De Grote Financiële Crisis van 2008 kwam voor verreweg de meeste vooraanstaande economen in de kapitalistische wereld als een volslagen verrassing. Niemand zag het faillissement van de investeringsbank Lehman Brothers aankomen en niemand verwachtte dat dit de ganse wereldeconomie richting afgrond zou drijven en de grootste overheidsinterventie in de economie in de geschiedenis van het kapitalisme noodzakelijk zou maken.[1]

De reactie van de wereldeconomie op de overheidsinterventie heeft de economische wereld net zo versteld doen staan. Er zijn biljoenen dollars[2] in de wereldeconomie gestoken door de overheden en centrale banken rond de wereld, door “Quantitative Easing” (Kwantitatieve Versoepeling) oftewel het opkopen van staatsschuld door centrale banken[3] en het verlagen van de rente tot rond of zelfs onder het nulpunt (“Helicopter Money” oftewel Helicopter Geld).[4] Acties die in het pre-2008 tijdperk absoluut ondenkbaar waren. Dit heeft weliswaar een implosie van de wereldeconomie voorkomen, maar niet zoals verwacht geleid tot een groeispurt.[5]

De extreme noodgrepen zijn zelfs niet in staat geweest om de economische groei van het pre-2008 tijdperk te herstellen. Volgens de vooraanstaande Amerikaanse econoom Larry Summers, “TreasurySecretary” oftewel minister van Financiën onder president Bill Clinton en adviseur van president Barack Obama, is dit omdat de wereldeconomie in een nieuwe fase is aanbeland, een fase die hij Seculiere Stagnatie noemt.

Wat is Seculiere Stagnatie?

De geschiedenis van de kapitalistische economie laat zien dat economische groei afhankelijk is van een aantal drijvende krachten.

Één van deze drijvende krachten is bevolkingsgroei. Als het aantal mensen in een samenleving groeit dan zal dit leiden tot een toename in de totale consumptie van goederen en diensten. Want meer mensen betekent meer vraag naar voedsel, meer vraag naar auto’s en huizen, schoolplaatsen, ziekenzorg, enzovoorts. Om aan deze additionele vraag naar goederen en diensten te kunnen voldoen moeten bedrijven investeren in extra fabrieken, extra werknemers, nieuwe technologieën, enzovoorts. Deze investeringen zijn ook een vorm van additionele vraag, waardoor bevolkingsgroei dus op twee manieren leidt tot additionele vraag naar goederen en diensten, en daarmee naar economische groei.

Een andere drijvende kracht achter economische groei is schuld. Als mensen meer geld ter beschikking krijgen dan zullen ze meer uitgeven. Ook een toename van de schuld in de samenleving zal dus leiden tot economische groei. Enerzijds omdat de mensen meer dingen zullen kopen. Anderzijds omdat de bedrijven zullen investeren om meer dingen te kunnen produceren en verkopen.

In 1938 zei de Amerikaanse econoom Alvin Hansen dat de Amerikaanse economie de fase had bereikt waarin het niet meer substantieel zou kunnen groeien.Er zou volgens Hansen namelijk geen bevolkingsgroei meer zijn in Amerika, en de schuldberg in de economie historisch was volgens hem zo groot dat deze haar maximum al had bereikt. Er zou volgens Hansen daarom geen stimulans meer zijn voor bedrijven om te investeren in extra productiecapaciteit. En hierdoor zou er volgens Hansen ook geen stimulans meer zijn voor onderzoek en innovatie. Alles zou voortaan grotendeels hetzelfde blijven en dus zou de economie stoppen met groeien, oftewel stagneren. Hansen noemde de door hem voorspelde fase van de Amerikaanse economie Seculiere Stagnatie.

In deze fase zou de economie nog slechts weinig groeien, waardoor de werkloosheid ook zou hoog zijn. De rentevoet zou tegelijkertijd laag zijn omdat niemand geld zou willen lenen om te investeren.[6]

Kort na deze voorspelling brak echter de Tweede Wereldoorlog uit, en daarna de Koude Oorlog, mede waardoor hetgeen Alvin Hansen voorspelde niet plaatsvond. De Tweede Wereldoorlog deed de vraag naar goederen en diensten namelijk immens toenemen, waardoor bedrijven weer gingen investeren en de economische groei in Amerika weer op gang kwam. De wapenwedloop van de Koude Oorlog hield de vraag naar nieuwe goederen en diensten op peil, waardoor bedrijven bleven investeren en economische groei veel hoger bleef dan Hansen had verwacht. Hierdoor groeide de Amerikaanse economie in de periode 1945 – 1973 met gemiddeld 3.4% per jaar.[7]

Na 1973 daalde de Amerikaanse groei substantieel, tot gemiddeld 2,4% per jaar, maar dit was nog altijd meer dan wat Hansen voorspeld had. Ten gevolge hiervan werden de ideeën van Hansen langzaam maar zeker vergeten in economische kringen, aangezien de geschiedenis hem ongelijk leek te hebben gegeven.

