Denkend aan Afrika komen bij de meeste mensen beelden voor ogen van ondervoede kinderen, vluchtelingenkampen, corruptie en oorlog. Het werelddeel met haar 800 miljoen bewoners is vandaag de dag bijna synoniem aan ellende. Toch is dit niet altijd zo geweest. Ten tijde van de heerschappij van de Islamitische Staat Al Khilafa in Afrika was armoede – hoe moeilijk voorstelbaar ook – volledig afwezig. De speciale gazant voor Afrika van Khalifa ‘Oemar bin ‘Abdoel ‘Aziez die belast was met het innen en verdelen van de zakaat, vertelde namelijk: “De Khalifa stuurde mij om de zakaat te innen van de moslims in Afrika. Nadat ik het verzameld had, vroeg ik of er arme mensen waren ten gunste van wie de zakaat besteed zou kunnen worden, maar ik kon niet een dergelijk persoon vinden.” (Zie ondermeer De Biografie en Deugden van ‘Oemar bin ‘Abdoel ‘Aziez, door Ibn Al Djauwzi).

Met andere woorden, het Afrika van Islam kende geen bewoners die niet een huis hadden om in te wonen, of een kleed hadden om hun naaktheid mee te bedekken, of een brood hadden en water om hun behoefte aan voeding mee te voorzien. Want degene die die niet kan, die heeft volgens Islam recht op het ontvangen van de zakaat. En het Afrika van Islam kende ook geen bewoners die schulden hadden, want ook zij hebben volgens Islam recht op het ontvangen van de zakaat. Onder invloed van het economisch systeem van Islam was Afrika dus rijk en welvarend.

Hoe anders is de situatie vandaag de dag. Met recent Live8, het popconcert georganiseerd door Bob Geldof, en de bijeenkomst van de rijkste industrielanden in de wereld (de G8) in Gleneagles, Schotland, is armoede in Afrika zoals wel vaker weer eens hoog op de politieke agenda van de westerse wereld plaatsten. Noodzakelijk en in principe prijzenswaardig, want in Sub-Sahara Afrika treft armoede 46,3 percent van de bevolking. Van de 20 armste landen in de wereld zijn er 15 afkomstig uit Afrika. Gedurende de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw steeg het nationaal inkomen per hoofd van de Afrikaanse bevolking nog, van 1500 tot circa 2000 Amerikaanse dollar, maar het bleef sindsdien op dit niveau steken. Ten zuiden van de Sahara is het beeld nog somberder. Het inkomen per hoofd was in dat deel van Afrika altijd al heel laag maar daalde sinds 1974 nog verder met circa 200 dollar. In de jaren negentig van de vorige eeuw alleen al kromp de economie van Afrika gemiddeld met anderhalf procent per jaar, terwijl in dezelfde periode de rest van de wereld met bijna twee procent per jaar groeide. Afrika is dus niet enkel relatief gezien armer geworden ten opzichte van andere landen, maar zelfs absoluut. In een periode van tijd waarin de wereld als geheel een immense toename van de welvaart heeft weten te realiseren, is Afrika absoluut armer geworden.

Gezien de immense minerale rijkdom en vruchtbare landbouwgrond waarover Afrika beschikt is de situatie van Afrika ten tijde van Islam, rijk en welvarend, eigenlijk wat men zou verwachten. Een vraag moet dan ook zijn, hoe is het mogelijk dat Afrika in een periode van enkele honderden jaren is afgegleden van een situatie waarin armoede niet voorkwam tot een situatie waarin armoede haar karakteriseert? Maar nog belangrijker, echter, is de vraag hoe kan aan de armoede van Afrika een einde worden gemaakt?

