Iedereen doet het maar er zijn er maar weinig die het kunnen beschrijven en bevatten. Het is hetgeen wat de mens heeft doen verheffen boven de dieren en de andere schepselen op aarde, het is hetgeen wat de mens vooruit heeft geholpen, het is het proces van denken.

In een vorig artikel is er gesproken over concepten en hoe belangrijk hun rol is in het sturen van de gedragingen van de mens. Er is gesproken over het basisidee en dat het van essentieel belang is dat we een juist basisidee adopteren.

De vraag is nu hoe we ervoor kunnen zorgen dat we daadwerkelijk het juiste basisidee zullen gaan adopteren, want er zijn meerdere basisideeën in de wereld. Feitelijk moet er onderzocht worden wat de antwoorden zijn op de vragen die voortkomen uit het basisidee:

  1. Wat was er vóor de materie;
  2. Wat is er na de materie;
  3. Wat is de relatie tussen de materie en hetgeen hiervoor en hierna?

Ieder mens heeft ooit wel een periode in zijn leven gehad waarin hij heeft nagedacht over deze vragen. Vaak zijn het kinderen, maar ook volwassenen hebben ooit hierover nagedacht omdat ieder mens weet dat hij ooit zal sterven en daarom is het natuurlijk dat hij een idee vormt over wat er na zijn dood zal gaan komen.

Om deze essentiële vragen over het leven te beantwoorden zullen we eerst moeten begrijpen wat ideeën zijn en hoe ideeën gevormd worden.

 Wat zijn ideeën?

Een idee is een oordeel over een feit. Als een persoon bijvoorbeeld zegt: “de aarde is rond” dan heeft hij een oordeel (rond) geveld over een feit (de aarde). De mens heeft zo talloze ideeën in zijn hoofd waarin hij dus oordelen heeft over bepaalde feiten.

Ideeën kunnen goed of fout zijn, correct of incorrect. Op het moment dat een idee juist is dan wordt dit ook wel de waarheid genoemd en op het moment dat een idee fout is wordt dit ook wel de valsheid genoemd. Maar de volgende vraag is nu hoe kan men weten of een idee goed of fout is? Dit wordt gedaan door het idee te meten aan de realiteit. Op het moment als een persoon bijvoorbeeld zegt: “Nederland ligt in Azië” dan zal meteen opgemerkt worden dat dit idee incorrect is omdat dit idee niet overeenkomt met de realiteit.

Zo bevat de mens dus correcte en incorrecte ideeën en het is dus van groot belang dat de mens zijn ideeën controleert of deze overeenkomen met de realiteit. Kritisch zijn betekent feitelijk dat je het argument van een persoon probeert te staven met de realiteit en dat je niet klakkeloos aanneemt wat de persoon te zeggen hebt.

Het komt vaak voor de twee personen verschillende oordelen over één feit hebben. Wanneer de één de ander wil overtuigen zal dit dus leiden tot een discussie. Discussie is feitelijk een poging om ervoor te zorgen dat de ander zijn idee verlaat voor de jouwe en je probeert met argumenten te komen die passen bij de realiteit zodat de ander overtuigt wordt van de bewijzen uit de realiteit die jij geeft. Je probeert dus zijn concepten te veranderen, want dit zijn de aangenomen ideeën die een persoon heeft.

Het kan natuurlijk ook zijn dat een persoon geen oordeel heeft over een bepaald feit, dit is dus onwetendheid. Er zijn veel feiten op de wereld en het is dus een normale zaak dat je niet over alle feiten alles weet, op dit moment kun je dus niet oordelen over een feit omdat je bijvoorbeeld het feit nog nooit gezien hebt of omdat je geen voorkennis over het feit hebt.

Hoe komt men aan ideeën?

