Onlangs hebben diverse Pakistaanse mediabronnen het nieuws naar buiten gebracht dat honderden kinderen overlijden aan malnutritie (ondervoeding) in Tharparkar. Tientallen kinderen die lijden aan diverse ziekten, veroorzaakt door malnutritie, zijn in ziekenhuizen opgenomen.

Tharparkar in de provincie Sindh wordt om de tien jaar voor een aantal jaar geconfronteerd met extreme droogte. Recentelijk heeft de woestijn extremere droogtes meegemaakt. Dit jaar was er een nijpend tekort aan voer voor het vee. Dit tekort heeft desastreuze gevolgen gehad, vanaf het moment dat de dieren in grote aantallen begonnen te sterven was de situatie alarmerend.

Een van de voornaamste redenen voor deze overlijdenissen is het voedseltekort dat resulteert in malnutritie bij moeders. Het meest hartverscheurende feit is dat deze kinderen sterven als gevolg van verhongering, vroeggeboorte, ondergewicht, longontsteking, diarree, hartaandoeningen en andere medische aandoeningen die allemaal hun oorzaak vinden in moederlijke malnutritie en een gebrek aan medische voorzieningen.

In een typisch kapitalistische systeem is de basistheorie dat nooit aan de basisbehoeften van alle burgers van een staat voldaan kan worden, omdat de basisbehoeften van de mens onbeperkt en de middelen op de wereld beperkt zouden zijn. Volgens deze foutieve theorie zal altijd een deel van de samenleving aan honger en armoede leiden. Deze filosofie heeft ervoor gezorgd dat de kapitalistische heersers van Pakistan de inwoners van Tharparkar aan hun lot hebben overgelaten. Ze hebben niet geprobeerd om het simpele probleem van de verstrekking van veilig drinkwater en voldoende voedsel voor de inwoners van dat gebied en hun vee op te lossen.

Tijdens de Khilafah van ‘Umar ibn Chattab (ra) ervoer Arabië een ernstige droogte. Er was geen regen en dus ook geen teelt. Dit leidde tot een ernstige hongersnood. Hij schreef naar de provinciale gouverneurs om voedsel te sturen naar Arabië. Kamelen geladen met voedsel en andere levensmiddelen kwamen uit Syrië, Irak en Egypte. Maaltijden werden op staatsniveau verzorgd en iedereen die zijn toevlucht nam in Medina werd dagelijks gevoed.

‘Umar (ra) kon het bekostigen om zelf lekker te eten, maar hij zwoer dat gedurende de hongersnood hij slechts zou eten van hetgeen de gemiddelde burger at. Zijn maag knorde, maar hij zei: “O mijn maag je kunt net zo veel knorren als je wilt, maar zolang de hongersnood aanhoudt kan ik je niet voorzien van iets lekkers.”

Zo waren de heersers van de Moslims die zich bekommerden om het welzijn van de burgers en realiseerden dat ze verantwoording moeten afleggen bij Allah (swt). Dit staat in contrast met de kapitalistische leiders die zich eerder bekommeren om hun persoonlijk gewin, winst en profijt. Terwijl Kalief ‘Umar placht te zeggen: “Indien een kameel sterft aan de randen van de Eufraat, vrees ik dat Allah (swt) mij hiervoor verantwoordelijk zal houden.”

De Profeet (saw) zei:

ليس لابن آدم حقّ في سويٰ هذه الخصال بيت يسکنه وثوب يواری عورته وجلف الخبز والماء

“De zoon van Adam (de mens) heeft geen beter recht dan dat hij een huis heeft om in te leven, kleding heeft waarmee hij zijn naaktheid kan bedekken en een stuk brood en wat water.”

(Tirmidhie en Haakim)

 

 

Link naar het artikel: http://aaj.tv/2016/03/relentless-human-suffering-in-thar/

Comments

comments

DELEN