Een ieder is wel eens bezig geweest met veranderen en een ieder heeft zich wel eens afgevraagd hoe men kan veranderen naar een betere positie. Deze specifieke verandering van een lage naar een hoge positie is wat vele mensen bezig heeft gehouden, of dit nu gaat op persoonlijk vlak of op het vlak van de samenleving. Sommigen noemen het ook wel een heropleving of renaissance wanneer het gaat om samenlevingen. Maar hoe werkt verandering eigenlijk? En hoe kan een individu of samenleving zichzelf verheffen van een lage naar een hoge positie? Hoe kan ik ervoor zorgen dat ik van mijn positie waar ik niet tevreden over ben mezelf zal gaan verheffen naar een hogere positie?

De wet van verandering wordt feitelijk beschreven door Allah (swt) toen Hij (swt) zei:

إِنَّ اللَّهَ لا يُغَيِّرُ مَا بِقَوْمٍ حَتَّى يُغَيِّرُوا مَا بِأَنفُسِهِمْ

Voorwaar Allah verandert de toestand van een volk niet totdat zij veranderen hetgeen in henzelf is (Soera ar Ra’d: 11)

Het principe luidt dus dat er blijkbaar eerst iets in onszelf moet gaan veranderen totdat de situatie om ons heen veranderd zal worden. Maar wat is hetgeen in ons wat veranderd moet worden? Hiervoor dient men eerst te kijken naar gedrag en wat gedrag inhoudt, want gedrag is hetgeen wat een situatie direct beïnvloedt. Als een persoon of volk zich laag gedraagt bevindt men zich in een lage situatie en als een persoon of volk zich verheven gedraagt bevindt men zich in een verheven positie.

Wat is gedrag en waar komt dit vandaan?

Wanneer we het gedrag van de mens bestuderen valt er waar te nemen dat zij uitingen zijn van bepaalde drijfveren die de mens aanzetten tot handelen. Deze zijn te verdelen in twee soorten:

  1. Organische behoeften: dit zijn behoeftes wanneer je deze niet vervult dat dit onvermijdelijk tot de dood zal leiden. Deze worden ook van binnen de mens aangewakkerd.
  2. Instincten: dit zijn behoeften wanneer je deze niet vervult zal dit niet de dood tot gevolg hebben maar het zal leiden tot een gevoel van frustratie of ongeluk.

De organische behoeften zijn er vier:

  1. Behoefte tot zuurstof;
  2. Behoefte tot voeding (eten en drinken);
  3. Behoefte tot ontlasting;
  4. Behoefte tot rust.

Deze zaken worden dus van binnen de mens aangewakkerd en hebben gemeenschappelijk dat als je ze niet vervult dat dit onvermijdelijk tot de dood zal leiden.

De instincten zijn er drie:

  1. Het overlevingsinstinct: dit is alles wat te maken heeft met overleven, zoals het verlangen om bezit te vergaren, de afkeer voor armoede of wanneer men zichzelf in een bedreigende situatie bevindt dat hij zich er probeert uit te redden. Het is een mechanisme in de mens dat ervoor zorgt dat de mens constant bezig is om zijn levenskwaliteit te verbeteren. Dus ook het beoefenen van een hobby of het opzoeken van vrienden om daarmee een gezellige tijd door te brengen, dit alles valt onder het verbeteren van de levenskwaliteit van de mens en daarmee onder het overlevingsinstinct.

Dit instinct wordt van buiten aangewakkerd, dus bijvoorbeeld wanneer een persoon een mooie auto ziet of een mooi huis, dan kan het zijn dat men een verlangen krijgt om deze zaken ook te hebben en er dus voor te werken of misschien zelfs te stelen. Dit alles om zijn overlevingsinstinct te bevredigen. Om deze reden wordt dit concept ook veel in marketingadvertenties gebruikt waarbij men de mooiste auto’s, huizen en andere producten tentoon stelt, zodat het instinct aangewakkerd wordt en men dus gaat werken om dit te bevredigen.

Ook resulteert het niet bevredigen van dit instinct in een gevoel van ongeluk wanneer deze geprikkeld is. Bijvoorbeeld als men graag werk wil vinden maar men kan geen werk vinden, of als men zo graag een nieuwe auto wil maar men heeft het geld er niet voor. Dit zorgt voor een gevoel van ongemak bij de mens, maar realiseert niet in de dood.

