De laatste dagen wordt er druk gespeculeerd over de toestand van de Oezbeekse president Karimov. Volgens sommige berichtgevingen verkeert hij in kritieke toestand en andere berichtgevingen bevestigen zijn dood. Een van de grootste tirannen van deze tijd. Een tiran die de moslims al jarenlang stelselmatig martelt en uitmoordt. Een tiran die de genocide in Andijan (13 mei 2005) op zijn naam heeft staan, waarbij talloze moslims om het leven kwamen. Een tiran die da’awadragers in Oezbekistan stelselmatig vermoordt door ze in heet kokend water te gooien en in te enten met HIV. Een tiran die zich jarenlang heeft ingezet om de Islamitische sentimenten in de samenleving uit te bannen, door zelfs de rituele wassing (woedoe) op marktplaatsen te verbieden. Een tiran die geen onderscheid maakt tussen mannen, (zwangere) vrouwen of kinderen. Het feit dat mensen wereldwijd verheugd zijn met het nieuws dat hij zou zijn overleden, toont aan hoe bont hij het heeft gemaakt. Met recht kan worden gesteld dat hij de Fir’awn (farao) van dit tijdperk is. Het verhaal van de Profeet Moesa (as) met Fir’awn komt veelvuldig aan bod in de Koran en hoewel het waar is dat we gebonden zijn aan de wetgeving van de Profeet Mohammed (saw) en hij de laatste der boodschappers is, en de geopenbaarde boeken voor de Koran zijn geabrogeerd, is het belangrijk om te weten voor welk doel deze verhalen staan vermeld in de Koran:

Allah zegt in de Koran:

‘’Er is in hun verhaal voorzeker een les voor mensen van begrip’’. (VBK soera Joesoef, vers 111)

De verhalen van de boodschappers in de Koran zijn er niet slechts als bron van vermaak of informatie, maar om lering uit te trekken en vooral vandaag de dag zijn deze verhalen zeer relevant voor ons, gezien het feit dat deze verhalen veelal in het Mekkaanse tijdperk zijn geopenbaard. Een tijdsperiode waarin de Profeet (saw) en de Sahaba verkeerden in een staat van kwetsbaarheid, waarbij zij zowel verbaal als fysiek werden aangevallen, geboycot werden en er politieke druk werd uitgeoefend op de boodschap die zij verspreidden. Dit vond allemaal plaats vooraleer de Profeet (saw) naar Medina emigreerde en daar de eerste Islamitische staat vestigde.

Boodschap van Moesa (as)

Allah zegt:

‘’En toen hij het (vuur) naderde werd hij aangeroepen: “O Mozes” “Voorwaar, Ik ben uw Heer, ontdoe u van uw schoeisel; want gij zijt in de heilige vallei van Towa.” “Ik heb u uitverkoren; luister dus naar hetgeen wordt geopenbaard.” (VBK soera Taha, vers 11-13)

Hier werd Moesa (as) te kennen gegeven dat hij was uitverkoren tot boodschapper van Allah en dit vereiste voorbereiding om de boodschap die hij zou dragen te begrijpen.

“Voorwaar, Ik ben Allah; er is geen God behalve Ik, aanbid Mij derhalve en verricht het gebed tot Mijn gedachtenis.” Zie, het Uur komt. Ik zal het onthullen opdat elke ziel de beloning zal ontvangen waarnaar zij streeft.” “Laat degene die er niet in gelooft en zijn eigen neigingen volgt, u er niet van afwenden; anders zoudt gij verloren gaan.” (VBK soera Taha, vers 14-16)

Leermomenten voor ons

Het geloven in de eenheid van Allah. Het geloof dat enkel en alleen Allah het recht heeft aanbeden te worden. Tijdens het dragen van de da’awa dienen we enkel Zijn tevredenheid te zoeken. Wanneer een persoon zich hieraan vastklampt zal hij niet worden misleid door degenen die hem proberen weg te houden van de da’awa door bijv. te zeggen: ‘’je verspilt je tijd’’, ‘’niemand luistert naar jou’’ of ‘waarom ben je niet pragmatisch’’.

Vervolgens beschrijft de soera hoe Moesa (as) zich voelde nadat zijn staf veranderde in een slang en hoe angst hem trof. Desondanks werd hij bevolen om het op te pakken en niet bang te zijn, want Allah zou ervoor zorgen dat het zou terugkeren in haar natuurlijke staat. Nadat Moesa (as) hier getuige van was, voelde hij zich gerustgesteld en toonde Allah hem opnieuw een wonder:

Hij antwoordde: “Dit is mijn staf waarop ik leun, en waarmee ik bladeren afsla voor mijn kudde; ik gebruik hem ook voor andere doeleinden.” Hij zeide: “Werp hem neer o Mozes. Dus wierp hij hem neer, en zie, het was een kronkelende slang. God zeide: “Raap hem op en vrees niet. Wij zullen hem in zijn vroegere staat herstellen.”En leg uw hand onder uw arm, zij zal wit worden zonder ziekte. Nog een teken (is dit)!””Opdat Wij u Onze grotere tekenen mogen tonen.”( VBK soera Taha, vers 18-23)

Deze verzen tonen aan hoe Moesa (as) werd voorbereid voor het dragen van de da’awa en vervolgens werd hem de eerste taak gegeven.