Sinds de Grote Financiële Crisis van 2008, echter, is de groei van de economie niet enkel in Amerika maar rond de wereld nog verder gedaald. Veel van de rijke westerse landen zijn tussen 2007 en 2015 niet of nauwelijks gegroeid. Dit ondanks het feit dat lenen exceptioneel goedkoop is gemaakt. In Europa en Japan is er zelfs een negatieve rente geweest, wat betekent dat de lener minder geld hoeft terug te betalen dan hij oorspronkelijk heeft geleend.[8] De werkloosheid is tegelijkertijd historisch hoog. In 2015 waren wereldwijd 197 miljoen mensen werkloos, 1 miljoen meer dan in 2014 en 27 miljoen meer dan voor de Grote Financiële Crisis van 2008 en de verwachting is dat dit aantal verder zal groeien tot en met 2017.[9] Er wordt ook relatief weinig geïnvesteerd door bedrijven. Amerikaanse ondernemingenbijvoorbeeld, houden momenteel meer dan $1,9 biljoen in contanten aan omdat ze niet weten waar ze dit geld winstgevend zouden kunnen investeren[10], mede omdat de voorspelling is dat het aantal mensen van werkzame leeftijd met 5% zal afnemen tussen nu en 2050.[11] Ter vergelijking, de ganse Amerikaanse economie is omstreeks $16 biljoen waard.

Volgens Larry Summers betekent deze situatie dat Alvin Hansen toch gelijk had. Hansen’s Seculiere Stagnatie is inderdaad geresulteerd en zal volgens Summers de wereldeconomie in haar greep houden als er niet snel radicale maatregelen worden genomen.[12]

Welke “oplossingen” voor Seculiere Stagnatie worden aangedragen?

Summers is van mening dat een expansionair monetair beleid, oftewel het verlagen van de rente om leningen goedkoper maken, niet zal werken tegen Seculiere Stagnatie. Het huidige probleem is namelijk niet een te hoge rente, oftewel dat geld lenen teveel geld kost. De afwezigheid van goede investeringsmogelijkheden zijn het echte probleem. Bedrijven hebben genoeg geld en kunnen goedkoop geld lenen, maar ze investeren desalniettemin toch niet omdat ze van mening zijn dat er geen vraag zal zijn naar meer of betere producten.

Volgens Summers is een expansionair fiscaal beleid, oftewel extra overheidsuitgaven, daarom noodzakelijk om Seculiere Stagnatie te bestrijden. Extra overheidsuitgaven zijn namelijk een vorm van vraag naar goederen en diensten. Door extra uit te geven kan een overheid volgens Summers dus bedrijven aanzetten om weer te investeren. De extra overheidsuitgaven zullen bedrijven aansporen om nieuwe investeringen te doen. Deze investeringen zullen andere bedrijven aansporen om eveneens nieuwe investeringen te doen, om aan de vraag naar goederen en diensten die resulteren uit de eerste ronde van nieuwe investeringen te kunnen voldoen. Al deze investeringen zullen ertoe leiden dat er meer banen beschikbaar komen in de economie, en hogere lonen, wat ertoe zal leiden dat meer mensen meer zullen gaan kopen. Dit zal vervolgens nog meer bedrijven aansporen om nieuwe investeringen te doen, waardoor de huidige economische problemen opgelost zullen worden.

En, zegt Summers, nu is het uitgelezen moment voor overheden om extra uitgaven te doen, want ze kunnen in de huidige situatie exceptioneel goedkoop geld lenen. Bovendien zal de extra economische groei die Summers verwacht resulteren uit dit beleid ,het eenvoudig maken voor overheden om de extra leningen terug te betalen.

Waarom Summers’ adviezen niet zullen werken

De belangrijkste reden dat bedrijven relatief weinig investeren, is dat de consumenten het geld niet hebben om meer of betere producten te kopen. Dit is niet door een tekort aan rijkdom in de wereldeconomie, maar door verregaande concentratie van de rijkdom in de handen van een kleine economische elite.

