Een van de ideeën waarop de westerse visie op het universum, de mens en het leven is gebaseerd, is het idee van relativisme. Relativisme is een idee welke stelt dat de waarheid relatief is en verschilt van persoon tot persoon, groep tot groep, en periode tot periode, en dat er geen objectieve criteria bestaan voor de beoordeling van de waarheid. Ze is het tegenovergestelde van dogmatisme en scepticisme en leidt tot het wegblijven van het beoordelen of veroordelen (of ook wel determinisme) van meningen, ideeën en overtuigingen. Het wijst het bestaan van een verstandelijk idee welke de absolute waarheid zou zijn af en tevens wordt een iedere discussie over deze absolute waarheid geweerd.

Voor wat betreft de onjuistheid van het idee van relativisme welke vooral in het Westen veel gehoord wordt, dit valt te beargumenteren vanuit de volgende oogpunten:

  1. Ten eerste omvat het idee van relativiteit de theorie zelve. Volgens de theorie bestaat er geen zekerheid in alle theorieën en ideeën en dus ook niet de theorie van relativiteit zelf. Dit is omdat de relativiteit de mensen het relativistische recht geeft de theorie zelf af te wijzen. Een simpel voorbeeld hiervan is als we eens geloof nemen zoals die hedendaags bekend is. Wij zouden dan zeggen dat het geloof een relatieve zaak is, dus voor ‘Alie zijn geloof en voor Thomas zijn geloof en beiden dienen elkaar te tolereren. Echter, wat nu als de mens zou zeggen: ‘Het relativisme zelf is relatief dus ik zou deze theorie kunnen accepteren ofwel afwijzen’. Indien wij zouden zeggen: ‘Je zou het af mogen wijzen’ dan hebben we hiermee effectief een einde gebracht aan het idee zelf.
  2. Ten tweede, de waarheid is niet een subjectief en individueel begrip welke alle mensen kunnen invullen hoe zij dit zelf wensen. Het is eerder een specifieke realiteit bij de gehele mensheid ongeacht zij verschillen in de uitleg ervan. Deze realiteit is de essentie van de waarheid bij alle mensen, hetgeen overeenkomt met het oordeel of idee van een realiteit waarop het duidt. Dus wanneer wij een bouwtekening maken met vier gelijke lijnen en vier gelijke hoeken, en wij aan Mohammed en Thomas vragen hierover te oordelen dan zal de vaststelling van de realiteit van hun oordeel slechts één manier zijn bij alle mensen, en dit is dat hun oordelen overeenstemmen met de realiteit van deze vorm. Indien één van hen of beiden zouden zeggen dat het een vierkant is dan zeggen wij: dit is de waarheid. En indien één van hen of hen beiden zouden zeggen: ‘dit is een driehoek, dan zouden wij zeggen: ‘dit is niet de waarheid’. Dit is omdat de getekende vorm geen oppervlakte is welke omvat wordt door drie lijnen maar vier. Indien Alie zou zeggen dat een persoon dood is en Djimmie zegt dat de persoon niet dood is, dan is de waarheid verborgen in hetgeen overeenstemt met de realiteit. Indien de persoon dood zou zijn dan is hetgeen Alie heeft gezegd de waarheid. En als de persoon niet dood zou zijn maar levend dan is hetgeen Djimmie zegt de waarheid.

Dit is hoe de waarheid begrepen dient te worden: het is een idee dat overeenstemt met de werkelijkheid die dit bevestigd ongeacht dit geconcludeerd wordt door middel van puur verstandelijk denken, wetenschappelijk, logisch, sjar’ie of anders.

