As salamoe aleykoem,

Kunt u mij helpen te begrijpen, hoe moet ik als moslim omgaan met de Torah (het heilige boek van de Joden) en de Bijbel van de Christenen?

Wa aleikoem salaam wa rahmatoellahi wa barakatoe,

We danken u voor het vertrouwen dat u in ons stelt, zoals dit blijkt uit het feit dat u uw vraag tot ons richt. En wij doen ons best deze zo duidelijk mogelijk te beantwoorden, in naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.

In de Koran spreekt Allah (swt) over de boeken voor de Koran die Hij (swt) heeft nedergezonden aan de mensheid, ter leiding. Allah (swt) zegt, de vertaling waarvan zoveel betekent als:

“Waarlijk, Wij zonden de Torah neder, waarin leiding en licht was, waarmede de profeten die gehoorzaam waren recht spraken voor de Joden en de Rabbijnen en de wetgeleerden, omdat hun de bewaking van Allah’s Boek was opgelegd en zij waren daarvan getuigen… En Wij deden Jezus, zoon van Maria in hun voetsporen treden, vervullende, hetgeen vóór hem in de Torah was (geopenbaard), en Wij gaven hem het Evangelie, dat licht en leiding bevatte, bevestigende hetgeen daarvóór in de Torah was en een leiding en een vermaning voor de godvrezenden. En laat de mensen van het Evangelie richten naar hetgeen Allah daarin heeft geopenbaard en wie niet richten naar hetgeen Allah heeft geopenbaard, zijn de overtreders. En Wij hebben u het Boek (de Koran) met de waarheid geopenbaard vervullende hetgeen daarvóór in het Boek (de Bijbel) was (verkondigd) en als bewaker daarover. Richt daarom tussen hen naar hetgeen Allah heeft geopenbaard en volg hun boze neigingen niet tegen de waarheid die tot u is gekomen. Voor iedereen bepaalden Wij een wet en een weg. En indien Allah had gewild zou Hij u allen tot één volk hebben gemaakt, maar Hij wenst u te beproeven met hetgeen Hij u heeft gegeven. Wedijvert dus met elkander in goede werken. Tot Allah zult gij allen terugkeren, dan zal Hij u datgene mededelen, waarover gij van mening verschilt.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Maida 5, vers 43 – 49)

Allah (swt) maakt ons duidelijk dat Hij (swt) voor het nederzenden van de Koran reeds onder andere de Torah en de Bijbel had nedergezonden aan de mensen. Hierover mag bij de moslim geen twijfel bestaan, want Allah (swt) zegt ook, de vertaling waarvan zoveel betekent als:

“Gij die gelooft, gelooft in Allah en Zijn boodschapper en in het Boek dat Hij Zijn boodschapper heeft geopenbaard, en in het Boek, dat Hij voordien openbaarde. En wie Allah en Zijn engelen en Zijn Boeken en Zijn boodschappers en de laatste Dag verwerpt, is waarlijk ver afgedwaald.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Nisa 4, vers 136)

En:

“Zeg: ‘Wij geloven in Allah en in hetgeen ons werd geopenbaard en hetgeen werd geopenbaard aan Abraham, Ismaël, Izaäk, Jacob, en de stammen en hetgeen aan Mozes en Jezus en de profeten door hun Heer werd gegeven. Wij maken geen onderscheid tussen wie dan ook van hen’.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Aali Imraan 3, vers 84)

Echter, Allah (swt) heeft ons niet enkel geïnformeerd over het feit dat Hij (swt) eerdere boeken heeft nedergezonden, maar ook over hoe de mensen hier mee omgegaan zijn. Allah (swt) zegt, de vertaling waarvan zoveel betekent als:

“En voorzeker, onder hen zijn er, die hun tong verdraaien, terwijl zij het Boek voordragen, opdat gij het van het Boek moogt achten, hoewel het niet van het Boek is.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Aali Imraan 3, vers 78)

En:

“Zij rukken de woorden uit hun verband en hebben een deel van hetgeen hun was vermaand, vergeten.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Maida 5, vers 13)

En:

