Geachte,
Mijn vraag betreft de Sjari’a. Ik weet dat de Sjari’a de Islamitische wet is, maar hoe is deze tot stand gekomen? Is het een boek dat ik kan kopen? Is het een levend boek dat constant herzien wordt? Verschilt het per land? Door wie is het opgetekend? Wanneer? Staan er verwijzingen in de Koran naar dit boek of naar de wet?

Een hoop vragen zoals u ziet. Misschien kunt u mij wat inzicht geven in deze materie.

Als docent levensbeschouwing hoor ik dit eigenlijk te weten, maar ja, men is nooit te oud om te leren.

Bij voorbaat dank.

Geachte heer,

We zullen ons best doen om uw vragen te beantwoorden, met bijzonder veel genoegen, en we zullen proberen zo weinig mogelijk in technische termen te vervallen.

Na de mens geschapen te hebben heeft de Schepper, Allah (swt), de mens niet achter gelaten om enkel rond te dolen. De Openbaringen van Islam, oftewel het Heilige Boek de Koran en de Soenna (overleveringen) van Profeet Mohammed (saw), vertellen dat de mensheid altijd gezanten zijn gezonden door Allah (swt), zodat de mensen konden leren waarom de schepping plaats gevonden heeft. Deze boodschappers verkondigden aan de volkeren tot wie zij gezonden waarom zij geschapen waren, door wie, en wat deze informatie voor invloed zou moeten hebben op hun leven.

Profeet Mohammed (saw) is de opvolger van profeet ‘Isa (Jezus, vrede zij met hem) en gezonden als laatste profeet voor gans de mensheid. De boodschap die hij (saw) heeft gebracht vertelt de mensheid dat zij geschapen is door Allah (swt) ter Zijner aanbidding. Deze boodschap vertelt de mensen dan ook hoe zij Hem (saw) moeten aanbidden, alsmede wat hen te wachten staat na dit leven: een Dag des Oordeels, een Hemel ter beloning voor degenen die Hem aanbidden zoals Hij dit verordend heeft en een Hel ter bestraffing voor degenen die Hem niet aanbidden zoals Hij dit verordend heeft.

De manier van aanbidding in Islam gaat veel verder dan enkel het verrichten van rituelen ter aanbidding. Aanbidding in Islam is om al de dingen die horen bij het leven te doen volgens de Geboden en Verboden van Allah (swt). Buiten de handelingen die mensen verrichten als onderdeel van de relatie Schepper tot mens (de rituelen van aanbidding), omvat dit dus ook alles dat een mens doet in de relatie mens tot mens (manieren en ethiek, het organiseren van het samenleven, familieleven, economie, et cetera) alsmede in de relatie mens tot zichzelf (wat eet ik? hoe kleed ik me? et cetera).

Islam zegt dat als de mens in gans het leven, bij alles, deze Geboden en Verboden volgt, dat de vruchten hiervan dan niet enkel in het Hiernamaals geproefd zullen worden. De Geboden en Verboden van Islam zijn afkomstig van de Schepper van het bestaan. Degene die als beste de schepping kent. Degene die de schepping beter kent dan dat de schepping zichzelf kent. En als zodanig zijn Zijn Geboden en Verboden ook de beste ordening van het leven van de mens. Als de mens overeenkomstig deze Geboden en Verboden het leven organiseert dan zullen onrecht en uitbuiting op de juiste wijze vervolgd worden, net zoals honger en andere vormen van onmenselijk leven.

Islam is gekomen om deze Geboden en Verboden van Allah (swt) duidelijk te maken aan de mens. Het geheel van deze Geboden en Verboden dat is in feite de Sjari’a.

De Geboden en Verboden zijn eigenlijk de oordelen van Allah (swt) die men kan vinden in de Openbaringen van Islam. Met andere woorden, de Openbaringen van Islam zijn de bronnen waaruit de Sjari’a blijkt. Dus bijvoorbeeld, als een moslim een gevoel van honger ervaart, dan hoort hij in de Koran en de Soenna, alsmede de bronnen waarnaar deze verwijzen, te gaan zoeken naar een oplossing voor zijn probleem. Hij moet gaan zoeken naar antwoorden op de vragen als: wat mag ik eten en wat niet (koe versus varken)? Wat mag ik doen om aan eten te komen en wat niet (werken versus stelen)? Hoe eet ik precies (vork of hand, rechterhand of linkerhand)? Et cetera.

