Op donderdag 19 mei 2016 jl. werd een gedeelte van het praatprogramma Pauw gewijd aan het verhaal van een jonge vrouw die naar Syrië uitreisde. Een familielid schoof in het kader van de documentaire: ‘Enkele reis naar het kalifaat’ aan om te praten over de keuze van haar jonge zusje. Hoewel men bij dergelijke verhalen vooral de nadruk legt op het leed van de familie en de schromelijke keuze om naar het IS-bolwerk Raqqa te trekken, stuurde met name het optreden van gespreksleider Jeroen Pauw aan op de zogeheten ‘conveyor-belt theorie’. Deze theorie stelt dat normatieve islamitische concepten het voorportaal tot politiek geweld of terrorisme zijn. Dit heeft er zelfs toe geleid dat een beleidsdocument van de ‘Air Force Research Laboratory’ de hoofddoek aanduidde als een vorm van passief terrorisme. In de uitzending werd deze zienswijze meermaals onderschreven. Een reactie van Jeroen Pauw op een afbeelding van de uitreiziger, die voor haar vertrek werd gemaakt: ‘nogal strak in de hoofddoek zou ik zeggen’. Vervolgens vroeg hij het familielid: ‘Was dat altijd al zo?’ Nadien stelde hij vragen inzake de religieuze beleving van de rest van de familieleden en of die ook zo met het geloof bezig waren. Zij bleek al vroeg interesse te hebben in Islam en diens leerstellingen (o.a. het gebed en het vasten).

Uiteraard werd er daarna gevraagd naar haar karakter. Ze bleek een geweldig zusje te zijn; goedlachs en welbespraakt. Een voorbeeldig, schoolgaand kind. Geen vuiltje aan de lucht, zo leek het. Pauw stelde toen de vraag die al lange tijd in de lucht hing: ‘Wanneer merkte jij of je familie dat het anders werd?’ Wederom kwam de klederdracht ter sprake. De “gewone” hoofddoek maakte plaats voor lange gewaden die geleidelijk aan tot de knieën en daarna tot de enkels reikten. Bovendien begon ze zich steeds meer in Islam te verdiepen, las ze veelvuldig de Koran (inclusief vertaling) en stelde ze vragen over de verschillende stromingen binnen Islam. Desgelijks besloot ze om tijdens de zomermaanden handschoenen te dragen. Jeroen Pauw noemde deze gewaarwording “gekkigheid”. Later in de uitzending bleek dat een van de motieven voor uitreis ‘uitsluiting’ was. De uitreiziger had het gevoel Islam niet in Nederland te kunnen belijden. Simultaan kwam er een fragment voorbij waarin vriendinnen vol lof spreken over de onderlinge verstandhouding, vooraleer hun voormalige vriendin uitreisde naar Syrië. Jeroen Pauw merkte op dat er geen sprake was van uitsluiting maar juist van acceptatie.

De uitzending toont eens te meer aan dat de mate van islambeleving getoetst wordt aan de dominante opvattingen in de samenleving. Wanneer men afwijkt van de sociale norm, door er bijvoorbeeld voor te kiezen om lange gewaden te dragen; kan dit al reden zijn om aan de noodrem te trekken (denk hierbij aan de kliklijn die in het leven is geroepen om ‘radicale’ moslims aan te geven). Dit zorgt ervoor dat de ganse moslimgemeenschap in het vizier wordt gehouden en niet slechts degenen die op het punt staan om uit te reizen. Eenieder die Islam als alomvattende leefwijze adopteert wordt in het verdomhoekje geplaatst:

“Gewelddadig of niet gewelddadig, de radicale islam biedt in elk van zijn varianten een zeer uitgesproken geheel van overtuigingen, opvattingen en gebruiksaanwijzingen voor het leven. Als zodanig vormt de radicale islam een keuzealternatief voor personen die op zoek zijn naar een alomvattend zingevingskader in hun bestaan.” (Nota weerbaarheid tegen radicalisering van moslimjongeren 2005, pagina 4)

Comments

comments

DELEN