De terugkerende trend bij verschillende ernstige natuurrampen en oorlogen in de Islamitische wereld, is dat er inzamelingsacties worden gestart. Basisbehoeften zoals voedsel, kleren en schoon drinkwater zijn vaak niet meer beschikbaar voor de lijdende Moslims in het betreffend gebied. Zodra de Oemma de urgentie van de situatie inziet, wordt vrijwilligerswerk als het minste of de enige optie gezien. Dit artikel zal daarom ingaan op de politieke effectiviteit en gevolgen van vrijwilligerswerk. Het gaat hierbij om initiatieven die door de Oemma evenals door de niet-moslims worden gestart in de Islamitische wereld.

Het is een natuurlijke reactie van de mens dat hij in actie wil komen zodra hij waarneemt dat zijn medemens zich in een bedreigende situatie bevindt. Hulp bieden om levens te redden middels goederen en middelen is daarom in essentie geen verkeerde handeling. Maar als hulp wordt aangeboden met een ander doel dan het redden van levens of als hulp aanbieden een belemmering vormt vanwege een hogere prioriteit, dan wordt hulp bieden problematisch. Het Westen bijvoorbeeld heeft vrijwilligerswerk in de Islamitische wereld vaak gebruikt enkel om haar eigen politieke motieven te realiseren. Middels allerlei organisaties worden medicijnen, voedsel en drinkwater aan de Moslims geleverd zodat de Westerse machten politieke invloed in de Islamitische wereld kunnen verkrijgen en behouden.

Er is op zich niets verkeerds als de Oemma in actie komt om bijvoorbeeld primaire levensmiddelen te sturen aan de behoeftige Moslims in Syrië of andere getroffen gebieden. Immers, de Moslims zijn als één lichaam en zodra een deel pijn voelt dan reageert automatisch de rest van het lichaam. Echter, zodra hulpverlening, vrijwilligerswerk enzovoort de enige activiteiten zijn die de Oemma onderneemt, om de situatie in de Islamitische wereld te veranderen, dan blijven wij in een gevaarlijke cyclus rondcirkelen. Het is namelijk zo dat armoede en oorlogen een fundamentele oorzaak hebben die niet direct waarneembaar en tastbaar zijn.

Met andere woorden, de oorzaak van deze problemen is niet materieel; het is eerder politiek en intellectueel van aard. Bovendien is de politieke en intellectuele oorzaak ook de oorsprong van de materiële achteruitgang in de Islamitische wereld.

De politieke oorzaak van de materiële problemen in de Oemma is het feit dat zij niet verenigd is in een Islamitische Staat die regeert met alle systemen van Islam. En de intellectuele oorzaak is het feit dat de Moslims hun oplossingen niet (geheel) nemen uit enkel Islam. Het idee dat Islam een alomvattende ideologie is, is inmiddels vertroebeld bij de Moslims. Deze twee factoren samen zijn voornamelijk de oorzaak van de oorlogen die wij tegenwoordig waarnemen. Het is tevens van belang dat de aanwezigheid van een Islamitische leider (de Khaliefa) een verplichting is die zelfs tijdsgebonden is aan maar liefst drie dagen en nachten.

Omdat dus armoede en oorlogen in de Islamitische landen een politiek probleem is, moet vanzelfsprekend de oplossing ook van politieke aard zijn. Het is daarom rationeel gezien een hogere prioriteit om te werken voor een Islamitische Staat dan alle energie en middelen van de Oemma te steken in het leveren van levensgoederen aan de behoeftige Moslims. Hulpverlening en vrijwilligerswerk zijn enkel bedoeld om tijdelijke verlichting te bieden aan de zware omstandigheden van de Moslims in bijvoorbeeld Syrië. En de permanente verlichting voor Syrië evenals de andere Islamitische landen is de hervestiging van de Islamitische Staat.

Comments

comments

DELEN