Voor wat betreft de maatstaf van het bepalen van waarheden en de manier waarop de waarheden bereikt worden. Dit wordt bevestigd door een kijk te nemen in het domein van verstandelijk onderzoek. Hierin wordt evident dat het verstand zijn oordelen toepast op drie zaken:

  1. Op basis van het bestaan van een kwestie;
  2. Op basis van de aard van een kwestie;
  3. Op basis van de eigenschappen van een kwestie;

Indien het verstandelijke oordeel gaat over het bestaan van een kwestie dan is het zonder twijfel honderd procent zeker omdat het oordeel over het bestaan gekomen is middels directe waarneming van de realiteit en de waarneming geen fouten maakt in het bestaan van een kwestie. Echter indien het oordeel gaat over de aard van een kwestie of zijn eigenschappen, dan is het mogelijk dat er hierin fouten worden gemaakt. Dit is omdat het oordeel over de aard of eigenschap van een kwestie gebaseerd is op kennis over de kwestie of analyses van de waargenomen realiteit middels kennis en hierin kunnen fouten voorkomen. Als bijgevolg is dit oordeel vatbaar voor tegenstrijdigheden en verschillen omdat de capaciteit van de mens verschilt in analyse en tevens in de hoeveelheid kennis over de kwestie.

Een voorbeeld hiervan is als we geluid horen dan kunnen we met zekerheid het bestaan van de veroorzaker van dit geluid vaststellen. Echter we zijn niet in staat zeker te weten wat zijn aard  en eigenschappen zijn. Het zou een mens kunnen zijn maar ook iets anders. En dit is juist het gebied wat valt onder relativiteit waarover het Westen spreekt.

Het vaststellen van de relativiteit betekent niet dat er geen waarheid bestaat. Dit is omdat wanneer we het oordeel toepassen op de realiteit kunnen wij zijn waarheid waarnemen. Dus wanneer we zouden oordelen over de veroorzaker van de beweging – zoals in het voorgaande voorbeeld – dat het een man is, of dier welke het deed bewegen dan hoeven we alleen maar te kijken in de realiteit of dit de waarheid is.

Daarom ontkent de aanwezigheid van relativisme in een aantal oordelen en ideeën niet het bestaan van de zekere realiteit wat het verstand dwingt zich eraan te onderwerpen op basis van overtuiging.

  1. Ten derde, Het Westen is erg beïnvloed door de geschiedenis van de kerk en haar autoritaire dogma’s. Om deze reden heeft ze relativisme geadopteerd als tegengestelde tot hetgeen de kerk volgde en vond ze daarin het antwoord voor vrijheid van denken en verstandelijk onderzoek en tegelijkertijd een mooi principe dat een atmosfeer van discussie brengt voor elk idee of mening. Een van de bewijzen dat het Westen beïnvloed is door de geschiedenis van de ideeënstrijd met de kerk is dat ze een verband heeft gelegd tussen hetgeen zeker is wat voorkomt in een geloof en hetgeen dogmatisch Dit laatste wordt ook wel ideeën zonder verstandelijk bewijs wordt genoemd. Ze kijkt daarom naar de waarheid of geloof als een mening welke gekoppeld is aan autoriteit zonder denken. Ofwel haar bestaan is niet tot stand gekomen door verstandelijke bewijsvoering maar eerder door onderwerping en oplegging.

Ze hebben het geloof als volgt gedefinieerd:

‘Het is een overtuiging welke voortkomt uit een externe bron en niet in het onderbewustzijn ligt welke de mens dwingt te geloven in een kwestie zonder bewijs”.

Een andere definitie is:

“Het geloof in brede zin, is het accepteren van een zaak zonder bewijs en is synoniem voor mening….. . In geloofzin is het dus de acceptatie van het verstand van een realiteit  (een bovennatuurlijk wezen zoals een god) waar geen verstandelijk bewijs voor bestaat. Ofwel is het een zekerheid wat niet verstandelijk is”.

En geloof wordt gedefinieerd als:

“ ….vanuit moreel perspectief: een verstandelijke overtuiging waar geen bewijs voor bestaat en gekoppeld is aan het bestaan van de Schepper en de eeuwigheid van de ziel en de vrijheid…en vanuit geloofsperspectief: Een spirituele richting jegens een dogmatische realiteit (zonder bewijsvoering en niet openstaat voor discussie).”

Dit is de definitie van het geloof welke het westerse verstand onderdrukt. De fout echter hierin toont zich in de volgende zaken:

Het westerse verstand heeft geloof enkel gekoppeld aan religie. Dit is een grote fout omdat een geloof vanuit haar realiteit bij alle mensen een zekere overtuiging is. Deze overtuiging kan gekoppeld zijn aan religie, ofwel geloof in de Schepper, de Dag der Opstanding en andere zaken van de ideeën van de religie, of het kan niet zo zijn. Het scheiden van de religie van het politieke leven is van het geloof van kapitalisme, en dat er geen god bestaat en dat het universum enkel uit materie bestaat is van het geloof van communisme, en dat er geen God bestaat behalve Allah en dat Mohammed zijn boodschapper is, dit is het geloof van Islaam.