Sinds 1980 is de welvaartsongelijkheid in de Angelsaksische landen voortdurend toegenomen, totdat deze in 2010 zo goed als weer terug was op het niveau van de Victoriaanse tijd zoals beschreven in de boeken van Charles Dickens. Maar niet alleen in de Angelsaksische landen is de welvaartsongelijkheid sterk toegenomen. Dit fenomeen valt wereldwijd waar te nemen en heeft ertoe geleid dat anno 2015 de rijkste 1% van de wereldbevolking meer dan de helft van de totale rijkdom in handen heeft.[13]

Dit is een probleem omdat concentratie van rijkdom de vraag in een economie doet afnemen. Als een arm persoon iets meer inkomen wordt gegeven, dan zal hij dit extra inkomen meest waarschijnlijk in zijn geheel uitgeven aan goederen en diensten, omdat arme personen veel onbevredigde behoeftes hebben. Als, daarentegen, een rijk persoon iets meer inkomen wordt gegeven dan zal hij dit extra inkomen meest waarschijnlijk niet uitgeven maar sparen, omdat rijke personen geen onbevredigde behoeftes hebben. Dit betekent dat wanneer geld wordt afgenomen van de armen en aan de rijken wordt gegeven, dat dan de totale vraag in de economie afneemt. De verlaging van het inkomen van de armen zorgt voor een afname in de vraag naar goederen en diensten, terwijl de toename van het inkomen van de rijken niet zorgt voor een toename in de vraag naar goederen en diensten.

Zolang het kapitalisme het probleem van toenemende welvaartsongelijkheid niet op weet te lossen, zal de vraag naar goederen en diensten dus onder neerwaartse druk blijven staan in de kapitalistische wereldeconomie, wat bedrijven ervan zal weerhouden om te investeren in nieuwe productiecapaciteit. De eerste reden dat Larry Summers’ adviezen niet de invloed zullen hebben die hij verwacht is derhalve dat ze het probleem van toenemende welvaartsongelijkheid, en dus de neerwaartse druk op de vraag naar goederen en diensten, niet oplossen.

De tweede reden dat Larry Summers’ adviezen niet de invloed zullen hebben die hij verwacht is dat zonder oplossing van het probleem van toenemende welvaartsongelijkheid, het grootste deel van de extra investeringen die hij voorstelt in de zakken van de rijken terecht zullen komen. In de periode 2009 – 2012, het begin van het herstel na de Grote Financiële Crisis van 2008, is bijvoorbeeld de rijkdom van de rijkste 10% van de Amerikanen gestegen, terwijl de rijkdom van de armste 90% van de Amerikanen is gedaald.[14] De extra investeringen die Summers voorstelt zullen dus maar weinig extra groei doen realiseren, omdat degenen die het meest zullen profiteren van deze investeringen alles dat ze willen hebben al kopen. In latere periodes kunnen de extra investeringen zelfs leiden tot een absolute afname in de groei, omdat overheden dan de leningen die ze moeten aangaan om de extra investeringen te kunnen financieren terug zullen moeten gaan betalen. Dit geld zullen de overheden nemen van de rijken en de niet-rijken. Het geld dat de overheden hiervoor van de rijken nemen zal de totale vraag in de economie niet af doen nemen, het zal er hoogstens toe leiden dat de rijken minder geld kunnen sparen. Maar ieder bedrag dat overheden nemen van de niet-rijken om de rente en aflossing op schuld te kunnen betalen zal de totale vraag in de economie wel doen afnemen. Per saldo resulteert dan een negatieve balans: de extra investeringen hebben weinig positieve invloed op de totale vraag omdat deze investeringen in de zakken van de rijken verdwijnen, maar de terugbetaling van de lening die gedaan zijn voor de extra investeringen komt ten minste voor een deel uit de zakken van de armen die daardoor verder zullen moeten bezuinigen op hun uitgaven.

De extra investeringen die Summers voorstelt zullen dus meest waarschijnlijk voor een éénmalige, beperkte boost zorgen, en hierna voor een langere verdere neerwaartse druk op de vraag en dus de groei.

Wat is de conclusie die hieruit getrokken moet worden?

Een verder expansionair monetair beleid gaat het probleem van stagnatie zeker niet oplossen, daar zijn alle economen het wel zo’n beetje over eens. Een expansionair fiscaal beleid kan vanwege de ongelijkheid in de wereldeconomie evenmin zorgen voor een blijvende boost voor economische groei. Bestaan er nog andere oplossingen?

In het huidige economische bestel, nee. Het huidige kapitalisme heeft haar grenzen bereikt, zo hebben zelfs economen van de OECD, Wereldbank en het IMF geconcludeerd.[15]

Politieke verandering is het enige wat de westerse beschaving nu nog overeind kan houden. Politieke beslissingen uit het verleden hebben het huidige economische systeem gecreëerd, en daarmee de welvaartsongelijkheid. Enkel politieke beslissingen kunnen dit systeem veranderen, welvaartsongelijkheid verminderen, en daarmee een nieuwe fase van economische groei inluiden.