Ideeën worden op verschillende manieren geleerd of overgegeven. Eén van de manieren waarop men ideeën opdoet is middels het blind accepteren van ideeën van personen die men betrouwbaar vind. Dit is ons allemaal overkomen toen we nog kinderen waren en nog niet in staat waren om bewijs te begrijpen. Onze ouders hebben ons opgevoed en ons ideeën gegeven over vele zaken, dit is onderdeel geweest van hun opvoeding. Omdat een kind dus nog niet in staat is om onafhankelijk te denken accepteert hij alles van degenen die hij vertrouwt.

Dit is één van de meest lage niveaus van het opdoen van ideeën omdat je feitelijk niet voor jezelf denkt maar dat je het aan een ander over laat. Voor kinderen is dit de normaalste zaak maar ook volwassenen doen vaak ideeën op middels blinde acceptatie. Dit valt terug te zien hoe er vaak klakkeloos ideeën vanuit de media en politiek aangenomen worden. Door dit valt ook te begrijpen hoe manipulatie plaatsvindt middels propaganda in de media. Feitelijk proberen media en politiek ervoor te zorgen dat het volk hun visie en ideeën accepteren, ook al zijn het leugens. Media en politiek worden door velen als betrouwbare bronnen gezien waardoor ideeën klakkeloos over worden genomen.

Een andere manier hoe ideeën opgedaan worden is de methode van verstandelijk denken. Verstandelijk denken is het oordelen over feiten aan de hand van voorkennis. De definitie wordt duidelijker door haar componenten te bespreken. De componenten van denken zijn als volgt:

  1. Een feit;
  2. Waarnemingsorganen;
  3. Voorkennis;
  4. Gezonde hersenen.

Je hebt dus een bepaald feit, je neemt deze waar door bijvoorbeeld ernaar te kijken, te proeven of aan te raken, vervolgens gaat deze informatie naar de hersenen waar deze informatie gekoppeld wordt aan de voorkennis over het feit zodat je een oordeel kan geven erover.

Om het plaatje nog meer duidelijk te maken wordt het belang van elk component in het volgende besproken:

Een feit

Je hebt een feit nodig om te denken, iets wat een bestaan heeft in onze realiteit. Wanneer je denkt over zaken die niet berust zijn op de realiteit dan ben je feitelijk aan het fantaseren en kan dit geen denken genoemd worden. Een persoon die bijvoorbeeld probeert te denken over een vliegend spaghettimonster die door de ruimte zweeft is aan het fantaseren omdat dit geen plaats heeft in de realiteit. De spaghettimonster zelf is niet waarneembaar noch is iets wat duidt op zijn bestaan waarneembaar, hiermee is het denken dus over het spaghettimonster fantaseren en geen verstandelijk denken.

Hetzelfde geldt wanneer personen proberen te filosoferen over zaken die totaal niet waarneembaar zijn en ook geen bewijs voor is in de realiteit. Een idee hebben over iets wat geen feit is, heeft geen waarde omdat het verstand simpelweg niet kan oordelen over iets wat niet waar te nemen valt of waar het spoor van niet waar te nemen is.

Waarnemingsorganen

Het tweede component wat nodig is voor denken zijn de waarnemingsorganen. Horen, zien, ruiken, proeven en voelen zijn in feite informatieverzamelaars waarmee we informatie van de wereld om ons heen transporteren naar de hersenen. Zonder waarnemingsorganen kan men geen feiten waarnemen en kan men dus niet informatie van het feit verplaatsen naar de hersenen om vervolgens een oordeel erover te geven. Waarnemingsorganen zijn derhalve noodzakelijk om te kunnen denken.

Voorkennis

Voorkennis is eveneens een essentieel element om de mens in staat te stellen om te kunnen denken. Het is de kennis die aanwezig is in de hersenen waarmee uiteindelijk het oordeel over een zaak wordt geveld. Het bewijs dat voorkennis nodig is, is wanneer we een peuter bijvoorbeeld een euro geven. Hij zal de euro uitgebreid waarnemen, door het aan te raken, te proeven en te bekijken maar hij heeft op dat moment niet de voorkennis om over de munt te oordelen dat het een middel is waarmee hij een ijsje kan kopen. Een ander voorbeeld is wanneer we een persoon opsluiten in een kamer met een Chinees boek terwijl hij geen voorkennis heeft over de Chinese taal en dat we hem na een jaar vragen wat er in het boek staat. Hoeveel hij ook de letters zal waarnemen zal hij geen oordeel erover kunnen vellen en niet weten wat er in staat omdat de voorkennis van de letters en de betekenissen van de woorden bij hem ontbreken. Voorkennis is dus een essentieel onderdeel voor het denken.