“Ga naar Farao; hij heeft inderdaad de perken overschreden’’ (VBK soera Taha, vers 24)

Sayyid Qutb zegt hierover: ‘’Tot dit punt was Moesa (as) onbewust van deze zware taak. Hij had voorkennis over Fir’awn aangezien hij zelf was opgegroeid in het paleis van Fir’awn. Hij was getuige van zijn tirannie en hoe hij de mensen wreed behandelde. Aangezien hij nu in een staat verkeert, gesteund door Zijn Heer en de enorme eer voelt van de gunst die Allah hem heeft gegeven, vraagt hij Allah om hulp om zijn missie te vervullen.’’

25. Hij zeide: “Mijn Heer, verruim mijn borst,”
26. “En maak mij mijn taak lichter,”
27. “En ontdoe de knoop in mijn tong,”
28. “Opdat zij (de mensen) mijn woorden mogen verstaan,”
29. “Geef mij een helper uit mijn familie,”
30. “Aäron, mijn broeder;”
31. Vergroot mijn kracht door hem,”
32. “En laat hem mijn arbeid delen,”
33. “Opdat wij U veel mogen verheerlijken,”
34. “En U zeer indachtig mogen zijn.”
35. “Voorzeker Gij doorziet ons.”

Moesa (as) vroeg om al deze zaken, omdat hij zich zijn eigen beperktheid en die van zijn broer Haroen (as) besefte. Hiermee herinnert Allah ons dat wanneer Hij ons iets gebiedt te doen, dat wij het vermogen hebben om deze verplichtingen na te komen.

Nadat Fir’awn werd aangesproken was hij echter hoogmoedig. Hij beweerde immers de hoogste Heer te zijn zoals Allah zegt:

(Zeggende), “Ik ben uw Heer de Allerhoogste.”(VBK soera al-Naazi’aat, vers 24)

Echter was hij in werkelijkheid erg beperkt en had hij geen antwoord op de tekenen waar Moesa (as) mee was gekomen. In plaats van inhoudelijk in te gaan op de bewijzen waar Moesa (as) mee kwam, trachtte Fir’awn de aandacht van het onderwerp af te leiden.

‘ Hij zeide: “Zijt gij tot mij gekomen, o Mozes, om ons door uw toverkunst uit ons land te verdrijven?” “Voorzeker, wij zullen gelijkwaardige toverkunst tegenover (de uwe) stellen; maak derhalve een afspraak met ons die wij noch gij zullen verzuimen na te komen op een plaats (voor beiden) gelijk.” (VBK soera Taha, vers 57-58)

Hierop antwoordde Moesa (as)

“Hij zeide: “Uw afspraak zal plaats vinden op de dag van het feest en laat het volk bijeenkomen in de voormiddag.” (VBK soera Taha, vers 59)

Ibn Kathier zegt in zijn commentaar op dit vers:

Dit was een feestdag waarbij men het nieuwe jaar vierde en vrijaf nam om samen bijeen te komen. Ibn ‘Abbas zei dat het de dag van ‘Ashoera was en Sa’id Djoebair zei dat het de dag was van hun grote bazaar.

Ibn Kathir zegt verder dat deze dag was uitgekozen, zodat al de mensen getuige konden zijn van de kracht van Allah, de wonderen van de profeten en de futiliteit van de tovenaars. Dit is waarom Moesa (as) zei:

(en laat het volk bijeenkomen) doelende op alle mensen.

(in de voormiddag) in de ochtend voor dhohr. Op dit tijdstip is het het meest zichtbaar. Dit is de weg van de profeten. Deze is altijd kristalhelder. Dit was ook een manier om de publieke opinie te beïnvloeden.

Eigenschappen van tirannen

Om te begrijpen wat voor type persoon Fir’awn was moeten we ons zijn misdaden herinneren. Hij doodde onder meer de zonen van Israël. Hij deed dit omdat hij vreesde dat hij zijn status en positie zou verliezen en hij bekommerde zich enkel om zijn koningschap, zijn troon waarop hij zat en al hetgeen wat hij bezat. Dit gedrag is typisch voor de leiders in de moslimlanden van vandaag de dag. Ook zij vrezen voor hun posities en verbieden daarom ieder tegengeluid. Evenals Fir’awn maken zij geen gebruik van welomlijnde bewijsvoering, maar gebruiken zij hun propagandamachines en wordt eenieder die zich tegen hen keert valselijk beschuldigd van radicalisme of extremisme.

