Geachte,

U weerlegt Urbain Vermeulen in artikel “Professor Urbain Vermeulen, u begrijpt niets van Islam”: www.expliciet.nl/content/view/890/108/

U zegt hierin tegen Vermeulen: “Wanneer u uw standpunt beargumenteerd dat Islam geen samenleven wil, stelt u een versregel uit de Koran te citeren: ‘Sluit met de joden en christenen geen overeenkomst, want wanneer je dat doet, word je een van hen’. Echter, dit is helemaal geen versregel uit de Koran. Niets dergelijks komt voor in het Arabisch oorspronkelijk, en niets dergelijks komt voor in de algemeen geaccepteerde vertalingen van de betekenissen van de Koran, zoals die van Kramers. Onze site www.expliciet.nl biedt een vertaling van de betekenissen van de Koran, met zoekmachine. Wij raden u aan om deze te gebruiken en dan nog eens te proberen een idee te ontwikkelen omtrent het oordeel van Islam betreffende samenleven.”

Echter, Vermeulen heeft gelijk. Want het staat in de Koran en wel in hoofdstuk 5: 51.

Geachte heer,

Wij danken u vriendelijk voor uw vraag. En wij wensen u te complimenteren voor uw poging om tot een welingelicht en weloverwogen oordeel te komen, in plaats van blind de mening van anderen te volgen.

U moet begrijpen dat de interpretatie van tekst aan regels gebonden is. Dat is niet enkel in het geval van de Edele Koran zo. Dat is feitelijk bij iedere tekst zo. Wanneer men betreffende een specifieke kwestie een antwoord zoekt in de Edele Koran, men zoekt met andere woorden het Oordeel van Allah (swt) in de kwestie, dan zijn de regels die men in acht moet nemen ondermeer de volgenden:

Men moet zoeken naar de verzen die werkelijk in relatie staan tot de kwestie en dit doet men ondermeer door te kijken naar de “Reden van Openbaring (sabab an noezoel)” van de verzen.

Men moet niet denken het Oordeel van Allah (swt) gevonden te hebben bij het eerste het beste vers van toepassing op de kwestie dat men tegenkomt. Men moet eerst al de relevante wetteksten verzamelen, en hieruit moet men proberen het Oordeel van Allah (swt) te extraheren.

De kwestie die Urabin Vermeulen bespreekt is de kwestie samenleven. De meest correcte vertaling van de betekenis van het vers waarnaar hij verwijst is:

“O, gij die gelooft, neemt de Joden en de Christenen niet tot beschermende vrienden (auliyya). Zij zijn elkanders vrienden. En wie uwer hen tot vrienden neemt, is inderdaad één hunner.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Maida 5, vers 51)

En er zijn andere verzen van gelijke strekking. Vermeulen stelt dan, in reactie, dat er met de moslims geen samenleven kan zijn, omdat de moslims niet willen samenleven, omdat de moslims van Islam niet mogen samenleven.

Nu allereerst betreffende de betekenis van dit vers. Dit vers heeft de volgende Reden van Openbaring:
Said ‘Atiyya al ‘Auf zei: “Oebada ibn as Saamit zocht de Profeet (saw) op en vroeg hem: ‘O Boodschapper van Allah (saw). Verschillenden van mijn klanten zijn van onder de joden, die altijd klaar staan om mij te ondersteunen. Echter, ik sta tegenover Allah en Zijn Boodschapper om mijzelf vrij te laten zijn van de bescherming geboden door de joden. En in plaats hiervan wend ik mij tot Allah en Zijn Boodschapper’. Dit horende zei ‘Abdallah ibn Oebayy: ‘Ik ben een man die het veranderen van de situatie vreest, en ik zal mijzelf niet vrij laten zijn van de bescherming geboden door de joden’.”. Hierop werd vers 51 van soera Al Maida geopenbaard.

Deze Reden van Openbaring bevestigt dat het vers spreekt over een bijzonder soort van vriendschap. Het spreekt over al auliyya, de vriendschap van loyaliteit waarbij de vrienden beloven elkander te zullen ondersteunen wat er ook gebeuren moge, en tegen wie dan ook. Allah (swt) heeft geoordeeld dat deze vriendschap niet toegestaan is voor de moslim met een niet-moslim. En de reden hiervoor valt eenvoudig in te zien, en dit is de realiteit dat men niet aan twee dingen loyaal kan zijn. Of men is loyaal aan Islam, aan Allah (swt) en aan Zijn Boodschapper (saw). Of men is loyaal aan iets of iemand anders. De moslim moet loyaal zijn aan Islam, aan Allah (swt) en aan Zijn Boodschapper (saw).