Gezonde hersenen

Het laatste component zijn de gezonde hersenen. Hiermee wordt bedoeld dat men hersenen heeft met de capaciteit om voorkennis te linken aan de waarneming. Een persoon die verstandelijk gehandicapt is kan niet verstandelijk denken omdat hij de waarneming niet kan linken aan de voorkennis. Wat we bedoelen met gezonde hersenen is dat hij een verstand heeft. Het verstand is de mogelijkheid om voorkennis te linken met de waarneming. Een klein kind heeft dus nog niet deze capaciteit en dieren hebben dit ook niet. Dieren reageren op bepaalde behoeften en instincten, dit betekent niet dat dit verstandelijk denken is. Een papegaai is bijvoorbeeld voorkennis aan te leren door hem bepaalde woorden te leren zodat hij iemand na kan praten. Hij zal echter niet achter de betekenis van de woorden komen noch zal hij de woorden kunnen linken aan de waarneming.

Dieren zijn voornamelijk te trainen door beloning en bestraffing en ze zullen niet onafhankelijk denken. Wanneer je bijvoorbeeld iedere keer een dier pijn doet wanneer hij ergens naar binnen loopt zal hij de volgende keer voorzichtig zijn. Wanneer je een dier te eten geeft als hij een bepaald kunstje doet zal hij dit kunstje opnieuw doen om zijn beloning te ontvangen en zal hij dit niet doen op basis van verstandelijk denken. Hetzelfde kan gezegd worden over een aap die bijvoorbeeld een stok pakt om een banaan uit de boom te pakken. Al deze zaken hebben niets te maken met verstandelijk denken maar met instinctief reageren.

Niveaus van verstandelijk denken

Verstandelijk denken kan op verschillende niveaus plaatsvinden, hoe hoger het niveau hoe meer kans men heeft dat het oordeel juist is. In totaal zijn er drie niveaus van verstandelijk denken:

  1. Oppervlakkig denken;
  2. Diep denken;
  3. Verlicht denken.

Oppervlakkig denken

Men denkt oppervlakkig als men gehaast een oordeel velt over een zaak. Oppervlakkig denken is een kwaal wat helaas bij veel mensen vandaag de dag voorkomt. Veel natiestaten en politici hebben er voordeel van als een volk oppervlakkig denkt omdat ze dan gemakkelijk te manipuleren zijn en snel oppervlakkige argumenten geloven. Deze manier van denken zorgt in de meeste gevallen voor foute oordelen over de realiteit met alle gevolgen van dien.

Oppervlakkig denken gebeurt door de volgende oorzaken:

  • Te weinig voorkennis: de persoon heeft niet genoeg kennis gedaan over een bepaalde zaak waardoor hij te snel oordeelt. Een voorbeeld hiervan is een persoon die zegt dat de Islam enkel voor Arabieren is. Bij deze persoon ontbreekt dus de voorkennis dat de Islam gekomen is voor de gehele mensheid. Een ander voorbeeld is dat men stelt dat islam de vrouwen onderdrukt of erop uit is om alle niet-moslims te doden. Er ontbreekt hier dus een gedegen voorkennis over de Islam waardoor er oppervlakkig gedacht wordt over de zaak. Deze persoon zou dus meer onderzoek moeten doen naar de feiten zodat zijn denkproces diep wordt.
  • Beperkte waarneming: wanneer een persoon niet goed waarneemt en nauwkeurig de zaak bestudeert middels waarnemingen kan hij al snel een oppervlakkig en onjuist oordeel geven over iets. Het kan bijvoorbeeld zijn dat een persoon van een afstand kijkt naar een glas met een zwarte donkere vloeistof en hij oordeelt direct dat wat er in het glas is koffie is, terwijl wanneer hij dichterbij was gekomen en beter had gekeken dat had hij gezien dat het een glas cola is.
  • Beperkt linken van voorkennis met waarneming: op het moment dat een persoon iets waarneemt probeert hij dit te linken met zijn voorkennis, maar dit proces hoeft niet altijd goed te verlopen, het kan zijn dat hij niet de juiste voorkennis linkt met de realiteit waardoor hij een fout of oppervlakkig oordeel velt. Hij zou meerdere keren moeten linken en zoeken naar de voorkennis in zijn hoofd om dit te linken met de realiteit. Het brein beschikt over veel informatie maar het kan zijn dat de link onjuist gemaakt wordt. Om dit te voorkomen dient er meerdere malen gelinkt te worden tussen de voorkennis en de waarneming zodat men zekerder is over de link zelf.

