Voor de komende tien dagen geldt er een noodtoestand in Sri Lanka. Door militairen en politieagenten op straten in te zetten, hopen de Singalese autoriteiten het groeiende geweld van de Boeddhisten een halt toe te roepen.

De reeds broze relatie tussen Moslims en Boeddhisten in het land bereikte zondag zijn dieptepunt na de begrafenis van een Boeddhist. Volgens de media zou deze Boeddhistische vrachtwagenchauffeur betrokken geraakt zijn in een gevecht met een groep Moslims. Tijdens zijn uitvaart werd deze incident door extremistische monniken misbruikt om de aanwezige mensen op te stoken tegen de Moslims.

Er zijn minstens vier moskeeën, tientallen zaken, huizen en auto’s van Moslims aangevallen waarvan sommige panden in brand gestoken zijn. Toen er gisteren een Moslim teruggevonden was in een afgebrand huis, werd er besloten om de noodtoestand af te roepen.

Er is echter al jaren sprake van spanningen tussen Moslims en Boeddhisten. Er wordt geschat dat 70 procent van de eilandbewoners Boeddhistisch is, Moslims vormen een kleine 10 procent daarvan. Veel Boeddhisten zouden het gevoel hebben dat hun eigen waarden en normen onder druk staan, en volgens sommigen komt dit door de Moslims.

Galagoda Aththe Ginanasara Thero, een monnik die de radicale Boeddhistische beweging BBS leidt, zei het volgende in een interview met de krant Ceylon Today: “Het is duidelijk dat Sri Lanka langzaam een islamitische staat wordt.”

Comments

comments

DELEN