In een artikel van de NOS van maandag jongstleden werd vermeld dat de hoge commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties, Michelle Bachelet, de Taliban beticht van moord op medewerkers van de voormalige Afghaanse regering en hun familieleden. De Taliban zou hiervoor van deur tot deur gaan om medewerkers van de vorige regering op te sporen. Bachelet gaf ook aan dat Afghanistan een ‘nieuwe en gevaarlijke fase’ in is gegaan, omdat de Taliban niet doet wat zij beloofd hebben.
Het lijkt erop dat het de Hoge commissaris ontgaan is wat voor gruwelijkheden gepleegd zijn in de afgelopen twintig jaar in Afghanistan. In de periode 2015 tot en met 2020 hebben de Verenigde Staten minimaal 13.000 drone-aanvallen uitgevoerd. Deze aanvallen hebben ongeveer 10.000 mensen het leven gekost volgens “ The Bureau of Investigative Journalism”. Het aantal kinderen wat hierbij hun leven hebben verloren loopt op tot in de honderden. “Collateral damage”? Of toch een ernstige schending van de zogenaamde universele rechten van de mens, zijnde artikel 3 (dat iedereen het recht heeft op leven, vrijheid en veiligheid). Heeft de hoge commissaris daar ook een perspectief over?

Eveneens verbazingwekkend is de discussie van het Westen over de situatie van de vrouwen (en hun rechten) in Afghanistan. Het epitome van vrouwenmisbruik, intimidatie in allerlei lagen van de samenleving op scholen, in publieke ruimten en werkomgevingen en talloze vormen van vrouwen exploitatie maakt zich zorgen om de rechten van de vrouwen in Afghanistan. Hand in de eigen boezem steken lijkt een onbekend fenomeen in het vooruitstrevende Westen die fundamentele problemen in hun eigen samenleving niet lijken op te kunnen lossen.

Wat ook niet helpt in het serieus nemen van de Westerse verontwaardiging is het feit dat er in Europa en voornamelijk Frankrijk discussies lopen om vrouwen te onteigenen van hun recht om een hoofddoek te dragen in publieke ruimten en scholen. In juli van dit jaar oordeelde het Europese Hof dat werkgevers in de Europese Unie van hun personeel mogen verlangen dat ze hun politieke, religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging niet uitdragen op de werkvloer. Daardoor kunnen bedrijven onder bepaalde voorwaarden werknemers verbieden een hoofddoek te dragen.

Een studie van Stanford universiteit bespreekt de impact van het hoofddoekverbod in publieke scholen op moslimvrouwen in Frankrijk en concludeerde dat dit verbod een negatieve impact heeft op de bereidheid van vrouwen om hun secundaire educatie te starten en/of af te ronden. De beslissing van het Europese Hof kan eveneens resulteren in de afwezigheid van moslima’s in de werkomgeving. Hetgeen waar zij zich om bekommeren in Afghanistan veroorzaken zij in eigen kringen. Dit getuigt dus van een selectieve verontwaardiging en niet van een oprechte bezorgdheid om de situatie in Afghanistan. Het consolideren van belangen in onze landen en het tegelijkertijd demoniseren van Islam en iedereen die haar in diens volledigheid wil implementeren zijn de daadwerkelijke drijfveren van dergelijke artikelen over mensen- en vrouwenrechten schendingen.

Comments

comments

DELEN