Vrijdag 30 augustus 2019

Volgende week maandag start opnieuw een nieuw schooljaar. En ook dit schooljaar blijft het hoofddoekenverbod in het gemeenschapsonderwijs (GO!) onverbiddelijk van kracht, ondanks dat de Raad van State meermaals heeft aangegeven dat het verbod in strijd is met de vrijheid van godsdienst. Bij de invoering van het verbod, ondertussen al zes jaar geleden, gaf Raymonda Verdyck (afgevaardigd bestuurder van het GO!) als uitleg dat “het garanderen van respect” één van de redenen was om te komen tot deze besluitvorming. Ze voegde hieraan toe dat het dragen van religieuze symbolen “een open dialoog” zeer moeilijk maakt tussen leerlingen en dat door het wegnemen van deze symbolen leerlingen makkelijker “het gesprek” aan kunnen gaan op basis van “gelijkwaardigheid”. En ook vandaag blijft het GO! deze zelfde argumenten alsmaar aanhalen, zoals bleek tijdens het meest recente interview van Raymonda Verdyck in de Standaard.

Sinds de invoering van het hoofddoekenverbod hebben nochtans verschillende individuen en organisaties, moslims en niet-moslims, zich uitgesproken over dit verbod en de aangehaalde argumenten ter rechtvaardiging hiervan weerlegd. Maar nog steeds blijft het GO! volharden in haar discriminatoire discours en de onderdrukking van moslimleerlingen én heeft het in de politiek opnieuw haar medestanders gevonden. Zo werd er meest recentelijk in de startnota voor de nieuwe regeringsvorming door Bart de Wever geformuleerd om dit verbod per decreet in te voeren in het officiële onderwijs.

Verschillende moslimleerlingen dien(d)en in de voorbij jaren en maanden klachten in om dit verbod in hun eigen scholen op te heffen (aangezien een verbod per afzonderlijke school kan herzien worden) en kregen gelijk, maar toch wil het GO! van geen afwijken weten. Het adviesbesluit van de Raad van State, een orgaan dat behoort tot de Belgische rechtsstaat en waarvan men verwacht dat elke burger (met vaak de suggestie dat moslims dit niet tonen) deze en soortgelijke instellingen respecteren, wordt hiermee naar de prullenbak verwezen.

Het blijft frappant dat het GO! spreekt over het creëren van een respectvolle omgeving, terwijl ze haar afkeer voor de islamitische hoofddoek en het verbod hierop blijft handhaven. Hoe kan men respect bekomen door het schenden van de identiteit en de eigenheid van mensen? Of streeft het GO! slechts een eenzijdig vorm van respect na, waarbij moslimleerlingen zich stilzwijgend moeten schikken aan een assimilatieplan en anders hun recht tot onderwijs maar dienen op te geven? In een niet zo ver verleden werd dit nog wel eens ‘aanpassen of opkrassen’ genoemd. Van een respectvolle en veilige omgeving kan absoluut geen sprake zijn, integendeel zelfs. Door uitsluitend moslimmeisjes blijvend te viseren, hen te verbieden hun islamitische identiteit te beleven én hen daarmee gelijke kansen in het onderwijs ontneemt, garandeer je slechts één ding: tirannie. En bijgevolg juist géén veilig omgevingsgevoel. Het signaal dat het GO! uitstuurt is dat deze groep van leerlingen niet geaccepteerd worden om wie ze zijn en dat er aan hen beperkingen moeten worden opgelegd. Feitelijk is dit dus niets anders dan tirannie en discriminatie. En eens er discriminatie optreedt, kan er bovendien onmogelijk sprake zijn van “gelijkwaardigheid”, dat andere argument waar het GO! zich op beroept ter rechtvaardiging van het verbod. Gelijkwaardigheid hoort immers in te houden dat iedereen gelijke rechten geniet om zijn/haar identiteit te beleven in plaats van een assimilatieplan dat stoelt op gedwongen neutraliteit, waarbij dit laatste evenmin steek houdt als men predikt tot samenleven in diversiteit.

Andermaal willen we een oproep doen aan de moslimgemeenschap om niet te zwichten voor deze onderdrukking en valsheid, maar om veeleer vast te houden aan de islamitische identiteit. De publieke opinie is nog niet omgeslagen dus de verantwoordelijkheid om dit verbod ongedaan te maken blijft aanwezig. We dienen hierbij als één gemeenschap en met één stem over te spreken om onze islamitische identiteit te verdedigen. We mogen en kunnen dit onderwerp in geen geval in de vergetelheid laten opgaan, maar zijn juist verplicht om dit bovenaan onze islamitische agenda te blijven plaatsen. Wanneer we dit doen, dan zullen we zeker het tij doen keren met de wil en hulp van Allah (swt).

Comments

comments

DELEN