Diverse Profetische overleveringen spreken over de deugden van kennis. Tegelijkertijd betekent dit ook een bepaalde mate van verantwoordelijkheid. De geleerden zijn niet voor niets de erfgenamen van de Profeten (warathatoel anbiyaa). Echter heerst er heden ten dage onder een (aanzienlijk) deel van de geleerden en ‘studenten van kennis’ het idee dat kennis opdoen losstaat van politiek activisme.

-Islam en politieke aangelegenheden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden Islam is een alomvattende levenswijze en bevat zaken gerelateerd aan doctrines (‘aqaaid), ‘ibadaat (aanbiddingen), transacties (moe’amalaat) en moraal (akhlaq). Bovendien ordent de sjari’a de relatie van de mens met Zijn schepper, met zichzelf en met zijn medemens. Dit betekent dat het credo (‘aqiedah) van Islam alomvattend is en zowel spiritueel als politiek is. Spiritueel omdat zij een visie en regels heeft aangaande hetgeen voor het leven was, hetgeen er na het leven zal zijn en de relatie tussen dezen. Tevens is zij politiek aangezien zij regels, wetten en systemen heeft ter ordening van het leven. Er is dus geen ruimte voor een scheiding tussen religie en het leven.

-Het is desastreus om je niet te bekommeren om de situatie en aangelegenheden van de moslims. De moslim is op basis van zijn credo (‘aqiedah) gebonden aan zijn broeders en zusters, wat diverse verplichtingen en verantwoordelijkheden met zich meebrengt (zoals het steunen van andere moslims, hen beschermen, loyaal aan hen zijn, opkomen voor hun eer, hun belangen behartigen).

-Deze houding is in tegenstrijd met de essentie van politiek, namelijk het behartigen van de belangen van de mensen. In een bekende overlevering, overgeleverd door Imam Moeslim, stelt de Profeet (صلى الله عليه وسلم) dat de belangen van Banoe Isra’iel werden behartigd door Profeten en dat na hem geen Profeet meer zal komen en er Khoelafaa zullen zijn. Het woord dat wordt gebruikt ‘tasoesoehoem’ stamt af van siyaasah (politiek). Imam ibn Hadjar al ‘Asqalaani stelt in Fathoel Baari dat dit het belang aangeeft van ri’aayah (zorgdragen, belangen behartigen) en Imam an Nawawi in zijn Sharh van Moeslim stelt dat het de taak van de Profeten was, om de belangen van de mensen te behartigen zoals de heersers doen jegens hun onderdanen. Het zwijgen over dergelijke zaken onder het mom van studeren heeft als gevolg; zwijgen bij moenkaraat (het verwerpelijke) en passiviteit.

-De ‘student van kennis’ is niet gevrijwaard van de bestraffing van Allah, wanneer een volk stilzwijgt bij onderdrukking en onrecht. Aboe Bakr (رضي الله عنه) heeft gezegd, zoals overgeleverd in de Soenan van Aboe Dawoed en al-Tirmidhi:

يا أيها الناس إنكم تقرءون هذه الآية } يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا عَلَيْكُمْ أَنْفُسَكُمْ لا يَضُرُّكُمْ مَنْ ضَلَّ إِذَا اهْتَدَيْتُمْ { وإني سمعت رسول الله صلى الله عليه وسلم يقول : ” إن رأى الناس الظالم فلم يأخذوا على يديه أوشك أن يعمهم الله بعقاب منه

O jullie mensen die dit vers reciteren:

‘’O, gij die gelooft, past op uzelf. Hij die dwaalt kan u niet schaden wanneer gij juist geleid zijt. Tot Allah zult gij allen terugkeren, dan zal Hij u tonen wat gij gedaan hebt.’’ (VBK soera al-Maaidah, vers 105)

Maar ik heb de Boodschapper van Allah (صلى الله عليه وسلم) horen zeggen:

“Als de mensen een onrechtpleger zien en hem niet bij zijn hand pakken (om zijn slechtheid te stoppen), zal Allah hen spoedig allen straffen.”

(Mogelijke) gevolgen van onverschilligheid onder het mom van kennis opdoen:

-Seculiere manier van denken
-Apathie t.o.v. de moslims
-Verspreiding van corruptie en onrecht
-Lopende handboeken die geen effect hebben in de samenleving
-Passiviteit
-Mogelijke bestraffing van Allah

Comments

comments

DELEN