De oplossing voor armoede in Afrika: Het initiatief van de kapitalistische G8

Recent Groot-Brittannië voor de ogen van de wereld een lans gebroken voor vermindering van armoede in Afrika. Brits Minister van Financiën Gordon Brown heeft Afrika rondgereisd, met op zijn hielen een heel leger aan mediavertegenwoordigers, en vervolgens tijdens de recente vergadering van de acht rijkste landen in de wereld (de G8) de plannen van Groot-Brittannië uiteengezet waarmee armoede in Afrika bestreden moet gaan worden. Dit plan kent in feite twee pijlers:

1. Schuldverlichting
Onder bepaalde voorwaarden zullen de landen van de G8 de schuld van ‘s werelds 18 armste landen kwijtschelden, een voorstel ter waarde van ongeveer 40 miljard Amerikaanse dollar.

2. Hulp
Onder bepaalde voorwaarden zullen de landen van de G8 meer hulp beschikbaar stellen aan Afrika.

Uit het plan blijkt het idee dat de oorzaak van armoede in Afrika enerzijds ligt in de onhoudbare schuldposities die de overheden in dit werelddeel over tijd hebben opgebouwd (daarom schuldreductie), en anderzijds in het onvermogen van de zijde van de overheden en volkeren van dit werelddeel om zelf initiatieven voor ontwikkelen te ontplooien en te organiseren (daarom meer westerse hulp).

Betreffende de schulden, dit is inderdaad een groot probleem en een bron van veel ellende. Maar voor een waarde oordeel over het initiatief tot schuldreductie van de G8 is het van belang om de oorsprong van de Afrikaanse schuld te kennen. Inderdaad, kwijtschelding van 40 miljard aan schuld lijkt op het eerste gezicht een zeer nobele geste en een goede stap, maar is het dit ook werkelijk?

Noreena Hertz in haar boek “IOU: het gevaar van de internationale schuldenlast” uit de doeken gedaan hoe precies Afrika zo in de schulden is geraakt. Dit heeft twee oorzaken:

Ten eerste, een groot deel van de hedendaagse schuld is het resultaat van leningen gegeven ten tijde van de Koude Oorlog. Leningen waren destijds een middel om vriendschappen mee te verkrijgen, een instrument in de oorlog tussen de kapitalistische en communistische ideologie. Zowel het communistisch blok als het kapitalistisch blok maakten op grote schaal gebruik van leningen om relaties van afhankelijkheid te creëren met Afrikaanse staten. Afhankelijkheid die gebruikt zou kunnen worden om de eigen belangen te kunnen dienen, onder voorwendsel de respectievelijk communistische of kapitalistische manier van leven vooruit te krijgen in deze specifieke gebieden. Leningen destijds waren dus niet bedoeld om een land vooruit te helpen maar om bevriende staatshoofden in het zadel te krijgen en te houden. En het mes sneed aan twee kanten. De Verenigde Staten leenden bijvoorbeeld immense bedragen aan de toenmalige dictator van Congo (destijds Zaïre), Mobutu Seso Soko, ondanks het feit dat de man een wreedaardig type van dictator was aan wiens handen het bloed van vele zinloos gestorven Congolezen kleeft en ondanks het feit dat feitelijk alles wat geleend werd door Mobutu direct werd doorgesluisd naar zijn eigen privé rekeningen in Zwitserland. Maar Mobutu deed wat zijn Amerikaanse vrienden van hem vroegen en zijn corruptie was daarom nooit een reden om leningen aan Congo geen doorgang te laten vinden. Bijvoorbeeld, in 1978 kwam via het IMF een memo naar buiten waarin formeel werd bericht dat gezien de corruptie in het Zaïre van Mobutu het onwaarschijnlijk was dat de leners ooit hun geld terug zouden zien. Desondanks ontving Mobutu later in het jaar een additionele lening van het IMF omdat hij zijn grondgebied had opengesteld voor Amerikaanse troepen en hun geheime operaties in buurland Angola. Zo was voor vele tientallen jaren het uitlenen van geld onderdeel van politiek, ter verzekering van trouw van partnerstaten en het realiseren van geopolitieke strategische doelen. Maar natuurlijk, het geld dat in de zakken van mensen zoals Mobutu verdween, was officieel geleend aan de natiestaat Congo. Daarom betaalt Congo vandaag de dag 37% van haar al inkomsten aan rente en aflossing op deze schuld aan landen als de Verenigde Staten. Dus met de leningen hebben de Verenigde Staten het Congo van Mobutu loyaal aan haar gemaakt, maar tevens het Congo van vandaag de dag afhankelijk van haar. Voor een groot deel is de huidige schuldenlast van Afrika het resultaat van precies deze buitenlandse politiek van westerse naties ten tijde van de Koude Oorlog. Men leende de destijdse dictatoren enorme hoeveelheden geld, in de wetenschap dat door corruptie dit allemaal zou verdwijnen en niets voor het land of de bevolking van het land zou betekenen. En nu maken deze leningen deel uit van de schuldenlast van Afrika.