De Reden van Openbaring van dit vers maakt verder duidelijk dat het vers niet spreekt over de kwestie samenleven. Het spreekt over al auliyya, de vriendschap van loyaliteit waarbij de vrienden beloven elkander te zullen ondersteunen wat er ook gebeuren moge, en tegen wie dan ook. Als men een antwoord zoekt op de de vraag “mag een moslim samenleven met een niet-moslims”, dan kan dit vers dus niet gebruikt worden omdat het niet op deze vraag van toepassing is.

Vriendschap heeft met de kwestie samenleven niets te maken. Voor eeniedere persoon geldt dat veruit de meeste mensen met wie samengeleefd wordt geen vrienden zijn. De kwestie samenleven gaat over de relaties tussen de mensen die tezamen een samenleving uitmaken.

De Boodschapper van Allah (saw) werd na zijn emigratie van Mekka naar Al Madina met de kwestie samenleven geconfronteerd. Hij (saw) was na zijn emigratie de leider van de stad Al Madina, waar zowel moslims als niet-moslims samenleefden. Dit samenleven moest geordend worden. Derhalve liet hij het Pact van Al Madina opstellen. Dit zegt ondermeer:

Artikel 1: “Dit is een document van Mohammed de Profeet, dat de relaties ordent tussen de gelovigen, oftewel de moslims van Qoraiesj en Yathrib, en zij die hen gevolgd zijn en zij die hard met hen gewerkt hebben.”

Artikel 16: “De joden die de gelovigen volgen zullen geholpen worden en zullen als gelijken worden behandeld.”

Artikel 17: “Geen jood zal onrecht aangedaan worden omdat hij een jood is.”

Artikel 30: “De joden van Banoe Auf zullen als één gemeenschap met de moslims behandeld worden. (…) de uitzondering geldt voor diegene die zich onrechtvaardig en zondig gedraagt.”

Artikel 38: “Als iemand een ondertekenaar van dit Pact aanvalt, dan moeten de andere ondertekenaars hem te hulp schieten.”

Artikel 39: “De ondertekenaars van dit Pact moeten elkaars advies zoeken, en elkander consulteren (alvorens te beslissen).”

Artikel 42: “Eenieder die onrecht aangedaan wordt moet geholpen worden.”

Er zijn verschillende andere wetgeeflijke teksten die zich specifiek richten op de kwestie samenleven. Zoals bijvoorbeeld de uitspraak van Allah (swt), hetgeen zoveel betekent als:

“Allah verbiedt jouw niet, voor wat betreft degenen die niet tegen jouw vechten voor je geloof en die jullie niet uit jullie huizen drijven, hen aardig (met respect) en rechtvaardig te behandelen: want Allah houdt van diegenen die rechtvaardig zijn.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Momtahana 60, vers 8)

En zoals bijvoorbeeld de uitspraak van de Boodschapper van Allah (saw): “Wie zijn jodendom of christendom belijdt, die zal niet van zijn religie verleidt worden.”

Hetgeen Urbain Vermeulen beweert over Islam en samenleven is dus niet de waarheid. En het probleem van Urbain Vermeulen is derhalve één van twee: ofwel hij is onwetend betreffende de waarheid, ofwel hij is wetend betreffende de waarheid maar probeert de mensen te misleiden tot de onwaarheid.

Islam heeft de mensen de juiste weg getoond, ook voor wat betreft samenleven. Het juiste samenleven vereist dat de mensen elkaar respecteren zoals ze zijn, in plaats van hetgeen nu plaats vindt in Nederland waar de regering tegenover de moslims eisen stelt over hoe de moslims zullen moeten zijn. Dit is de zogenoemde “integratie”, maar dit is onmenselijk. Het is onmenselijk om tegen mensen te zeggen “dit mogen jullie niet denken, dat mogen jullie niet vinden, en zo mogen jullie je niet gedragen”. Islam staat een dergelijk misdadig gedrag tegenover de niet-moslim onderdanen van de Islamitische Staat niet toe.

Meer informatie over het oordeel van Islam betreffende samenleven kunt lezen in het boek “Niet-moslims in de Khilafa-staat”. Hier: www.expliciet.nl/content/view/3222/83/

Wij groeten u vriendelijk,

Redactie Expliciet

Comments

comments

DELEN