Het is niet moeilijk om in te zien wat zal gebeuren als de benodigde politieke beslissingen niet genomen worden. De reden dat de massa’s rond de wereld het kapitalisme gesteund hebben de voorbije decennia is omdat zij er van profiteerden. Bijna iedere nieuwe generatie had het namelijk financieel beter dan de generaties voor hen. De komende generatie zal het echter substantieel slechter hebben dan de generatie voor hen.[16] En als er niets gedaan wordt zullen komende generaties het meest waarschijnlijk nog slechter hebben. Dit kan maar één gevolg hebben, “erosie van de steun voor marktgericht beleid” in de woorden van de economen van de OECD, Wereldbank en het IMF.[17]

Tegelijkertijd is het niet waarschijnlijk dat de benodigde politieke veranderingen daadwerkelijk gedaan zullen worden. Zoals Joseph Stiglitz, winnaar van de Nobelprijs voor economie in 2001, terecht opmerkte, dit betekent dat degenen die geprofiteerd hebben van het toenemen van welvaartsconcentratie akkoord moeten gaan met maatregelen die hun aandeel in de rijkdom zullen verminderen. Stiglitz acht de kans hierop niet erg groot.[18]

Met andere woorden, Seculiere Stagnatie is een natuurlijke fase voor het kapitalisme, en wel de laatste fase voor haar tenondergang.

[1] “It’s an emergency. Long-term cures must wait”, Anatole Kaletsky, The Times, 13 November 2008, http://www.thetimes.co.uk/tto/opinion/columnists/anatolekaletsky/article2043503.ece

[2] “The Age of Secular Stagnation”, Larry Summers, Foreign Affairs, 15 February 2016, http://larrysummers.com/2016/02/17/the-age-of-secular-stagnation/

[3] https://en.wikipedia.org/wiki/Quantitative_easing#Credit_easing

[4] “ ‘Helicopter money’ – why economists are now thinking the unthinkable”, Stewart Lansley, The Conversation, 14 April 2016, https://theconversation.com/helicopter-money-why-economists-are-now-thinking-the-unthinkable-57774
[5] “The Age of Secular Stagnation”, Larry Summers, Foreign Affairs, 15 February 2016, https://www.foreignaffairs.com/articles/united-states/2016-02-15/age-secular-stagnation

[6] “Secular Stagnation: the History of a Macroeconomic Heresy”, Roger E. Backhouse en Mauro Boianovsky, http://www.eshet.net/public/39/Secular%20stagnation,%20draft%201_18.pdf

[7] “The stagnation thesis is back!”, Foundation For Economic Education, 1 december 1995, https://fee.org/articles/the-stagnation-thesis-is-back/

[8] “Negative Interest Rates”, Bloomberg, 18 maart 2016, http://www.bloomberg.com/quicktake/negative-interest-rates

[9] “World Employment Social Outlook: Trends 2016”, International Labour Organization, 19 januari 2016, http://www.ilo.org/wcmsp5/groups/public/—dgreports/—dcomm/—publ/documents/publication/wcms_443472.pdf

[10] “Why are corporations hoarding trillions?”, Adam Davidson, The New York Times Magazine, 20 januari 2016, http://www.nytimes.com/2016/01/24/magazine/why-are-corporations-hoarding-trillions.html?_r=0

[11] “How Demographics Rule the Global Economy”, Grep Ip, The Wallstreet Journal, 22 november 2015, http://www.wsj.com/articles/how-demographics-rule-the-global-economy-1448203724

[12] Ibidemnoot 5

[13] “Ongelijkheid: De uitdaging voor kapitalisme in de 21e eeuw”, Oemma Magazine, uitgave 61, juli – december 2016

[14] “The most important chart of 2014, explained in under a minute”, Matthew YglesiasenJoe Posner, Vox, 23 december 2014, http://www.vox.com/2014/9/30/6874987/the-most-important-chart-of-the-year-explained-in-45-secondsZieook: “A Tale of Two Recoveries: Wealth Inequality After the Great Recession”, Benjamin Landy, The Century Foundation, 28 augustus 2013, https://tcf.org/content/commentary/a-tale-of-two-recoveries-wealth-inequality-after-the-great-recession/

[15] “You’re witnessing the death of neoliberalism – from within”, Aditya Chakrabortty, The Guardian, 31 mei 2016, http://www.theguardian.com/commentisfree/2016/may/31/witnessing-death-neoliberalism-imf-economists

[16] “Revealed: the 30-year economic betrayal dragging down Generation Y’s income”, The Guardian, 7 maart 2016, https://www.theguardian.com/world/2016/mar/07/revealed-30-year-economic-betrayal-dragging-down-generation-y-income

[17] “The Labour Share in G20Economies”, OECD rapport met contributies van de Wereldbank en het IMF, 2015, https://www.oecd.org/g20/topics/employment-and-social-policy/The-Labour-Share-in-G20-Economies.pdf

[18] “The Price of Inequality: How Today’s Divided Society Endangers Our Future”, Joseph Stiglitz, http://books.wwnorton.com/books/the-price-of-inequality/

Comments

comments

DELEN