De manier waarop Fir’awn, Moesa (as) uitdaagde, denkende dat Moesa (as) de handdoek in de ring zou gooien, is een waardevolle les voor ons vandaag de dag. Moesa (as) gaf namelijk niet op en hij ging de uitdaging aan, wetende dat Allah aan Zijn zijde stond en hem zou helpen. Hij was ervan overtuigd dat de waarheid zou zegevieren en de valsheid het onderspit zou delven.

‘’Daarop trok Farao zich terug en stelde zijn plan vast en kwam vervolgens op de bijeenkomst.’’ (VBK soera Taha, vers 60)

Hij verzamelde al zijn tovenaars en al zijn mankrachten. Dit is vergelijkbaar met de tirannen vandaag de dag, wanneer zij met de waarheid worden geconfronteerd. Hun doel is om de massa te manipuleren. Zij maken niet zelden gebruik van denkers en geleerden die verdicten uitvaardigen, waarbij bijv. wordt gesteld dat protesten verboden zijn en buitenlandse interventie geoorloofd is.
Mozes zeide tot hen: “Wee u; verzint geen leugen over Allah, anders zal Hij u door een kastijding verdelgen. Hij die een leugen verzint, slaagt nimmer.” (VBK soera Taha, vers 61)

Deze uitspraak bereikte de harten van enkele manschappen van Fir’awn. Zij begonnen hierover na te denken kwamen tot de conclusie dat de booschap van Moesa (as) op de waarheid berustte,

Dit toont aan dat in iedere samenleving en in ieder tijdperk goede elementen aanwezig zijn. Nota bene de echtgenote van Fir’awn, Aasiyah (as) die opgroeide in het paleis van Fir’awn was een gelovige vrouw die geëerd wordt in de Koran. De boodschap van Moesa (as) vormde een bedreiging voor de status quo, evenals dat degenen die heden ten dage werken voor de alomvattende implementatie van Islam en de hervatting van de Islamitische manier van leven, als paria worden weggezet. Echter is dit slechts tijdelijk.

Fir’awn onderschatte de mensen om zich heen, denkende dat zij hem allemaal zouden helpen en niet in zouden gaan tegen zijn wil. Echter had hij het mis. Toen Fir’awn zijn hoogmoed toonde en de boodschap van Moesa (as) verwierp en deze afdeed als magie, bedreigde hij de tovenaars die geloofden in Moesa (as), met marteling en executie. Deze zelfde tactiek wordt gebruikt door de tirannen in de moslimwereld, wanneer zij claimen stabiliteit in de samenleving te willen behouden. De tovenaars lieten zich echter niet van de wijs brengen en waren vastberaden:

Farao zeide tot hen: “Gelooft gij in Hem eer ik u daartoe verlof geef? Hij moet uw meester zijn die u in de toverkunst heeft onderwezen. Daarom zal ik uw handen en voeten aan de tegenovergestelde kant afhakken en ik zal u voorzeker aan de stammen van palmbomen kruisigen; en gij zult met zekerheid weten wie van ons gestrenger en langduriger is in het straffen.” Zij zeiden: “In geen geval zullen wij u verkiezen boven de duidelijke tekenen die tot ons zijn gekomen, en boven Hem Die ons geschapen heeft. Doet derhalve wat gij wilt; gij kunt alleen over het leven dezer wereld beslissen.” “Voorzeker, wij hebben geloofd in onze Heer opdat Hij ons onze zonden en de tovenarij die gij ons hebt gedwongen te bedrijven, moge vergeven. Allah is de Beste, de Bestendigste.” (VBK soera Taha, vers 72-73)

Niet alleen waren zij vastberaden, maar zij informeerden hem ook over een pijnlijke bestraffing die hem te wachten stond wanneer hij door zou gaan met zijn misdaden:

‘’Voorwaar hij die tot zijn Heer komt als schuldige, hem wacht de (straf der) hel: hij zal daarin sterven noch leven’’. (VBK soera Taha, vers 74)

Terwijl het einde van Fir’awn en degenen die in zijn voetsporen treden, niets anders dan schande en vernedering is, onderwerpen de gelovigen zich aan Allah en verheugen zij zich op de ontmoeting met hun Heer:

‘’Doch die als gelovigen tot Hem komen en goede werken hebben verricht, zullen de hoogste graden der gelukzaligheid ontvangen. Tuinen der eeuwigheid waar doorheen rivieren stromen en waarin zij voor eeuwig zullen vertoeven. En dat is de beloning dergenen die zich zuiveren.’’ (VBK soera Taha, vers 75-76)

‘’Allah zal ongetwijfeld degene ondersteunen die Hem helpt – Allah is inderdaad Sterk, Almachtig’’. (VBK soera Al-Hadj, vers 40)

Comments

comments

DELEN