De film geeft in het kort het proces van een “jihadist” weer die besluit om naar Syrië uit te reizen. Hierbij wordt vooral de nadruk gelegd op een vader die er alles aan doet om zijn zoon tegen te houden. Zo verstopt hij zijn paspoort, gaat hij in gesprek met de imam, de politie en een sleutelfiguur binnen een gemeentelijke instelling.

Het volgen van de actualiteiten in het Midden-Oosten, pijn voelen wanneer Syrië wordt gebombardeerd wordt afgedaan als een teken van ‘radicalisering’ en de ‘radicaliserende ‘ zoon wordt neergezet als onverdraagzaam jegens familie en alle ongelovigen. Zogeheten antiwesterse sentimenten worden zelfs doorgetrokken tot het behalen van een diploma. De vader wordt neergezet als een hardwerkende man die er alles aan heeft gedaan om zijn zoon goed op te voeden.

-Tekenen van ‘radicalisering’:
-Luistert naar Koran en reciteert de Koran
-Begint met het verrichten van het gebed
-Nieuwe vriendengroep. Gaan samen naar de moskee i.p.v. de discotheek en noemen elkaar broeder.
-Terwijl ze samen joggen maken ze omstanders bang. Hiermee wordt de suggestie gewekt dat moslimjongeren tikkende tijdbommen zijn die een gevaar voor de samenleving vormen.
-Onwetende jongeren versus vreedzame traditionele Imams die de overheidsagenda kunnen dienen
-Kloof tussen Imams en Moslimjongeren. Jongeren voelen zich onbegrepen. Imams laten zich niet of te weinig uit over actuele vraagstukken en politieke kwesties. Uit angst voor overheidsdruk worden normatieve concepten als Oemma, Sjaria, Khilafah en Jihad in de doofpot gestopt waardoor jongeren met onbeantwoorde vragen zitten en hun heil elders zoeken.

Wederom een bevestiging van het onvolwassen karakter van het Islamdebat, waarbij belangrijke politieke factoren en beleidsmaatregelen worden verdoezeld en de focus wordt verlegd naar ‘radicale’ elementen binnen de Moslimgemeenschap (hierbij worden belangrijke Islamitische waarden gecriminaliseerd), met monitoring van moslims en zogenaamde deradicaliseringsprojecten tot gevolg.

Comments

comments

DELEN