Dit instinct kan op verschillende manieren bevredigd worden. Zo kan men gaan werken om uiteindelijk bijvoorbeeld die mooie auto te kopen maar kan men ook de auto simpelweg gaan stelen. Beiden bevredigen het overlevingsinstinct. Het instinct zoekt dus naar bevrediging maar het maakt hem niet uit hoe dit gedaan wordt, of dit nu op goede of slechte wijze gedaan wordt, beiden bevredigen het instinct.

  1. Het voortplantingsinstinct: dit is alles wat direct en indirect met de wil om voort te planten te maken heeft. Je kunt hierbij denken aan het neigen naar het hebben van een partner, seksuele lusten en de genegenheid die men heeft voor kinderen en de wil om voort te planten. Dit instinct garandeert dat de mens bezig blijft met het voortplanten zodat het menselijk ras blijft bestaan.

Dit instinct wordt eveneens van buiten aangewakkerd. Wanneer een man bijvoorbeeld een aantrekkelijke vrouw ziet lopen dan kan het zijn dat hij naar haar zal verlangen en mogelijk uiteindelijk in actie over zal gaan om haar voor hem te winnen. Om deze reden zien we dat vandaag de dag veel de seksuele aantrekkingskracht gebruikt wordt om publiek aan te trekking in marketing. Dit zorgt er namelijk voor dat het voortplantingsinstinct geactiveerd wordt waardoor een persoon niet meer helder denkt en enkel denkt aan het bevredigen van dit instinct en daarnaar opzoek gaat. Dit zorgt ervoor dat hij zijn aandacht gaat richten op de seksueel getinte advertentie.

Het niet bevredigen van dit instinct resulteert niet in de dood, maar in een gevoel van ongeluk of frustratie. Wanneer een persoon bijvoorbeeld verliefd is op een ander krijgt hij een hartstochtelijke neiging om zijn behoefte met de ander te bevredigen, maar wanneer dit gevoel niet wederzijds is kan dit leiden tot een gevoel van ongeluk en frustratie. Hetzelfde geldt op het moment dat huwelijken stuklopen wanneer partners van elkaar scheiden. Dit leidt zelfs in veel gevallen tot het plegen van zelfmoord.

Dit instinct kan ook op verschillende manier bevredigd worden. Zo kan het tussen een man en vrouw of man met een man of vrouw met vrouw of in sommige gevallen zelfs wat er vandaag te zien is dat een mens het met een dier vervult of met zichzelf. Het voortplantingsinstinct roept dus om bevrediging maar vertelt ons niet hoe dit te bevredigen, of dit nu op een normale of abnormale manier gebeurt, al deze manieren leiden tot bevrediging van het instinct.

  1. Het aanbiddingsinstinct: hoewel sommigen het misschien vreemd zullen vinden is dit instinct ook in ieder mens aanwezig. Dit is het neigen naar iets hogers op het moment dat men een gevoel van onmacht of zwakte voelt. Je kunt denken aan een persoon die zich bevindt in een vliegtuig op het moment van neerstorten dat hij zijn handen opheft om een hoger iets te smeken, of wanneer een dierbaar persoon overlijdt dat men opeens praat over het bestaan van een Paradijs waar deze dierbare vast zal gaan vertoeven of het doen van een wens, naar wie is deze gericht? Dit zijn allemaal uitingen van het aanbiddingsinstinct die zoeken naar bevrediging op het moment van aanwakkering.

Dit instinct wordt dus eveneens van buiten aangewakkerd en vaak op het moment wanneer men zwakte of onmacht voelt, zoals bij sterfgevallen, ziekte, armoede en rampen. Om deze reden valt er te zien dat vaak arme mensen geloviger zijn dan rijke mensen, omdat het gevoel van onmacht dichter bij hen staat.

Ook dit instinct kan op verschillende manieren vervult worden. Sommigen aanbidden, stenen, dieren, beelden, personen, vulkanen of een God. Ook dit instinct zoekt dus naar bevrediging op moment van aanwakkeren maar geeft geen richting aan hoe dit dient te geschieden.

Al deze behoeften en instincten verklaren dus alle handelingen van de mens. Iedere handeling wordt gedreven door een behoefte of instinct die hieraan ten grondslag ligt en de persoon heeft gedreven deze handeling te doen.

