dinsdag, januari 13, 2026
HomePolitiekDe Amerikaanse nationale veiligheidsstrategie 2025 — motieven, koers en gevolgen

De Amerikaanse nationale veiligheidsstrategie 2025 — motieven, koers en gevolgen

De Amerikaanse nationale veiligheidsstrategie vormt een hoogste richtlijnendocument dat door de president wordt uitgegeven op basis van een procedurele verplichting vastgelegd in de Goldwater-Nichols-wet van 1986. Gezien het geen juridisch bindende kracht heeft of directe wetgevende gevolgen, creëert het geen rechten of afdwingbare verplichtingen voor de rechterlijke macht. Toch heeft het document groot politiek gewicht, aangezien het de meest officiële uitdrukking is van de visie van de president op nationale veiligheid en buitenlands beleid. Het fungeert als een strategisch kader dat het beleid van het ministerie van Defensie, Buitenlandse Zaken en de inlichtingendiensten stuurt. Eveneens wordt het gebruikt in relatie tot het Congres om defensiebegrotingen te rechtvaardigen en om duidelijke politieke signalen te sturen aan bondgenoten en tegenstanders over Amerika’s prioriteiten en strategische richting. Zo combineert het document een formeel juridisch karakter met een praktische politieke betekenis, waardoor het een van de belangrijkste instrumenten voor strategische besluitvorming in de VS is.

De kern van de Amerikaanse nationale veiligheidsstrategie 2025

In een fundamentele breuk met de veiligheidsstrategie van 2022, die opriep tot versterking van de democratie binnen de bestaande wereldorde, heeft de Trump-regering een nieuwe strategie gepubliceerd die de nadruk legt op het niet-inmengingprincipe en het motto “America First”.

De aankondiging van deze strategische koerswijziging komt voort uit het besef dat het tijdperk van unilateraal Amerikaans wereldleiderschap voorbij is. Daarvoor in de plaats komt de prioriteit om het binnenland te beschermen en de wereldwijde militaire verplichtingen te verminderen. De nieuwe visie eist van bondgenoten dat zij een groter deel van hun eigen veiligheidskosten dragen. Terwijl het Amerikaanse leger evolueert naar een kleinere maar technologisch geavanceerdere macht, gericht op afschrikking door lucht- en raketvermogen in plaats van door grootschalige landlegers. Ook wil men directe betrokkenheid bij buitenlandse oorlogen minimaliseren. De strategie richt zich sterk op Latijns-Amerika en de zuidelijke grens om directe bedreigingen zoals illegale migratie en grensoverschrijdende georganiseerde misdaad aan te pakken.

Om de belangrijkste bedreigingen het hoofd te bieden, hanteert Amerika onderscheidende regionale beleidslijnen die gericht zijn op het verminderen van haar directe rol.

  • Tegenover China, de belangrijkste rivaal, zet men in op economische en militaire afschrikking rond Taiwan zonder directe oorlog, en vraagt men meer inzet van bondgenoten zoals Japan en Zuid-Korea.
  • In Europa, dat wordt gezien als bedreigd door een “beschavingscrisis”, verzet Washington zich tegen verdere NAVO-uitbreiding en eist het dat de Europeanen hun eigen veiligheid waarborgen.
  • In het Midden-Oosten blijft de VS beperkte steun bieden voor de stabiliteit van de scheepvaart en het indammen van Iran, terwijl nieuwe oorlogen worden vermeden en lokale partners meer verantwoordelijkheid krijgen.

De koers weerspiegelt een sterke interne focus op herindustrialisering, grensbeveiliging en het verminderen van afhankelijkheid van buitenlandse toeleveringsketens, vooral de Chinese. Hierbij wordt de economische veiligheid even belangrijk als traditionele nationale veiligheid.

Zo combineert de strategie het behoud van Amerika’s leidende rol in de wereld met een herprioritering die inzet op een krachtige, maar minder kostbare en minder interventiegerichte positie, gesteund door sterkere en zelfstandiger bondgenoten.

Waarom “America First”?

De “America First” koers van de Trump regering vloeit niet voort uit één enkel motief, maar uit vier samenwerkende niveaus:

  1. Een nationalistisch-isolationistische ideologie die teruggaat tot de Monroe-doctrine.
  2. Economische overwegingen over de achteruitgang van de industrie en het handelstekort.
  3. Sociale druk voortkomend uit angst voor marginalisering en immigratie.
  4. Politieke overwegingen gericht op het mobiliseren van de electorale achterban en het herdefiniëren van Amerika’s mondiale rol.

“America First” is dus een veelvormige doctrine die nationalistische, economische, politieke en sociale factoren combineert.

