In de afgelopen weken is het debat rondom de vrijheid van meningsuiting in alle hevigheid losgebarsten. De arrestatie van columniste Ebru Umar heeft veel stof doen opwaaien. Politici, opiniemakers, columnisten, journalisten en cabaretiers buigen zich wederom over de vraag hoe het nu eigenlijk zit met ‘onze vrijheid van meningsuiting’. Hoe ver mag men gaan in het uiten van zijn mening? Sommigen pleiten voor een ruimere vrijheid van meningsuiting in het publieke debat en anderen houden zich bezig met het vaststellen van de grenzen van de vrijheid van meningsuiting. Het debat over de vrijheid van meningsuiting draait derhalve vooral om de vraag waar de grenzen van deze vrijheid liggen. Zomaar alles kunnen zeggen leek altijd al een utopisch ideaal, maar naarmate de jaren verstrijken wijst de realiteit ook uit dat een dergelijk uitgangspunt enkel bijdraagt aan groeiende polarisatie. Zo worden heilige waarden onder het mom van vrijheid van meningsuiting beschimpt, waardoor er een wig wordt gedreven tussen verschillende bevolkingsgroepen.

Historische duiding

Om het concept van vrijheid van meningsuiting beter te kunnen begrijpen is het absurd om slechts te discussiëren over diens grenzen. De oorsprong van het concept dient achterhaald te worden. Vrijheid van meningsuiting is in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht geen universele waarde, die sinds jaar en dag wordt gehanteerd, maar een liberaal perspectief. Vooraleer de Renaissance plaatsvond, was er in Europa sprake van een kerkelijke hiërarchie. Deze werd gekenmerkt door dogmatische leerstellingen. Een van de filosofen die deze leerstellingen betwistte was Galileo Galilei.

Hij pleitte in de 17e eeuw voor een heliocentrisch model (de aarde draait om de zon). Nadat hij weigerde om zich aan de wensen van het kerkelijk gezag te conformeren en zijn ideeën af te zweren, kreeg hij levenslang huisarrest . In zijn tijd werden vele denkers verketterd, gemarteld en verbannen. Daarnaast werden meerdere boeken verbrand. De clash tussen de verlichtingsdenkers en de kerk leidde uiteindelijk tot een revolutie en de scheiding van kerk en staat. De Reformatie en het adopteren van secularisme zorgden ervoor dat men eindelijk het gevoel had vrij te zijn. Concepten als persoonlijke vrijheid, godsdienstvrijheid en vrijheid van meningsuiting waren deswege het gevolg van een eindeloze strijd om de mensen van de ketenen van religieuze invloed te ontdoen. Vanaf dat moment werd vrijheid van meningsuiting verankerd in de grondwet en staat het tot op heden bekend als een hoeksteen van de westerse wereld. Dit werd gedurende de pogingen van het kabinet om Ebru Umar vrij te krijgen wederom benadrukt. Zo stelde minister Koenders dat het kabinet alles in het werk zou stellen om Ebru Umar weer naar Nederland te krijgen, maar dat er niet onderhandeld kon worden over de vrijheid van meningsuiting. Deze stellingname wekt de indruk dat men de mogelijkheid om alles te kunnen zeggen koestert, gezien dit op internationaal niveau geen vanzelfsprekendheid is. Echter wijst een blik op de realiteit uit dat vrijheid van meningsuiting een illusie is. Zo bestaat er een verbod op majesteitsschennis en zijn er per land diverse uitzonderingen op de regel. Denk hierbij aan het verbod op smaad, laster en het ontkennen van de Holocaust.

Moslims wordt vaak verweten dat zij lange tenen hebben. Zo zouden ze de spotprenten over de Profeet Mohammed (saw) met een korreltje zout moeten nemen en de humor ervan in moeten zien. Vrijheid van meningsuiting betekent immers ook dat je niet-welgevallige meningen toelaat. Desalniettemin bestaan er in de westerse wereld ook zogeheten ‘red lines’. Iemand die kritiek heeft op democratische waarden wordt al snel verweten dat hij niet tegen heilige huisjes moet schoppen, of dat hij hiermee de democratische rechtsstaat ondermijnt, zelfs wanneer hij slechts intellectuele kritiek uit. Wanneer men vraagtekens plaatst bij de Holocaust wordt men met argusogen bekeken en wanneer men zich kritisch uitlaat over de zionistische bezettingsstaat ‘’Israël’’ krijgt men al snel de geuzennaam ‘antisemitisch’ toebedeeld.