Ten tweede, de huidige schuldenlast van Afrika heeft te maken met het bestaan van exportkredietinstellingen. Ieder land van enig aanzien heeft zo een staatsinstelling wiens taak het is de risico’s van handelen in het buitenland te dekken. Dit werkt als volgt. Een (bijvoorbeeld) Amerikaanse onderneming komt met een Afrikaanse overheid overeen om een dam te bouwen in het Afrikaanse land. Normaal gesproken maakt de Amerikaanse maatschappij dan een inschatting van de te verwachten winstgevendheid van het project en van de financiële positie van haar handelspartner, om haar besluit betreffende de overeenkomst op te baseren. Enkel indien het land verwacht kan worden te betalen gaat de deal door. Zo gaat dit ook wanneer een individu met een onderneming een afspraak probeert te maken. Maar bij de betrokkenheid van exportkredietmaatschappijen gaat dit anders. Deze dekt de investering van de Amerikaanse onderneming namelijk af: wat er ook gebeurt, de Amerikaanse onderneming krijgt altijd haar geld, ofwel van het Afrikaanse land, ofwel van de exportkredietmaatschappij. In deze situatie is het voor de Amerikaanse onderneming niet langer van belang of de dam überhaupt geld zal gaan verdienen voor het Afrikaanse land, of dat het Afrikaanse land in staat is om haar schuld te voldoen. De onderneming krijgt immers altijd haar geld. Zo is investeren in Afrika zelfs bij het bestaan van supercorrupte overheden een bijzonder interessante mogelijkheid geweest voor westerse ondernemingen en zo zijn voor miljarden van dollars in Afrika uitgegeven onder de noemer van “investeringen” die door corruptie en mismanagement de mensen van Afrika niets hebben opgeleverd. Echter, wat de exportkredietmaatschappijen doen als zij het bedrijf moeten betalen is op de deur van het Afrikaanse land kloppen om dit geld terug te krijgen. Al de zinloze investeringen die gedaan zijn Afrika om westerse bedrijven en corrupte heersers rijk te m maken nu dus deel uit van de schuldenlast van Afrika.

Volgens het IMF is de totale schuld van de ontwikkelingslanden in de wereld, onder invloed van deze twee vermelde oorzaak voor het ontstaan van schuld, opgelopen tot 1,2 biljoen Amerikaanse dollar (1.200.000.000.000,00 dollar). Veel Afrikaanse landen geven dan ook de bulk van hun besteedbaar budget uit aan aflossing en rente op openstaande schuld. In de periode 1970 – 2002 leende enkel Afrika voor in totaal 539 miljard Amerikaanse dollar en betaalde het 549 miljard Amerikaanse dollar terug. Maar desalniettemin bedraagt de uitstaande schuld nog altijd 295 miljard Amerikaanse dollar omdat 300 miljard Amerikaanse dollar in rente betaald is. Afrika is door het westen gevangen in een web van schuld, mt andere woorden.

