Vooraleer de Ramadan aanbrak, schreef ik in het kort over de achterliggende gedachte van Tijs van den Brink, om een programma te maken over de Ramadan en mee te vasten. In een eerder stadium gaf hij in een uitzending van ‘De Nieuwe Maan’ al te kennen wat de insteek van het programma zou zijn, dat vanaf maandag 26 juni zal worden uitgezonden.

Gisteren bij Jinek werd wederom duidelijk waar het hem om te doen was. De religieuze beleving van moslims stond centraal en dan met name van de ‘gewone’ moslims zoals hij ze noemt en anderen die er ‘rare’ opvattingen op nahouden. Vragen als ‘wat moet er gebeuren met afvalligen’ en ‘hechten moslims meer waarde aan de islamitische wet- en regelgeving dan aan de grondwet’, konden uiteraard niet ontbreken. Op deze manier werd er een duidelijke scheidslijn gecreëerd en werd een imam gevraagd naar het Goddelijk oordeel m.b.t. afvalligheid, terwijl de moslims aan tafel verbolgen reageerden op het fragment waarin de imam het Goddelijk oordeel uiteenzette. Dit paste precies bij het script van het islamdebat, van de afgelopen jaren.

Moslims onderverdelen in verschillende categorieën en denominaties en vervolgens de ‘gematigden’ een hart onder de riem steken. Deze keer een zogenaamde ‘haatimam’ die zonder blikken en blozen antwoordt op een vraag over wat er (in een islamitisch stelsel) met afvalligen moet gebeuren.

Hoewel de imam slechts de jurisprudentie inzake ‘hadd ul-riddah’ uiteenzette, zoals deze vermeld staat in de boeken der jurisprudentie, is het nu eenmaal zo dat de context en het discours bepalend zijn.

Zelfs wanneer hetgeen wat je zegt klopt. De imam fungeert in deze context als de boeman die de angst voor islam moet bevestigen. Het is onmogelijk om in luttele seconden of minuten dit delicate vraagstuk te behandelen, zonder dat het onderworpen wordt aan framing. De moslims aan tafel spraken vervolgens hun afschuw uit vanuit het oogpunt van ‘vrijheid van religie’. En dit is waar de schoen wringt. Wat moreel verantwoord is verschilt per ideologie. De discussie zou dus normaliter moeten gaan over de ideologische grondslag van verschillende ideologieën en niet zozeer over enkele uitingen.

Wat er nu gebeurt is dat men islamitische concepten toetst aan de hand van een specifiek denkkader en de concepten die daaruit voortvloeien. Wanneer men dit doet zullen diverse Islamitische concepten, die in strijd zijn met de dominante opvattingen waarop de samenleving is gebouwd, ter discussie worden gesteld en worden gecriminaliseerd. Hierdoor lijkt het alsof zelfs eeuwenoude islamitische concepten slechts door een marginale groep ‘extremisten’ worden gedragen.

En dit is precies wat men met deze programma’s beoogt. Dat moslims stelselmatig afstand  nemen van verschillende islamitische concepten. De zogenaamde open en tolerante houding is derhalve niets dan een dekmantel, om de assimilatiepolitiek die schuilgaat achter dergelijke programma’s te verdoezelen.

Wat dat betreft hoop ik dat de deelnemers hier voortaan lering uit trekken, vooraleer ze besluiten om deel te nemen. Dit vereist slechts een beetje inzicht m.b.t. het huidige politieke klimaat en het overheidsbeleid jegens Islam en de moslims.

Comments

comments

DELEN