Als men de historische context in ogenschouw neemt, komt men tot de ontdekking dat vrijheid van meningsuiting aanvankelijk bedoeld was om de minderheden een stem te geven en de mogelijkheid te bieden om de overheid ter verantwoording te roepen. Daarentegen wordt het heden ten dage door de meerderheid als stok gebruikt om de minderheid te slaan.

Marloes van Noorloos, universitair docent straf(proces)recht bij het Departement Strafrecht van Tilburg Law School, zegt hier het volgende over: “De anti-haatuitingenwetgeving, is na de Tweede Wereldoorlog tot stand gekomen om minderheden te beschermen tegen discriminatie. Diezelfde wetten worden nu gebruikt om de vrijheid van meningsuiting van minderheden te beperken. Zoals uitspraken van radicale moslims, waar de meeste mensen in Nederland zich totaal niet in kunnen vinden.” (‘Vrijheid van meningsuiting geldt ook voor uitspraken waar je van schrikt’, 15 december 2011).

Men krijgt steeds meer het gevoel dat er met twee maten wordt gemeten. Politici worden voor abjecte uitlatingen die op grote schaal verregaande gevolgen kunnen hebben, vrijgesproken, terwijl de gemiddelde burger zelfs naar aanleiding van een tweet of Facebookbericht kan worden vervolgd. Ook worden ‘’haatimams’’ bij voorbaat gestigmatiseerd, vooraleer zij een woord hebben geuit of een strafbaar feit hebben gepleegd. Vrijheid van meningsuiting verwordt hiermee niet enkel tot een bron van verwarring en frustratie, maar ook tot een machtsmiddel dat ingezet kan worden om ieder geluid dat niet in lijn is met het overheidsdiscours, de kop in te drukken.

Islam en vrijheid van meningsuiting

In Islam bestaat er niet zoiets als ‘vrijheid van meningsuiting’. Iedere uitspraak en handeling wordt getoetst aan het Goddelijk oordeel. Zo zegt Allah (swt):

وَمَا كَانَ لِمُؤْمِنٍ وَلَا مُؤْمِنَةٍ إِذَا قَضَى اللَّهُ وَرَسُولُهُ أَمْراً أَنْ يَكُونَ لَهُمُ الْخِيَرَةُ مِنْ أَمْرِهِمْ وَمَنْ يَعْصِ اللَّهَ وَرَسُولَهُ فَقَدْ ضَلَّ ضَلَالاً مُبِيناً

“Het betaamt een gelovige man en een gelovige vrouw niet, wanneer Allah en Zijn boodschapper iets beslist hebben, nog de vrije keus te hebben in hun beschikking. En wie Allah en Zijn boodschapper trotseert, dwaalt duidelijk.” (VBK, soera al-Ahzaab, vers 26)

Daarnaast heeft de Profeet Mohammed (saw) het volgende gezegd:

من كان يؤمن بالله واليوم الآخر فليقل خيرا أو ليصمت

“Wie in Allah en de Laatste Dag gelooft, dient het goede te zeggen of te zwijgen.” (Boechari en Moeslim)

Goed en slecht worden niet bepaald door de beperkte menselijke capaciteit, maar door de Schepper van de hemelen en aarde. Hij is degene die heeft bepaald dat liegen verboden is (zelfs wanneer men dit enkel doet om anderen aan het lachen te maken), dat laster verboden is en dat het verboden is om heilige waarden een mikpunt van spot te maken. Bovendien bestaat er in Islam zoiets als godsbewustzijn en verantwoording afleggen (in het hiernamaals) voor iedere uitspraak en handeling. Tevens staat in Islam niemand boven de wet. Of je nu een politiek leider (kalief) of staatsburger bent. De geschiedenis wijst onder meer uit dat zelfs een joodse burger in staat bleek om de vierde rechtgeleide kalief Ali (ra) voor het gerecht te slepen. Islam stelt het behartigen van de belangen van de mensen voorop en is van meet af aan duidelijk over wat er wel en niet gezegd kan worden.

Dit zorgt ervoor dat verschillende groepen in de samenleving, ondanks hun verschillende achtergronden naast elkaar kunnen leven, zonder dat stigmatisering, racisme en blasfemie als politieke instrumenten kunnen worden ingezet om een deel van de samenleving buiten te sluiten. Zomaar alles mogen of kunnen zeggen is derhalve geen bevrijding, maar eerder een belemmering voor harmonieus samenleven en een bevestiging dat een moreel kompas ontbreekt.

Comments

comments

DELEN