Zogezien is de voorgestelde 40 miljard Amerikaanse dollar aan schuldreductie voorgesteld door de G8 landen vanuit moreel perspectief ontoereikend, en praktisch gezien niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat. Moreel gezien zou enkel volledige kwijtschelding van de schulden van Afrika de juiste stap zijn. Praktisch gezien zal kwijtschelding van 40 miljard op een openstaand totaal van 295 miljard, dus ietsje meer dan 10% van het totaal, niet veel uitmaken voor de situatie in de landen van Afrika.

En dan zijn er natuurlijk nog de voorwaarden waar de landen aan moeten voldoen willen ze in aanmerking komen voor schuldreductie…

Volgens George Monbiot zijn de voorwaarden van het initiatief “niet veel meer dan afpersing” . De voorwaarden om in aanmerking te komen voor kwijtschelding van schulden bij de Wereldbank en het IMF (en dus niet de schulden bij de exportkredietmaatschappijen) zijn dat de Afrikaanse overheden corruptie moeten aanpakken, de private sector moeten helpen te ontwikkelen en obstakels voor private investeringen vanuit zowel het eigen land als uit het buitenland moeten wegnemen. De vereiste betreffende corruptie lijkt op het eerste gezicht vanzelfsprekend. Maar, waarom heeft corruptie dan in het verleden niet in de weg gestaan van het uitlenen van geld? Het antwoord hierop is dat de maatstaf voor corruptie natuurlijk subjectief is. Paul Kagame van Rwanda voorziet het westen van de mineralen nodig om de mobiele telefoontjes mee te fabriceren en wordt (daarom) gepresenteerd als een voorbeeld van leiderschap. Dat dit mineralen zijn die zijn legers uit Congo stelen, als onderdeel van een brute oorlog daar die reeds aan 4 miljoen mensen het leven heeft gekost, is irrelevant voor het westen. Wat mensenlevens betreft heeft Robert Mugabe van Zimbabwe zonder twijfel minder uit te leggen, en hij is niet meer noch minder corrupt, maar hij heeft het land van de blanke boeren in Zimbabwe onteigend, en is daarmee de duivel in hoogst eigen persoon geworden naar de opvatting van de landen van de G8 en het toonbeeld van corruptie. “Corrupt” is dus duidelijk hoogst subjectief, en onder de voorwaarde “corruptiebestrijding” kan de schuldverlichting gestuurd worden in de richting die men wenst, naar de landen die men wenst. Oftewel, naar de landen die luisteren en meewerken en weg van de landen die dit niet doen.

De plicht voor de Afrikaanse landen die “hulp” willen om de prvate sector te helpen en buitenlandse private investeringen in hun landen toe te laten is niets anders dan economische liberalisering. Oftewel het te koop aanbieden van staatsbedrijven en de natuurlijke mineralen, zodat de grote westerse ondernemingen dezen kunnen kopen. Dit is niets iets nieuws voor Afrika, dus wat heeft openstellen van de Afrikaanse markt voor westerse ondernemingen de mensen in Afrika tot dusver gebracht?

