Gisteren heeft de Eerste Kamer met een meerderheid het wetsvoorstel ‘Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’ aangenomen. Dit verbod geldt in het onderwijs, de zorg, in overheidsgebouwen en in het openbaar vervoer. Wanneer de wet daadwerkelijk in werking treedt moet nog blijken, gezien hier nog een proces aan voorafgaat, waaronder het instrueren van de relevante instanties. Maar de realiteit is dat er een wetsvoorstel is aangenomen, dat ingrijpende gevolgen zal hebben voor de moslimgemeenschap. En in het bijzonder voor de moslimvrouwen die een niqab dragen. Er wordt zelfs al gesproken over uitbreiding van de wet (om gezichtsbedekkende kleding bij manifestaties en demonstraties te verbieden). Een nieuwsbron sprak van ‘Wilders’ wil wordt wet.’ Hij pleitte in 2005 namelijk al voor een zogenaamd boerkaverbod.

Verschillende nieuwsbronnen verwezen naar een boerkaverbod of een beperkt boerkaverbod. Zowel Nederlandse als buitenlandse nieuwssites. Hoewel de boerka i.t.t. de niqab geen realiteit kent in Nederland, is deze gechargeerde term een doordachte term die een bepaalde associatie opwekt. De boerka wordt veelal gedragen in Afghanistan, waar de vrouw achtergesteld zou zijn, onderdrukt zou worden door haar echtgenoot en niet mag studeren. Op deze manier is het makkelijker om draagvlak te creëren voor een verbod. Het is daarom ook frappant dat uitgerekend het wetsvoorstel de moslima met niqab, het recht ontneemt om een onderwijsinstelling te betreden.

In 2005 pleitte Wilders voor een algeheel verbod. Echter zou dit indruisen tegen de godsdienstvrijheid en pleitte Ronald Plasterk, voormalig minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, uiteindelijk na veel getouwtrek in het voorjaar van 2015 voor een beperkt verbod op gezichtsbedekkende kleding. Het verbod zou moeten gelden in het openbaar vervoer, het onderwijs, de zorg en in overheidsgebouwen. Zijn pleidooi werd uiteindelijk vormgegeven door een wetsvoorstel dat uiteindelijk door de Eerste en Tweede Kamer is aangenomen.

Plasterk stelde dat men thuis en op straat wel een boerka mag dragen, omdat we in een vrij land leven. Dus niet op school, niet op het schoolplein bij het ophalen van de kinderen, niet bij de huisarts of in het ziekenhuis, niet in de trein, tram, metro of bus en niet in het stadhuis. En thuis (privé-sfeer) wordt deze behalve bij hoge uitzondering (bezoek van niet-mahrams) niet gedragen. En op straat is de veiligheid door de jarenlange propaganda in het geding i.t.t. de bewering dat een niqab een gevaar voor de veiligheid zou betekenen. M.a.w. de moslima die ervoor kiest om een niqab te dragen, wordt hiermee uit de samenleving geweerd. Termen als ‘beperkt’ en ‘gedeeltelijk’ bagatelliseren de ernst en implicaties van een verbod. Uitspraken als ‘maar een bivakmuts en integraalhelm’ mogen ook niet meer, zijn slechts manieren om een uitsluitingsmechanisme dat exclusief voor moslimvrouwen geldt, te verdoezelen.

Ik ben vaak in een ziekenhuis geweest en heb vaak gebruikgemaakt van het openbaar vervoer, maar patiënten of passagiers met een bivakmuts ben ik niet tegengekomen. Noch heb ik een vereniging der integraalhelmen horen protesteren tegen het wetsvoorstel. Wanneer het over dit onderwerp gaat, hoor je constant: ‘Het gaat om ongeveer 200 tot 400 vrouwen’. Tot zover het ‘godsdienstneutrale’ wetsvoorstel.

