbaar onrecht, conflicten, onderdrukking en diepe maatschappelijke verwarring.
De vraag die dan ontstaat is fundamenteel:
wat is de waarde van een khutbah die geen duiding geeft aan de realiteit waarin de oemma zich bevindt?
En nog concreter: wat betekent het als imams week na week spreken, maar de grootste kwesties die de oemma bezighouden geen plek en/of niet de juiste plek krijgen op de minbar?
De toestand van de oemma als maatstaf
De oemma leeft vandaag in een realiteit waarin:
• bloedvergieten en onderdrukking geen uitzonderingen zijn
• morele grenzen vervagen
• moslims worstelen met identiteit, richting en verantwoordelijkheid
Dit zijn geen abstracte thema’s, maar tastbare realiteiten die het denken en handelen van moslims dagelijks beïnvloeden.
Juist in zo’n context is er behoefte aan:
• duiding vanuit islamitisch perspectief
• morele en intellectuele richting
• helderheid over verantwoordelijkheden
Wanneer de khutbah deze rol niet vervult, ontstaat er een vacuüm. De gemeenschap blijft achter met vragen, terwijl het instrument dat bedoeld is om richting te geven, zwijgt of uitwijkt.
Het vermijden van deze realiteit kan worden gepresenteerd als neutraliteit,
maar in essentie is het een vorm van onthouding van leiding.
Vorm en functie
De structuur van de khutbah is grotendeels behouden:
• de samenkomst vindt plaats
• de formele elementen worden gevolgd
• de stilte van de toehoorders wordt in acht genomen
Maar de vraag is of de functie in dezelfde mate behouden is gebleven.
Wanneer de inhoud geen aansluiting vindt bij de realiteit, verliest de khutbah haar transformerende kracht. Zij wordt dan gereduceerd tot een ritueel moment, in plaats van een middel tot vorming en richting.
Mensen luisteren, zoals verplicht is, maar worden niet altijd geleid. De nadruk die de islam legt op het luisteren en het verbod op spreken krijgt pas betekenis wanneer de inhoud ook daadwerkelijk gewicht draagt.
Wat de khutbah zou moeten zijn
De khutbah behoort:
• de band met Allah te versterken (taqwa)
• de realiteit te duiden vanuit openbaring
• onrecht en misstanden expliciet te benoemen
• en richting te geven aan het denken en handelen van de oemma
Dit vereist geen constante focus op actualiteit, maar wel de bereidheid om de realiteit te benoemen wanneer deze daarom vraagt, ook als dat om verschillende redenen ongemakkelijk is.
Conclusie
De khutbah is geen doel op zich, maar een middel. Een middel om de oemma te vormen, te corrigeren en te leiden. Wanneer de toestand van de gemeenschap vraagt om duidelijke duiding en richting, maar de khutbah deze rol niet vervult, dan verliest zij haar betekenis. Dan blijft er geen levende bron van leiding over, maar een ritueel zonder richting. En juist in tijden van beproeving wordt zichtbaar of de khutbah nog functioneert zoals zij bedoeld is.