Amerika en Europa hebben hun eigen markten niet geopend voor de meeste producten die Afrika produceert of heel goed en goedkoop zou kunnen produceren. In Europa eten we groenten verbouwd in kassen, producten die Afrika vele malen sneller, beter en goedkoper zou kunnen produceren. Maar in de meeste gevallen mogen Afrikaanse landbouwproducten Europa niet binnen, of dan toch tegen enorme heffingen. Als afzetmarkt voor Afrikaanse producten zijn Amerika en Europa goeddeels gesloten. Integendeel zelfs, Amerika en Europa subsidieren de eigen boeren met ongekende hoeveelheden geld om de concurrentie met de Afrikaanse boeren aan te gaan. Amerika betaalt haar paar duizend katoenboeren 4 miljard Amerikaanse dollars per jaar om hen te helpen, meer dan de waarde van de totale productie in een land als Burkina Faso in Afrika, een land voor het grootste deel afhankelijk van de productie en export van katoen. Vanwege de subsidies zijn Amerikaanse boeren in staat hun product op de wereldmarkt aan te bieden ver beneden kostprijs, nog goedkoper zelfs dan het katoen geproduceerd in de beste van omgevingen zoals Burkina Faso. Aldus wordt de katoenindustrie in Burkina Faso kunstmatig kapotgemaakt door het beleid van de Amerikaanse overheid en blijft het volk van Burkina Faso in armoede. En wat Amerika en Europa teveel produceren aan landbouwproducten als gevolg van hun royale subsidie-wetgeving wordt tegen dumpprijzen verkocht in het Afrika dat haar markten heeft geopend voor de private sector. Kippen uit Amerika overspoelen de markten van Ghana als gevolg waarvan de lokale industrie failliet is gegaan. En tomatenpuree uit Europa overspoelt de markt in Senegal als gevolg waarvan de lokale industrie failliet is gegaan. Omdat het westen deze valse spelletjes speelt heeft liberalisatie tot dusver Afrika enkel meer armoede gebracht.

Het Islamitisch alternatief van de Khilafa

Het islamitisch beleid ten aanzien van armoede zal zeer zeker niet gebaseerd zijn op de onjuiste ideeën die resulteren uit de onjuiste kapitalistische economische theorie. En dit beleid zou ook geen doelen stellen als “halvering van armoede in de wereld tegen 2015” zoals de Verenigde Naties heeft gedaan. Het doel is de volledige uitroeiing van armoede. En dit is geen utopie, zoveel heeft het Afrika van de geschiedenis reeds laten zien. Het zou een utopie zijn te denken dat de uitroeiing van armoede over nacht plaats zal kunnen vinden, dat wel, maar dat het mogelijk is – zelfs nog voor 2015 – staat buiten kijf.

In eerste plaats zal de Khilafa zich werkelijk committeren aan uitroeiing van armoede in Afrika (en de wereld), omdat Profeet Mohammed (saw) heeft gezegd: “De zoon van Adam (as) kent geen groter recht dan een huis waarin hij mag verblijven, een stuk kleed waarmee hij zijn naaktheid mag bedekken, en een stuk brood en wat water.” (Tirmidhi).

Ten tweede zal de Khilafa werken aan beëindiging van de invloed van internationale instelling als het IMF, de Wereldbank en de G8, die de Afrikaanse landen dwingen om oneerlijke handelspraktijken te accepteren die de welvaart concentreren in de handen van slechts enkelen in het westen.

Ten derde zal de Khilafa de praktijk van leningen gebaseerd op rente, die overduidelijk zo een vernietigende werking hebben gehad op de ontwikkelingslanden, stoppen. In de plaats hiervan zal hulp geboden worden op basis van partnerschap. De Khilafa zal financiële hulp bieden onder de afspraak dat de winst gedeeld wordt. De Khilafa zal bij deze partnerschap het mogelijke verlies voor haar rekening nemen, want dit is hoe het werkt in Islam. De Khilafa zal ook kennis ter beschikking stellen aan Afrika, zodat de natuurlijke rijkdommen van Afrika op de juiste manier gebruikt kunnen worden en het maximale voordeel voor de mensen van Afrika zal realiseren.

Ten slotte zal de Khilafa de Afrikaanse landen een alternatief bieden voor het economisch systeem van kapitalisme, dat uiteindelijk ten grondslag ligt aan de uitbuiting van Afrika door het westen. De Khilafa zal het economisch systeem van Islam ten uitvoer brengen, dat duurzame economische groei mogelijk maakt en voorkomt dat de rijkdom door een elite gestolen wordt. Zodat al de mensen kunnen genieten van de voorzieningen waarmee Allah (swt) de wereld heeft geschapen.

Comments

comments

DELEN