Uit deze voorbeeld valt af te leiden dat de oorzaak van oppervlakkig denken met name luiheid is omdat verstandelijk denken enige inspanning vereist middels onderzoek, waarneming en linken.

Diep denken

Diep denken is een niveau hoger dan oppervlakkig en heeft een goede kans om tot juiste oordelen te komen. Het is het denken wat voornamelijk gebruikt wordt door wetenschappers en geleerden in hun vakgebied.

Het verschil tussen oppervlakkig denken en diep denken is dat diep denken probeert zoveel mogelijk waarnemingen van het feit te doen en gedegen voorkennis over het onderwerp heeft en meerdere malen de voorkennis probeert te linken met het feit waardoor hij een nauwkeurig oordeel geeft over een bepaald feit.

Een voorbeeld van het verschil is bijvoorbeeld een persoon die oordeelt dat Democratie enkel het verkiezen van een leider is. Dit is een beperkt en oppervlakkig oordeel en de persoon heeft de realiteit van democratie niet volledig begrepen door gebrek aan voorkennis. Democratie is namelijk in essentie dat het recht op wetgeven in de handen van het volk ligt en niet bij God. Het houden van verkiezingen is enkel een middel om uiteindelijk vertegenwoordigers te hebben die dus namens het volk zullen wetgeven. Had de persoon diep nagedacht dan zou hij dus tot de laatste conclusie komen.

Diep denken is niet enkel voorbehouden voor wetenschappers en geleerden, feitelijk hebben alle mensen die beschikken over de voorwaarden voor denken de mogelijkheid om diep te denken. Het is enkel vaak gemakzucht en luiheid waardoor men niet over gaat tot diep denken omdat het enige inspanning vereist.

Verlicht denken

Verlicht denken is het hoogste niveau van denken. Het verschil tussen diep en verlicht denken is dat verlicht denken nog een stap verder gaat. We hadden gezegd dat diep denken zich kenmerkt door het feit zoveel mogelijk waar te nemen om uiteindelijk een oordeel over te vellen. Bij verlicht denken gebeurt dit ook maar daarbij worden er ook linken gelegd buiten het feit zelf om met alles wat eraan gerelateerd is buiten het feit om, dus zijn hoedanigheid, zijn context zijn ontstaan, etc. Deze manier van denken is bijvoorbeeld nodig bij het maken van een analyse over een politieke situatie. Wanneer de Amerikaanse president Obama bijvoorbeeld een uitspraak doet moet er altijd gekeken worden naar de context, naar zijn ideologie, naar zijn uitspraken die hij voorheen over hetzelfde onderwerp heeft gedaan en de redenen van zijn uitspraak, etcetera. Alleen op deze wijze kan er een correct en verlicht oordeel gegeven worden over zijn uitspraak of handeling.

Verlicht denken is ook de manier van denken die gebruikt moet worden wanneer we het hebben over de levensvragen. Er dient namelijk een oordeel gegeven te worden over de materie, maar niet enkel over de materie zelf, maar ook over wat er voor was en wat er na is en wat de relatie is tussen deze. In dit onderwerp is derhalve verlicht denken nodig.