De filosoof Karel Jaspers zegt:

“Het godsidee bij ons in het Westen komt uit twee historische bronnen: De Bijbel, en de Griekse filosofie”.

Dit betekent dat de koppeling van het westerse verstand tussen geloof en religie betekent: enkel het christelijke geloof. En dit is nu hetgeen het onderwerp van onderzoek beïnvloed heeft en heeft als gevolg hiervan het geloof in de westerse definitie van geloof en de visie ernaar als zekere realiteit beïnvloed. Het christendom is een religie die wordt gevestigd in het hart en emoties en de rol van het verstand wordt afgewezen. Dit heeft gezorgd voor het vluchten van de intellectuele discussie en dialoog. Islam echter roept op tot overpeinzing en het gebruik van het verstand bij de acceptatie ervan. Sterker nog haar geloof is gebouwd op het verstand en staat open voor discussie en dialoog waarbij ze men uitdaagt haar ongelijk te bewijzen. Dominique Moran zegt in zijn boek ‘Bestaat God?’:

‘God is geen resultaat van denken of ervaring uit een wetenschappelijke test. Zoals het voor ons mogelijk is om zijn bestaan te bevestigen is het voor ons ook mogelijk te bewijzen dat hij niet bestaat’.

De vorige paus Ratzinger heeft in zijn boek ‘Het christelijk geloof’ gezegd:

‘Niemand is in staat om op wiskundige wijze het bestaan van God te bewijzen zelfs de gelovige zelf niet’.

Hier tegenover is de oproep van Islam gebaseerd op het verstand en denken en bewijsvoering. Er zijn tientallen verzen in de Koran die oproepen tot denken en bewijsvoering, bijvoorbeeld:

أولم يتفكروا في أنفسهم ما خلق الله السماوات والأرض وما بينهما إلا بالحق} (الروم 8)

“Hebben zij dan niet over zichzelf nagedacht? Allah heeft de hemelen en de aarde en alles wat daartussen is niet geschapen, behalve in waarheid”(Roem, 8)

وقالوا لن يدخل الجنة إلا من كان هودا أو نصارى، تلك أمانيهم، قل هاتوا برهانكم إن كنتم صادقين} (البقرة 111)

“En zij zeggen: “Niemand, behalve de Joden en de Christenen, zal ooit Het Paradijs binnengaan.” Dat zijn hun ijdele wensen. Zeg: “Toon jullie bewijs indien jullie de waarheid spreken”.” (Baqara, 111)

{أمن يبدأ الخلق ثم يعيده ومن يرزقكم من السماء والأرض، أإله مع الله، قل هاتوا برهانكم إن كنتم صادقين} (النمل 64)

“Hij Die de schepping voortbrengt en dat dan herhaalt, en jullie voorziet uit de hemel en de aarde? Is er een God naast Allah?” Zeg: “Toon jullie bewijs indien jullie de waarheid spreken” (Naml, 64)

Concluderend is het fout dat het westerse denken het concept van geloof beperkt tot het christelijke concept van religie. Alsof de mens geen religie kent buiten het christendom en alsof het christendom alle andere religies vertegenwoordigd. Dit is een van de visies van het westen welke specifiek en beperkt is tot het Westen en niet de gehele mensheid omvat omdat het uitgaat van de westerse realiteit en niet vanuit het perspectief van de mensheid als een geheel.

Dit alles toont ons dat de bekende westerse visie gebouwd is op zwakke intellectuele fundamenten en een eenzijdige oriëntatie betreft zonder objectiviteit. Wanneer ze zich uit over de mening van Islam als religie over zaken vergelijkt ze Islam met haar eigen persoonlijke ervaringen, ofwel christelijke ervaringen, uit het verleden. En dit oordeel zelf is in strijd met haar eigen relativisme en als oordeel onrechtvaardig.

 

 

Comments

comments

DELEN