De oordelen in de Openbaringen van kennen een aantal categorieën:

Fard = verplicht
Mandoeb (ook wel soenna genoemd) = aangeraden
Moebah = vrijgelaten
Makroeh = afgeraden
Haraam = verboden

Soms blijken deze oordelen van Allah (swt) heel duidelijk uit de bronnen. Soms ook moet men zoeken naar het oordeel. Dit zoeken draagt de naam “idsjtihaad”. Wanneer men idsjtihaad verricht dan zoekt men in de bronnen van Islam naar het oordeel van Allah (swt) betreffende een bepaalde kwestie, omdat dit oordeel niet direct duidelijk is. Men probeert, met andere woorden, in de Arabische tekst van de bronnen het oordeel van Allah (swt) te achterhalen.

Om idsjtihaad te kunnen doen moet men wel over bepaalde vereisten beschikken. Men moet natuurlijk de bronnen van Openbaring van Islam heel goed kennen, van buiten eigenlijk. En men moet de Arabische taal, haar woordenschat en haar grammatica, tot in de puntjes beheersen. Want men zoekt naar de betekenis van de teksten die geopenbaard zijn, immers. Dus moet men de teksten kennen en de situaties waarin zij geopenbaard zijn.

Omdat mensen in intellectuele capaciteit verschillen, verschillen de mensen die idsjtihaad verrichten soms van mening.

Soms is het oordeel van Allah (swt) eenduidig in de teksten van Openbaring. Maar soms ook kan men van mening verschillen betreffende welke tekst nu precies van toepassing is op de kwestie onder beschouwing. Of men kan betreffende een tekst van mening verschillen over wat deze nu precies betekent (ten gevolge van de eigenschappen van de Arabische taal). Of men kan van menig verschillen betreffende het oordeel in de tekst (is het nu afgeraden, of verboden?). Dit is waarom er soms verschillende meningen bestaan over wat precies nu de Islamitische wet is.

In deze zin kan de Sjari’a als “niet statisch” beoordeeld worden. Maar deze verschillen van mening kunnen niets van doen hebben met het land waar de idsjtihaad wordt gedaan, of de sexe van de persoon die idsjtihaad doet, of de tijd waarin de idsjtihaad gedaan wordt, zoals soms beweerd wordt. Want onder idsjtihaad wordt zoals uitgelegd enkel en alleen gezocht naar de boodschap die Allah (swt) heeft gegeven aan Zijn openbaring. En deze bedoeling van de boodschap van Allah (swt) is natuurlijk onafhankelijk van de ontvanger van de boodschap, of de tijd waarin naar de boodschap gekeken wordt.

Om verschillende meningen betreffende een kwestie met elkaar te kunnen vergelijken wordt bij idsjtihaad de geleerde altijd om zijn “daliel” gevraagd. Daliel is het bewijs voor het oordeel waartoe hij gekomen is. De geleerde beantwoord de vraag om daliel met een zin zoals “omdat in de Koran dit-en-dit staat, en omdat het zus-en-zo gezegd wordt, is volgens mij het Oordeel van Allah (swt) in deze kwestie aldus”.

Vanuit een ander perspectief kan de Sjari’a ook als niet statisch beschouwd worden. De mens blijft ten gevolge van de materiële en technologische vooruitgang geconfronteerd worden met alsmaar nieuwe vraagstukken. Denk aan klonen, bijvoorbeeld. De bronnen van Openbaring van Islam blijven alsmaar in staat om ook op deze nieuwe vraagstukken antwoorden te geven, waardoor de Sjari’a dus altijd maar in beweging blijft.

Mocht u verdere vragen willen stellen naar aanleiding van dit schrijven, weet dan dat we ook daarvoor ter uwer beschikking staan. We groeten u vriendelijk,

Redactie Expliciet

Comments

comments

DELEN