Op vrijdag 3 juni 2016 jl. vond er bij Stichting Argan in Amsterdam een gesprek plaats met journalist en Arabist Maarten Zeegers. Zijn onlangs verschenen boek ‘Ik was een van hen’ heeft veel stof doen opwaaien. Met name de onderzoeksmethode die hij heeft gehanteerd stuit velen tegen de borst. Drie jaar lang heeft hij zich in de Haagse wijk Transvaal voorgedaan als moslim, om naar eigen zeggen de gesloten moslimgemeenschap binnen te dringen. Er is tot op heden al veel gezegd en geschreven over de vraag of undercoverjournalistiek in deze context ethisch verantwoord is, over de suggestieve schrijfwijze en de invloed die zijn boek heeft op de saamhorigheid tussen moslims en niet-moslims. De boekpresentatie bij Stichting Argan bracht een aantal belangrijke punten aan het licht die typerend zijn voor het islamdebat anno 2016. ‘Kruip toch niet steeds in die slachtofferrol’. ‘Moslims kunnen niet tegen kritiek’. En de boekpresentatie voegde daar nog de volgende uitspraak aan toe: ‘waarom voelen jullie je aangevallen en waarom nemen jullie aanstoot aan een boek dat een genuanceerd beeld schetst en de diversiteit binnen de moslimgemeenschap in kaart brengt’. Frappant is daarom ook dat gedurende de bijeenkomst meerdere kritische vragen rondom de methodiek van Maarten Zeegers, door de debatleider weggemoffeld werden onder het mom van het aantasten van zijn persoonlijke integriteit.

Getuige het boek dat hij heeft geschreven lijkt hij daar in het geval van anderen weinig moeite mee te hebben. Daarenboven voegde Zeegers daar zelf meermaals aan toe dat hij niet de eerste journalist is die undercoverjournalistiek bezigt. Deze redenering vormde de rode draad tijdens de bijeenkomst. Het lijkt in eerste instantie aannemelijk wat hij zegt, maar gezien de verschillende contextfactoren en de heersende sentimenten in de zaal, is het niets anders dan een drogreden. De vraag is namelijk niet of hij de eerste is, maar of het ethisch verantwoord is om een dergelijke onderzoeksmethode te hanteren. Naar eigen zeggen kwam hij toevallig in Transvaal terecht, kon hij niet anders, want als journalist kon hij de ‘ondoordringbare’ en gesloten moslimgemeenschap niet binnendringen zonder zich voor te doen als moslim. Zo gaf hij het voorbeeld van geselingsrituelen binnen de sjiitische gemeenschap. Hier had hij nooit achter kunnen komen als hij zich als journalist zou hebben geprofileerd. Echter werd deze stellingname door een van de aanwezige antropologen met de grond gelijk gemaakt. Zij stelde onder meer dat het alom bekend is dat dergelijke rituelen binnen de sjiitische gemeenschap plaatsvinden en zijn observatie derhalve niets nieuws onder de zon is. Hetzelfde geldt voor andere rituelen en normatieve islamitische concepten die reeds bekend zijn en geen undercoverjournalistiek behoeven.

Zijn introductie klonk bijna sprookjesachtig. Een autochtone Nederlandse jongeman, die toevallig in de Haagse wijk Transvaal terechtkomt en niet geheel onbelangrijk, toevallig ook journalist is, toevallig ook Arabist is en toevallig ook islamitisch recht heeft gestudeerd in Damascus. Toch ging er naar eigen zeggen een nieuwe wereld voor hem open. Een wereld die gekenmerkt wordt door verloedering en toenemende segregatie. Waar gaat het heen met mijn land? Om deze problematiek het hoofd te bieden besluit hij een boek te schrijven. Dit klinkt als ‘toeval’. De vraag die ik mezelf afvroeg en vervolgens ook stelde is: In 2012 publiceerde je een boek genaamd ‘Wij zijn Arabieren’. Daarin gaf je te kennen dat je tijdens je verblijf in Syrië undercover bent gegaan, om de ondoordringbare moslimgemeenschap binnen te dringen. Vervolgens keer je terug naar Nederland en doe je precies hetzelfde, maar dan in de Haagse wijk Transvaal. Ik zie hier een bepaald patroon en structurele werkwijze terugkomen. Uiteraard werd deze vraag door de debatleider (saillant detail: hij gaf toe niet op de hoogte te zijn van het boek waar ik naar verwees) geclassificeerd als de zoveelste vraag die avond, die de persoonlijke integriteit van Zeegers aantastte. Zijn ongeloofwaardige ‘’toevalsverhaal’’ zou hiermee in het geding komen. Hij kreeg het gevoel dat zijn boek werd gekaapt binnen het politieke domein. Iemand die ondubbelzinnig spreekt van een Nederlandse variant van het Belgische Molenbeek, wanneer hij Transvaal noemt, klaagt over de politieke lading die zijn boek met zich meebrengt. De wereld op zijn kop. Iemand die beweert de kloof tussen de verschillende bevolkingsgroepen te willen dichten en vervolgens undercoverjournalistiek bedrijft in een wijk waarin de mensen als geen ander kunnen meepraten over riooljournalistiek, getuige de man van de verzonnen bronnen, genaamd Perdiep Ramesar, die de ‘Shariadriehoek’ introduceerde. Het wantrouwen jegens journalisten is hiermee verre van weggenomen, maar enkel toegenomen.

De undercoverjournalistiek van Maarten Zeegers toont enkel aan wat we al wisten. Er wordt met argusogen naar de moslimgemeenschap gekeken en dit boek moest bijdragen aan het bevestigen van de argwaan jegens de moslimgemeenschap. Denk alleen al aan de suggestieve kijk op de Haagse wijk Transvaal; het Nederlandse Molenbeek. M.a.w. een voedingsbodem voor gewelddadig ‘jihadisme’.  Dat de boekpresentatie toch anders liep dan aanvankelijk werd gedacht, werd aan het einde van de avond bevestigd door de debatleider. Hij gaf te kennen dat het debat was mislukt. Toen ik achteraf verhaal ging halen bij de debatleider reageerde hij niet alleen furieus, maar stelde hij dat de houding van de moslims ertoe heeft geleid dat de integratie is mislukt. Ik vertelde hem dat het debat om een reden was mislukt, omdat de aanwezigen zich niet lieten leiden door het discours dat vooraf uitgestippeld was. De moslims die zogenaamd in een slachtofferrol blijven hangen, laten zich niet in een verdomhoekje plaatsen en zijn niet als de stroman die enkel ja knikt. De ‘integratie’ waar de debatleider op doelde is in deze context niets anders dan assimilatie en dit werd vervolgens door een onderzoeker bevestigd, toen hij stelde dat de moslims zich niet zo rigide moeten opstellen en hun religie dusdanig moeten transformeren, dat het ‘menselijker’ overkomt. Oftewel, een zoveelste pleidooi voor islamitisch reformisme. Zolang men deze paternalistische houding aanneemt en de ‘ander’ enkel aanvaardt wanneer deze zijn overtuigingen loslaat, is er geen sprake van debat, maar van eenrichtingsverkeer en van een klimaat dat demagogen als Maarten Zeegers de mogelijkheid biedt om zichzelf te profileren.

Comments

comments

DELEN