As salamoe aleykoem,
Wat ik heb begrepen is dat wanneer een vrouw voor een man langsloopt terwijl hij het gebed verricht, dan is zijn gebed ongeldig. Geldt deze regel ook wanneer een man voor een vrouw langsloopt terwijl zij in gebed is?

Wa aleikoem salaam wa rahmatoellahi wa barakatoe,

We danken u voor het vertrouwen dat u in ons stelt, zoals dit blijkt uit het feit dat u uw vraag tot ons richt. En wij doen ons best deze zo duidelijk mogelijk te beantwoorden. In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.

Het klopt dat er enkele betrouwbare hadith (hadith sahieh) zijn waarin gezegd wordt dat het voorbijlopen van een hond, een ezel of een vrouw het gebed van de man “knipt” (taqta’oe).

De stam van taqta’oe, het woord qata’a, wordt in de bronnen van Islam gebruikt zowel in letterlijke betekenis “knippen” als in figuurlijke betekenis. Er is overgeleverd van Jazid bin Imraan dat tijdens het het gebed een man op een ezel aan de Profeet (saw) voorbij liep. De Profeet (saw) zei tegen de man in de vorm van een doe’a na het gebed: “De man heeft ons gebed geknipt, moge Allah hem knippen.” (Ahmed).

Uit de smeekbede van de Profeet (saw) moet begrepen worden dat de handeling verricht door de man op zijn ezel verboden (haraam) is. De Profeet (saw) heeft desalniettemin niet zijn gebed opnieuw verricht, noch van zijn sahaba gevraagd het gebed opnieuw te verrichten. Dit is een qariena (indicatie) dat het woord qata’a in deze context figuurlijk bedoeld is. Dit is ook wat de sahaba hebben begrepen. Van Ibn Abi Sjayba is overgeleverd dat Abdoellah bin Mas’oed heeft gezegd: “Het lopen tussen de handen van de man die zijn salaat verricht, knipt de helft van zijn salaat.”

Sommigen van de ‘oelama hebben de hadith waarin de Profeet (saw) zegt dat het voorbij lopen van de vrouw de salaat van de man knipt letterlijk begrepen en zijn de mening dat inderdaad het voorbij lopen van de vrouw de man dwingt zijn gebed te beëindigen en hiermee opnieuw aan te vangen. Andere ‘oelama, echter, hebben het woord qata’a in de hadith figuurlijk begrepen, omdat het woord ook in de hadieth betreffende de man op zijn ezel figuurlijk begrepen moet worden. Zij zien het voorbij lopen van de vrouw daarom als een afkeurenswaardige gebeurtenis die de beloning voor het gebed bij Allah (swt) vermindert maar niet als een gebeurtenis die de salaat ongeldig maakt.

Naar onze mening is het figuurlijke begrip van de hadieth de juiste: het voorbijlopen van de vrouw aan de man terwijl hij het gebed verricht maakt het gebed niet ongeldig, maar het voorbijlopen van de vrouw aan de man die salat verricht zal de beloning voor de salat bij Allah (swt) verminderen.

Om te voorkomen dat de beloning voor het gebed verminderd wordt zou de moslim zijn gebied van salaat beter begrenzen (in het Arabisch soetra). Met andere woorden, de moslim zou iets op de grond kunnen leggen kort voor de plaats waar zijn hoofd bij de sadjda de grond raakt, zodat de moslim in zijn gebed altijd achter dit punt blijft. Of de moslim zou achter een paal, achter de rug van een andere moslim, of tegen de muur salaat kunnen verrichten. De moslim heeft dan zijn plaats voor gebed begrensd. De Profeet (saw) heeft gezegd: “Als iemand van jullie salat wil verrichten, laat hem een afscheiding maken voor zijn salaat, zelfs al was het met een boog.” (Ahmed, Al Haakim). En: “Als iemand van jullie de salaat verricht, dan moet hij iets voor zich plaatsen. Als hij niets kan vinden moet hij zijn [voor zich] plaatsen. Als hij geen staf heeft, dan moet hij een lijn trekken [op de grond voor zich] zodat niets dan hem voorbij loopt hem zal schaden.” (Ahmed, Aboe Dawoed, Ibn Hibbaan).

En Allah (swt) weet het best.

Comments

comments

DELEN