Momenteel vindt de Afrika Cup plaats in Marokko. De afgelopen jaren heeft het Marokkaanse voetbal een heuse opmars gemaakt. Splinternieuwe stadions en sportcomplexen; uitgerust met alle denkbare moderne faciliteiten. Dit is ook de Zambiaanse bondscoach niet ontgaan. Gedurende een persconferentie zei hij het volgende:
‘’De infrastructuur, de trainingscomplexen, de stadions. Het is geweldig. Ik denk dat ieder Afrikaans land dit moet kopiëren. Ik ben zo dankbaar dat Marokko dit jaar de Afrika Cup organiseert. Dit is de weg omhoog”
Terwijl de Afrika Cup zich ontvouwt in Marokko, wordt het land ondergedompeld in een zee van vlaggen, volksliederen en patriottistische euforie. Stadions vullen zich en straten kleuren rood en groen. De aanwezigheid van de kroonprins bij de openingswedstrijd, is veelzeggend.
Het is een zorgvuldig geregisseerd moment dat voetbal en de monarchie met elkaar verweeft en een boodschap uitdraagt van nationale eenheid en legitimiteit. Iets dat men ook terugziet tijdens het volkslied.
Dit gebeurt allemaal tegen een achtergrond die nog maar enkele maanden geleden totaal anders oogde; massale protesten, gericht tegen de stijgende kosten van primaire levensbehoeften, werkloosheid en het gebrek aan goed onderwijs en goede zorg.
Destijds werd ook scherpe kritiek geuit op de komst van splinternieuwe stadions. Deze kritiek beperkt zich niet tot Marokko. Ook tijdens de wereldkampioenschappen in Zuid-Afrika en Brazilië, klonken soortgelijke geluiden.
De aanwezigheid van politieke ambtsdragers wordt gezien als sportswashing pur sang. De gênante vertoning van FIFA-baas Infantino, in het bijzijn van Donald Trump, spreekt boekdelen. Hetzelfde geldt voor de aanwezigheid van Infantino op de Gaza-top in Egypte, de investeringen van MBS en co in clubs als Newcastle United, de LHBT-lobby en voetbal etc. De bewering dat sport en politiek van elkaar gescheiden moeten worden, kan derhalve naar het rijk der fabelen worden verwezen.
Natuurlijk kan het zijn dat velen de Afrika Cup slechts bekijken vanwege een voorliefde voor het voetbal, een gedeelde identiteit of als moment om als familie samen te komen. Desalniettemin is het belangrijk dat we niet vergeten dat brood en spelen (in de moderne context o.a. voetbal) sinds jaar en dag bedoeld is om structurele problemen (tijdelijk) naar de achtergrond te duwen.
Voetbal kan hierbij als krachtig vehikel voor nationalistische en patriottische sentimenten dienen. Historische politieke spanningen worden opnieuw geactiveerd. Denk daarbij aan politieke spanningen tussen Marokko en Algerije. Voetbalwedstrijden zijn in deze context zelden slechts sport; ze dragen de last van koloniale grenzen en politieke conflicten. Het Sykes-Picot-verdrag, dat het Midden-Oosten en Noord-Afrika langs kunstmatige grenzen opdeelde, werkt tot op de dag van vandaag door in rivaliteit, wantrouwen en onderlinge wrok.
In plaats van islamitische broederschap, zien we hoe nationalisme wordt opgevoerd tot primaire identiteit. De vlag verdringt het concept van een oemma; het volkslied overstemt kritiek. Loyaliteit aan de natiestaat wordt emotioneel afgedwongen via voetbal, waardoor afwijkende stemmen, kritische jongeren, geleerden, activisten en academici gemakkelijk als “onpatriottisch” of zelfs verraderlijk kunnen worden weggezet.
Voetbal kan hiermee fungeren als ‘mass distraction’. Terwijl men in het stadion juicht, verdwijnen onderwerpen als inflatie, woningnood en structurele repressie uit het publieke debat. Ook internationale kwesties raken naar de achtergrond, met name de genocide in Gaza.
Dit neemt uiteraard niet weg dat er elftallen en spelers zijn die dit podium juist gebruiken om hun loyaliteit jegens o.a. Gaza te tonen.
Dit mechanisme is niet nieuw. “Panem et circenses” (brood en spelen) was al in het Romeinse Rijk een beproefd middel om sociale onrust te beheersen.
Het gevaar schuilt in de verschuiving van loyaliteit: van principes en rechtvaardigheid naar symbolen en staten.
Hetzelfde nationalistische denken verklaart hoe het mogelijk is dat de zionistische bezetter Somaliland erkent, en hoe daar mensen soedjoed verrichten op Israëlische vlaggen terwijl Gaza wordt vernietigd. Nationalisme, eenmaal losgekoppeld van ethiek, legitimeert elke alliantie; zolang deze de natiestaat versterkt.
Elke nieuwe erkenning, elke diplomatieke zet, versterkt het systeem van natiestaten met bijbehorende politieke, economische en militaire consequenties. Solidariteit wordt selectief, verontwaardiging conditioneel. De oemma maakt plaats voor staatsbelang.
Voetbaltoernooien zijn nooit neutraal. Evenementen die emoties kanaliseren, identiteiten vormen en macht legitimeren. In Marokko laat de Afrika Cup zien hoe effectief sport kan zijn in het herschrijven van het publieke sentiment: van protest naar patriottisme, van kritiek naar collectieve afleiding.
De vraag is niet of mensen mogen juichen voor hun elftal, maar of men zich bewust blijft van wat er tegelijkertijd uit beeld verdwijnt. Zolang vlaggen belangrijker worden dan rechtvaardigheid, en overwinningen op het veld zwaarder wegen dan verlies van menselijkheid daarbuiten, blijft brood en spelen een krachtig, maar gevaarlijk politiek instrument.
Tot slot dienen we niet te vergeten dat de verheffing van iedere natie gepaard gaat met ideeën. Splinternieuwe stadions of wolkenkrabbers zijn hierbij geen maatstaf van succes, zolang intellectuele verheffing uitblijft. Marokko en de Maghreblanden in het algemeen, kennen een rijke islamitische historie van geleerdheid en heldhaftigheid. Helden die zich hebben verzet tegen kolonisten. Aan ons om de kunstmatige koloniale landsgrenzen niet als basis voor ons denken te hanteren, opdat we onze medemoslims niet als opponenten gaan zien en onze loyaliteit niet hierop baseren.