Het Nederlands Juristen Comité (NJCM) stelde daarom in een eerder stadium al dat een verbod op gezichtsbedekkende kleding geen reactie op een concreet en actueel probleem is, maar vooral ingegeven lijkt te worden door politieke overwegingen. Het wetsvoorstel zou stigmatisering en discriminatie van moslimvrouwen in de hand werken. Nota bene verantwoordelijk minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) geeft toe dat er geen concrete problemen met boerkadragers zijn. Maar dat het gaat om een rechtvaardige balans tussen de vrijheid om je te kleden hoe je wilt en de mate van veiligheid en communicatie.

Er zijn geen concrete aanwijzingen dat de (nationale) veiligheid in het geding is. Sterker nog, de veiligheid van de moslima met niqab is juist in het geding bij een verbod. Spraak vormt het belangrijkste element in de communicatie en dat is nog steeds mogelijk. Ook is oogconact nog mogelijk en met de komst van moderne communicatiemiddelen behoort directe communicatie steeds meer tot het verleden. Schijnargumenten wegen dus blijkbaar zwaarder dan grondbeginselen zoals godsdienstvrijheid, die hiermee met de voeten worden getreden.

Derhalve is het noodzakelijk om de bredere context die hierachter schuilt niet uit het oog te verliezen. In België en Frankrijk werd in 2011 een algeheel ‘boerkaverbod’ ingesteld en volgde niet lang daarna een discussie over een hoofddoekverbod in het onderwijs. Momenteel wordt er in de Duitse provincie Nordrein-Westfalen gepleit voor een hoofddoekverbod voor meisjes onder de 14 jaar. In Denemarken is onlangs een wetsvoorstel aangenomen om de niqab te verbieden. En zo zijn er nog een aantal andere landen waar deze discussie wordt gevoerd en waar steeds meer restricties worden opgelegd. De niqab zou haaks staan op de westerse waarden, de veiligheid ondermijnen, een politiek statement zijn, niet passen in een open samenleving, de integratie belemmeren en de voormalige Franse president (Sarkozy) noemde de niqab ook wel een lopende gevangenis. De moslima wordt uit de gevangenis bevrijd door haar het recht te ontnemen om uit religieuze overtuiging een niqab te dragen.

Dezelfde argumenten werden gehanteerd inzake het boerkini en- hoofddoekverbod. Zelfs in Nederland stelde Femke Halsema in 2009 al dat ze niet kon wachten op het moment waarop vrouwen in vrijheid hun hoofddoek zullen afslingeren. ‘Ik zie het liefst elke vrouw in Nederland hoofddoekloos’, voegde ze eraan toe. En daarna stelde ze: ‘Natuurlijk is de islam een probleem’. Henk ten Hoeve (Onafhankelijke Senaatsfractie) zei over het niqabverbod: ‘Deze wet zal in de praktijk niet heel veel veranderen, maar geeft toch als boodschap dat deze vorm van de islam in onze maatschappij eigenlijk niet past, omdat hij daar ontregelend werkt.’

Dit verbod komt dus niet uit de lucht vallen, maar is onderdeel van het assimilatiebeleid dat we al jaren zien. Dit beleid spreekt van ‘verinnerlijken (van westerse waarden) en loslaten (van islamitische waarden). In de praktijk krijgt dit gestalte door het weren van zogenaamde ‘haatimams’, kliklijnen om ‘radicale’ moslims te monitoren, jonge kinderen die op verdenking uit huis geplaatst kunnen worden, buitenlandse financiering van moskeeën stopzetten, moslimorganisaties die onder de loep worden genomen, motie tegen ‘salafisme’, een pleidooi om de rituele slacht te verbieden, een pleidooi voor een Europese variant van islam enz. Daarom dienen we als moslimgemeenschap een vooruitziende blik te hebben en bewust te zijn van de context waarin we leven en opereren, opdat we niet constant achter de feiten aanlopen. Vervolgens kunnen we ons eigen discours bepalen en belangrijke vraagstukken agenderen.

#TegenNiqabverbod

 

 

 

 

 

Comments

comments

DELEN