De veiligheidsstrategie onder Trump betekent een duidelijke terugkeer naar de filosofische wortels van de Monroe-doctrine (1823), waarbij prioriteit wordt gegeven aan de binnenlandse belangen, het verminderen van buitenlandse verplichtingen en het beperken van internationale betrokkenheid, tenzij die directe voordelen oplevert voor de VS. Hiermee verandert “America First” in een institutioneel kader van selectieve isolatie: Amerika handelt alleen als vitale belangen op het spel staan, en trekt zich terug uit zijn rol als “wereldpolitie” of hoeder van de democratie. Dit vormt een modern vervolg op Monroe’s strategisch terugtrekken uit de conflicten van de “Oude Wereld”.

Deze selectieve isolatie combineert de bescherming van nationale belangen met behoud van minimale internationale samenwerking, en het aansporen van bondgenoten om meer lasten te dragen zonder volledig afstand te doen van instrumenten van afschrikking en mondiaal bestuur. Het is een buitenlandbeleid dat de wereld niet afwijst, maar zijn betrokkenheid herberekent via een logica van directe belangen, met voorzichtigheid tegenover langdurige verplichtingen.

De koers van Trump is geen uitzondering

De richting van de Trump regering is geen radicale breuk met de historische lijn van het Amerikaanse buitenlands beleid, maar eerder een verharding binnen een bestaande constante: de prioriteit van de nationale belangen. Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft Amerika vier duurzame principes gevolgd:

  1. Wereldleiderschap als de “onmisbare natie” die de internationale orde bewaakt.
  2. Het voorkomen van de opkomst van dominante rivalen in strategische regio’s (Europa, Oost-Azië, Midden-Oosten).
  3. Het uitbreiden van economische invloed en beschermen van wereldhandel.
  4. Het beheren van uitgebreide allianties (NAVO, Azië, Midden-Oosten) op basis van bescherming in ruil voor invloed.

Deze principes bleven overeind van Truman tot Obama, wat wijst op een consistent strategisch raamwerk.

Wat Trump echter deed, was deze koers intensiveren en expliciteren. Enerzijds transformeerde hij de impliciete prioriteit van binnenlandse bescherming tot een confronterende doctrine, zichtbaar in het verlaten van akkoorden zoals Parijs en het Trans-Pacific Partnership, directe financiële druk op bondgenoten, een handelsoorlog met China, en vermindering van buitenlandse militaire inzet. Anderzijds verving hij multilateralisme door bilaterale transacties, beschouwde hij de wereld als een markt van deals, en stelde hij vraagtekens bij klassieke allianties, die hij “oneerlijk” noemde. Ook verhief hij economisch nationalisme van beperkte gedachte tot een omvattende strategie via invoertarieven, herindustrialisering en herstructurering van mondiale bevoorradingsketens.

Toch blijft Trumps beleid deel van een diepgewortelde Amerikaanse trend: minder betrokkenheid bij buitenlandse oorlogen (gestart onder Obama), focus op strategische rivaliteit met China (gepland sinds Bush Jr.), bescherming van de door globalisering benadeelde middenklasse (een punt sinds de jaren ’90), en het delen van lasten met bondgenoten (idee sinds Nixon). Trump veranderde dus niet de strategische doelen, maar de middelen en de toon — van collectief leiderschap naar transactionele deals, van open globalisering naar offensief economisch nationalisme. Hij vormt daarmee geen afwijking, maar een hernieuwde harde vorm van het traditionele isolationisme.

Slotbeschouwing

Het kiezen voor terugtrekking en isolatie weerspiegelt het onvermogen van de VS — en bij uitbreiding het kapitalistische systeem — om de wereld te blijven leiden. Want na de val van het communisme lijkt ook het kapitalisme zijn universele legitimiteit te verliezen, door zijn individualistische en egoïstische aard die heeft geleid tot verwoesting, oorlogen en vervreemding van de menselijke natuur.

De islam blijft het enige levensvatbare principe voor de mensheid, omdat het de goddelijke orde volgt die overeenkomt met de menselijke natuur. Het uitdragen van deze boodschap aan de wereld is een religieuze plicht voor moslims en hun gemeenschap — niet slechts een politieke keuze. Zoals de islam meer dan tien eeuwen lang de wereld leidde in gerechtigheid en mededogen, zo zal zijn terugkeer onvermijdelijk zijn, en zal zijn staat spoedig verrijzen om opnieuw de vlag van waarheid en barmhartigheid voor de hele mensheid te dragen.

Door: ustadh Yassine Ben Yahya (vertaald van de krant Ar Raya (https://www.alraiah.net/index.php/political-analysis/item/9986-us-national-security-strategy-2025))

RELATED ARTICLES