Is verstandelijk denken zeker?

Is verstandelijk denken zeker? Dit is een belangrijke vraag als we deze methode willen gaan gebruiken om de levensvragen te beantwoorden. Hierop kunnen we zeggen dat wanneer het gaat om het oordelen van het bestaan van een zaak dat het verstand met 100 procent zekerheid datgene kan vaststellen omdat het verstandelijk denken gebaseerd is op waarnemingen en als iets waargenomen wordt of wanneer zijn sporen waargenomen worden dan moet ditgene bestaan en is er geen twijfel over.

Met de sporen bedoelen we hetgeen wat erop duidt dat iets anders dat het spoor achtergelaten heeft moet bestaan. Een mooi voorbeeld hiervan is het bestaan van jouw overgrootouders meer dan 1000 jaar geleden. Hoewel je nooit deze overgrootouders hebt waargenomen en er mogelijk geen bewijs meer vindbaar is dat ze ooit hebben bestaan ben je toch 100 procent zeker dat ze bestaan hebben omdat jij niet kan bestaan zonder dat zij bestaan hebben. In dit voorbeeld ben jij dus een spoor en een aanwijzing van het bestaan van jouw overgrootouders meer dan 1000 jaar geleden.

Verstandelijk denken is de methode van de Koran

Verstandelijk denken is de methode van denken van specifiek de moslim omdat Allah (swt) de mens oproept om verstandelijk te denken en daar de conclusies uit te trekken van bijvoorbeeld het bestaan van Allah (swt). Allah (swt) zegt:

أَفَلَا يَنظُرُونَ إِلَى الْإِبِلِ كَيْفَ خُلِقَتْ (17)وَإِلَى السَّمَاءِ كَيْفَ رُفِعَتْ (18)وَإِلَى الْجِبَالِ كَيْفَ نُصِبَتْ (19وَإِلَى الْأَرْضِ كَيْفَ سُطِحَتْ

“Kijken zij dan niet naar de kameel hoe deze geschapen is? En naar de hemel hoe zij is opgeheven? En naar de bergen hoe deze gevestigd zijn? En naar de aarde hoe deze is uitgestrekt?” (Soera al Ghaasiya, vers 17-20)

Allah (swt) vraagt hier de mens na te denken over allerlei zaken uit de schepping om zo te concluderen dat er een ontwerper en bedenker schuilgaat achter deze. Verder komt het talloze keren voor dat Allah (swt) verwijst naar het verstand:

كَذَٰلِكَ يُحْيِي اللَّهُ الْمَوْتَىٰ وَيُرِيكُمْ آيَاتِهِ لَعَلَّكُمْ 

“Zo doet Allah de doden herleven en laat Hij zijn tekenen zien opdat jullie nadenken (ta’qiloen)” (Al Baqara, 73)

وَسَخَّرَ لَكُم مَّا فِي السَّمَاوَاتِ وَمَا فِي الْأَرْضِ جَمِيعًا مِّنْهُ ۚ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَآيَاتٍ لِّقَوْمٍ يَتَفَكَّرُونَ

“En Hij heeft voor jullie al hetgeen in de hemel en op aarde klaargemaakt (om te benutten en te gebruiken). Voorwaar daarin zijn tekenen voor een volk dat nadenkt (tafakkaroen)” (Al Djaathiya, vers 13)

Het is dus tevens Islam die oproept de verstandelijke methode te gebruiken als de methode om te komen tot de juiste conclusies.

Conclusie

Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de verstandelijke methode de juiste methode is voor de mens in het leven. Het is er één welke met absolute zekerheid, indien verlicht, tot de conclusie komt dat Allah (swt) noodzakelijk is te bestaan en tevens dat de Koran het wonder is afkomstig van Hem (swt). Daarnaast is het ook de methode welke de Koran ons leert. Om deze reden zou de moslim in zijn leven deze manier van denken moeten hanteren om zichzelf te verheffen in dit leven.

Comments

comments

DELEN