De maand Moeharram is aangebroken. De eerste maand in het nieuwe islamitische kalenderjaar (1439) is niet slechts om administratieve redenen relevant, maar maakt onderdeel uit van de zogeheten Hidjri kalender, gebaseerd op de Hidjrah (migratie) van de Profeet (صلى الله عليه وسلم), van Mekka naar Medina. Gedurende het kalifaat van ‘Oemar ibn al-Gattaab (رضي الله عنه) werd deze Hijdri kalender geïnitieerd. De moslims discussieerden over de kalender die gehanteerd zou moeten worden.

Zo opteerde men aanvankelijk voor de Romeinse en- Perzische jaartelling, waarna er vervolgens werd gediscussieerd over het beginpunt van de kalender. Vier mogelijkheden kwamen ter sprake:  de geboortedag van de Profeet (صلى الله عليه وسلم), de eerste openbaring (het begin van zijn missie), de Hidjrah en de dood van de Profeet (صلى الله عليه وسلم).

Echter kwamen ze er al snel achter dat er geen sprake was van eenduidigheid betreffende de precieze geboortedatum van de Profeet (صلى الله عليه وسلم), noch over het begin van zijn missie. Daarnaast lieten ze zijn dood achterwege als startpunt, want dit zou zorgen voor verdriet onder de moslims. Derhalve restte er geen andere optie dan de Hidjrah als startpunt te hanteren. Er bestond namelijk unanieme overeenstemming over het feit dat de Hidjrah een keerpunt was in de islamitische geschiedenis.

Niet voor niets wordt de Hidjrah aangeduid als de gebeurtenis, die de waarheid van de valsheid onderscheidde. De tweede eed van al-Aqabah, welke voorafging aan de Hidjrah,  vond plaats in de maand Dhul Hijjah, waarna de Hidjrah plaatsvond en Moeharram dus gelinkt is aan de Hidjrah. Met deze administratieve wijziging droeg ‘Oemar (رضي الله عنه) bij aan eenheid op het Arabische schiereiland, op basis van Islam.

Het is overgeleverd in de biografie van Amier-oel-Moe’minien ‘Oemar ibn al-Gattaab (رضي الله عنه),  dat ‘Oemar (رضي الله عنه) de Moehadjirien en Ansaar verzamelde en hen vroeg: ‘Vanaf wanneer moeten we onze geschiedenis aanduiden?’ Ali ibn Abi Talib (رضي الله عنه) antwoorde toen als volgt: ‘Vanaf het moment dat de Profeet (صلى الله عليه و سلم ) vertrok uit het land van polytheïsme’ (sjirk). Deze uitspraak bevestigt het belang van de Hidjrah. Het was geen wanhoopspoging om de ontberingen in Mekka te ontvluchten of te vluchten om veiligheidsredenen.

De Profeet (صلى الله عليه وسلم) zou in dat geval al veel eerder kunnen vluchten. Veel metgezellen migreerden in een eerder stadium richting Abessinië, maar deze migratie was anders. De Profeet (صلى الله عليه وسلم) was gefocust in wat hij deed en de Hidjrah was dus geen ‘toevallige’ bijkomstigheid. Hij trof diverse voorzorgsmaatregelen om zijn doelen te bereiken.

Zo contacteerde hij verschillende stamleiders (waaronder de stamleiders van de Aws en Khazradj) en werd Moes’ab ibn ‘Oemar (رضي الله عنه) naar Medina gezonden om een publieke opinie te vestigen voor Islam. Yathrib (dat na de vestiging van de eerste islamitische staat de naam Medina kreeg) werd zodoende klaargestoomd voor een radicale transformatie van de samenleving. Na de vestiging van de eerste islamitische staat in Medina, waren de moslims niet alleen in staat om Islam openlijk te belijden, maar ook om deze op alle niveaus te implementeren en uit te dragen naar de rest van de mensheid.

De Hidjrah van de Profeet (صلى الله عليه وسلم) luidde dus een nieuw tijdperk in, waarbij de eerste islamitische staat werd gevestigd in Medina, dat voorheen bekend stond als Yathrib. Ibn Hadjar Al ‘Asqalani zei over Abdoellah Ibn Zoebair (رضي الله عنه):

وكان أول مولود ولد في الإسلام
Hij was het eerste kind dat werd geboren in Islam

Hoewel hij het eerste kind was van de Moehadjirien, dat werd geboren in Medina, geeft dit de significantie weer van de Hidjrah naar Medina.

Ibn Kathir stelt in zijn boek Al Bidaayah wal Nihaayah, dat toen het bevel van de Hidjrah werd uitgevaardigd, Allah het volgende vers openbaarde:

وَقُل رَّبِّ أَدْخِلْنِي مُدْخَلَ صِدْقٍ وَأَخْرِجْنِي مُخْرَجَ صِدْقٍ وَاجْعَل لِّي مِن لَّدُنكَ سُلْطَانًا نَّصِيرًا

En zeg: “O mijn Heer, laat mijn intrede een goede intrede en mijn uitgang een goede uitgang zijn. En schenk,mij van U een gezag dat tot hulp zou kunnen strekken.” (VBK, soera al-Israa, vers 80)

Ibn ‘Abbaas (رضي الله عنه) zei hierover:

كان النبي صلى الله عليه وسلم بمكة ثم أمر بالهجرة ، فأنزل الله

De Profeet (صلى الله عليه وسلم) vertoefde in Mekka. Allah beval hem vervolgens om de Hidjrah te verrichten, waarna Allah het volgende vers openbaarde:

وَقُل رَّبِّ أَدْخِلْنِي مُدْخَلَ صِدْقٍ وَأَخْرِجْنِي مُخْرَجَ صِدْقٍ وَاجْعَل لِّي مِن لَّدُنكَ سُلْطَانًا نَّصِيرًا

En zeg: “O mijn Heer, laat mijn intrede een goede intrede en mijn uitgang een goede uitgang zijn. En schenk,mij van U een gezag dat tot hulp zou kunnen strekken.” (VBK, soera al-Israa, vers 80)

Wat betreft het laatste gedeelte van het vers:

وَاجْعَل لِّي مِن لَّدُنكَ سُلْطَانًا نَّصِيرًا

‘’En schenk,mij van U een gezag dat tot hulp zou kunnen strekken.”

Al-Hassan heeft hierover gezegd, zoals vermeld in de Tafsier van Imam Al Baghawi, dat de Profeet ( صلى الله عليه وسلم) de autoriteit zou verkrijgen en zou zegevieren over de Perzen en Romeinen (die tot dan toe de wereldmachten waren).

Qataadah zei hierover:

“De Profeet wist dat hij geen werkelijke macht zou hebben, behalve met autoriteit, waarop hij om gezag en hulp vroeg: het Boek van Allah, Zijn Hoedoed en de vestiging van Zijn Dien.”

Deze voorbeelden tonen aan dat de Profeet (صلى الله عليه وسلم) geen werkelijke autoriteit had, zonder de aanwezigheid van een politieke entiteit waar de wetten van Allah werden geïmplementeerd. Heden ten dage, in de afwezigheid van een dergelijke politieke entiteit (Khilafah) is dit een belangrijke les voor ons om wederom te werken voor de terugkeer hiervan (in de moslimwereld), opdat Islam wederom alomvattend ten uitvoer kan worden gebracht, zoals Allah dat heeft verordend en de eer en veiligheid van de moslims wereldwijd gewaarborgd kan worden.

Comments

comments

DELEN