Precies tien maanden nadat de wet ‘Gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’ in werking trad, werd het dragen van een mondkapje per 1 juni 2020 verplicht gesteld in het openbaar vervoer. Een groter contrast is nauwelijks denkbaar. Voorstanders verschuilen zich achter gezondheid en veiligheid. Wanneer het dragen van gezichtsbedekkende kleding  noodzakelijk is in verband met de gezondheid en veiligheid, geldt het (gedeeltelijk) verbod namelijk niet. Echter geeft het Outbreak Management Team (OMT) te kennen dat niet-medische mondkapjes geen bescherming bieden tegen het coronavirus. RIVM-directeur Jaap van Dissel stelde in een eerder stadium dat er in de wetenschappelijke literatuur weinig bewijs is over de bijdrage van niet-medische mondmaskers. Bert Niesters (hoogleraar medische microbiologie van het UMCG) noemt het gebruik van mondkapjes ‘schijnveiligheid’. De maatregel wordt ook wel een ‘nepmaatregel’ of ‘fop-maatregel’ genoemd, omdat men iets verplicht stelt waarvan men weet dat het niet werkt.

Veiligheid wordt nu ingezet om de wet ‘Gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’ te omzeilen, terwijl veiligheid eerder werd gebruikt om het nikabverbod, zoals de wet in de volksmond heet, te rechtvaardigen. Voor de sociale veiligheid zou het namelijk belangrijk zijn dat men elkaar kan herkennen en aankijken.

Er zijn geen concrete aanwijzingen dat de veiligheid bij het dragen van een nikab in het geding is. Derhalve stelde het Nederlands Juristen Comité (NJCM) dat een verbod op gezichtsbedekkende kleding geen reactie op een concreet en actueel probleem is, maar vooral ingegeven lijkt te worden door politieke overwegingen. Het wetsvoorstel zou stigmatisering en discriminatie van moslimvrouwen in de hand werken. Nota bene verantwoordelijk minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) gaf toe dat er geen concrete problemen met ‘boerkadragers’ zijn. Het zijn juist de vrouwen met nikab die na het verbod voor hun veiligheid vrezen. Nog geen jaar na het verbod lopen ze nog steeds het risico om beboet te worden in het openbaar vervoer, terwijl de perrons en bushaltes volstromen met passagiers die hun gezicht verplicht moeten bedekken met een mondkapje. Schijnveiligheid weegt blijkbaar zwaarder dan een weloverwogen religieuze uiting.

Henk ten Hoeve (voormalig lid van de Onafhankelijke Senaatsfractie) verwoordde ooit precies waar het werkelijk om te doen is: ‘Deze wet zal in de praktijk niet heel veel veranderen, maar geeft toch als boodschap dat deze vorm van de islam in onze maatschappij eigenlijk niet past, omdat hij daar ontregelend werkt.’

In de afgelopen jaren hebben we middels campagnes, lezingen, persverklaringen en gezamenlijke verklaringen meermaals aangetoond dat de wet ‘Gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’ een discriminerende wet is die specifiek gericht is op de moslimgemeenschap. Voorstanders van het nikabverbod wordt nog geen jaar na het verbod een spiegel voorgehouden.

Door: Kamal Aboe Zaid

Comments

comments

DELEN