Zoals reeds aangegeven geven deze behoeften en instincten geen richting aan hoe dezen vervult moeten worden. Men kan dit doen op verschillende manieren. Men kan zich dus laag en afgegleden gedragen of men kan zich verheven gedragen en de behoeften en instincten op een verheven of juiste manier vervullen. Maar hoe wordt bepaald wat goed en slecht is? Wat is hetgeen dat bepaald hoe wij onze behoeften en instincten vervullen? Dit gaat terug naar de concepten van de mens.

Concepten: de generaals die gedrag richting geven

Het gedrag van de mens is gebaseerd op de concepten die hij heeft over iets. De concepten zijn de ideeën die hij heeft aangenomen, waar hij in gelooft over iets. Dus wanneer een persoon het concept heeft over een ander persoon dat deze betrouwbaar en vriendelijk is, zal hij zich ook vriendelijk opstellen, maar wanneer hij het concept heeft dat de ander een vervelend en gevaarlijk persoon is zal hij zich anders tegen hem gaan gedragen.

Dus de concepten bepalen uiteindelijk hoe wij onze behoeften en instincten vervullen. Wanneer een persoon bijvoorbeeld het concept heeft dat het drinken van alcohol slecht en schadelijk is, zal hij hiervan wegblijven, maar wanneer hij het concept heeft dat dit lekker is en dat hij daar gezellig en sociaal van wordt, dan zal hij ervoor kiezen de alcohol te drinken. Een ander voorbeeld is de hoofddoek: wanneer een persoon het concept heeft dat de hoofddoek onderdrukking is van de vrouw, zal hij hier een afkeer van hebben, maar wanneer hij het concept heeft dat het een onderdeel is van kuisheid, zal hij het aanmoedigen.

Nu we weten dat gedrag is gebaseerd op de concepten, zien we het belang van het hebben van de juiste concepten omdat je hier je gedrag op baseert. Wanneer je onjuiste concepten over het leven hebt zal dit er dus onvermijdelijk voor zorgen dat je jezelf ook onjuist en laag zult gedragen en wanneer je de juiste concepten hebt zal dit ervoor zorgen dat je jezelf zult gaan verheffen.

Het is dus van groot belang dat de concepten die een mens draagt juist zijn zodat het gedrag ook juist is.

Het basisidee als oorsprong van concepten

De meeste concepten die we vandaag de dag kennen hebben een bepaalde oorsprong, een bepaalde basis van waar de concepten vandaan komen. Dit verklaart ook het verschil dat men heeft in concepten. Deze gezamenlijke noemer noemen we het basisidee.

Het basisidee is een antwoord op de volgende vragen:

  1. Waar komt materie vandaan? Hiermee bedoelen we alles wat we kunnen waarnemen om ons heen.
  2. Wat was er voor de materie?
  3. Wat is er na de materie?
  4. Wat is de relatie tussen de materie en hetgeen ervoor en hetgeen erna?

De antwoorden op deze vragen zorgen voor een alomvattend idee over wat we dagelijks waarnemen. Dit vormt dan de basis voor concepten die erop gebouwd zijn.

Het basisidee van Kapitalisme

Een voorbeeld van een basisidee die vandaag de dag dominant is en waar veel concepten vandaan komen is het basisidee van Kapitalisme welke we met name in het westen vinden. Dit basisidee is gebaseerd op het idee van scheiding van kerk en staat, ofwel secularisme. Het stelt dat religie zich niet mag bemoeien met het politieke leven. Dit basisidee is ontstaan in de Middeleeuwen na een bloedige strijd tussen de kerk en de intellectuelen. De kerk vond dat God bestond en dat deze zich volledig moest bemoeien met alle facetten van het leven en de intellectuelen waren hier tegen, vonden in vele gevallen dat God niet bestond en dat deze zich dus ook niet met het leven moest bemoeien. Uiteindelijk na een bloedige strijd hebben beide kampen het op een akkoord gegooid en besloten niet meer over het bestaan van God te discussiëren, dit zou overgelaten worden aan ieder individu, maar ze wilden uiteindelijk wel dat de kerk zich niet meer mocht bemoeien met de politiek en zo ontstond dus secularisme in Europa.

