Al acht dagen lang lijdt Oost-Ghouta onder zware bombardementen. Volgens de cijfers van het Syrisch observatorium voor de mensenrechten zijn meer dan 550 mensen, waaronder minstens 150 kinderen, sinds zondag (18 februari) omgekomen door de luchtaanvallen van het Syrische regime en Russische bommenwerpers.

Oost-Ghouta, vlakbij hoofdstad Damascus in het zuidwesten van Syrië, wordt op het moment omsingeld door het Syrisch leger. Deze zondag lanceerde het regeringsleger een grondoffensief tegen de rebellen die sinds 2013 de controle over de stad hebben.

Als een wurggreep valt de regeringstroepen van Assad de stad aan en hebben het volledig afgesloten. Dit als doel om de 400.000 inwoners en de rebellen te laten verhongeren en hen zodanig te onderdrukken dat de mensen gewoon het op zullen geven en de stad zullen verlaten.

Uit verschillende bronnen is evenals te horen dat er chemische wapens, waaronder chloorgas, gebruikt werden.

Maar de wereld kijkt alleen maar toe. Koeweit en Zweden dienden een resolutie in waarvolgens een staakt-het-vuren van dertig dagen ingevoerd zou moeten worden. De VN-veiligheidsraad heeft afgelopen zaterdag hiermee ingestemd maar tot nu toe bleef het Syrisch leger hun gruweldaden continueren, ondersteund door Rusland.

Rusland, die  één van de drie ‘garantielanden’ is samen met Turkije en Iran, kondigde voor morgen een ‘humanitaire staakt-het-vuren’ aan van vijf uur, dit nadat er honderden civiele mensen omgekomen zijn.

De geschiedenis herhaalt zich. Aleppo was eind december 2016 juist op dezelfde manier in handen gevallen van het regime.

Comments

comments

DELEN