“En toen Allah een verbond sloot met degenen, die het Boek gegeven was, zeide Hij: ‘Gij zult dit aan de mensen bekend maken en het niet verbergen.’ Maar zij verwaarloosden dat voor luttel gewin. Kwaad was hetgeen zij in ruil namen.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Aali Imraan 3, vers 187)

Allah (swt) maakt zo duidelijk waarom Hij (swt) de Koran heeft neergezonden. Hij (swt) zegt dat Zijn (swt) eerdere boeken verdraaid zijn en deels vergeten. En dit maakt duidelijk de precieze houding van de moslims ten overstaan van de Torah en de Bijbel. Ten eerste, de moslim moet accepteren dat Allah (swt) de Torah en de Bijbel aan de mensen heeft gezonden, omdat Allah (swt) ons hierover heeft geïnformeerd. Maar, Allah (swt) vertelt ook in de Koran dat zowel de Torah als de Bijbel over tijd door de mensen veranderd zijn en dit betekent, ten tweede, dat de moslim de Torah en de Bijbel, zoals die vandaag de dag bekend zijn, niet kan accepteren alszijnde de openbaringen van Allah (swt).

Allah (swt) zegt dat delen van de Torah en de Bijbel vergeten en / of veranderd zijn. Echter, Hij (swt) informeert ons niet over precies welke delen dit zijn. Daarmee kunnen wij niet anders dan geheel de huidige Torah en Bijbel verwerpen. Een deel is van Allah, maar een deel ook niet, en wij weten niet welk deel.

De Profeet (saw) heeft ons een maatstaf gegeven toen hij (saw) zei: “Jullie zouden niet, in reactie op wat Ahl al Kitaab [“mensen van het boek”, oftewel de joden en de christenen] zeggen, moeten zeggen ‘leugen of waarheid’, maar zegt ‘wij geloofen in Allah en de profeten’. Want als zij de waarheid hebben gezegd, dan hebben jullie de waarheid niet verworpen. En als zij een leugen hebben verteld, dan hebben jullie deze niet geaccepteerd.” (Aboe Dawoed).

De ‘oelamaa hebben de woorden die Ahl al Kitaab spreken in uitleg van hun boeken in drie categorieën verdeeld:

1) Woorden die overeenstemmen met de Koran en de Soenna; in dit geval weten wij dat het waar is;
2) Woorden die niet overeenstemmen met de Koran en de Soenna; in dit geval weten wij dat het niet waar is;
3) En woorden waarover de Koran en de Soenna zwijgen; dan zwijgen wij net zo.

Dat betekent dat wij niets behoren zeggen wanneer zij iets uit hun boeken citeren. Maar, dit is beperkt tot zaken van geschiedenis en overleveringen betreffende de profeten, de creatie van het helaal, et cetera. Echter, in zaken van halal en haraam, of de ‘aqieda is dit anders. In zaken van religie luisteren wij altijd enkel naar de Koran en de Soenna en spreken wij uit wanneer iemand iets zegt dat hier niet mee overeenstemt.

Overigens, Allah (swt) doet ons herinneren aan een merkwaardig feit:

“De Joden zeggen: ‘De Christenen hebben geen ware grondslag’, en de Christenen zeggen: ‘De Joden hebben geen ware grondslag’, terwijl zij beiden hetzelfde boek lezen. Hetzelfde zeggen degenen, die geen kennis hebben. Maar Allah zal op de Dag der Opstanding uitspraak doen in hun geschil.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 113)

Allah (swt) verwijst naar hetgeen het “Oude Testament” genoemd wordt.

Natuurlijk, onze redenering rust volkomen op de overtuiging dat de Koran het woord van Allah (swt) is. Om de Koran te kunnen gebruiken als bewijsvoering dient men allereerst te bewijzen dat de Koran het woord van Allah (swt) is, zonder twijfel. Eerder reeds hebben wij een artikel geschreven waarin uiteengezet de bewijsvoering achter deze stelling dat de Koran het woord van God is. Op onze site www.expliciet.nl kunt u verschillende artikelen vinden die dit onderwerp behandelen, alsook een boek genaamd “De weg naar geloof”.

En Allah (swt) weet het best.

Comments

comments

DELEN