Het basisidee geeft als volgt antwoord op de vragen van het basisidee:

  1. Waar komt de materie vandaan? → Deze vraag is niet relevant.
  2. Wat was er voor de materie? → Deze vraag is niet relevant.
  3. Was is er na de materie? → Deze vraag is niet relevant.
  4. Wat is de relatie tussen de materie en hetgeen ervoor en erna? → Deze vraag is niet relevant.

Dit is dus het basisidee van het Kapitalisme. Zij geven dus feitelijk geen antwoord op de vraag of de mens verantwoording moet afleggen op een Dag des Oordeels en ziet dit niet als relevant. Men leeft nu hier en is zelf wetgever zonder dat de religie zich bemoeit.

Op dit basisidee zijn dus vele concepten gebouwd die specifiek afkomstig zijn van het Kapitalistische basisidee. Men heeft middels dit idee bepaalt dat God niet langer de wetten zou voorschrijven maar dat ze het zelf zouden doen, om deze reden hebben ze dus democratie als manier van regeren gekozen welke stelt dat de mens de wet maakten niet God. Ook hebben ze als maatstaf voor goed en slecht profijt als basis genomen, omdat ze niet meer refereren naar de Bijbel of andere openbaringen voor goed en slecht. Geluk wordt bij hen gedefinieerd als het optimaal bevredigen van de behoeften n instincten. Om deze reden zien we dat de Kapitalist constant op zoek is naar meer geld, bezit en roem. Omdat de mens nu zelf wetgever zou zijn en soeverein hebben ze ook bepaalde vrijheden moeten garanderen zoals de vrijheid van geloof, meningsuiting, persoon en bezit. En zo zijn er vele concepten die specifiek afkomstig zijn uit het Kapitalistische basisidee.

Dit doet je dus begrijpen dat de meeste ideeën die mensen hebben niet door henzelf zijn uitgevonden, maar dat dit hen geleerd is door politiek en samenleving, dit zijn de Westerse waarden die allen gebaseerd zijn op dit basisidee.

Het basisidee van Islam

Een ander basisidee is het basisidee van Islam. Dit basisidee verschilt fundamenteel van het Kapitalistische basisidee en geeft de volgende antwoorden op de basisvragen:

  1. Waar komt materie vandaan? → Materie is geschapen door Allah.
  2. Wat was er voor de materie? → Allah.
  3. Wat is er na de materie? → De Dag des Oordeels.
  4. Wat is de relatie tussen dezen? → De mens moet verantwoording afleggen voor zijn daden in deze wereld op de Dag der Opstanding en dit zal zijn bestemming bepalen.

De antwoorden op deze vragen zijn dus al fundamenteel verschillend. Het Islamitisch basisidee is dus gebouwd op het geloven in één Schepper en het verantwoorden over de daden die men doet. Dit betekent dat er totaal verschillende concepten hierop gebouwd worden, namelijk dat goed en slecht niet aan het verstand overgelaten wordt, maar aan Allah middels Zijn (swt) wetgeving. De halaal is dus goed en de haraam is slecht. Ook de visie op geluk is niet zoals bij de Kapitalisten het optimaal bevredigen van de behoeften en instincten maar dit is de Tevredenheid van Allah, omdat dit ervoor zal zorgen dat men veilig is op de Dag des Oordeels. Democratie zal niet als systeem genomen worden bij de moslims omdat Islam stelt dat Allah de enige is die wet mag geven. Ook de vrijheden die het Kapitalisme promoot zijn concepten die indruisen tegen Islam omdat Islam niet stelt dat de mens vrij is maar gebonden is aan de Goddelijke wet die de Tevredenheid van de mens kan doen behalen.

Tot slot

Nu hebben we in het kort begrepen hoe gedrag werkt, waar dit op gebaseerd is en waar concepten vandaan komen, namelijk uit een basisidee. Maar nu is de essentiële vraag welk basisidee nu de juiste is, want als het basisidee onjuist is zijn ook al jouw concepten onjuist. Met andere woorden is het van fundamenteel belang dat de mens opzoek gaat naar het juiste basisidee en hiervoor met bewijzen komt zodat hij weet dat al zijn concepten correct zijn en zijn gedrag dus ook correct en daarmee kan hij de werkelijke verheffing realiseren.

 

 

 

Comments

comments

DELEN