De natuur van de mens

Indien een blik wordt geworpen op het leven van de mens komt men tot de conclusie dat hij vanaf zijn geboorte tot aan zijn dood bepaalde handelingen verricht. Eenieder met een specifiek doel ter bevrediging van een neiging die hij heeft. Een klein deel van zijn handelingen bestaat uit het bevredigen van zijn organische behoeften, zoals het nuttigen van voedsel. Het groter deel van zijn daden bevredigt zijn instinctieve neigingen, zoals de neiging naar het andere geslacht. Hiermee worden zijn daden gecategoriseerd in twee.

Organische behoeften; neigingen van de mens waaruit de dood resulteert indien het niet wordt bevredigd:

  1. Behoefte aan voeding
  2. Behoefte aan rust
  3. Behoefte aan zuurstof
  4. Behoefte aan ontlasting

Instinctieve neigingen; neigingen van de mens waaruit ongelukkigheid resulteert indien het niet wordt bevredigd:

  1. Het overlevingsinstinct; neigingen die de mens heeft om zijn levenskwaliteit te verbeteren en deze in stand te houden.
  2. Het voortplantingsinstinct; neigingen van liefde en genegenheid die de mens heeft ten opzichte van andere mensen. In het specifiek bijvoorbeeld zijn partner, nageslacht en ouders.
  3. Het aanbiddingsinstinct; de neiging naar een hogere macht die de mens ervaart in tijden van onmacht.

Deze neigingen forceren de mens tot handelen, conform zijn natuur. Echter, de manier waarop hij zich bevredigt wordt niet vanuit zijn natuur bepaald. Zo zal zijn behoefte aan voeding worden bevredigd met zowel rundvlees alsook met mensenvlees. Zijn voortplantingsinstinct zou met het andere geslacht kunnen worden bevredigd, maar ook met een dier (bestialiteit). Oftewel, de mens kiest voor zichzelf op welke manier hij invulling geeft aan zijn neigingen zonder dat zijn lichaam hier een keuzevrijheid in heeft.

De maatstaf van de mens

Voordat de mens overgaat tot de daad stelt hij zich de volgende vraag af: zal dit resulteren in iets goeds of in iets slechts? Het oordelen over de goedheid en kwaadheid van een handeling verschilt van persoon tot persoon. Ieder mens heeft namelijk een specifieke maatstaf welke hij gebruikt om de realiteit mee te beoordelen. De atheïst gelooft bijvoorbeeld dat er geen hogere macht bestaat dan de mens en beoordeelt zelf of iets goed is of niet op basis van zijn levenservaring. De moslim daarentegen gelooft in de volgende uitspraak van Allah (swt):

وَعَسَى أَن تَكْرَهُواْ شَيْئًا وَهُوَ خَيْرٌ لَّكُمْ وَعَسَى أَن تُحِبُّواْ شَيْئًا وَهُوَ شَرٌّ لَّكُمْ وَاللّهُ يَعْلَمُ وَأَنتُمْ لاَ تَعْلَمُونَ

“En het kan zijn dat jullie iets verafschuwen terwijl het goed is voor jullie. En het kan zijn dat jullie van iets houden terwijl het slecht is voor jullie. Allah weet het (wat goed en slecht is) en jullie weten het niet.” (VBK Al Baqarah, 216)

Oftewel, de moslim erkent het feit dat het Universum is ontstaan door toedoen van Allah (swt) en erkent dat Hij (swt) beter weet wat goed en slecht is. Hiermee geeft hij invulling aan zijn organische behoeften en instinctieve neigingen door middel van de Leiding die Hij (swt) heeft gestuurd.

De keuze van de mens

Hoe kan het dan verklaard worden dat een moslim gelooft dat het oordeel van Allah (swt) goed is voor hem en toch deze niet volgt? Het feit is dat er een conflict kan ontstaan tussen verschillende behoeften en instincten en men op dat moment de ene boven de andere verkiest.

Ten voorbeeld: het huis van een persoon staat in brand en zijn kind is nietsvermoedend aan het spelen in zijn kamer. Op dit moment is er een conflict gevormd tussen zijn neigingen. Zijn overlevingsinstinct doet hem ernaar neigen om zichzelf niet in gevaar te brengen, terwijl zijn voortplantingsinstinct vaderlijke gevoelens bij hem aanwakkeren en hem aanzetten tot het bevrijden van zijn kind. Indien het niet zijn kind maar bijvoorbeeld zijn computer was dat in brand stond had hij waarschijnlijk zijn leven niet in gevaar gebracht.

Dus op het moment dat de mens neigt naar een handeling dat hem niet is toegestaan door Allah (swt) komt deze behoefte of instinctieve neiging in conflict te staan met het aanbiddingsinstinct. Indien deze persoon tijdens dit conflict zijn behoefte/instinct verkiest boven hetgeen Allah (swt) heeft verordend, heeft hij een zonde begaan. In het eerste scenario van de vorige alinea denkt men dat het goed is om het brandend huis te betreden. Terwijl dezelfde handeling in het tweede scenario als fout wordt beschouwd, op basis van de consequenties die het met zich meebrengt.

Als de persoon in het tweede scenario zo erg in de ban is van zijn computer en blind is geworden voor andere feiten, zal hij alsnog zijn leven wagen en het brandend huis binnentreden. Terwijl hij waarschijnlijk over een aantal jaar toe is aan een nieuwe computer en voor de rest van zijn leven zou moeten doorbrengen met brandwonden. Oftewel, indien de persoon in kwestie onwetend of onachtzaam is over de consequenties van zijn daden zal hij mogelijk anders handelen dan gewoonlijk.

Allah (swt) zegt:

إِنَّمَا التَّوْبَةُ عَلَى اللّهِ لِلَّذِينَ يَعْمَلُونَ السُّوَءَ بِجَهَالَةٍ ثُمَّ يَتُوبُونَ مِن قَرِيبٍ

“Voorwaar de vergiffenis van Allah (swt) is voor degenen die het slechte doen uit onwetendheid en vervolgens spoedig berouw tonen.” (VBK An Nisaa, 17)

Imam Al Kalbie (rha) heeft volgens de Tafsier van Imam Al Baghawie (rha) gezegd:

لم يجهل أنه ذنب لكنه جهل عقوبته

“Hij (de persoon die een zonde heeft verricht) is niet onwetend over het feit dat hij een zonde heeft begaan, maar hij is onwetend (of onachtzaam) over de bestraffing van de zonde.”

Imam Al Baghawie (rha) heeft het volgende ook opgenomen in zijn Tafsier:

معنى الجهالة: اختيارهم اللذة الفانية على اللذة الباقية

“Djahaalah (onwetendheid) betekent: het verkiezen van het tijdelijke (wereldse) genot boven het eeuwige (hiernamaalse) genot.”

De weg terug: berouw (Tawbah)

Zoals in de bovengenoemde vers wordt vermeld dient de moslim direct berouw te tonen op het moment dat hij Djaahil (onwetend) is geweest en hij dient nooit wanhopig te zijn. Allah (swt) zegt:

قُلْ يَا عِبَادِيَ الَّذِينَ أَسْرَفُوا عَلَى أَنفُسِهِمْ لَا تَقْنَطُوا مِن رَّحْمَةِ اللَّهِ إِنَّ اللَّهَ يَغْفِرُ الذُّنُوبَ جَمِيعًا

“Zeg: ‘O Mijn dienaren die buitensporig zijn geweest wanhoop niet aan de vergiffenis van Allah (swt). Voorwaar Allah (swt) vergeeft alle zondes.’” (VBK Az Zumar, 53)

Comments

comments

DELEN